Back to top

Hoe bent u al betrokken bij het Netwerk Oorlogsbronnen? Werken we samen in een project? Is uw collectie onderdeel van de Portal? Heeft u meegedaan aan het programma Erfgoed van de Oorlog? Dit zijn een paar redenen om zo’n dertig vertegenwoordigers van erfgoedinstellingen te ontvangen tijdens de eerste deelnemersbijeenkomst van Netwerk Oorlogsbronnen, op donderdagmiddag 16 februari bij het Nationaal Archief.

We starten met een toelichting op de totstandkoming van NOB door programmadirecteur Puck Huitsing. Om vervolgens uit te leggen wat het Netwerk Oorlogsbronnen nu ook alweer doet en beoogt. En hoe kun je dat beter doen dan met een uitlegfilm? Deze beleeft haar premiere tijdens de deelnemersbijeenkomst en biedt een goed uitgangspunt voor een verder gesprek. Na de vertoning gaat programmamanager Edwin Klijn verder in op hoe NOB erfgoedinstellingen in hun kracht zet. Bronnen verbinden is de kernboodschap. Dat blijkt ook uit de afgebeelde boom (bron: NDE) waarbij het weelderige groen de presentatie van bronnen voorstelt, de stam de verbindingslaag en de wortels de ‘ruwe’ data vormen. NOB bevindt zich in het middelste gedeelte, met een kleine overhelling naar de top en onder de grond.

Programmadirecteur Puck Huitsing (foto's: Maarten Nauw)
'Databoom' (bron: NDE)

De WO2-thesaurus als cross-sectorale verbinder

Wat voeren we precies uit in die verbindingslaag? Aan de hand van een tweetal praktijkvoorbeelden wordt dat duidelijker. NIOD-medewerkers Marjo Bakker en Femke Jacobs presenteren de WO2-thesaurus, een uitwerking van de 'wat'-peiler van NOB. "Met welke term zou u zoeken naar deze foto?", begint Marjo de presentatie met een bunker op het scherm. Of zou u eerder zeggen 'kazemat' of 'verdedigingswerk'? Om juist via ál deze zoektermen wel dezelfde foto te vinden is het nodig een thesaurus te gebruiken. Daarnaast is een vertaalde thesaurus dé oplossing voor het anderstalig ontsluiten van een collectie, zonder dat alle beschrijvende metadata daarvoor vertaald hoeft te worden. En door middel van 'scopenotes' - een toelichting op de betekenis van termen - bereiken we een gezamenlijke, gestandaardiseerde ontsluiting van cross-sectorale collecties. Ook aan de slag met de WO2-thesaurus? Deze is als Linked Open Data beschikbaar.

Marjo Bakker (l) en Femke Jacobs (r)

Netwerk Oorlogsbronnen goes Linked Open Data! De WO2-thesaurus is gepubliceerd en daarmee is een stap gemaakt in de thematische ontsluiting van digitale bronnen uit deze periode.

Bronnen verbinden door gedeelde locaties

Menno den Engelse is erfgoeddata-specialist en presenteert de mogelijkheden voor ontsluiting op locatie (de 'waar'-peiler van NOB). Bronnen over hetzelfde adres verzamelen is niet zo eenvoudig als het lijkt. Er zijn honderden collecties met een veelvoud van beschrijvingen waar een locatie in genoemd wordt. Of bronnen die full-content doorzoekbaar zijn waar locaties in voorkomen. Dat kan wisselen van een adres tot de vermelding van een provincie of juist de naam van een gebouw. Idealiter kunnen bronnen die allemaal te maken hebben met hetzelfde adres, en mogelijk uit verschillende collecties komen, met elkaar verbonden en ontsloten worden op een kaart. Maar daarin loop je tegen een aantal problemen aan. Zo zijn gebouwen die niet meer bestaan bijvoorbeeld niet opgenomen in de BAG, een dataset die vaak als basisreferentie wordt gebruikt. Ook wordt er weinig of niet gebruik gemaakt van persistent identifiers voor geografische locaties. Om een oplossing te creeren voor (delen van) deze problemen werkt Menno aan een ‘BAG voor verdwenen gebouwen’. En worden bijvoorbeeld geografische identifiers geïmplementeerd bij WO2-thesaurustermen die over een locatie gaan. Vorig jaar voerde NOB in samenwerking met Menno een pilot uit over het geocoderen van oorlogsbronnen. 

Menno den Engelse over het geografisch verbinden van bronnen

De plaatsen Agenda, Social, Library, of Teheran, Sicily en Darfur in Amerika. Ze bestaan echt. Deze namen maken het geocoderen van oorlogsbronnen niet makkelijk. Dat bleek tijdens de uitvoering van het pilotproject Geocoding.

Grondstoffen verbinden

Netwerk Oorlogsbronnen zorgt voor een betere ontsluiting op de ingangen 'wie', 'wat', 'waar' en 'wanneer'. De vorige presentaties illustreerden met een praktische inslag hoe dat er voor de middelste twee w's op dit moment uitziet. Wat voert NOB verder uit in de wortels en de stam van de databoom? NOB zorgt voor bruikbare grondstoffen via de projecten TRIADOCrowdsourcing Kamp Vught en Open Data WO2. "Soms digitaliseren we een stukje om in de verbindingslaag terecht te kunnen komen, zoals bij TRIADO. Of creeren we grondstoffen om verder te kunnen gebruiken, zoals de data afkomstig uit het crowdsourcingsproject die wordt opgenomen in het Personenportal WO2-project", aldus Edwin. In het kader van het koppelen van bronnen is Netwerk Oorlogsbronnen bezig met onder meer een visualisatie van de WO2-thesaurus in werking, een Personenportal WO2 waarbij collecties over personen worden gekoppeld, een provinciegerichte Oorlogsbronnen in Gelderland, en het selecteren van bronnen bij honderden thema's op Tweedewereldoorlog.nl.

Programmamanager Edwin Klijn

U en NOB: hoe denkt u daarover?

Het Netwerk Oorlogsbronnen is er voor en door de deelnemers. Dus wat zij vinden, nodig hebben en adviseren is van groot belang. Om vragen en aandachtspunten te verzamelen splitst de groep zich uit in een aantal kleine groepjes om te praten over hun wensen en verwachtingen van het Netwerk Oorlogsbronnen. De aanwezige betrokkenheid bij het programma wordt al snel duidelijk. En de netwerkfunctie komt goed tot z’n recht: de onderlinge verbondenheid van erfgoedinstellingen wordt echt zichtbaar tijdens de groepsgesprekken.Een uur lang bespreken de bijna dertig collega’s wat NOB voor ze betekent en kan blijven betekenen, welke adviezen ze willen meegegeven, wat risico’s en aandachtspunten van het programma zijn, et cetera. Geen moment valt het stil. En de per groep democratisch verkozen rapporteurs noteren de groepsbevindingen; er is genoeg materiaal om bladzijden vol te schrijven.

Na een uur doen de ‘groepsvoorzitters’ verslag doen van hun discussie. Veelbesproken projecten in bijna elke groep zijn de Personenportal WO2 en de WO2 Thesaurus. Beide ten behoeve van een verbeterde dienstverlening. Dat de presentatie van Marjo en Femke eerder die dag het nut en de noodzaak van een thesaurus heeft overgebracht, blijkt. Er zijn veel positieve geluiden over de standaardisatie van de ‘wat’-as. Vragen over de toepassing van de ontologie zijn er nog wel. Deze is namelijk beschikbaar als open data, maar hoe je de termen of de thesaurus in z’n geheel gebruikt binnen een collectiebeheersysteem is niet helder. Edwin adviseert dan ook om alvorens ermee aan de slag te gaan éérst contact op te nemen met NOB voor advies.  

Een netwerk van kennissen

Het NOB geeft een impuls aan de oorlogserfgoedsector

Er is veel enthousiasme en het Netwerk Oorlogsbronnen wordt gezien als een impuls voor erfgoedinstellingen. “Blijf ook vooral collega’s bij elkaar zetten, zoals nu ook gebeurt”, stelt één groep voor. De functie van het NOB als kenniscentrum – de kennisondersteuning en –overdracht – wordt aangemerkt als een van de belangrijkste positieve invloeden van het programma. De sector overkoepelende ondersteuning en ontwikkeling door NOB is van groot belang voor het maken van stappen in de digitale collectieontsluiting door archieven, musea en bibliotheken. En een groot aspect daaraan is niet alleen de ontwikkeling van diensten, tools en producten waar iedereen wat aan heeft, maar ook het communiceren van alle kennis die daarbij wordt opgedaan. Eén van de manieren om dat te doen is middels de NOB-nieuwsbrief en de website Oorlogsbronnen.nl. Ook de workshops, studiedagen en netwerkdagen – waarbij naast bezigheden van NOB ook ‘best practices’ door anderen voorbijkomen – dragen daar onder meer aan bij.

In gesprek met collega's over het nut en de noodzaak van NOB

Uw collectie open en in context

'Door deelname aan het Netwerk Oorlogsbronnen zijn uw collecties beter vindbaar'. Dat beaamt één van de aanwezigen: “Mijn regionale bronnen staan nu in een landelijke context, en dat is heel mooi”. Nóg mooier is dat door het koppelen van de bronnen, het linken van data, je inzicht krijgt in andere collecties. Een collega sluit daarop aan en zegt: “Daarmee kun je je aannamebeleid selectiever maken en zelfs ontdubbelen. Want in de zoveelste Duitse helm hebben mensen geen interesse, in een persoonlijk verhaal wel”.

Op de vraag ‘Hoe staat u tegenover open data?’ krijgen we positieve reacties. Zoals: “Dat is een beetje een open deur. Open zijn moet gewoon en we willen het graag” en “Open data, natuurlijk!”. De wens om te publiceren is er wel, en voor archieven zelfs al een vanzelfsprekendheid door de Wet Hergebruik Overheidsinformatie. Maar de obstakels in het openstellen van data blijven niet onbenoemd. De auteursrechten en privacybescherming komen terecht al snel ter sprake.

Vanuit de instellingen zelf is er vooral behoefte aan helderheid over juridische kwesties. Hoe zit het met de (afwezige) juridische waterdichtheid van veel schenkingsakten, en de privacybescherming van persoonsgegevens in archieven? En eventueel geldende auteursrechten, hoe gaan we daarmee om als we bronnen willen publiceren? Het Netwerk Oorlogsbronnen verdiept zich hier ook in, met name binnen de projecten Personenportal WO2 en Open Data Depot WO2. M.b.t. de eerste worden bijvoorbeeld persoonsgegevens in eerste instantie niet online gezet voor publiek en zal de data alleen t.b.v. een verbeterde dienstverlening voor deelnemende instellingen beschikbaar zijn. Uiteraard worden bevindingen gedeeld. 

Discussie tussen aanwezigen

Verrijken: wie wil dat nou niet?

‘Netwerk Oorlogsbronnen verrijkt collectie(data)’ is een veel uitgesproken zin binnen het programma. En welke instelling ziet nu niet graag haar verrijkte collectiedata terug geleverd krijgen? Want dat is waar NOB naartoe wil. Deelnemers zijn enthousiast, maar vragen zich wel af wat het precies betekent, hoe zowel het verrijken als het terug leveren van de verrijkte data werkt en wie inspraak heeft in het proces? Kunnen deelnemers bijvoorbeeld ook zelf verrijken?

Dat laatste gebeurt in zeker zin al. Want het Netwerk Oorlogsbronnen verzamelt alle collectiedata door middel van harvesting. Dit proces is niet eenmalig maar wordt regelmatig uitgevoerd, waardoor verbeteringen en aanvullingen door de collectiebeheerders automatisch worden meegenomen. Voordat dit überhaupt mogelijk is, is het nodig collecties, databases en data gereed te maken voor aansluiting op de NOB-Portal. Om dat te vergemakkelijken wordt er gewerkt aan een handleiding, en u kunt natuurlijk altijd contact opnemen voor hulp en advies. 

Edwin geeft nog een toelichting op de vragen over verrijking: “We verrijken data door informatie over personen, gebeurtenissen, plaatsen en tijden uit de bronnen te lichten en op basis daarvan bronnen te koppelen. Verrijken is geen volautomatisch proces. Daar zetten we zelf ook een redactie op. Het is ook goed om te weten dat we in gesprek zijn met softwareleveranciers om te kijken hoe we verrijkte data makkelijker kunnen implementeren. En bij terug leveringen kijken we altijd welke verrijkingen interessant zijn voor instellingen. De verwerking daarvan zal voor een deel automatisch, een deel semiautomatisch en een gedeelte handmatig gedaan moeten worden”.

In gesprek

Aandachtspunt: continuïteit  

Waar moet het Netwerk Oorlogsbronnen (meer) aandacht voor hebben volgens de aanwezigen? De continuïteit, aansluiting bij andere netwerken en projectprioritering van en binnen het programma staan bij veel collega’s op het netvlies. Programmadirecteur Puck in reactie hierop: “De duur van het programma is gesteld op twee keer drie jaar en moet na zes jaar dus landen in de sector. Gedurende de looptijd houden we altijd aansluiting met het NDE en de NCDD en zorgen we dat we geen dingen dubbel doen. We gaan juist méé met de ontwikkelingen van andere programma’s en projecten door hun producten toe te passen. Daarbij is snel resultaat laten zien van belang. Een stuurgroep, met vertegenwoordigers uit alle gebieden van de sector, houdt de continuïteit ook sterk in de gaten en sturen op de prioritering van projecten”.

De uitkomsten van de groepsdiscussies worden gepresenteerd

Geen netwerk zonder deelnemers

Netwerk Oorlogsbronnen hoopt de collectiebeherende instellingen met een WO2-collectie op een hoger plan te helpen. Maar een netwerk kan niet bestaan zonder deelnemers. Puck nodigt tijdens de afsluiting van de dag de aanwezigen dan ook uit een deelnemersovereenkomst te tekenen. “U bent als collectiehoudende instelling uitgenodigd deelnemer te worden van het Netwerk Oorlogsbronnen. Als lid maakt u deel uit van een heel groot netwerk van fondsen, andere programma's als het NDE en het Platform WO2, belangenbehartigers, ministeries, et cetera. Met alle deelnemers vormen we samen een community. U wordt onderdeel van een gefinancierde infrastructuur waarin verrijkingsslagen op uw collectiedata worden uitgevoerd. Dat is lastig om zelfstandig uit te voeren. Ook heeft u de mogelijkheid nodige kennis op te doen”, aldus Puck.

Het formaliseren van deelname aan het netwerk is nodig omdat het Netwerk Oorlogsbronnen geen rechtsvorm heeft. Het NIOD, die het programma faciliteert, heeft dat als onderdeel van de KNAW wel. Voor financiers van NOB is het nodig om aan te kunnen tonen dat het netwerk aan instellingen daadwerkelijk ‘bestaat’. Daarnaast is het voor het NIOD als financiële verantwoordelijke nodig om aan te kunnen tonen dat instellingen gecommitteerd zijn aan het programma. In het najaar van 2017 houden we een tweede uitnodigingsronde voor deelname. Ondertussen gaat het Netwerk Oorlogsbronnen namens álle WO2-collectiebeherende instellingen door met het tonen van lef, blijven we inspelen op mogelijkheden en kansen en houden we onze visie scherp!