Nederlandse kunstschatten tijdens de Tweede Wereldoorlog: roof en handel
Tijdens de Tweede Wereldoorlog explodeert de Nederlandse kunsthandel. De Duitse bezetter plukt de kunstmarkt leeg met een hausse aan aankopen, maar ook door roof van Joods bezit en gedwongen verkopen. Na de bevrijding wordt zoveel mogelijk kunst teruggehaald naar Nederland. Hoe komen de werken terug bij de eigenaren of erfgenamen?
Claimtentoonstelling in het Rijksmuseum met gerecupereerde kunst uit Duitsland, 20 april-9 juni 1950
Crisis en opleving
De beurskrach en de daaropvolgende crisis in de jaren dertig zorgen voor het instorten van de kunstmarkt. Nadat Hitler aan de macht komt proberen veel Duitse Joden te vluchten. Hierdoor komen veel Duits-Joodse handelaren en kunstverzamelaars in Nederland terecht. Een van hen is de Duits-Joodse Albert Abraham Stern.
Hitler en Göring zijn allebei grote kunstverzamelaars. Ten tijde van de Duitse inval hebben zij hun wensenlijstje klaar en ze zijn uitstekend op de hoogte van de grote verzamelingen en de belangrijke kunsthandelaren. Die staan dan ook meteen volop in de belangstelling. Kunsthandel Goudstikker en de beroemde verzameling Gutmann komen via gedwongen verkopen in Duitse handen. Andere verzamelingen, zoals Koenigs, Mannheimer en Lanz worden na soms stevige onderhandelingen verkocht met instemming van de verkoper.
Duitse handelaren kopen in de eerste maanden vooral via vrijwillige transacties. In het kielzog van de inkopers van Hitler en Göring komen ook de directeuren van Duitse musea naar Nederland. Zij kopen grootschalig in bij handelaren in Amsterdam en Den Haag. Dit vaak vrijwillige karakter verandert in de loop van 1941.
Bekijk de themapagina Verloren bezit: roof, handel en restitutie
Matisse gerestitueerd aan de erfgenamen van Albert Abraham Stern
Anti-Joodse maatregelen
Vanaf 21 maart 1941 worden Joodse bedrijven systematisch in beslag genomen, ook die van Joodse kunsthandelaren. Ze verliezen zeggenschap over hun bedrijf. Hun handel wordt vaak door een Duitse Verwalter overgenomen. De Verwalter begint meestal met het uitverkopen van de zaak. En ook als de Verwalter de zaak voortzet geldt; de opbrengsten zien de oorspronkelijke eigenaren nooit meer terug.
Vanaf augustus 1941 wordt het Joden verplicht hun banktegoeden onder te brengen bij roofinstelling LiRo. En in mei 1942 wordt deze inleverplicht uitgebreid. Alles van bezit, dus ook kunst, moet worden ingeleverd bij de Liro. Hoge nazi’s komen regelmatig bij de Liro langs en hebben eerste keus.
Winterlandschap met schaatsers van A. van Breen
Diamant broers
De Joodse broers Jesaia Hakker en Levie Hakker leiden de diamantairsfirma Gebroeders Hakker in Amsterdam en verzamelen kunst. In januari 1942 lukt het Jesaia en Levie met hun gezinnen bezet Nederland te ontvluchten, ze komen via Cuba in de Verenigde Staten terecht. Na hun vertrek komt het grootste deel van hun bezittingen in handen van de bezetter.
Het schilderij Winterlandschap met schaatsers is in 1941 of 1942 in beslag genomen door de LiRo uit het bezit van Levie Hakker. Daarna is het via Dienststelle Mühlmann naar Schloss Aschach gegaan. Na de oorlog keert het terug naar Nederland. Na onderzoek van Bureau Herkomst Gezocht worden de nabestaanden gevonden, ze dienen in 2006 een restitutieverzoek in. In 2007 is het schilderij, samen met drie andere schilderijen, gerestitueerd.
Roofhandel
De ingeleverde werken komen via de LiRo terecht op de Nederlandse en Duitse kunstmarkt waar veilinghuizen zoals Van Marle & Bignell, Weinmüller en Mak van Waay ze verhandelen.
Een uitzondering vormen de topstukken die apart worden gehouden voor belangrijke kopers uit Duitsland. De Duitse kunsthandelaar Walter Andreas Hofer is zo'n belangrijke koper, hij koopt werken op voor de verzameling van Hermann Göring. Zo komt geroofde kunst te hangen aan de muren van Görings jachtslot Carinhall.
Directe en indirecte roof
Ook Dienststelle Mühlmann is gericht op zoek naar waardevolle kunst in bezet Nederland. En Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg is verantwoordelijk voor het leeghalen van de woningen van gedeporteerde Joden. Hun bezittingen worden geveild op de Nederlandse markt of naar Duitsland gebracht.
Maar niet alle gevallen van roof zijn zo direct. Kunst wordt afgestaan of verkocht in ruil voor een belofte van bescherming. Hoeveel zo'n belofte uiteindelijk waard blijkt te zijn varieert. In ruil voor uitreisvisa verkoopt Margarethe Stern-Lippmann een schilderij aan Dienststelle Mühlmann. Dit gebeurt met bemiddeling van de Duits-Joodse handelaar Myrtil Frank, die als tussenpersoon fungeert voor Dienststelle Mühlmann. Het schilderij gaat naar een Duits museum, Margarethe krijgt de beloofde visa niet en komt om in Auschwitz. Haar erfgenamen krijgen het schilderij in 1949 terug.

Johanna Margarethe Stern-Lippmann
Berlijn, 6 januari 1874 - Auschwitz, 22 mei 1944
Gevangen in Kamp Westerbork
Getransporteerd naar Auschwitz
James Rorimer van de Monuments, Fine Arts, and Archives (MFAA) en Amerikaanse militairen dragen kunstwerken uit het kasteel Neuschwanstein, Duitsland, mei 1945
Teruggekeerd
Tienduizenden objecten komen vanuit bezet Nederland in nazi-Duitsland terecht. Aan het einde van de oorlog vinden de geallieerden een aantal grote opslagplaatsen in Zuid-Duitsland en Oostenrijk, zoals de zoutmijn bij Altaussee. Daar liggen onder meer duizenden objecten die verzameld zijn voor het beoogde Führermuseum, waaronder delen van de collecties Mannheimer en Lanz. Andere objecten zijn verspreid geraakt over heel Duitsland en soms ook daarbuiten. Ze zijn terecht gekomen bij musea, kunsthandelaren en particulieren. De geallieerden hebben een speciale eenheid die objecten opspoort, veilig stelt en naar Central Collecting Points (CCP's) brengt: de Monuments, Fine Art & Archives-eenheid (MFAA). Op de CCP's worden de objecten geïnventariseerd en teruggestuurd naar het land van herkomst.
Schilderij dat Hans Posse aankocht voor het Führermuseum, het wordt in 2018 gerestitueerd aan de erfgenamen van Joseph Henri Gosschalk
Teruggegeven?
Een vliegtuig met aan boord 28 topstukken landt op 8 oktober 1945 op Schiphol, dit is het eerste transport van objecten vanuit Duitsland naar Nederland. Er volgen nog duizenden objecten.
Wanneer iemand kunst mist en terug wil krijgen moet een aangifteformulier opgestuurd worden naar Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK). Nadat men een aangifteformulier heeft ingevuld, beoordeelt de SNK of er voldoende bewijs van eigenaarschap is. Ook doet de SNK zelf onderzoek naar de herkomst van de objecten die ze beheren. Veel objecten worden echter nooit geclaimd. Voor een succesvolle claim is bewijs van eigenaarschap en van onvrijwillig bezitsverlies nodig. Als de voormalige eigenaar geld heeft gekregen bij de verkoop moet dat worden terugbetaald en er moet bovendien een onkostenvergoeding van 2,75% van de taxatiewaarde worden betaald. Ondoenlijk voor eigenaren van Joodse afkomst die in onderduik of concentratiekampen de Holocaust overleefden.
Kaf en koren
De werken die niet geclaimd worden zijn tentoongesteld tijdens claimtentoonstellingen in 1949 en 1950, de laatste gelegenheid om je aan te melden voor teruggave. Daarna wordt het kaf van het koren gescheiden: de objecten met museale waarde blijven behouden, de rest wordt verkocht op veilingen waarvan de opbrengst naar de schatkist gaat. Een aantal van deze veilingen zijn een déjà vu: ze vinden plaats bij veilinghuizen die tijdens de bezetting roofkunst veilden. En het komt soms voor dat oorspronkelijke eigenaren ervoor kiezen hier hun kunst terug te kopen, dit is een goedkopere en makkelijkere weg dan teruggave via een claim.
Stilstand
Het belang van de wederopbouw na de oorlog gaat in de jaren 50 boven die van eigenaren of erfgenamen. Voor de wederopbouw is veel geld nodig dus de schatkist moet gevuld worden en de oorlog moet een afgesloten hoofdstuk zijn. Ondanks het strenge beleid zijn er eind jaren 40 duizenden werken teruggegeven. Na de opheffing van de SNK in 1951 komt wat overblijft na de veilingen in beheer van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. De werken in de NK-collectie, Nederlands-Kunstbezit-collectie, worden in bruikleen gegeven aan musea of gebruikt om openbare gebouwen aan te kleden.
Menselijker beleid
Pas vanaf de jaren 90 komt er weer aandacht voor restitutie. En in de jaren 00 volgt een vergoeding aan de Joodse gemeenschap. Dankzij nieuw onderzoek, gedigitaliseerde archieven en een verruimd restitutiebeleid stijgt het aantal ingediende claims en gerestitueerde werken.
Er bevinden zich momenteel nog ruim 3600 objecten in de NK-collectie, van schilderijen tot tafels, servies en tapijten. Een deel hiervan is waarschijnlijk geroofd Joods bezit, vaak is echter lastig te bepalen wie de vroegere eigenaar was. Maar het gaat ook vaak om handel.
En bovendien er zijn nog duizenden niet-teruggekeerde werken, werken die niet terug zijn gevonden bij de zoektocht in Duitsland door de geallieerden. De ruim dertienduizend SNK aangifteformulieren zijn hier de stille getuige van.








