Vrouwen en roofkunst: Johanna Margarethe Stern-Lippmann
Het goedlopende textielbedrijf Graumann & Stern stelt de Duits-Joodse Siegbert Stern in staat om een grote kunstcollectie aan te leggen. Maar dan komen de nazi's aan de macht, sterft Siegbert en wordt het bedrijf geliquideerd. Weduwe Margarethe Stern-Lippmann probeert te redden wat er te redden valt.
Blick auf Murnau mit Kirche door Wassily Kandinsky (foto Peter Cox, Eindhoven). Dit schilderij is uiteindelijk gerestitueerd
Goede zaken
De Duitse Joodse broers Albert Abraham Stern en Siegbert Stern richten in 1888 met zakenpartner Julius Graumann in Berlijn Textilhaus Graumann & Stern op. Het wordt een van de grootste dameskleding fabrikanten van Duitsland. Na de Eerste Wereldoorlog gaan ze internationaal en breiden uit naar de Verenigde Staten en Europa. Er komt ook een Amsterdamse vestiging, geleid door de niet-Joodse Nederlander Lieuwe Bangma. Het zijn zakelijk goede jaren voor de broers. Kunstliefhebber Siegbert begint een kunstcollectie.
Bekijk de themapagina Verloren bezit: roof, handel en restitutie

Albert Abraham Stern
Grätz, 6 januari 1861 - Laufen-Salzach, 18 januari 1945
Gevangen in Kamp Westerbork
Getransporteerd naar Den Haag
Tijden keren
In de jaren 30 gaat Albert met pensioen en zijn zoon Wilhelm Stern neemt het bedrijf over. Als de nazi’s aan de macht komen vinden er in Duitsland grote veranderingen plaats. Het bedrijf wordt langzaam uitgekleed en in 1938 geliquideerd. Siegbert overlijdt in 1935, hij maakt de liquidatie niet meer mee. Zijn weduwe Johanna Margarethe Stern-Lippmann vlucht in 1938 via Zwitserland naar Nederland. Haar kinderen en schoonbroer Albert zijn dan al in Nederland.
Veiligheid?
Een deel van de kunstcollectie wordt vanwege steeds strenger wordende maatregelen tegen Joden in nazi-Duitsland gedwongen verkocht en een deel om de vlucht te bekostigen. Wat overblijft van de collectie wordt verhuisd naar Nederland.
Maar Nederland voelt niet als een veilig eindstation. Voor het begin van de Tweede Wereldoorlog vertrekken twee kinderen: Hans Martin Stern en Annie Regina Vigeveno-Stern emigreren naar de Verenigde Staten. Louise Henriette Hayn-Stern blijft met haar man Herbert Emil Leopold Hayn en dochter Doris Hayn in Nederland. Ook Hilde Liebstaedter-Stern blijft met haar man Otto en hun kinderen Marla en Hedi in Nederland.
Visa of deportatie
Op 2 november 1940 wordt Villa Stern in Babelsberg, waar een deel van de kunstverzameling aan de muur hing, gedwongen verkocht. Ondertussen blijft Margarethe pogingen doen om te emigreren. Even lijkt het Margarethe te lukken. In ruil voor uitreisvisa voor haar en een aantal familieleden geeft ze het schilderij Portrait of Miss Edith Crow van Henri Fantin-Latour aan Dienststelle Mühlmann. Het wordt speciaal voor dit doel eind 1941 aangekocht voor 40.000 gulden bij kunsthandel D’Audretsch met bemiddeling van de Joodse kunsthandelaar Myrtil Frank.
Het schilderij gaat naar Oostenrijk, maar Margarethe krijgt de visa niet. Ze besluit onder te duiken in Bussum bij acteur en theatermanager Johan Brandenburg en zijn vrouw Cornelia Vuijk. Na verraad wordt ze gearresteerd op 27 april 1944 en als strafgeval gedeporteerd vanuit Kamp Westerbork naar Auschwitz. Margarethe wordt op 22 mei 1944 vermoord in Auschwitz.
Omkoping in onderduik
Louise is getrouwd met Herbert Emil Leopold Hayn, eigenaar van confectiefabriek Emil Hayn. Het bedrijf komt vanaf september 1941 onder leiding van een Duitse Verwalter. Samen met hun dochter Doris duiken Louise en Herbert onder. Ze worden op 16 januari 1943 gearresteerd, maar door omkoping wordt Doris gespaard. Doris overleeft in onderduik, ze zit ruim twee jaar ondergedoken in een klein kamertje in het huis van haar niet Joodse Duitse kindermeisje. Haar ouders worden gedeporteerd en komen om in Auschwitz.
Overleven in onderduik
Hilde Liebstädter-Stern trouwt met de Duitse Joodse boekhandelaar Otto Liebstädter. Ze krijgen twee kinderen: Marla en Hedi. In hun woonplaats Nunspeet duikt het gezin onder en zo overleven ze de Holocaust.
Als de oorlog voorbij is komen ze erachter dat Margarethe, Louise, Herbert, Albert en een heleboel andere familieleden nooit zullen terugkeren.
Restitutie of niet
In 1949 wordt het schilderij van Fantin Latour teruggegeven aan de erfgenamen van Margarethe. De erfgenamen maken in 1950 de balans op: zo'n veertig schilderijen en negen sculpturen uit Siegberts en Margarethes kunstverzameling zijn nog in hun bezit. In 1955 doet hun zaakwaarnemer navraag bij de Nederlandse overheid naar 28 vermiste schilderijen en voorwerpen. Het onderzoek levert niks op.
Totdat nieuw onderzoek en soepelere regels restitutie wel mogelijk maken. De afgelopen jaren zijn meerdere werken teruggegeven. In 2007 wordt het schilderij De Besnijdenis gerestitueerd. Dit schilderij is in 1942 door Kunsthandel De Boer verkocht aan een Duits museum en in 1946 teruggebracht naar Nederland. De Restitutiecommissie heeft geen aanwijzingen gevonden dat dit een vrijwillige verkoop was en vermoed dat het schilderij verkocht is 'ter voorziening in levensonderhoud en mogelijk ter bekostiging van haar pogingen het land te verlaten'.
Zoektocht
Na een jarenlang proces en eerdere afwijzing volgt in 2022 ook het schilderij Blick auf Murnau mit Kirche van Kandinsky. Dit werk wordt in 1951 door de van oorsprong Oostenrijkse Joodse kunsthandelaar Karl Legat verkocht aan het Van Abbemuseum in Eindhoven voor ruim elfduizend gulden. Hoe Karl aan dit schilderij komt is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk verkoopt Margarethe het schilderij tijdens de oorlog met behulp van de Joodse handelaar Myrtil Frank als tussenpersoon. Myrtil en Karl werken tijdens de oorlog beide voor de Dienststelle Mühlmann.
De nabestaanden zien de restitutie als erkenning voor het onrecht dat hun familie is aangedaan. "Het is een schilderij dat op een prominente plek bij onze (over)grootouders hing en een schilderij dat veel van het verleden van onze familie vertegenwoordigt." Na de restitutie wordt het schilderij in 2023 verkocht voor ruim 37 miljoen pond. In 2024 wordt het op de TEFAF aangeboden voor minimaal 50 miljoen dollar.
In het testament van Siegbert staan 144 genummerde objecten genoemd, waaronder meer dan honderd schilderijen en tekeningen. Een groot deel van Siegberts en Margarthes collectie is dus nog vermist.








