Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Waaier

710-8 Kiowa fan; wood, eagle feathers, glass beads, cloth; l. 73 cm., w. 15,5 cm.; ca. 1870s. Feather fans were used for different purposes, from the mundane to the sacred. Apart from its primary utilitarian use to whisk cooling air across the body, it was used during dances and ceremonies, including shamanic curing rituals. In these latter cases, fans could be elaborately decorated. In the syncretistic peyote religion feather fans with netted beadwork are an integral part of the ceremonies of the Native American Church (cf. Conn 1979:157; Wooley 1990:100). Sioux Indian women made a variety of fans from eagle feathers that were used by men and women alike. Many were simple and even lacked a handle. Frequently a string of sweetgrass was attached, so the fan scented the air when it was used. The Leiden example is not documented as to where it was collected. It is a fine specimen with its decoration in cloth and beadwork. Because of the greasy-yellow beads it was probably obtained among the Kiowas (cf. Woodruff 1934:636; Densmore 1948:202, plate xxivb). (Hovens 2008-09) De oorsprong van de Arapahoes ligt in het westelijk Grote Merengebied, maar zij trokken in westelijke richting naar de Plains (de grasvlakten). In toenemende mate kwamen paarden in hun bezit en zij ontwikkelden zich tot nomadische bizonjagers. De bizon verschafte alles wat zij nodig hadden voor hun levensonderhoud: vlees, bloed en beenmerg (RMV 1225-33) werden geconsumeerd, huiden werden gebruikt voor tenten en kleding, en gedroogde mest was waardevolle brandstof op de vrijwel boomloze grasvlaktes. Zowel de kleding van mannen als vrouwen werd versierd met gekleurde glazen kralen in geometrische patronen, die zij van blanke handelaren verkregen (RMV 1225-39, 2106-14). Status werd onder mee tot uitdrukking gebracht door adelaarsveren die in hoofdtooien, waaiers (RMV 710-8), e.d. werden toegepast. Vrouwen deden dat door rijk versierde opbergtassen te maken, zogenaamde "possible-bags" (RMV 3158-2, 3158-4). Door onderlinge strijd met andere stammen om leefruimte op de Plains, werden de Arapahoes geduchte krijgers. Omstreeks 1830 splitste de stam in een noordelijke en een zuidelijke groep. De eersten ondertekende het Verdrag van Laramie in 1851, en bij die gelegenheid doopte de Vlaamse priester Pieter-Johannes de Smet 300 kinderen. Getroffen door oor besmettelijke ziektes, de vernietiging van de bizonkuddes als belangrijkste voedselbron, en een reeks van gewapende conflicten met het oppermachtige Amerikaanse leger, moesten de Noordelijke Arapahoes onder Chiefs Black Coal en Sharp Nose zich noodgedwongen vestigen op het Wind River reservaat in centraal Wyoming, als buren van de hen vijandig gezinde Shoshonis. Om de stam te "civiliseren" werd de Order van Jezuïeten gevraagd een school te openen. Dat gebeurde in 1884, maar door geld- en personeelsgebrek werd St. Stephen's Indian Mission and School geen succes. Van 1890-91 was de Brabantse pater Ignatius Panken S.J. overste van de missie en de Indiaanse school. Materiële steun van de regering, de kerk en charitatieve organisaties liet lang op zich wachten of bleef soms helemaal uit. Toch slaagde hij erin een kleine veestapel op te bouwen, land te cultiveren voor voedingsgewassen, en het lesprogramma opnieuw op te starten. Dat laatste hield echter maar kort stand omdat door de zware werkomstandigheden de leerkrachten, katholieke zusters en leken, afhaakten. De Arapahoe ouders eisten meer hulp vanuit Washington voor hun kinderen. In plaats van meer steun liet de regering weten de subsidie voor de missieschool af te bouwen. De kerk ving het wegvallen van die inkomsten echter op en stuurde meer gekwalificeerd personeel. Van 1902-04 stond de Eindhovense Jezuïet Aloysius van der Velden aan het hoofd van de missie en school. Hij was een ervaren rot in het vak en werkte eerder onder de Noordelijke Cheyennes in Montana en de Coeur d'Alenes in Idaho. In Wyoming constateerde hij dat de Arapahoes weliswaar geïnteresseerd waren in spirituele zaken, maar toch de voorkeur gaven aan hun eigen traditionele geloof en de Sacred Flat Pipe en Sun Dance ceremonies. Hij pleitte voor een meer begripvolle bejegening van de Indianen. Onder zijn bestuur groeide het aantal leerlingen van de school van 78 naar 115. Het klimaat op school was dusdanig dat absenteïsme duidelijk terug liep. Vanwege ziekte werd Van der Velden in 1904 vroegtijdig gepensioneerd. In de loop van de 20ste eeuw ontstond geleidelijk een katholieke gemeenschap onder de Arapahoes, kinderen van St. Stephen's stroomden door naar hogere vormen van onderwijs, en sommigen van hen kregen goede banen. De Jezuïeten probeerden een brug te slaan tussen de Indiaanse en Christelijke geloofsovertuiging en de rituelen uit beide tradities, een benadering die ook elders op reservaten met enig succes werd toegepast. De traditie van het kunsthandwerk verzwakte aanzienlijk in de eerste helft van de 20ste eeuw. Incidentele overheidsinitiatieven om deze nieuw leven in te blazen hadden soms succes, zoals onder de Zuidelijke Arapahoes in Oklahoma voor wie de winkel van het Southern Plains Indian Museum in Anadarko een belangrijke outlet is (RMV 5819-57). Op de missieschool van de Jezuïeten in Wyoming kregen de Arapahoe-meisjes handwerkles van de zusters, waarbij veel aandacht werd besteed aan de eigen tradities. De belangstelling voor traditioneel handwerk nam daardoor toe, en de zusters probeerden dit te steunen door handwerk te verkopen in een aan St. Stephen's verbonden winkeltje op het Wind River reservaat zodat de maaksters ook materieel beloond werden. Daarnaast kon handwerk worden afgezet in het powwow-circuit, een reeks van merendeels sociale Indiaanse festiviteiten die na de Tweede Wereldoorlog exponentieel groeide (RMV 4327-1, 5894-22). PH
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media