Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

10 Brieven en 5 kaarten Amsingh, Joop

De auteur, eerstejaars student medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam en bijna 18 jaar oud, moet voor de arbeidsinzet naar Duitsland. Zijn brieven zijn aan zijn ouders gericht. Hij gaat begin mei 1943 via Ommen met een grote groep studenten in een personentrein naar Berlijn en geniet van de reis, de stemming onder de studenten is goed en hij heeft plezier. Als verpleger komt hij te werken bij een ziekenhuis in de wijk Wittennau. De huisvesting is goed. Hij gaat met vrienden Berlijn in, naar de bioscoop, naar de studentenstamkroeg en vaak naar de opera. Het eten vindt hij meer dan voldoende. Hij sport met de Fransen en de Russen. In het ziekenhuis is niet veel te doen. Bij luchtalarm gaan de patienten de schuilkelder in. Hij krijgt bonnen. Zijn sigarettenbon ruilt hij voor meer brood. Behalve brood krijgt hij dagelijks worst, vlees, pap en soms eieren. Boeken leent hij uit de bibliotheek. Hij is blij dat hij in een ziekenhuis werkt en niet in een fabriek, waar je veel harder moet werken en minder te eten krijgt. Het ziekenhuis wordt voller. Hij heeft nachtdiensten en is soms hoofd van de zaal. Van thuis krijgt hij brieven en pakjes. Eten van de patienten dat over is, verdeelt hij onder zijn kameraden. Op eigen verzoek woont hij secties bij om te leren, hij wil graag verder studeren. Hij krijgt ruim salaris en stuurt een gedeelte naar huis. In juli verhuist hij tot zijn spijt met een groepje naar het ziekenhuis Herzberge. Het ziekenhuis ligt in een bosrijke omgeving, waardoor hij niet meer zo vaak in het centrum komt. Hij is niet helemaal gelukkig met de afdeling waar hij komt te werken, de difterie-afdeling. Met vijf personen wonen ze in twee kamers. Het eten is veel minder. De arbeid is vrij aangenaam, maar hij moet hard werken. Hij maakt bedden op, neemt temperatuur op, legt verbanden aan en desinfecteert.Hij krijgt nog steeds paketten en geeft steeds een beschrijving van de inhoud. Een vriend van hem wordt opgenomen met roodvonk. Hijzelf wordt ingeënt tegen difterie. Bij luchtalarm moeten de patiënten de kelder in gedragen worden. De was wordt voor hem gedaan. De laatste brief is van 20 juli 1943. Bijgevoegd is een kopie van een schrijven van de Burgelijke Stand van Berlijn, waaruit blijkt dat de auteur 31 juli is overleden.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media