Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Lente 1943

In 1943 lukt het de auteur, net geslaagd voor zijn HBS diploma in Zwolle, de arbeidsinzet in een munitiefabriek om te zetten in werk bij een boer in de buurt van Krefeld. Zijn kamer is boven de koeienstal. Hij verzorgt de dieren en leert ploegen. Hij krijgt goed te eten. De boerderij ligt naast een vliegveld in de aanvliegroute naar het Roergebied. Dagelijks loeien de sirenes. Krefeld wordt gebombardeerd. Er komen steeds meer vliegtuigen over, maar er is een schuilkelder. De zonen van de boer zijn aan het front. Begin januari 1944, met uitgesteld verlof in Nederland, wordt hij door de SD gearresteerd omdat zijn pas is verlopen. In Amsterdam in de Euterpestraat slaapt hij op de grond in een cel met een tonnetje. Het eten stinkt, maar na een paar dagen eet hij. Luchten gebeurt 1x per dag. Hij wordt naar Amersfoort gebracht en staat met 200 man urenlang in de kou in de "rozentuin ". Poedelnaakt wordt hij afgevoerd naar een barak, kaalgeschoren en krijgt een nummer en gestreepte kleding. De appèls duren uren. Medegevangenen lopen rond als bewaking en krijgen daarvoor extra eten. Hij ontmoet Kotälla. Pasen 1944, bij het uitdelen van de Rode Kruispakketten, worden met knuppels flinke klappen uitgedeeld. Eind april 1944 gaat hij per trein richting Duitsland. Onderweg hebben ze veel bekijks met hun kaalgeschoren hoofden. Bij Rheine in Westfalen komen ze op een vliegveld te werken. Er zijn meer buitenlanders. Ze krijgen weinig te eten en drinken koffie. Zijn brood wordt vaak gestolen. Er liggen veel verongelukte jagers langs de baan. Na een paar weken is de latrine te smerig om te gebruiken. Iedere dag wordt gewerkt, afgesloten van de buitenwereld. In de barakken zijn luizen. Vliegtuigen worden in het bos verborgen gehouden en er wordt steeds vaker door de geallieerden gebombardeerd, waarbij slachtoffers vallen. Na een paar maanden ontstaat hongeroedeem. De onderlinge verstandhouding is slecht.Hij wordt opgenomen in de ziekenbarak, omdat zijn lymfeklieren opzetten. Hij geneest langzaam en na een maand moet hij weer aan het werk. Bij beschietingen vallen steeds meer slachtoffers. Juni/juli 1944 komen vliegtuigformaties overvliegen en moet hij bommen helpen vervoeren. De angst voor bombardementen wordt dan nog groter. Eind juli 1944 volgt een groot bombardement van het vliegveld. Nog dagenlang erna ontploffen tijdbommen. De gevangenen worden ingezet om met de hand bomkraters te dichten, 's nachts werken ze met machines. In de herfst is alles gerepareerd. De helft van het aantal mensen is nog over, de meesten zijn overleden door ziekte, maar ook door de bombardementen. Vanaf eind 1944 hebben de geallieerden de macht in de lucht, er zijn voortdurend bombardementen en beschietingen. Het front nadert. Op een morgen zijn hun bewakers verdwenen en gaat hij ervandoor. Hij gaat in de buurt bij een boer werken. Terugtrekkende Duitsers komen langs. Als hij op het land aan het werk is, ontmoet hij Canadese stoottroepen en vertelt dat hij Nederlander is. Ze zorgen voor nieuwe kleren voor hem, die ze in beslag nemen bij een rijke Nazi-boer. Zelf plunderen ze de sieradenkast. Ze maken het vliegveld kapot. Hij blijft nog enige tijd bij de boer en breekt bij een val zijn pols. Dan vertrekt hij op de fiets richting Nederland. Er liggen nog overal mijnen en de wegen worden gebruikt door de geallieerde troepen. De meeste plaatsen waar hij langs komt zijn zwaar beschadigd door het oorlogsgeweld. Hij rijdt mee met een konvooi. In de buurt van Bocholt zijn zweefvliegtuigen geland. Via Xanten en Venlo komt hij in Eindhoven, waar alle fabriekshallen van Philips zijn leeggeroofd. Hier wordt hij ontvangen, ontluisd, en worden zijn gegevens genoteerd. Hij logeert tijdelijk in Nijmegen, rijdt met een voedseltransport mee naar Apeldoorn en in april 1945 komt hij thuis bij zijn ouders in Wezep.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media