Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Slomp, F.

Openbaarheid: Volledig openbaar
beheersgeschiedenis/overbrenging naar het NIOD

Het archief is in januari 2017 overgedragen aan het NIOD door de zoon van F. Slomp.

Het archief van ds. F. Slomp is allerminst systematisch aangelegd. Het bestond allereerst uit archivalia, die dr. J. Slomp uit de nalatenschap van zijn vader verwierf. Dit valt duidelijk in twee delen uiteen. Het eerste deel heeft betrekking op zijn ambt als predikant met daarnaast de gebruikelijke stukken over zijn persoonlijk leven. Het feit dat er zoveel stukken uit de ambtsperiode te Hoorn bewaard zijn gebleven, is te danken aan de goede zorg van mej. A. Admiraal (1905-1996), die als evangelisatiemedewerkster ook Slomps secretariaat verzorgde. Een deel ervan is zelfs van haar persoonlijk afkomstig

Zij was tevens lid van het bestuur van de Bond van Meisjesvereenigingen op Gereform. Grondslag in Nederland. Vandaar dat een aantal preken van Slomp op de achterzijde van briefpapier van deze bond zijn geschreven.

. Hierdoor zitten er ook stukken in het archief, die tijdens zijn afwezigheid in Nederlands-Indië zijn gevormd, maar waarvan hij feitelijk niet de archiefvormer is. In de voorkomende gevallen is dit in een nota bene specifiek aangegeven

Zie inv.nrs. 51, 52.

. Na het overlijden van ds. Slomp in 1978 droeg zij dit materiaal over aan zijn zoon, waardoor het bewaard bleef.

Slomp zelf wilde niet dat zijn preken bewaard zouden worden. Een geschreven preek was voor hem namelijk maar de helft van het werk

Ann de Vries-Slomp en Jan Slomp, 'Kinderherinneringen aan ds. F. Slomp. Frits de Zwerver in Heemse 1930-1946', in: Rondom den Herdenbergh 1940-1945, z.p. [Hardenberg] z.j.[1995], 74-88; 74.

. Op advies van zijn leermeester prof.dr. H. Bouman leerde hij deze vervolgens uit zijn hoofd, maar had hij ook de mogelijkheid om er vanaf te wijken. Desondanks heeft zijn zoon er gelukkig toch een aantal bewaard. Deze willekeurige keuze maakt het echter niet mogelijk om het werk van Slomp systematisch te analyseren. Wel bestaat hierdoor nog de grondtekst van één van de twee preken, waarmee hij tijdens de oorlog het land afreisde om op te roepen tot medewerking aan de LO-LKP. Dit is de preek over Sifra en Pua, de twee 'ongehoorzame' vroedvrouwen in Egypte (Exodus 1:15-22), waarmee hij opriep tot sabotage, zij het dat deze toen nog minder revolutionair was

In het manuscript van 9 november 1941 was de toon nog gematigder. Zie inv.nr. 223.

.

Toch zijn het vooral de stukken, die betrekking hebben op Slomps rol in het verzet en de activiteiten, die dit na de bevrijding voor hem meebrachten, die dit archief een meerwaarde geven. Dit verklaart ook waarom het aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam werd geschonken. Als zodanig is het te beschouwen als een aanvulling op de daar berustende Collectie van de Stichting Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) en Landelijke Knokploegen (LKP), 1945-1950 (nummer toegang 251 a).

Het eigenlijke archief is tijdens het leven van Slomp en na diens overlijden door zijn zoon aangevuld met een betrekkelijk groot aantal krantenartikelen. Daarmee ontstond een interessante rubriek Documentatie.

Over het archief: Dominee Frits "de Zwerver" Slomp was één van de oprichters van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers.
periode van ontstaan

Het archief is gevormd in de periode [1910] 1918-1978 [2011].

Levensloop Frits Slomp als predikant

Fredrik (later Frits genoemd) Slomp werd op 5 maart 1898 in het Drentse Ruinerwold geboren als zoon van de landbouwer Jan Slomp en Grietje Zantinge. Zijn familie woonde daar al enkele eeuwen. Hij was vernoemd naar zijn grootvader Frerik Slomp. Deze was door zijn huwelijk met Grietje Kwant op 1 oktober 1864 dooplid geworden van de Christelijk Gereformeerde Kerk

Drents Archief, Burgerlijke stand Ruinerwold (toegangnr. 0166.024), inv.nr. 1864 (huwelijksakte nr. 13).

. Vanaf deze tijd was dit geslacht gereformeerd.

Volgens R.W. Roukema van de Stichting Herinnering LO/LKP was Fredrik ‘geen gemakkelijk jongetje’ in de klas van zijn vader, zoon van hoofdonderwijzer J.A. Roukema

Ad Mulder, 'De honderdste geboortedag van Frits de Zwerver', in: NFR/RVV Kontakt, 26 jrg. no 4 (juni/juli 1998), 4-5; 5. Zie ook: C. Hilbrink, 'In het belang van het Nederlandse volk …' Over de medewerking van de ambtelijke wereld aan de Duitse bezettingspolitiek 1940-1945, ’s-Gravenhage 1995, 38.

. In navolging van zijn vader wilde hij evenals zijn beide broers boer worden. Maar in 1914 besloot Slomp alsnog theologie te gaan studeren. Als voorbereiding daarop bezocht hij eerst het Gereformeerd Gymnasium en studeerde hij, na een onderbreking van de militaire dienst, van 1921 tot 1926 aan de Theologische School te Kampen. Een maand na zijn afstuderen trouwde hij op 26 oktober 1926 met Tjaltje ten Kate, de oudste dochter van het plaatselijke hoofd van een School met den Bijbel Wietze ten Kate, die hij in zijn eerste kosthuis aan de Vloeddijk 23 had leren kennen

De familie Ten Kate woonde toen Frits in Kampen aankwam aan de Bovennieuwstraat 66. Zie Jan Slomp, Geheime ontmoetingen in Kampen; kinderen verhalen van de oorlog. Kampen 1940-1945, verzameld door Daan van Driel en Jaap van Gelderen, Kampen 1990, 113-115. Zie ook: Bert Jan Hartman, 'Van boerenzoon tot verzetspredikant. De jeugdjaren van Fredrik Slomp', in: Transparant Uitgave van van de Vereniging voor Christen-Historici, 27 jrg. nr. 2 (mei 2016), 18-21.

.

Huwelijksfoto van Frits Slomp en Tjaltje ten Kate op 26 oktober 1926.

Nieuwlande De oorspronkelijke bevolking van Slomps eerste gemeente Nieuwlande bestond uit arbeiders en pachtboeren. Deze was overwegend lid van de Nederlands Hervormd Kerk. Met de komst van de Groninger boeren naar Drenthe nam het percentage gereformeerden daar toe. Hierdoor kon er in 1913 een Gereformeerde Kerk worden geïnstitueerd. Het jaar daarop werd er een kerkgebouw gesticht. Het duurde vervolgens tot 6 februari 1927 dat Slomp als eerste predikant aan deze gemeente werd verbonden. Dat zelfde jaar legde hij de eerste steen voor de bouw van de pastorie. Nauwelijks drie jaar later nam hij op 12 januari 1930 afscheid omdat hij een beroep naar Heemse in Ambt-Hardenberg

In 1941 fuseerden de gemeenten Ambt-Hardenberg en Stad-Hardenberg tot de gemeente Hardenberg

in Overijssel had aangenomen

G.C. Hovingh, Johannes Post. Exponent van het verzet. Een biografie, Kampen 1995, 52, 49.

. De in deze tijd gelegde contacten met gemeenteleden, onder wie de later zo bekende verzetsman Johannes Post, zouden hem tijdens de Tweede Wereldoorlog goed van pas komen. Er werden daar toen talloze onderduikers ondergebracht. Omdat hiervan procentueel een groot aantal Joods was, ontvingen de inwoners van Nieuwlande op 11 april 1985 collectief als enige plaats in Nederland de hoge joodse onderscheiding Yad Vashem

Hovingh, a.w., 105. Inv.nr. 205.

.

Heemse Doordat Heemse in de grensstreek lag werkt deze kerk nauw samen met de Altreformierte Kirche. Deze had sinds 1923 een organisatorische band met de Gereformeerde Kerken in Nederland

H.W. Lenderink, 'De Gereformeerde Kerken van Bentheim en Oostfriesland', in: D.Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergeten. De bijdrage van de Gereformeerde Kerken, van haar voorgangers en leden, in het verzet tegen het nationaal-socialisme en de Duitse tyrannie, Kampen 1949, 426-439. Ger van Roon, Protestants Nederland en Duitsland, 1933-1941, Kampen 19902 (1e dr. 1973), 193-199.

. Veel van Slomps gemeenteleden hadden dan ook familie in de Duitse grensplaatsen. Zodoende kerkten er geregeld mensen uit Wilsum bij hem, die hem over de politieke ontwikkelingen in hun land op de hoogte hielden. Omgekeerd ging hij regelmatig voor in Nordhorn en Emlichheim en sprak hij herhaaldelijk op vergaderingen. Toen dit na 1937 niet meer mocht sprak hij eens illegaal voor ongeveer 1000 mensen in het bos van Uelsen. Op zulke bijeenkomsten waarschuwde hij tegen de anti-christelijke levens- en wereldbeschouwing van het nationaal-socialisme.

Frits Slomp als dominee te Heemse.

Door het houden van dergelijke `hagepreken’ was Slomp voor de oorlog al bekend bij de Duitse instanties

Interview met Slomp van 10 mei 1946 en "Levensloop en werk van Slomp", in: Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), Collectie van de Stichting Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) en Landelijke Knokploegen (LKP), 1945-1950 (toegang 251a), BG-1. Zie voor de hagepreek: interview van Ger van Roon met Slomp van 30 september 1972 (privé-collectie Van Roon). Ook door Van Roon vermeld in het interview: 'Lutherlied kan weer helder klinken. Het onderzoek van professor Ger van Roon naar het Duitse verzet en protestants Nederland', in: Marie van Beijnum, Bart Jan Spruyt, De oorlog achter de oorlog. Christenen onder Hitler in Duitsland en Nederland, Kampen 1995, 133-151; 147.

. Omdat hij na de bezetting hier mee doorging en openlijk tot verzet opriep, ontsnapte hij op 13 juli 1942 ternauwernood aan een arrestatie. Hierna dook hij onder in Ruurlosebroek in de Achterhoek. Door de Vrijmaking die zich in 1944 voltrok zou Slomp na de bevrijding deze gemeente ten slotte nog maar enkele maanden dienen.

Hoorn Slomp sloeg de hoogoplopende kerkrechtelijke en dogmatische geschillen gade die de Gereformeerde Kerken in Nederland in bezettingstijd verdeelden en uiteindelijk op 11 augustus 1944 leidden tot de Vrijmaking onder leiding van zijn vriend prof. dr. K. Schilder. Hij wist niet te voorkomen dat het grootste deel van zijn gemeente in Heemse zich in december 1945 hierbij aansloot. Hoewel hij met Schilders standpunt sympathiseerde, wilde hij niet worden gedwongen in dit conflict partij te kiezen. Daarom had hij al in oktober een beroep aangenomen als evangelisatiepredikant bij de Gereformeerde kerk in Hoorn. Als zodanig deed hij op 10 februari 1946 zijn intrede. Bij zijn werk werd hij vanaf 1947 bijgestaan door de evangelistes Sanny (J) van Harten en Ali Admiraal. Hij schreef wekelijks in de Vrije Hoornsche Courant

Zie inv.nr. 107.

en hield openluchtdiensten en straatpredikaties. Slomp pleitte voor een grootscheepse bestrijding van - wat hij noemde - het 'moderne heidendom', waaraan het volk in bezettingstijd was blootgesteld. Hoewel West-Friesland zijn eigenlijke arbeidsterrein was, behoorde feitelijk het hele gebied boven het IJ hiertoe, een streek waar de mensen zijns inziens door de langdurige onchristelijke prediking en het communisme moeilijk bereikbaar waren voor het evangelie

J.P.H. van der Knaap, De banken zijn hard. Honderd jaar "op G.G." in Hoorn, Hoorn 1983, 126-131. Zie voor persoonlijke herinneringen van de oud-catechisant Tjitte de Vries: Het Vrije Volk, 24 maart 1990 (inv.nr. 211). Interview met Slomp in: Nieuwe Haagsche Courant, 7 februari 1952. Zie voor meer informatie over de Hoornse periode ook het lemma van Frans Kwaad over Slomp in het Hoorns Biografisch Woordenboek.

.

Veldprediker in Nederlands-Indië Na de oorlog namen veel van de voormalige verzetsstrijders dienst bij het Vrijwilligers Bataljon 2-10-RI, dat werd ingezet in Nederlands-Indië. Omdat Slomp vond dat zijn aanwezigheid daar gewenst was, vertrok hij op 17 januari 1948, als één van de oudste veldpredikers, naar 'zijn jongens'

Inv.nr. 76. Dit artikel werd met een korte toelichting herdrukt in: Historisch Tijdschrift Gereformeerde Kerken in Nederland, nr. 14 (mei 2008), 17-19.

. Veel van hun brieven, hadden hem namelijk duidelijk gemaakt hoe groot hun geestelijke nood was. Verder deed hij dit om de plaats in te nemen van de tijdens de eerste politionele actie gesneuvelde veldprediker J. Kuipers. Zelf maakte Slomp later dat jaar de tweede politionele actie mee. Opvallend was dat het kerkbezoek toen met wel 50% toenam

Nieuwe Haagsche Courant, 7 februari 1952.

. Overigens viel hem kort na aankomst al op dat de troepen werden gedemoraliseerd. Het dreigende gevaar van het communisme in Indië en het gevoel dat hun optreden van weinig belang was, leidde tot geestelijk en moreel verval

'Een nationale taak', in: De Zwerver, 4e jrg. nr. 20 (21 mei 1948).

. Toen hij dit aan zijn superieur, generaal-majoor W.J.K. Baay, territoriaal commandant van Oost-Java, commandant van de A-divisie, rapporteerde, kwam hij hierdoor met hem in conflict. Doordat hij zijn zorgen hierover ook in De Zwerver uitte, werden er zelfs Kamervragen over gesteld. Volgens zijn collega, oud-aalmoezenier C.J. van der Linden, kwam dit resolute gedrag overigens wel voort uit 'een bewogenheid en zorg om het welzijn van zijn jongens'.

Toen de jeep waarin Slomp zat begin februari 1949 na een bezoek aan de kampementen in Paré op een landmijn reed, liep Slomp een lichte hersenschudding en een blijvende ernstige oorbeschadiging (dubbele oorperforatie) op

De Zwerver, 5e jrg. nrs. 13-15 (1, 8 en 18 april 1949).

. Als gevolg daarvan was hij de rest van zijn diensttijd tot 1 april 1950 ziekenhuispredikant in het Marinehospitaal te Soerabaja. Er zijn verschillende lezingen over dit ongeluk. Volgens één daarvan is er toen een Nederlandse soldaat gesneuveld en hebben zijn medesoldaten tijdens het overbrengen van Slomp en zijn gewonde chauffeur naar het ziekenhuis in Soerabaja uit woede in het wilde weg geschoten op alles wat zij zagen bewegen

Mail van Jan Slomp aan George Harinck d.d. 21 juni 2016.

.

Dominee Slomp (staande op een verhoging) in Nederlands-Indië. De foto dateert van 6 januari 1949, een maand voordat zijn jeep op een landmijn reed.

Een door zijn zoon Jan gearrangeerd gesprek met de Indonesische prins Raden Mas Pakun, die aan de Vrije Universiteit te Amsterdam studeerde en als majoor aan de vrijheidsstrijd had deelgenomen, deed Slomp, die aanvankelijk geen kwaad zag in de politionele acties, al begin jaren vijftig van mening veranderen over de Nederlandse koloniale politiek.

Hervatting werk in Hoorn Na zijn terugkeer in Hoorn werd Slomps werk mettertijd steeds moeilijker. Door zijn evangelisatiewerk had hij onder meer contacten met gezinnen uit de lagere klasse. Toen deze niet welkom bleken in de reguliere kerkdiensten van de Gereformeerde Kerk, belegde hij bijeenkomsten in het plaatselijke wijkgebouw 'Rehoboth'. Doordat de kerkenraad zijn verzoeken om daar wekelijks kerkdiensten te houden en hem wat de bevoegdheden betrof gelijk te stellen aan de wijkpredikant bij herhaling afwees, dreigde er een kerkscheuring te ontstaan. Om verdere escalatie te voorkomen besloot Slomp uiteindelijk in 1962 met vervroegd emeritaat te gaan

Van der Knaap, a.w., 129-131, 134-139. Zie hiervoor ook inv.nrs. 64-68, 70 en 71.

. In deze roerige tijd vierde hij op 6 februari 1952 ook zijn 25-jarig ambtsjubileum. Een feest, dat zijn vrienden uit het verzet groots met hem kwamen meevieren

Inv.nrs. 18 en 91.

. Tijdens de receptie werd onverwacht zelfs een overval op een distributiekantoor ‘nagespeeld’.

Emeritaat Omdat het werk hem lief was, verbond hij zich in 1962 aan de kerk van het Zuid-Friese Wolvega voor evangelisatiearbeid in het socialistische Noordwolde. Tijdens zijn tweede emeritaat, ging hij in 1966 vanwege de bosrijke omgeving in Vaassen bij Apeldoorn wonen. Hoewel al in 1972 kanker bij hem was geconstateerd, preekte hij tot een half jaar voor zijn dood op 13 december 1978

Inv.nrs. 8-10.

nog bijna wekelijks

Inv.nr. 89.

.

Frits Slomp als verzetsman

Tijdens zijn onderduiktijd in Ruurlosebroek leerde Slomp in Winterswijk mevrouw Th. Kuipers-Rietberg, hoofdbestuurslid van de Bond van Gereformeerde Vrouwenverenigingen, kennen. Deze wist hem ondanks zijn aanvankelijke bedenkingen dankzij haar overredingskracht ertoe te brengen actief in het verzet te worden. Vanaf november 1942 reisde hij het gehele land af om plaatselijke commissies voor hulp aan onderduikers op te richten. Hij deed dit door onder de schuilnamen van ds. Planken of ouderling Van Zanten uit Dordrecht geregeld onaangekondigd spreekbeurten te vervullen. Vanwege zijn schuilnaam was al gauw sprake van de 'Organisatie Frits'. Dientengevolge had de SD-er Van der Hoop zelfs speciaal opdracht om hem op te sporen

Nieuwe Haagsche Courant, 7 februari 1952.

. Als voorzitter van de LO reisde hij naar Amsterdam om daar met Joden te spreken over onderduiken. Helaas lukte het hem vanwege de houding van de Joodse Raad niet om hen te overtuigen.

Familieportret van Frits en Tjaltje Slomp met hun kinderen Jan en Janke. Achterop staat geschreven "zomer 1943 Zaandam bij Fam. Kraaij".

Op 19 oktober 1943 kwam er vanwege de arrestatie van negentien vooraanstaande LO-ers in het gereformeerde wijkgebouw ‘Rehoboth’ te Hoorn een einde aan Slomps leidende rol binnen de LO. Zeer tegen zijn zin werd hij om veiligheidsredenen gedwongen zich als leider terug te trekken. Vanaf die tijd ging hij als meubelhandelaar Roelofsen uit Oosterbeek door het leven

Het Grote Gebod I, 52-55. Hof, Vastberaden in verzet, 166-168. Slomp was zelf omstreeks 13 oktober 1943 in Enkhuizen. Zie: Gjalt Zondergeld, Geen duimbreed?! De Vrije Universiteit tijdens de Duitse bezetting, Zoetermeer 2003, 209.

. Uit een inleiding op een proces van na die tijd, blijkt dat de Duitsers inmiddels goed van de ontstaansgeschiedenis en de organisatiestructuur van de L.O. op de hoogte waren en dat zij wisten, dat Slomp, de predikant van de Gereformeerde Kerk in Hardenberg, daarvan de oprichter was

E.P. Weber, Gedenkboek van het "Oranje Hotel". Onze gevallen verzetshelden. Celmuren spreken. Gevangenen getuigen, Amsterdam 1947, 36.

. Hiervan bleek overigens niets toen twee marechaussees hem min of meer toevallig om een heel andere reden op 1 mei 1944 in Ruurlo arresteerden. Ze zochten iemand die er als een predikant uitzag, aldus een mededeling bij zijn arrestatie op 1 mei 1944. Dezelfde avond nog werd hij overgebracht naar de Koepelgevangenis te Arnhem en overgeleverd aan de SD. Juist toen deze begon door te krijgen wie Slomp werkelijk was en men hem de volgende dag naar Scheveningen wilde overbrengen, bevrijdde de KP hem op 11 mei uit de gevangenis.

Daarna bleef hij tot eind augustus ondergedoken bij de familie J. Zomer in Wageningen. Ook daar bleef hij de raadsman van de toenmalige leiding van de LO, die hem geregeld om advies kwam vragen. Verder ontmoette hij er enkele keren 'tante Riek', die op 24 mei na een waarschuwing met haar man Winterwijk had moeten verlaten en die bij de sigarenfabrikant G. van Schuppen in het naburige Bennekom ondergedoken zaten. Op dat adres werden ze op 19 augustus gearresteerd. Inmiddels moest Slomp ook steeds meer op zijn hoede zijn. De NSB-burgemeester van Wageningen, H.W. van den Brink, had namelijk verteld opdracht te hebben om naar 'Frits de Zwerver' uit te kijken. Toen deze zich desondanks roekeloos bleef gedragen werd hij op 27 augustus bij Opheusden met de pont overgezet en ging hij naar een adres in Tiel

Nationaal Archief (NA), Archieven van het Directoraat-Generaal Bijzondere Rechtspleging met taakvoorgangers en uitvoerende instanties, 1945-1952 (1983) van het Ministerie van Justitie (CABR) (2.09.09), inv.nr. 677. Uitgebreid over de gebeurtenissen in 1944: Dick Kaajan, 'Nieuw licht op de arrestatie en bevrijding van Frits de Zwerver in mei 1944', in: Perry Pierik en Bert van Nieuwenhuizen, Elfde bulletin van de Tweede Wereldoorlog, Soesterberg 2010, 251-324 met correcties op bestaande literatuur.

. De laatste tijd van de oorlog zat hij ondergedoken in Overijssel, waar hij ook de bevrijding meemaakte. Voordat het zover was had hij op zijn onderduikadres voor zichzelf de balans van de oorlog opgemaakt, die bepaald niet altijd positief uitviel

Inv.nr. 119. Dit manuscript werd met een toelichting gepubliceerd in: Documentatieblad voor de Nederlandse Kerkgeschiedenis na 1800, nr. 62 (juni 2005), 36-49.

.

Twee rechtszaken rond Slomp voor Bijzondere Rechtspleging Tijdens Slomps afwezigheid in Nederland, dienden twee zaken voor de Bijzondere Rechtspleging. Allereerst het proces op 24 september 1948 tegen de onderluitenant van de marechaussee G.F. Stap, die Slomp op 1 mei 1944 nabij Ruurlo had gearresteerd en had overgedragen aan de SD te Arnhem, waardoor hij in de Koepelgevangenis te Arnhem werd ingesloten. Dit was overigens één van de vele zaken, waarvoor hij werd veroordeeld. Hoewel Slomp vanwege zijn afwezigheid in Nederlands-Indië niet kon worden gehoord, werd Stap mede op grond van een eerder op 25 juni 1947 aan Slomp afgenomen proces-verbaal aanvankelijk tot levenslang veroordeeld. Dit werd uiteindelijk omgezet in twintig jaar, waarvan hij er twaalf daadwerkelijk moest uitzitten

Zie noot 22.

.

Enkele maanden later moest de directeur van het Centrale Distributiekantoor S. de Hoo zich voor hetzelfde rechtscollege onder meer verantwoorden vanwege een mislukte poging om Slomp op 21 april 1944 te arresteren. Uiteindelijk werd hij alleen voor deze zaak tot een half jaar gevangenisstraf veroordeeld. Voor die zaak werd onder meer gebruik gemaakt van een brief, die Slomp zelf hierover had geschreven

Dick Kaajan, 'Mislukte poging om Frits de Zwerver te arresteren', in: Robin te Slaa e.a. (red.), Zesde bulletin van de Tweede Wereldoorlog, Soesterberg 2004, 33-63. Wel schreef Slomp voor dit proces een brief, waarvan een afschrift is te vinden in inv.nr. 123.

.

Slomp als oud-verzetsman Voor de bevrijding van 5 mei 1945 verscheen het blad Mededelingen van C.B.-L.O. en Afwikkelingsbureau L.K.P. Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers als periodiek van de LO-LKP. Aan het begin van de 2e jaargang werd de naam hiervan gewijzigd in De Zwerver. Weekblad der GOIWN en LO-LKP-Stichting: een duidelijke verwijzing naar Slomps schuilnaam Frits de Zwerver. Het was een contactorgaan voor de verzetsmensen in de periode, dat er werd gewerkt aan een gedenkboek. Dit moest de bevolking ervan doordringen dat een dergelijke oorlog nooit meer mocht uitbreken en dat de gebrachte offers niet voor niets waren geweest. In dit blad, dat ook onder de repatriërende militairen werd verspreid, zijn de nodige artikelen van Slomp te over zijn ervaringen als veldprediker te vinden

Het Grote Gebod, dl. II, 595.

Voor de publicatie van het gedenkboek in 1951 legde de LO-LKP in 1947 verantwoording af in Den vijand wederstaan, een boek met verzetsverhalen

K. Norel, Anne de Vries, Frits de Zwerver e.a., Den vijand wederstaan. Historische schetsen van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, Landelijke Knokploegen en Centrale Inlichtingendienst, Wageningen 1947.

. Verder ging op 25 november 1949 tijdens het Holland Festival al de verzetsfilm LO-LKP in roulatie, die ook de verzetsmotieven van de LO-LKP behandelde. Daarin speelde ds. D. Ringnalda, die zelf ook verzetsman was geweest, de rol van Frits de Zwerver, die toen als veldprediker in Nederlands-Indië verbleef. Bijzonder bij deze film was dat hierin in tegenstelling tot de later zo bekend geworden film 'De Overval' een aantal verzetsmensen zelf meespeelde

Het Grote Gebod, dl. II, 596-597. Zie voor het keuringsrapport van de film: Nationaal Archief, Archief van de Centrale Commissie voor de Filmkeuring, 1928-1977, inv.nr. 883 (filmnr. R 1151), waarbij ook veel recensies zijn opgeborgen. In België verscheen de film onder de titel "Losgeld der Vrijheid".

.

Als medeoprichter van de LO en als een van de weinigen van haar leiders, die de Duitse bezetting hadden overleefd, werd Slomp na de bevrijding en van degenen, die het verzet personifieerden. Toen koningin Wilhelmina hem en de Top van de illegaliteit voor zijn verdiensten een hoge onderscheiding wilde geven, weigerde hij deze om principiële redenen. Enerzijds omdat hij meende dat ze alleen maar hun plicht hadden gedaan. Anderzijds omdat hij zei: 'Ik kan de weduwen van de gevallen vrienden niet onder ogen komen met een hoge onderscheiding in mijn knoopsgat'

In 1967 zou hij ter gelegenheid van zijn 40-jarig ambtsjubileum alsnog Officier in de Orde van Oranje-Nassau worden, mede om andere verdiensten. Uit de motivatie bleek dat hier op zijn verzetswerk werd gedoeld. Zie: H.J.Ph.G. Kaajan, "Oorlog bleef leven van 'Frits de Zwerver' beheersen", in: Nederlandse Historiën. Tijdschrift voor vaderlandse (streek)geschiedenis, 36e jrg. no. 4 (mei 2003), 16-25; 18 en noot 22.

. Vanwege de toen gebrachte offers zag hij het als zijn taak om met name de jongeren te blijven waarschuwen voor de gevaren, die dictatoriale stelsels als het communisme en de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika even als destijds het nationaalsocialisme de vrijheid bleven bedreigen. Tot het laatst van zijn leven hield hij daarom spreekbeurten en preken over dit onderwerp, onder meer bij de jaarlijkse herdenkingen in mei

Zie inv.nrs. 117, 128, 132, 138, 139, 144, 145, 147. Zie verder: Kaajan, Nederlandse Historiën, 16-25.

.

Zijn betrokkenheid met de het joodse volk bleek ook na de oorlog bij het uitbreken van de Zesdaagse Oorlog toen de nog jonge staat Israël in zijn bestaan werd bedreigd. Op 7 juni 1976 was Slomp één van de acht sprekers tijdens een bijeenkomst van het comité Vrede voor Israël in de Grote Kerk in ’s-Gravenhage. Dit comité was de week daarvoor door enkele oud-verzetsmannen uit solidariteit met Israël opgericht. Hij hield toen een zeer emotioneel betoog. Daarin riep hij met overslaande stem uit, dat wij het Joodse volk lief hadden als onze eigen familie en dat de jonge staat in de wereld nog een belangrijke rol had te vervullen

De bijeenkomst werd aangekondigd in: Het Vrije Volk, 5 juni 1976; Limburgsch Dagblad, 6 juni 1976; Nieuwe Haagsche Courant, 7 juni 1976. Zie voor een verslag van de bijeenkomst: Nieuwe Haagsche Courant, 8 juni 1976. /VNOOT>

Terwijl Slomp binnen zijn eigen kerkverband niet echt de waardering kreeg waar hij recht op had, ontving hij die wel in Maarssenbroek. Daar opende hij samen met burgemeester Q. Waverijn op 17 januari 1975 de "Frits de Zwerverschool" voor basis-kleuteronderwijs

De heer J.C. van der Wal, voorzitter van de Vereniging voor Christelijk Nationaal Onderwijs, had op 8 juni 1974 voorgesteld de school naar een christelijke verzetsman te vernoemen. Zie verder inv.nr. 148.

. In 1994 fuseerde deze met de "Jan Hangelbroekschool" (ook een verzetsman). Hoewel beide afdelingen hun oude naam behielden, werd de koepelorganisatie vernoemd naar de Duitse organisatie van het studentenverzet te München, De Witte Roos. Het was een reden voor de Duitse ambassadeur, dr. W. Haas, om zelf de openingshandeling te komen verrichten

Vriendelijke mededelingen van het voormalige schoolhoofd, de heer R. Overbeek.

.

Een jaar later verscheen er een levensroman van de (sport)journalist van de NOS, Jan Hof, over Frits de Zwerver. Slomp had hem toestemming gegeven om "een testament voor de jeugd" te schrijven, opdat ze hieruit het ontstaan van de oorlog kon verklaren. De joodse Rachel de Leeuw, die als onderduikster in het boek voorkomt, bood dit haar pleegvader Slomp op 15 april 1976 aan tijdens de presentatie in het perscentrum "Nieuwspoort" te 's-Gravenhage. Oorspronkelijk was het de bedoeling geweest dat Anne de Vries, de biograaf van de verzetsman Johannes Post (1906-1944), al eerder een dergelijke roman over Slomps activiteiten uit het verzet had gepubliceerd. Dit was niet doorgegaan door diens overlijden in 1964

Jan Hof, Frits de Zwerver. Twaalf jaar strijd tegen de Nazi-terreur, Den Haag 1976. Bij de 7e druk, Kampen 1995, werd de titel uitgebreid met Vastberaden in verzet. Zie voor de ontstaansgeschiedenis van het boek: Nieuwsblad van het Noorden 5 januari 1976. Slomp gaf het boek als opdracht mee: "Dit is een boek voor de jeugd om eruit te leren dat er nog iets anders bestaat dan het materiële". Verslag van de aanbieding in: Het Vrije Volk 1 mei 1976. Zie voor recensies o.a.: NIOD, KB I-6333 en inv.nr. 149. In 2013 verscheen onder de oorspronkelijke titel een achtste, herziene druk met achterin een bibliografie (over hetzelfde onderwerp) en een verklarende woordenlijst en in 2015 een negende druk.

. In 1997 verscheen er buiten medeweten van Hof een bewerking van M. Kanis van dat boek als jeugdroman onder de titel Opsporing verzocht. Frits de Zwerver

M. Kanis, Opsporing verzocht. Frits de Zwerver, Utrecht 1997. Bij het verlaten van de school krijgen de leerlingen van de (voormalige) Frits de Zwerverschool dit boek als herinnering aan hun schooltijd nog steeds uit handen van Jan Slomp aangeboden. Voordat het uitverkocht was ontvingen ze het boek van Jan Hof

.

-

Na zijn overlijden werd Slomp in Bunschoten-Spakenburg, Leidschendam, Hardenberg en Zoetermeer bij straatnaamgeving vernoemd

W.A. Burg, Hun naam leeft voort …! Oorlogsslachtoffers verleenden hun naam aan straten en gebouwen, Alphen aan den Rijn 1989, p. 90 noemt alleen Leidschendam. Zie ook inv.nr. 207.

. Bij de 50-jarige herdenking van de bevrijding in 1995 werd op initiatief van de plaatselijke afdeling van de Rotary te Hardenberg een borstbeeld voor hem opgericht, dat zijn kinderen Janke en Jan op 4 mei onthulden. Dit draagt als inscriptie 'Voor allen die ons een toekomst gaven'. Inmiddels is dit door twee plaatselijke scholen geadopteerd. Het is een schepping van de van oorsprong Ierse kunstenaar Norman H. Burkett (geb. 1942)

Zie voor afbeeldingen van het standbeeld de website Traces of War. Jan Bouwhuis, Van Achterberg tot Frits de Zwerver (serie Kom op verhaal in Overijssel, dl. 2: Vechtstreek), Deventer 1995, 103, en inv.nr. 220.

.

Zes jaar later nam burgemeester H. Smit het initiatief tot het oprichten van het Frits de Zwerver Fonds. Dit schrijft jaarlijks samen met de Stichting IJsselacademie te Kampen een opstel/essaywedstrijd uit onder scholieren in de leeftijdscategorie van 14 tot en met 18 jaar over een thema rond de oorlog. De bedoeling hiervan is geheel in de lijn van Slomp om bij de jeugd de belangstelling voor de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog te stimuleren en levend te houden.

Op 28 april 2014 ontving dr. Jan Slomp uit handen van de Israëlische ambassadeur Z.E. Haim Divon postuum de onderscheiding Yad Vashem (Rechtvaardigen onder de Volkeren) voor de hulp, die zijn ouders in 1943 aan het joodse meisje Racheliene de Leeuw hadden verleend door haar in de pastorie te Heemse onderdak te geven

Dick Kaajan, 'De onderscheiding Yad Vashem voor echtpaar Slomp-ten Kate', in: Historisch Tijdschrift GKN, nr. 30 (december 2014), blz. 37-47.

.

Het archief bevat persoonlijke documenten van Frits Slomp, waaronder brieven en teksten van toespraken en preken. Voorts bevat het foto's en artikelen over hem.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media