Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Getuigen Verhalen, Kamp Amersfoort, interview met R. van der Torn

De heer R. (Reint) van der Torn wordt in juni 1919 geboren te Groningen. Op 12-jarige leeftijd verhuist hij met het gezin naar Den Haag, waar hij de rest van zijn jeugd doorbrengt. Na een studie accountancy gaat hij aan de slag als assistent-accountant. Deze functie heeft hij tijdens de oorlog ook. In 1943 is hij gehuwd en verhuist hij naar Nijmegen. Vanwege de Arbeitseinsatz moet geïnterviewde steeds onderduiken. In september 1944 gaat hij met een jongere broer op vakantie naar Friesland, maar door de Slag om Arnhem kan hij niet terug naar Nijmegen. Hij vindt tijdelijk onderdak bij zijn ouders in Den Haag, en ook zijn vrouw komt daarheen. De dag na Kerstmis gaan ze met 2 fietsen zonder banden naar Almkerk (Land van Maas en Waal), waar ze op een boerderij willen logeren. Na veel hindernissen komen ze bij de rivier, waar een oude schipper bereid is ze in de mist naar de overkant te brengen. Daarna zijn ze fietsend en lopend gekomen tot Sleeuwijk, waar ze Oudjaar doorbrengen bij politie-agent Vos. Hij is lid van de Ondergrondse. Van daaruit kunnen ze binnen 14 dagen naar de overkant gebracht worden, maar eerst moeten ze de bagage nog ophalen bij agent Vos. Een leerling van geïnterviewde, Wim, is dan ook gearriveerd. Zijn vrouw blijft achter en de twee gaan op pad. Ze weten echter niet dat de sperrtijd is vervroegd naar 6 uur (ipv 7 uur) en worden opgepakt bij Nieuwendijk. De dag ervoor zijn er 3 spionnen uit Den Haag opgepakt, dus ze zijn verdacht en worden direct overgebracht naar de SD in Gorkum. Hier worden ze hardhandig verhoord, en vervolgens overgebracht via Utrecht Maliebaan, hoofdkwartier SD naar de gevangenis van de Wehrmacht op het Wolvenplein. Ze verblijven hier in cel 113. Vandaar worden ze naar Kamp Amersfoort Waterloo vervoerd. In Waterloo staan oude barakken met doorweekt stro. Ze verblijven in barak D met ca. 90 gevangenen. Ze moeten hard werken in de bossen van Den Treek, bomen hakken en tot kleine stoppeltjes maken voor het maken van loopgraven. Twee maal per dag is er een appèl. Voor de kou heeft men een klein kacheltje wat enorm rookt, maar heel lekker ruikt naar dennenappels etc. Nu nog geniet geïnterviewde van rook uit open haard. Met hen meegekomen uit Den Haag is Eddy, een gymleraar. De commandant is een vreselijk mens, ze noemen hem Tom Mix, hij rijdt de hele dag op een paard en met een lasso weet hij dan gevangenen te vangen en te pijnigen. De bewakers zijn Duitsers, aangevuld met landwachters (oude mannen). Met zijn drieën zijn ze gevlucht, ze hebben door de sneeuw geploeterd en zijn weer opgepakt bij Gouda. Ze werden op transport gezet, eerst naar het Veem in Amsterdam, vervolgens per trein naar Duitsland. Alle drie zijn ze bij Soest ontsnapt via het toiletraampje. Via bijna zelfde weg via Soesterberg etc. zijn ze teruggekomen in Den Haag, maar geïnterviewde heeft de anderen nooit meer gezien. Hij is ondergedoken en heeft werk voor de Ondergrondse gedaan, zoals persoonskaarten en bonkaarten maken en laten distribueren door 6 man. Na de oorlog heeft hij zijn eigen organisatie-adviesbureau opgezet.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media