Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Den Haag, monument op het landgoed 'Clingendael'

Het monument op het landgoed 'Clingendael' in Den Haag herinnert aan het verhoor van de verzetsmannen Han Jordaan en Pim Boellaard dat hier buiten op 14 mei 1942 heeft plaatsgevonden. Landgoed 'Clingendael' was tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter in beslag genomen. De advocaat van de Hof van Holland, mr. Vrank Booth, bezat in de 16e eeuw een eenvoudige boerderij op de grens van Den Haag en Wassenaar. In maart 1591 verkocht mr. Booth zijn bezit aan Philips Doubleth, die het terrein heeft omgevormd tot een buitenverblijf. Om het landgoed te vergroten werden aangrenzende gronden aangekocht. De familie Doubleth zou het landgoed 'Clingendael' tot 1727 in haar bezit houden. In 1727 werd de buitenplaats verkocht aan de familie Slicher, maar erfgenamen verkochten het al vlug door. Rond 1790 kwam het domein in het bezit van de familie Van Brienen. Nadat de Tweede Wereldoorlog was uitgebroken, legde rijkscommissaris dr. Arthur Seyss-Inquart in 1940 beslag op het landgoed. Voor hij in de woning trok, liet hij het huis grondig renoveren. De wintertuin aan de rechterzijde van het huis werd verbouwd tot een groot vertrek dat onder meer als eetkamer en concertzaal ging dienen. Het balkon aan de voorzijde, dat over de volle breedte van de gevel liep, werd om veiligheidsredenen gesloopt. Later richtte men een deel van de wijnkelder in als schuilplaats. Toen Seyss-Inquart in juli een kijkje nam op 'Clingendael', was hij niet tevreden met de wijze waarop de veranderingen werden uitgevoerd. Zijn vrouw Trude ging vanaf toen de verbouwingen nauwgezet volgen en stelde tevens de huishoudelijke staf samen. Het buitenverblijf werd bewaakt door leden van de 'Grüne Polizei'. Als er hoge gasten waren, werd de bewaking overgenomen door de SS. Vrijwel alle kopstukken van het Derde Rijk hebben Nederland aangedaan en zijn daarbij op 'Clingendael' ontvangen. Onder hen waren rijksministers Frick, Rust, Rosenberg en Bache, de plaatsvervangend rijksprotector van Bohemen en Moravië, generaal Daluege, diverse 'Gauleiters' en vele anderen. In mei 1942 logeerde Reichsführer SS en hoofd van de Duitse politie Heinrich Himmler op 'Clingendael'. Seyss-Inquart liet Himmler op 14 mei kennismaken met de verzetsmannen Han Jordaan en Pim Boellaard die gevangen zaten in het Scheveningse 'Oranjehotel'. Luitenant Hendrik Johan Jordaan (geb. 9 juli 1918, Haaksbergen) was een Engelandvaarder (een Nederlandse geheim agent) die was opgepakt tijdens het zogeheten 'Englandspiel'; een contraspionagecomplot van de bezetter. Onder de alias Johan Roessingh werd hij op 29 maart 1942 samen met Gosse Ras door de Britse Special Operations Executive (SOE) bij Holten gedropt. Zijn opdracht was om te saboteren. Ras werd op 1 mei gearresteerd, Jordaan op 3 mei. Jordaan kwam op 3 mei 1945 om het leven in het Oostenrijkse concentratiekamp Mauthausen. Willem Anton Hendrik Cornelius Boellaard (geb. 16 augustus 1903, Delft) was een Nederlandse ondernemer, militair, politicus en verzetsman. In 1939 werd hij als reserve-kapitein bij de artillerie gemobiliseerd. Na de Nederlandse capitulatie werd Boellaard gewestelijk commandant van de Ordedienst (OD) in de regio Utrecht. Dit was een verzetsorganisatie van reserveofficieren van het Nederlandse leger. In mei 1942 werd Boellaard door de bezetter gearresteerd. Via het Kamp Amersfoort kwam hij terecht in het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Toen de geallieerden in september 1944 oprukten werd Boellaard overgebracht naar het concentratiekamp Dachau. Pim Boelaard heeft de oorlog overleefd. Begin 1943 werd 'Clingendael' met het oog op een mogelijke geallieerde invasie extra beveiligd door middel van bunkers, tankversperringen en grachten, zodat de 'Vesting Clingendael' ontstond. Het historische landhuis 'Reigersbergen' moest ten behoeve van een ruimer schootsveld op last van de bezetter worden gesloopt. Toen op 'Clingendael' de grond onder zijn voeten te heet werd, verbleef Seyss-Inquart geregeld op kasteel 'Twickel' in het Overijsselse Delden. Op 5 mei 1945 was huize 'Clingendael' 's middags in rook gehuld. De Nederlandse rentmeester had alle nog resterende leden van de Duitse hofhouding bevel gegeven zich terug te trekken in de kamers op de bovenste verdieping. De vertrekken die Seyss-Inquart had bewoond, werden onderzocht en alle papieren en boeken werden naar buiten gesleept en op het grasveld verbrand. Eén uniek document ontsnapte aan de vlammen: het gastenboek van 'Clingedael'. Na de bevrijding kwam het boek in handen van de chef-staf van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten en latere Wassenaarse wethouder, mr. dr. J. Hazenberg. In 1954 werd de gemeente Den Haag eigenaar van landgoed 'Clingendael'. Een tijd lang bleef het huis nog bewoond door de weduwe van de laatste eigenaar, Henriëtte Elisabeth baronesse Michiels van Verduynen-Jochems. Na haar overlijden in 1968, trachtte de gemeente Den Haag een geschikte bewoner voor het Huis 'Clingendael' te vinden. Mede door een grote subsidie van het toenmalige ministerie van C.R.M. kon het gebouw worden gerestaureerd en aangepast aan de nieuwe bewoner. Dit werd het Nederlands Instituut voor Vredesvraagstukken. Onthulling De plaquette is onthuld op 4 mei 1982 door Pim Boellaard.
Type
  • Monument
Plaats
Collectie
  • Oorlogsmonumenten
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media