Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Domburg, 'Monument voor Belgische Commando's'

Het 'Monument voor Belgische Commando's' in Domburg (gemeente Veere) herinnert aan de Belgische deelname aan de bevrijding van Walcheren in november 1944. Om de haven van Antwerpen optimaal te kunnen gebruiken, was een vrije doorvaart van de Westerschelde essentieel voor de geallieerden. Maar Zuid-Beveland en Walcheren waren nog steeds bezet, waardoor de bezetter alle bewegingen op de Westerschelde controleerde. De planningsstaf van het hoofdkwartier van Cresars First Canadian Army (Simons en admiraal Ramsay) beschouwde Walcheren als de grootste hindernis bij het openen van de Schelde. De Zeeuwse kust was een sterk uitgebouwd onderdeel van de Atlantikwall. Deze diende de westkust van het Duitse Rijk te vrijwaren van een geallieerde invasie. Op Walcheren bevonden zich zo'n veertig batterijen artillerie, die meestal in betonnen kazematten werden opgesteld. De batterijen werden door een netwerk van kleine bunkers, loopgraven, mortierposities, mitrailleursnesten en versperringen van prikkeldraad omgeven. Daarnaast waren er langs de hele kust mijnenvelden gelegd en hindernissen opgeworpen. De kracht van deze verdedigingsmuur maakte een aanval vanuit zee bijna onmogelijk. De enige verbinding over het land was de Sloedam, een lange toegangsweg vanaf Zuid-Beveland. Omdat deze dam erg belangrijk was, waren door de bezetter aan beide uiteinden sterke verdedigingen opgeworpen. Het hele gebied rond de Sloedam werd door de bezetter als 'Stützpunkt Scharnhorst' aangeduid, genoemd naar Pruisische militair Gerhard Johann David von Scharnhorst. Het 'Stutzpunkt' werd bevolkt door militairen van de 70ste infanteriedivisie. Om de bezetter tot overgave te dwingen, werd door de geallieerden besloten Walcheren middels luchtaanvallen onder water te zetten, gevolgd door een amfibieaanval. Op 2 oktober 1944 werden de bewoners van Zeeland via de BBC en Radio Oranje gewaarschuwd dat er een zware strijd op komst was op de eilanden 'gelegen in de monding van de rivier de Schelde'. Diezelfde waarschuwing was ook te lezen op de pamfletten, die in grote getale op 2 en 3 oktober boven Zeeland werden afgeworpen. De bewoners werden opgeroepen om onmiddellijk te evacueren: 'gaat weg zonder uitstel' en 'verlaat de eilanden'. In de middag van de derde oktober vond het vernietigende bombardement op Westkapelle plaats. De dijk werd over een lengte van 120 meter totaal weggevaagd. Het oude dorp werd vrijwel geheel verwoest, waarbij zo'n 160 mensen om het leven kwamen. Op 7 oktober volgde de vernieling van de Nolledijk bij Vlissingen, waar een gat van 20 meter ontstond. Ook de zeedijk bij Rammekens werd die dag gebombardeerd, waardoor een gigantische gat in de 400 meter lange dijk was ontstaan. Tenslotte moest de zeewering tussen Vrouwenpolder en Veere er op 11 oktober aan geloven. Door deze enorme gaten stroomde het laaggelegen eiland langzaam vol. Alleen de hooggelegen delen van Walcheren, zoals de duinen en de stads- en dorpscentra bleven droog. De daaropvolgende amfibieaanval verliep via drie lijnen: landing in Vlissingen (vanuit Breskens), landing bij Westkapelle (vanuit Oostende) en een aanval op de Sloedam vanuit Zuid-Beveland. Engelsen en Schotten van de Lowland Division landden in Vlissingen bij de Oranjemolen. Na een hevige strijd was de Duitse opperbevelhebber generaal Reinhardt gedwongen zich op 3 november 1944 over te geven. Ondertussen had ook de landing bij Westkapelle plaatsgevonden. Belgische en Noorse militairen namen als onderdeel van 41 Royal Marine Commando deel aan deze landing op 1 november 1944. De opdracht van de eenheden was het veroveren van de strook van Westkapelle tot aan Breezand. Ze moesten daarbij de kustbatterijen bij Westkapelle, Domburg en Oostkapelle uitschakelen.Op 4 november kwamen de Belgische en Noorse eenheden in Domburg aan. Ze schakelden daar enkele kustbatterijen uit en zuiverden de omgeving van Duitse militairen. Achtereenvolgens werden Westkapelle, Domburg, Grijpskerke en Aagtekerke (op 1 november) en vervolgens Zoutelande, Biggekerke en Meliskerke (op 2 november) bevrijd. Via Ritthem en Souburg (4 november) rukten de bevrijders op naar de geïsoleerde Zeeuwse hoofdstad, die volgepakt zat met vluchtelingen. Middelburg werd op 6 november 1944 bevrijd. De tegenstand die de geallieerden ondervonden op Walcheren, behoorde tot de zwaarste die zij ontmoetten bij landingen op de Europese kust. Onderdelen van de 5de Canadese Infanterie Brigade (de regimenten The Black Watch of Canada, The Calagary Highlanders en het Régiment de Maisonneuve) zetten op 31 oktober 1944 via de Sloedam de aanval in. Zij slaagden er echter niet in een doorbraak via 'the bloody causeway' te forceren. Pas op 2 november lukte het de Schotten van de 52ste infanteriedivisie van de Glasgow Highlanders elders in het Sloegebied de Duitse linies te doorbreken. Op 5 november werden Arnemuiden en Nieuw- en Sint Joosland bevrijd. Sint Laurens en Veere volgden op 7 november. Een dag later werden Serooskerke, Oostkapelle en Vrouwenpolder ook bevrijd. Toen uiteindelijk op 9 november 1944 heel Walcheren was bevrijd, konden de geallieerden de balans opmaken. De verliezen bedroegen 27.633 man (voornamelijk Canadezen en Britten), terwijl er 10.000 krijgsgevangenen werden gemaakt. Na de grote strijd om Walcheren en Zuid-Beveland werd de Nederlandse Prinses Irene Brigade op 14 november 1944 naar Zeeland verplaatst. Toen de brigade op Walcheren aankwam, trof deze een ontredderde bevolking aan. Het eiland stond voor het grootste gedeelte onder water en vele dorpen waren verwoest. Op 13 maart 1945 stak koningin Wilhelmina vanuit België bij het Zeeuws-Vlaamse grensdorp Eede de grens over. Later bezocht de vorstin het ondergelopen Walcheren, waarvan ze zeer onder de indruk bleek. Koningin Wilhelmina schreef er zelf dit over: 'Het was een koude, onvergetelijke tocht. Welk een tragische aanblik bood nu het eens zo schilderachtige Walcheren: één groot watervlak zover men kon kijken, met overal verdronken torens en boerderijen, en bomen die geen jong groen meer zouden geven.' Oprichting Het gedenkteken is door de Belgische Nationale Bond van Oorlogskruisen gefinancierd. Het Domburgse monument is het zesde in een serie monumenten die begin jaren tachtig in Normandië, België en Nederland werden opgericht. Onthulling Het monument is onthuld op 15 mei 1982. Bij de onthulling werden de Belgische en de Nederlandse vlag gehesen door kolonel A.Lepaire en de heer J.P.van Rooij, respectievelijk voorzitter en bestuurslid van de Belgische Nationale Bond van Oorlogskruisen, afdeling Antwerpen.
Blijf tweewekelijks op de hoogte
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media