Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Lohheide, monument voor Margot en Anne Frank op de gedenkplaats Bergen-Belsen

Het monument voor Margot en Anne Frank op de gedenkplaats Bergen-Belsen in Lohheide (deelstaat Nedersaksen) is opgericht ter nagedachtenis aan deze twee joodse zusjes die in maart 1945 (vlak voor de bevrijding) in het Duitse concentratiekamp Bergen-Belsen aan vlektyfus zijn bezweken. Toen in 1942 de eerste joden in Nederland een oproep kregen voor het werkkamp, besloot Otto Frank met zijn gezin onder te duiken in zijn eigen bedrijfsgebouw aan de Prinsengracht 263 in Amsterdam. Dit pand bestond uit een voorhuis en een achterhuis dat deels leegstond. Met hulp van twee medewerkers werd in het achterhuis een onderduikplaats ingericht. Van 6 juli 1942 tot en met 4 augustus 1944 hebben de familie Frank, de familie Van Pels en de tandarts Frits Pfeffer hier ondergedoken gezeten. Een angstige en benauwende tijd, waarin het tienermeisje Anne Frank een dagboek bijhield. Hierin schreef zij niet alleen haar intieme gedachten en overpeinzingen op, maar probeerde zij ook het dagelijkse leven in het achterhuis en het nieuws van buiten te beschrijven. Een uniek document, dat mensen over de hele wereld heeft aangegrepen. Bergen-Belsen was een berucht krijgsgevangen- en concentratiekamp uit de Tweede Wereldoorlog waar ongeveer 70.000 mensen zijn vermoord. Het kamp was het grootste concentratiekamp in Duitsland, gevestigd in de deelstaat Nedersaksen, vijftig kilometer ten noorden van Hannover, en ten zuidwesten van de stad Bergen. Bergen-Belsen was aanvankelijk ingericht als oefenplaats voor Duitse troepen die nodig waren om het Duitse leger op volle oorlogssterkte te krijgen. Vanaf 1936 bevond zich hier een 'lager' (kamp) met ongeveer dertig barakken. In het voorjaar van 1941 begon de Wehrmacht met het inrichten van Stalag XI C (311) (krijgsgevangenenkamp) voor de op handen zijnde aanval op Rusland. In juli 1941 kwamen de eerste transporten uit Rusland in Bergen-Belsen aan. Tot begin november 1941 werden hier circa 20.000 Russische soldaten gemarteld en vermoord. In april 1943 nam de SS het bevel over. Er waren geen gaskamers in Bergen-Belsen, omdat de massamoorden in de meer oostelijk gelegen kampen plaatsvonden. Niettemin zijn er duizenden joden, homoseksuelen, Sinti en Roma gemarteld en verhongerd. Kampleiders waren SS-Hauptsturmführer Adolf Haas (1943-1944) en Josef Kramer (1944-1945). Bergen-Belsen had vijf onafhankelijke deelkampen: In het Häftlingslager (gevangenkamp) werden tot februari 1944 ongeveer 500 joden gevangen gehouden, die het kamp moesten opbouwen. In het Sonderlager waren joden met bijzondere papieren opgesloten. De meesten van hen kwamen uit Zuid-Amerikaanse landen. Van de 2.400 gevangenen uit dit lager werden er 1.050 in Auschwitz vermoord. In het Neutralenlager waren ongeveer 350 joden opgesloten uit neutrale landen. Het Sternenlager (jodensterrenkamp) was het grootste kamp van Bergen-Belsen. Hier bevonden zich in juli 1944 4.100 doorgangsgevangenen. In het Ungarnlager bevonden zich 1.684 joden uit Hongarije. Vanaf maart 1944 werd Bergen-Belsen in een concentratiekamp veranderd. Het werd bevolkt door een groot aantal joden (die niet meer tot werken in staat waren), alsmede dwangarbeiders en later ook geëvacueerde gevangenen uit kampen uit het oosten. Door overbevolking vielen er nog meer doden door ziekten, ondervoeding en uitputting. Alleen al tussen januari en april 1945 stierven er circa 35.000 mensen. Onder hen de 15-jarige Anne Frank. Zij stierf in maart 1945 aan tyfus, kort na het overlijden van haar zus Margot en enige weken voor het einde van de oorlog. Bij de bevrijding van Bergen-Belsen door de Britten op 15 april 1945, troffen zij duizenden onbegraven lichamen aan. Er waren toen ongeveer 60.000 overlevenden, waarvan er nog 13.000 overleden in de dagen en weken daarop. Bij het kamp werden massagraven aangetroffen. Na de bevrijding werd Bergen-Belsen met de grond gelijk gemaakt. Dit vanwege de besmetting met tyfus en luizen. Volgens schattingen werden in totaal circa 120.000 mensen naar Bergen-Belsen gedeporteerd. In totaal overleden tienduizenden joodse en niet-joodse gevangenen en krijgsgevangenen. De schattingen van het aantal omgekomen Nederlanders loopt uiteen van 1300 tot 3500. Slechts enkele restanten en sporen getuigen nog van dit bizarre en afgrijselijke verleden. Tegenwoordig zijn op het terrein van het voormalige concentratiekamp een bezoekerscentrum en een aantal monumenten gevestigd.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media