Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Oranienburg, Nederlandse plaquette op de gedenkplaats Sachsenhausen (1)

De Nederlandse plaquette op de gedenkplaats Sachsenhausen in Oranienburg (deelstaat Brandenburg) is opgericht ter nagedachtenis aan de meer dan 100 Nederlandse verzetsmensen die in het concentratiekamp Sachsenhausen zijn gefusilleerd. Het Duitse concentratiekamp Sachsenhausen werd in de zomer van 1936 door de Schutzstaffel (SS) - een paramilitaire organisatie binnen de Duitse nazi-partij - geopend. De eerste gevangenen waren politieke gevangenen (zoals communisten) en criminelen. Later werden hier ook mensen gevangen gezet die door het naziregime als 'minderwaardig' werden beschouwd, zoals Joden, geestelijk gehandicapten, Roma-zigeuners, homoseksuelen en Jehova's Getuigen. In Sachsenhausen zaten ook krijgsgevangenen, vooral Russen. Vanaf april 1940 beschikte Sachsenhausen over een crematorium. Hiertoe werd besloten nadat een vrachtwagen op weg naar Berlijn bij een ongeluk lijken had verloren. De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid en net als in veel andere concentratiekampen vonden ook in Sachsenhausen medische experimenten plaats. In het kamp werden dagelijks gevangenen doodgeschoten of opgehangen: 33 Polen en 88 Nederlanders in mei 1942, waaronder Johannes Antonius Alphonsus Mekel, Richard Leonard Arnold Schoemaker, Pierre Marie Robert Versteegh en Johan Hendrik Westerveld. In 1942 werd Station Z aangelegd, een installatie voor vernietiging van gevangenen (nekschotmachine). Een jaar later werd Station Z uitgebreid met een gaskamer, die tot het einde van de oorlog dienst zou doen. Het aantal slachtoffers van vergassing is niet bekend, omdat de transporten voor de gaskamer niet werden geadministreerd. Bij later onderzoek werden grote as-akkers ontdekt. Vanaf 1942 kwam er steeds meer vraag naar goedkope arbeidskrachten. Hierdoor nam het aantal gevangenen dat werd ingezet als dwangarbeider toe. Op het hoogtepunt waren er zo'n 100 buitenkampen en buitencommando's. Bedrijven die gebruikmaakten van dwangarbeiders waren onder meer Siemens, Henschel-Werke Berlin, Daimler-Benz, IG Farben en AEG. Wie niet kon werken - bijvoorbeeld door ziekte - tekende daarmee in feite zijn doodvonnis. Want arbeidsongeschiktheid betekende veelal dat men op de trein gezet werd naar een vernietigingskamp. Begin 1945 werd het kamp ontruimd als gevolg van het oprukken van de geallieerden. Veewagons vol gevangenen vertrokken naar vernietigingskampen als Auschwitz en Majdanek. De gevangenen die levend aankwamen, werden hier alsnog om het leven gebracht. Eind april 1945 waren er nog 36.000 gevangenen in Sachsenhausen. Op 20 april 1945 startte wat later bekend is geworden als de Dodenmars. 33.000 Gevangenen vertrokken te voet uit het kamp, verdeeld in groepen van 500, richting het noordwesten. Sachsenhausen werd bevrijd op 22 april 1945 door Russische en Poolse eenheden van het Rode Leger. Er waren 3.000 gevangenen achtergebleven, hoofdzakelijk zieken en verplegers. Onder hen 1.400 vrouwen. Ondanks de medische zorg die de geallieerden hen gaven, kwamen na de bevrijding nog minimaal 300 gevangenen om het leven door ziekte en uitputting. In Sachsenhausen hebben van 1939 tot 1945 ongeveer 200.000 mensen gevangen gezeten. Circa 30.000 tot 50.000 mensen kwamen om het leven door ziekte, uithongering, uitputting, marteling en executie.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media