Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Kamp Erika

Kamp Erika

Kamp Erika te Ommen (Overijssel) werd in juni 1942 in gebruik genomen als Arbeitseinsatzlager Erika, een justitieel strafkamp om de overvolle gevangenissen te ontlasten. Van mei 1945 tot 31 december 1946 was het kamp in gebruik als een Bewarings- en verblijfskamp.

Filter op
Geen filters gevonden
Geen filters gevonden
Geen filters gevonden
Geen filters gevonden
Ommen, monument 'Kamp Erika'

Het monument 'Kamp Erika' herinnert de inwoners van Ommen aan dit strafkamp waar tussen 1942 en 1945 talloze Nederlanders zijn mishandeld en vermoord. Kamp Erika is ontstaan naar een idee van Hirschfeld, de Nederlandse secretaris-generaal van Handel, Nijverheid en Voedselverdeling. Met de oprichting van een strafkamp wilde Hirschfeld een einde maken aan de sabotage van de voedselverdeling, waarmee verzetsmensen de bezetter wilden dwarsbomen. In juni 1941 bouwde de Duitse paardenslager Werner Schwier het voormalig 'Sterkamp van de Nederlandse Theosofische Vereniging' om tot een strafkamp. De bouw werd bekostigd met 150.000 gulden aan geroofd geld. Tot de zomer van 1943 had Schwier de leiding over dit kamp met Nederlandse bewakers. Schwier gaf het strafkamp de naam Erika, dat uiteindelijk bewaakt werd door 250 speciaal geselecteerde opzichters. Er werd geprobeerd zoveel mogelijk Joden in het kamp te krijgen. Hoewel Nederlandse rechters gewaarschuwd werden Nederlandse veroordeelden niet naar een strafkamp te sturen, maar naar een concentratiekamp, gebeurde dat toch. Gevangenen werden mishandeld en vermoord. De techniek van kwellen was in dit kamp zo geperfectioneerd dat naar verluidt zelfs experts uit Dachau en Auschwitz kennis kwamen maken met de wijze waarop gevangenen in Kamp Erika werden mishandeld. In 1943 werd Erika een opvoedingskamp voor landlopers en bedelaars en voor mensen die zich aan de arbeidsplicht in Duitsland hadden onttrokken. In 1944 werd Erika weer een strafkamp. Het RIOD (Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie) schat dat zeker meer dan 10% van de gevangenen van Ommen zijn omgekomen (in Ommen of in een van de Duitse werkkampen). Bij de gevangenen waren geen zware misdadigers, maar zwarthandelaren en studenten die weigerden de loyaliteitsverklaring te ondertekenen of in Duitsland te gaan werken. Na de oorlog werd het kamp 'Erica' genoemd en deed het dienst als bewaringskamp voor gearresteerde Nederlanders. Op 31 december 1946 werd Kamp Erica gesloten. Onthulling Het monument is onthuld op 4 mei 1991. Op 4 mei 2006 is het monument uitgebreid met een informatiepaneel, een tweede plaquette en een zitbank. De uitbreiding van het monument was een initiatief van de Historische Kring Ommen.

Organisatie
Nationaal Comité 4 en 5 mei
Burgerslachtoffers
Kamp Erika
Dachau
Monument
Getuigen Verhalen, Kamp Amersfoort, interview 86
Audio

Geïnterviewde (1923) is geboren in Amsterdam, hartje Jordaan. Zijn biologische vader was een Hongaarse componist, zijn moeder afstammelinge van Baron Van Heeckeren. Hij woonde met zijn moeder en zijn stiefvader en 2 broers en een zus. Al op jonge leeftijd zat hij in een koor op de Rozengracht in Amsterdam, in de Rozenkerk. Later was hij begeleider van Johnny Jordaan en Tante Leen, hij heeft ook in de klas gezeten met Johnny Jordaan. Na de MULO heeft hij op de Grafische School gezeten, hij kon heel goed tekenen. Na afronding van zijn opleiding startte hij als zetter bij een drukkerij in de Jodenbreestraat. De mensen daar hielpen Joden onderduiken via een luik onder de drukpers. Geïnterviewde heeft later het illegale Parool gezet. Vervolgens is hij ondergedoken in Den Haag voor de Arbeitseinsatz. Toen hij met musici op tournee ging, is hij bij een controle in Maastricht opgepakt en overgebracht naar Kamp Erika in Ommen. Dit beschrijft geïnterviewde als een vreselijk kamp, waar oud-frontsoldaten, gewonden, bewakers waren. De commandant Faure, een oud-buurman van zijn moeder, dacht dat geïnterviewde zijn zoon kon zijn en gaf hem een gemakkelijk baantje. Maar Johan moest naar Amersfoort, ondanks protest van Faure. In Amersfoort werd hij in het Jodencommando geplaatst. In het interview beschrijft hij dit commando gedetailleerd. Na enkele dagen wist hij zich te laten overplaatsen met hulp van de Lageroudste Toni. Voor de Kerst heeft hij tekeningen gemaakt van bewakers, die de tekeningen opstuurden naar hun vrouwen. Met Kerst gaf hij een concertje samen met Tonny Moore, ze speelden o.a. Stille Nacht, Heilige Nacht. In de NSF, Nederlandse Seintoestellenfabriek-commando, gezeten en daarna op transport naar Duitsland. Op station Amersfoort kreeg hij van een mevrouw een bijbeltje, dit ligt nog steeds op zijn nachtkastje. Geïnterviewde kreeg werk in Berlijn Wannsee, waar hij schoenen moest sorteren. Op transport naar Polen is hij uit trein gesprongen en uiteindelijk terecht gekomen in Linz am Donau, Reichswerke Hermann Göring, als “technisch” tekenaar, tot het eind van de oorlog. Geïnterviewde is na de oorlog tekenaar geworden, heeft gewerkt in platenindustrie en als jazz-bassist.

Vervaardiger
Pluijm, E. van der (Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort)
Datum
1923
Nationalsozialistische Frauenschaft
Hermann Göring-Werke
Het Parool
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media
Deze website is bekroond met:Deze website is bekroond met 3 DIA awardsDeze website is bekroond met 4 Lovie awards