Back to top

Nationaal Comité 4 en 5 mei

De belangrijkste taken van het Nationaal Comité 4 en 5 mei zijn richting, inhoud en vorm geven aan herdenken en vieren. Sinds 2011 is het werkveld verbreed naar het terrein van herinneren. 

Nieuwe Prinsengracht 89
1018 VR Amsterdam
Nederland
020-7183500

Oorlogsbronnen Nationaal Comité 4 en 5 mei

Roermond, 'Monument voor Indische Burgerslachtoffers'
beschrijving
Het 'Monument voor Indische Burgerslachtoffers' in Roermond is opgericht ter nagedachtenis aan alle burgers die in de periode 1945-1962 zijn omgekomen in Nederlands-Oostindië en Nederlands Nieuw-Guinea. Onthulling Het monument is onthuld op 25 augustus 1990.
Vervaardiger, datering
Joop Utens (uitvoering), Dick van Wijk, Wijnand Thönissen (ontwerp)
trefwoorden
Gedenksteen
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/3318
Nationaal Comité 4 en 5 mei
Amsterdam, 'De Dokwerker'
beschrijving
'De Dokwerker' in Amsterdam herinnert aan de Februaristaking in 1941. Deze eerste grootscheepse protestactie wordt jaarlijks herdacht in het besef dat bescherming van vrijheden en mensenrechten onontbeerlijk is, zeker in tijden wanneer er sprake is van uitingen van onverdraagzaamheid en discriminatie. In de periode voorafgaand aan de Februaridagen van 1941 werd er door de bezetter steeds meer druk uitgeoefend op het politieke en economische leven en kregen de anti-Joodse maatregelen een steeds grimmiger karakter. Geüniformeerde NSB'ers van de Weerbaarheidsafdeling (WA) gingen over tot het organiseren van provocaties in Joodse buurten. Eigenaars van hotels en cafés werden gedwongen plakkaten op te hangen met de tekst 'Joden niet gewenscht', er werden marktkramen vernield, ruiten van winkels ingegooid en Joden mishandeld. Op 11 februari 1941 kwam het op het Waterlooplein tot een ware veldslag, waarbij de WA'er Hendrik Koot zwaargewond raakte en enige dagen later aan zijn verwondingen overleed. Als reactie hierop werd de oude Joodse wijk een dag later door de bezetter afgesloten. Op 17 februari ontstond er veel ophef over het feit dat bij de Nederlandse Scheepbouw Maatschappij in Amsterdam-Noord door loting een aantal ongehuwde arbeiders voor dwangarbeid in Duitsland werden aangewezen. Alle arbeiders verlieten de werf en ook op andere werven legden de arbeiders het werk neer. Op 19 februari werd in de Van Woustraat 'IJssalon Koco' van de Duits-Joodse vluchtelingen Ernst Cahn en Alfred Kohn bestormd door manschappen van de Grüne Polizei. Toen de manschappen al schietend binnendrongen, werden zij opgewacht door een knokploeg die bij hen ammoniak in het gezicht spoten. Alle aanwezigen werden gearresteerd. Er volgden harde represailles. Op bevel van SS-chef Heinrich Himmler, rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart en SS-generaal Hanns Albin Rauter vond er in de Jodenbuurt een grootschalige razzia plaats. 427 Joodse mannen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar werden bij hun gezinnen weggehaald en naar het Jonas Daniël Meijerplein gebracht. Van daaruit werden zij op transport gezet naar de concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen. Slechts twee van hen zouden het overleven. De verontwaardiging bij de Amsterdammers was groot. In de avonduren van 24 februari 1941 werd op de Noordermarkt een korte bijeenkomst gehouden, waaraan veel ambtenaren deelnamen. De circa 250 aanwezigen werden toegesproken door onder meer de gemeentearbeider Dirk van Nimwegen. Nog dezelfde nacht werd door de illegale Communistische Partij Nederland (CPN) het manifest Staakt, staakt, staakt !!! opgesteld, dat in de vroege ochtenduren werd verspreid aan de poort van talrijke bedrijven. De oproep vond breed gehoor onder de Amsterdammers. Overal in de hoofdstad werd het werk neergelegd en ontstond een sfeer van spontane saamhorigheid. Het openbaar vervoer kwam tot stilstand en bij nagenoeg alle andere gemeentelijke diensten werd het werk neergelegd. Er werd gestaakt bij de scheepsbouw en metaalbedrijven in Noord, bij de confectiefabriek Hollandia-Kattenburg en bij grootwinkelbedrijven als de Bijenkorf. Een dag later breidde de staking zich uit tot de Zaanstreek, Kennemerland (Haarlem en Velsen), Hilversum, Utrecht en Weesp. De bezetter reageerde furieus. Op 26 februari nam generaal Friedrich Christiansen het gezag in de provincie Noord-Holland over. Op zijn bevel moest er bij onlusten en samenscholingen met scherp in de menigte worden geschoten. De stakers gingen weer aan het werk. In de weken die daarop volgden werden honderden stakers en vooral CPN'ers gearresteerd. Sommigen kwamen voor het vuurpeloton, anderen kregen langdurige gevangenisstraffen opgelegd. De Februaristaking van 1941 was de eerste, grote daad van verzet in Nederland tegen het antisemitisme en de terreur van de Duitse bezetter. Oprichting Kunstenaar Mari Andriessen maakte het beeld in opdracht van het Amsterdamse gemeentebestuur. Het beeld is in een Parijse gieterij gegoten. Aanvankelijk stond 'De Dokwerker' met zijn armen gestrekt naar het Waterlooplein. In 1970 is het beeld verplaatst richting de synagoge, vanwege werkzaamheden aan de metro. De keuze voor het Jonas Daniël Meijerplein heeft te maken met de razzia's van 1941, maar ook met de onzekerheid over hoe de jodenbuurt zou worden opgeknapt. Het monument is niet alleen de centrale plaats van de herdenking van de Februaristaking, het is ook een aantal keren het begin of eindpunt geweest van demonstraties tegen racisme. Onthulling Het monument is onthuld in december 1952 door Hare Majesteit Koningin Juliana.
Vervaardiger, datering
Mari S. Andriessen (1897-1979)
trefwoorden
Beeld/Sculptuur
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/1434
Nationaal Comité 4 en 5 mei
Putten, Herdenkingshof
beschrijving
Het Herdenkingshof te Putten is opgericht ter nagedachtenis aan de razzia van 2 oktober 1944, waarbij 659 Puttense mannen vanuit de Oude Kerk werden weggevoerd naar concentratiekampen. Van hen hebben 552 mannen de Tweede Wereldoorlog niet overleefd. Op 17 september 1944 werden in Gelderland tienduizenden geallieerde parachutisten gedropt. Met dit grootscheeps bevrijdingsoffensief wilden de geallieerden vanuit België een doorstoot naar Duitsland forceren. Er werd een beroep gedaan op het verzet om de para's optimaal te steunen. Vanuit Londen kreeg de RVV tevens het verzoek om auto's met Duitse officieren te overvallen om zo documenten te bemachtigen. Dit verzoek werd door de landelijke sabotage-commandant van de RVV, de heer Thijssen, (die vanuit de omgeving van Barneveld opereerde) serieus genomen. In de nacht van 30 september 1944 pleegde een groep verzetsmensen bij Putten een overval op een auto van de Duitse Wehrmacht. Deze verzetsactie verliep echter niet volgens plan. Zowel een Duitse officier als een verzetsman kwam bij dit vuurgevecht om het leven. Een gewonde officier werd gevangengenomen en een ander vluchtte naar een nabijgelegen boerderij. Eén korporaal wist te ontsnappen en waarschuwde de Duitse commandant Fullriede. De gevolgen voor Putten waren verschrikkelijk. In reactie op deze verzetsdaad werd het dorp op last van generaal Friedrich Christiansen omsingeld. Hij had het bevel gegeven de daders van de aanslag op te sporen en dood te schieten. Bovendien werden alle Puttense mannen tussen 18 en 50 jaar van de vrouwen en kinderen gescheiden en opgesloten in een school en een eierhal. De volgende dag (2 oktober 1944) werden zij afgevoerd naar kamp Amersfoort. De vrouwen en kinderen werden geëvacueerd en het dorp werd platgebrand, met uitzondering van 'Deutschfreundiche Einwohner'. Van de 659 gearresteerde Puttense mannen zijn 552 om het leven gekomen. Ruim 200 van hen kwamen om in het concentratiekamp Neuengamme. Onthulling Het monument is onthuld op 1 oktober 1949 door Hare Majesteit Koningin Juliana. In 1992 is in de buurt van de Herdenkingshof een gedachtenisruimte geopend, waar het verhaal van de razzia in woord en beeld wordt weergegeven.
Vervaardiger, datering
Jan P.T. Bijhouwer (herdenkingshof), Mari S. Andriessen (beeld)
trefwoorden
Beeld/Sculptuur
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/1646
Amsterdam, 'Monument voor Joodse Dove Oorlogslachtoffers'
beschrijving
Het 'Monument voor Joodse Dove Oorlogsslachtoffers' in Amsterdam is opgericht ter nagedachtenis aan alle dove Nederlandse Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog door vervolging om het leven zijn gekomen. Hoeveel dove Joden er toen precies zijn omgekomen is onduidelijk, omdat doofheid niet in het bevolkingsregister werd vermeld. Wel is bekend dat dove Joden vaak meteen door gingen naar de gaskamers. Initiatief De oprichting van het monument was een initiatief van de Stichting Doven Shoah. Deze stichting zet zich in om de geschiedenis van dove Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog onder de aandacht brengen. Onthulling Het monument is onthuld op 17 oktober 2010 door Anna Vos-van Dam en Hedy d'Ancona. Anna Vos-van Dam is de enige Nederlandse dove overlevende van Auschwitz. Bij de onthulling is een gebed uitgesproken door rabbijn R. Evers van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap.
Vervaardiger, datering
Truus Menger-Oversteegen 1923-2016 (beeld), Bart Koolen (gebarentekeningen)
trefwoorden
Beeld/Sculptuur
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/3545
Vught, Nationaal Monument Kamp Vught
beschrijving
Het Nationaal Monument Kamp Vught in Vught herinnert aan wat zich hier tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld. Tevens moet het kamp mensen bewust maken van het feit dat vergelijkbare systemen en middelen niet zomaar tot de geschiedenis behoren, maar nog steeds in onze wereld voorkomen. Kamp Vught neemt een speciale plaats in in de Nederlandse geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Het was een van de grote en belangrijke concentratiekampen in het terreursysteem van de Duitse bezetter. Het was ook het enige officiële SS-concentratiekamp in het bezette Noordwest-Europa. Meer dan 31.000 mensen hebben voor korte of langere tijd in kamp Vught gevangen gezeten. In de loop van 1942 begon men in de bossen bij Vught aan de bouw van een groot concentratiekamp. Het totale kampterrein was ongeveer 1 km lang en 300 meter breed. Rond het kamp werd een gracht gegraven met aan beide zijden 4 meter hoog prikkeldraad. Om de 100 meter stond een wachttoren. Vanuit deze 24 wachttorens konden bewakers de omgeving goed in de gaten houden. Ontsnappen was bijna onmogelijk. Op 15 januari 1943 arriveerden de eerste gevangenen. Zij werden spoedig gevolgd door duizenden joden. Voor hen was kamp Vught een doorgangskamp; de meesten werden gedeporteerd naar het Drentse Westerbork, en vandaar onherroepelijk naar de vernietigingskampen in Polen. De omstandigheden in het concentratiekamp Vught waren aanvankelijk erg slecht. In de eerste maanden van 1943 stierven meer dan 300 gevangenen van honger, uitputting en ziekte. Veel joodse kinderen werden hiervan het slachtoffer. Na verloop van tijd werden de omstandigheden iets beter, niet in de laatste plaats doordat er meer ruimte kwam doordat vrijwel alle joden waren gedeporteerd. Vught moest in Duitse ogen een 'modelkamp' zijn: afschrikwekkend, maar niet zó erg dat daardoor de Nederlandse bevolking massaal tegen de bezetter in opstand zou komen. Toen de geallieerden in aantocht waren, werden in de maanden juli/september 1944 op de fusilladeplaats in de bossen bij het kamp 329 verzetsmensen doodgeschoten. In totaal verloren 749 mensen in concentratiekamp Vught het leven. Op 5 en 6 september 1944 werd kamp Vught door de bezetter ontruimd. De vrouwen werden getransporteerd naar het concentratiekamp Ravensbrück, de mannen naar Sachsenhausen. In totaal zijn ruim 31.000 mensen de poort van het kamp gepasseerd. Pas anderhalve maand later, op 26 en 27 oktober 1944, werd Vught bevrijd. Veel viel er echter niet te bevrijden, het kamp was verlaten. Vrijwel direct na de bevrijding werden de gebouwen van het kamp gebruikt als interneringskamp voor duizenden NSB'ers en collaborateurs. Ook verbleven hier tot mei 1945 noodgedwongen 6000 Duitse burgers uit het grensgebied. Delen van het kamp werden in gebruik genomen door het Canadese leger. Het interneringskamp heeft tot 1949 bestaan. In 1951 werden de woonbarakken in gebruik genomen door duizenden Molukkers. Tot op de dag van vandaag bestaat op dit deel van het vroegere kamp een woonwijk (Lunetten). Sinds de oorlog zijn delen van het kamp in gebruik gebleven als kazerne. In de vroegere kampkeuken is het Geniemuseum gevestigd. Een deel van het terrein is in gebruik genomen als gevangenis (Nieuw Vosseveld). In 1986 werd in Vught de Stichting Nationaal Monument Kamp Vught opgericht, die zich ervoor sterk maakte een deel van het vroegere kampterrein tot Nationaal Monument te verklaren. Onthulling Nationaal Monument Kamp Vught is op 18 april 1990 opengesteld voor het publiek door Hare Majesteit Koningin Beatrix. De gedenkwand is onthuld op 10 oktober 2002. Op 24 oktober 2002 is het nieuwe herinneringscentrum, een herbouwde gevangenenbarak en het heringerichte terrein van Nationaal Monument Kamp Vught officieel in gebruik genomen. Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard heeft samen met de twaalfjarige Jade Kagie uit Vught de opening verricht. Zo werd gesymboliseerd dat het Nationaal Monument ook steeds vaker wordt bezocht door jongeren. Ook aanwezig waren onder anderen Minister van Staat Max van der Stoel, Herman van Veen, oud-gevangenen en genodigden. Door de uitbreiding en herinrichting kan Nationaal Kamp Vught zich beter toeleggen op de voorlichting aan jongeren en andere bezoekers over de geschiedenis en actuele betekenis van het voormalig SS-concentratiekamp Vught. Het grootste deel van de benodigde vier miljoen euro is bijeen gebracht door de overheid, het bedrijfsleven, fondsen, stichtingen en particuliere donateurs.
trefwoorden
Overig
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/878
download