Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Brongebruikers aan het woord: journalist Pauline Broekema

4 juli 2017 · Nieuws
Online zoeken naar historische foto’s, teksten en archiefstukken: steeds meer erfgoedorganisaties, archieven, bibliotheken, musea en andere instellingen digitaliseren hun archieven en collecties. Digitalisering maakt materiaal beter toegankelijk en makkelijker doorzoekbaar. Maar hoe vindbaar zijn deze digitale collecties? En hoe bruikbaar zijn ze? In deze interviewserie drie bronnengebruikers uit drie verschillende werkvelden aan het woord over hun ervaringen met het gebruik van digitale bronnen. Dit keer: schrijver en journalist Pauline Broekema.

Door: Caitlin Laws

Oude dagboeken, notitieboekjes of historische krantenartikelen vormen voor journalist en schrijver Pauline Broekema een belangrijke inspiratiebron. Dat dit soort bronnen steeds vaker online te vinden zijn, ziet Broekema dan ook als een positieve ontwikkeling. Onderzoeksdrift en nieuwsgierigheid brengen haar vaak bij digitale archieven en beeldbanken, op zoek naar nieuwe verhalen. ‘Ik vind het erg leuk om zelf bronnen te zoeken, en om daarbij niet geholpen te worden’.

Pauline Broekema houdt zich als redacteur-verslaggever bij de NOS en als schrijver veel bezig met de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Ze schreef meerdere boeken waarin de oorlog een belangrijke rol speelt, zoals Benjamin. Een verzwegen dood (2001), over het joodse leven op het Groninger platteland, In het puin van het getto (2013), over het onbekende kamp Warschau. En de in 2014 verschenen familiekroniek Het Boschhuis. In 2013 hield Broekema de 4 mei-voordracht in De Nieuwe Kerk in Amsterdam, voorafgaand aan de Nationale Dodenherdenking.

Digitale pareltjes

Broekema is vanaf het eerste moment liefhebber van digitaal bronmateriaal: ‘Zodra het mogelijk was online te zoeken, heb ik gebruik gemaakt van die mogelijkheid’. Regelmatig speurt ze het web af, op zoek naar bronnen die het startpunt zijn voor een nieuw verhaal. Regionale en particuliere initiatieven, maar ook grotere informatiebanken als Delpher raadpleegt Broekema graag. Daarnaast zijn sociale media belangrijk voor haar. Zo was een mededeling op Facebook van onderzoeker Eric Hennekam over de deels gedigitaliseerde collectie van de International Tracing Service (ITS) in Bad Arolsen de aanleiding van een bijzondere zoektocht. De ITS had onder meer een zakboekje online gezet van een in Neuengamme omgekomen onbekende Nederlandse gevangene. Broekema ontdekte dat het om de jonge student Rudy de Wijs ging. Via de aantekeningen die in het boekje stonden lukte het haar om nabestaanden van De Wijs te achterhalen. Over de speurtocht maakte ze een NOS-reportage. De zoektocht was volgens Broekema ‘een van de meest indrukwekkende voorbeelden van wat digitale databanken kunnen opleveren’. 

Persoonlijke bronnen zoals een zakagenda zijn voor Broekema erg waardevol. Ze is dan ook blij dat er steeds meer dagboeken en brieven online verschijnen. Een zoektocht langs digitale archieven, of zelfs via Google, kan af en toe bijzonder bronmateriaal opleveren, zo blijkt. Ook tijdens het onderzoek voor Het Boschhuis is op die wijze een interessant verhaal ontdekt. In Het Boschhuis staat een verhaal over een tot het katholicisme bekeerde joodse vrouw die non wordt en in een klooster in Bilthoven gaat wonen. De vrouw wordt in 1942 naar Amsterdam gedeporteerd en vanuit daar naar Westerbork gevoerd. Een advocaat krijgt haar vrij, en ze keert terug naar Bilthoven. Daar schrijft ze haar herinneringen op. ‘Héle indringende herinneringen’, vertelt Broekema. Kleine details, over hoe gedeporteerden elkaar waarschuwen voor een stoeprand, terwijl ze in het donker van de Hollandse Schouwburg naar het station worden gevoerd. ‘Naar dát soort details ben ik op zoek, omdat daar voor mij zoveel waarheidsvinding in zit’. De non wordt in 1944 alsnog opgepakt en in Auschwitz vermoord. Het dagboek van de vrouw vond Broekema op het internet.

Een tijdrovend proces

Het digitale tijdperk brengt ook praktische voordelen met zich mee. Digitaal zoeken bespaart tijd, want je hoeft geen archief te bezoeken om daar vervolgens mappen, dozen en klappers vol archiefmateriaal door te spitten. Broekema herinnert zich de jaren negentig, toen ze onderzoek deed voor Benjamin. Het was de tijd vóór de online beeldbanken en de digitale archieven. Meer ooggetuigen van de oorlog leefden toen nog, en er was nog veel minder materiaal openbaar gemaakt, vertelt Broekema. In het oude Rijksarchief in Groningen doorzocht Broekema klappers met edities van het socialistische dagblad Het Volk, op zoek naar columns van schrijver Benjamin Heiman Broekema. Ze fotografeerde de columns met een analoge camera, en liet de foto’s ontwikkelen en afdrukken. Een tijdrovend proces. ‘Daardoor heb ik columns gemist, omdat ik al die klappers uit de jaren dertig door moest werken. Dan zie je altijd wel iets over het hoofd’. Nu gaat dan anders. Tegenwoordig is het mogelijk om met de juiste trefwoorden via online krantenbanken als Delpher in één week door een tijdsperiode heen werken, vertelt Broekema.

‘Ik ben een a-typische zoeker’

Maar het doen van digitaal onderzoek brengt ook uitdagingen met zich mee. Digitalisering heeft veel archiefstukken dan wel toegankelijker gemaakt, ook in de digitale wereld moet je de eigenschappen van een goede onderzoeker bezitten. Je moet nieuwsgierig zijn en doorzettingsvermogen hebben. ‘Ik vind het erg leuk om zelf bronnen te zoeken, en om daarbij niet geholpen te worden’, vertelt Broekema. Ze noemt zichzelf dan ook een ‘a-typische zoeker’. Daarnaast is het ook in de digitale wereld belangrijk om verder te kijken dan je neus lang is. Broekema: ‘Onderzoek doen is alsof je een rivier overgaat, en van steen naar steen naar steen stapt. De ene naam levert weer een andere naam op. Het ene feit levert weer een ander feit op.’

Een andere reden om nog steeds analoge bronnen te gebruiken: niet alles is gedigitaliseerd. Broekema bezoekt daarom nog graag analoge archieven als het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), waar veel privacygevoelig materiaal ligt, of archieven als Tresoar in Leeuwarden. Bovendien geeft een archiefbezoek soms een extra dimensie aan het onderzoek, vindt ze. Het maakt dat de geschiedenis tot leven komt. Broekema: ‘Ik wil sommige documenten in de vingers hebben gehad’. Daarnaast blijft secundaire literatuur voor haar nog altijd belangrijk. Ze duikt na een archiefbezoek graag even de bibliotheek van een archief in. Broekema is de analoge wereld nog niet uit het oog verloren.

Ook kunnen veel instellingen volgens Broekema nog wel het één en ander verbeteren aan de gebruiksvriendelijkheid van hun gedigitaliseerde collecties: ‘Mijn ervaring is dat er soms een kloof is tussen de gebruikers en de ontwerpers’. Op sommige websites is het nog té onduidelijk hoe je gericht naar bronnen kunt zoeken. Het is erg belangrijk dat archieven daarom leren kijken met de ogen van de gebruiker, vindt ze. Daarnaast zijn instellingen volgens Broekema te vaak bezig met het uiterlijk van hun website, of met het uitlichten van een bepaald gedeelte van de collectie: ‘Het hoeft voor mij geen etalage te zijn, ik wil kunnen vinden’. Zoeken, ontdekken en verrast worden, dat staat voor de journalist en schrijver op de eerste plaats.

De geschiedenis levend houden

De meest indrukwekkende digitale bron volgens Broekema? ‘Het Joods Monument’. Emeritus hoogleraar Isaac Lipschits initieerde in 2001 het toenmalige project ‘Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland’. In 2005 kwam het digitale monument online. Broekema: ‘Lipschits heeft iets begrepen. Hij heeft gezien hoe belangrijk online bronnen zouden worden’. Het monument maakt diepe indruk op haar, vertelt Broekema. Lipschits wilde met het monument voorkomen dat het bestaan van de gedeporteerde en vermoorde joden in de vergetelheid zou raken. Het levend houden van de geschiedenis. Deze gedachte is ook terug te zien in het werk van Broekema: het vinden en opnieuw vertellen van persoonlijke verhalen uit de oorlog. Digitale bronnen zijn hierbij nuttige informatiebronnen. Maar belangrijker, het digitaal openbaar maken van bronnen kan verhalen in stand houden die anders misschien uit het collectieve geheugen verdwijnen.

Blijf tweewekelijks op de hoogte
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media