Back to top

De Februaristaking kwam niet ineens uit de lucht vallen in februari 1941, er gingen een reeks van ontwikkelingen aan vooraf.

Vanaf eind 1940 trokken leden van de Weerafdeling (WA) van de NSB de Amsterdamse Jodenbuurt in en vielen Joden lastig. De WA’ers intimideerden Joden, brachten vernielingen aan, stalen en pleegden openlijk geweld. Er ontstond een tegenbeweging, waarbij de Joodse en ook niet-Joodse Amsterdammers in knokploegen de confrontatie aangingen met WA’ers. Dit leidde tot onrust: er waren opstootjes en rellen in de Jodenbuurt.

Op 11 februari 1941 was er weer zo’n rel op het Waterlooplein, er werd gevochten en WA’er Hendrik Koot raakte zwaar gewond. Hij overleed drie dagen later. Zijn begrafenis werd een enorme publicitaire stunt van de NSB, zij waren hier het slachtoffer was de gedachte. Dit alles gebeurde tegen de achtergrond van zorgen onder de Nederlandse bevolking over een mogelijke staatsgreep of machtsovername door de NSB.

Uit het proces-verbaal, opgemaakt door de Amsterdamse politie, blijkt dat Koot een zelfgemaakte ploertendoder aan een koord om zijn pols had zitten. Toch beweerde de NSB dat Koot ongewapend was geweest en op beestachtige wijze afgemaakt was door bloeddorstige Joden. De Duitse bezetter nam dit verhaal maar wat graag over, het past perfect in de Duitse nationaalsocialistische antisemitische denkbeelden.

Oprichting Joodsche Raad van Amsterdam

Ook werd de onrust en de dood van Koot aangegrepen als aanleiding om de Joden te straffen. Een aantal leiders van de Joodse gemeenschap werden bijeengeroepen en kregen de opdracht om een Judenrat op te zetten. Deze werd verantwoordelijk voor de orde en rust in de Amsterdamse Joodse gemeenschap en later die van het gehele land. De eerste opdracht had direct verband met de onrust: de Raad moest erop toezien dat Joden alle wapens inleveren bij de autoriteiten.

Razzia van Amsterdam

De andere strafmaatregelen hadden grote gevolgen. De eerste grootschalige razzia tegen Joden op 22 en 23 februari in de Amsterdamse Jodenbuurt leidde tot de arrestatie van ruim vierhonderd Joodse mannen, waarna ze werden gedeporteerd naar Mauthausen. De ondergrondse CPN was al bezig met het organiseren van een grote staking, waarbij gewacht werd op een goede aanleiding. Na het uiteenvallen van de metaalstaking in Amsterdam-Noord, gericht tegen het afvoeren van werklozen naar Duitsland, kwam deze aanleiding met de Razzia van Amsterdam. Er had dus al enige voorbereiding plaatsgevonden, waarna de ondergrondse CPN op 24  februari een vergadering organiseerde. Hier werden pamfletten werden overhandigd om uit te delen.

Februaristaking

De volgende middag werd in Amsterdam een algemene staking bereikt, welke zich uitbreidde naar Haarlem, Weesp, Hilversum en Koog aan de Zaan. Hoewel de staking van te voren strak georganiseerd was, verloor de ondergrondse CPN al snel de controle. Er ontstonden op straat spontane demonstraties tegen de Duitse bezetter. Op de tweede dag van de Februaristaking sloeg deze over naar Zaandam en ook bij grote bedrijven in o.a. Utrecht, Velsen en Haarlem werd gestaakt. De staking duurde twee dagen, zoals gepland door de CPN. En omdat de Duitse machthebber hard optrad had het ook niet langer kunnen duren.

Twitterdraadjes

In februari schreven we op Twitter in verschillende delen over de gebeurtenissen in aanloop naar de Februaristaking. Lees de #draadjes terug: