Back to top

Het daadwerkelijk vínden van de (oorlogs)bronnen die antwoord geven op je vraag. Dat klinkt makkelijker dan het is. Zoeken en vinden van erfgoedmateriaal - dat verspreid ligt over honderden archieven, musea, bibliotheken en herinneringscentra - is makkelijker sinds het mogelijk is bronnen digitaal, online en open te delen. In theorie dan tenminste. Maar voor wat betreft de verbeterde vindbaarheid van bronnen rond het thema WO2 brengt het Netwerk Oorlogsbronnen die theorie ook in praktijk. Tijdens de Netwerkdag Oorlogsbronnen met het thema 'Lost and found', waar zo'n 165 deelnemers en geïnteresseerden samen kwamen, gingen we daarop in. 

Foto's: Maarten Nauw

Verslag: Janneke Jorna

"Bronnen zijn in staat om het verhaal achter de data tevoorschijn toveren." Met die woorden opent Maarten Lammers (sectormanager Ontwikkeling OBA) de netwerkdag. Dit jaar gehouden bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam aan de Oosterdokskade. Het belang van de toegankelijkheid en bruikbaarheid van bronnen benadrukt hij met een bron uit de eigen collectie: een notitieboekje van een bibliothecaris uit de Tweede Wereldoorlog. Daarin staat bijvoorbeeld hoe schoten in de omgeving van de bibliotheek te horen waren. Met als gevolg een laag bezoekersaantal die dag. 

Maarten Lammers (Sectormanager Ontwikkeling OBA)

"Eén van de belangrijkste onderdelen van het Netwerk Oorlogsbronnen is het netwerk, en zijn dus de mensen", benadrukt door Puck Huitsing (programmadirecteur NOB). Want de kracht van het programma is immers dat we samen werken aan het online beter vindbaar en bruikbaar maken van bronnen. Puck roept dan ook op om elkaar te blijven ontmoeten, zoals we doen op de netwerkdag, en samen inspiratie te vinden.

Puck Huitsing (programmadirecteur Netwerk Oorlogsbronnen)

Bronnendromenland

Inspiratie genoeg in de presentatie van Edwin Klijn (programmamanager NOB). Hij vertelt over zijn bronnendromenland: het ideaal om alle WO2-collecties online vindbaar en bruikbaar te maken, terwijl ze ook nog eens inhoudelijk verbonden zijn. De werkzaamheden van het NOB-programmateam van het afgelopen jaar sluiten hierbij aan. Zo zorgt onder meer de personen-portal en intranetdienst Oorlogslevens voor vindbaarheid van personen, terwijl het WO2 Open Data Depot voor een grotere bruikbaarheid zorgt. De WO2-thesaurus verbetert inhoudelijke verbindingen. Toekomstige projecten richten zich op deze punten en werken toe naar het vervullen van de ultieme droom: full-content zoeken door oorlogsbronnen.

 
Edwin Klijn (programmamanager Netwerk Oorlogsbronnen)

Creatief zoeken naar historische bronnen

Vervolgens neemt Ewoud Sanders (taalhistoricus en journalist) ons mee in de grote voordelen van creatief en associatief zoeken. Met behulp van een zoekopdracht naar zijn grootouders op de collectie-portal Oorlogsbronnen.nl toont Ewoud het belang van bronnen: ze bieden emotionele betekenis. Toch is hij kritisch over "de willekeur van zoekresultaten". De eerste hit is het dagboek van Paul Joseph Goebbels. Alles behalve zijn grootvader Joseph Sanders en niet waar Ewoud naar opzoek was. Gelukkig bevat de collectie-portal wel informatie over en een foto van zijn grootvader via de Oorlogsgravenstichting.

Oorlogsgraven Stichting
Joseph Sanders, 1889 - 1942
Geboortedatum
1889-08-05
Overlijdensdatum
1942-09-30
https://oorlogsgravenstichting.nl/persoon/133835/joseph-sanders

Met behulp van een kritische zoekblik op de portal van NOB biedt Ewoud een aantal nuttige suggesties. Zo roept hij op om creatief zoeken mogelijk te maken door onder andere het selecteren op periode en fuzzy zoeken te verbeteren. En ons te verplaatsen in wat er in een bron kan staan door middel van associatief zoeken. Hij voorspelt dat bezoekers vooral zullen zoeken naar regionale gebeurtenissen en personen. Om dit laatste mogelijk te maken roept Ewoud iedereen op mee te werken aan de integratie van Oorlogslevens.nl in de collectie-portal Oorlogsbronnen.nl.

 
Ewoud Sanders

We willen en kunnen dit niet alleen

Als afsluiting van het plenaire deel van de dag nemen Martijn Kleppe en Jacco van Ossenbruggen ons mee in de wereld van Delpher en beantwoorden de vraag: 'hoe doorzoeken mensen historische kranten?'. Martijn Kleppe (hoofd afdeling Onderzoek bij Koninklijke Bibliotheek) vertelt over het bijhouden van gebruikersstatistieken en hoe verslavend dit kan zijn. Hij waarschuwt dat hij hierin zelf soms kan doorslaan. Terwijl Google Analytics inzicht lijkt te bieden, roept het tegelijkertijd ook veel vragen op. Omdat alle gegevens op een hoop worden gegooid is het zicht op individuele gebruikers klein. Om informatie over deze individuen te verzamelen moet er veel dieper in de data gedoken worden. Dit levert een spanningsveld op: hoe ver ga je? Martijn waarschuwt om niet uit de bocht vliegen zoals boven water kwam tijdens het recente schandaal bij Facebook en Cambridge Analytica.

 
Martijn Kleppe (hoofd Afdeling Onderzoek bij Koninklijke Bibliotheek)

Om dit te voorkomen werkt de Koninklijke Bibliotheek (KB) samen met het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI). Jacco van Ossenbruggen (hoofd Information Access bij de onderzoeksgroep CWI) vertelt hier meer over. Jacco werkt met data die te subjectief is om slechts door computers te laten analyseren, maar tegelijkertijd te veel data om alleen door de mens te laten verwerken. Het gaat dus om het inschatten van de beperkingen van de techniek. Opvallend in de resultaten is dat op het gebied van WO2-zoekopdrachten in Delpher de sessies langer zijn dan gemiddeld, met meer kliks. Vooral de zogenaamde familieberichten zijn populair. Martijn en Jacco sluiten af met de oproep tot samenwerken. Uitvinden hoe je gedrag van websitebezoekers diepgaand kun analyseren - op een verantwoorde manier - kunnen en willen ze niet alleen doen!

Jacco van Ossenbruggen (hoofd Information Access bij de onderzoeksgroep CWI)

Digitaal grasduinen in archieven

Tijdens sessie 1 ‘Digging into archives’ worden de voorlopige bevinding van het project Tribunaal archieven als digitale onderzoeksfaciliteit (TRIADO) gepresenteerd. Edwin Klijn (projectleider TRIADO), Anne Gorter (projectmanager Nationaal Archief) en Rutger van Koert (developer HuygensING/KNAW Humanities Cluster) vertellen over dit pilotproject. Op basis van een kleine steekproef uit het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) wordt geëxperimenteerd met nieuwe digitale methoden om collecties beter doorzoekbaar te maken. Het bijzondere van het CABR is dat dit daderarchief ook veel informatie over slachtoffers en omstanders bevat. Hiermee biedt het enorme mogelijkheden voor onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog.

Aan de hand van concrete onderzoeksvragen methoden verkennen om het meest geraadpleegde Tweede Wereldoorlog-archief van Nederland, het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), digitaal beter doorzoekbaar te maken. 

Ongeveer dertien meter grotendeels getypt archief is machine-leesbaar gemaakt met Optical Character Recognition-software (OCR). Er is geprobeerd om namen van organisaties, personen, datums en gebeurtenissen uit de machine leesbare tekst te halen, en deze vervolgens te gebruiken als filters bij het zoeken. Met behulp van auto-classificatie-software is de computer geleerd om soorten documenten (processen-verbaal, besluiten, staten van inlichtingen, dagvaardingen) te identificeren. Het project TRIADO loopt nog door tot de zomer van 2019, maar de eerste resultaten zijn beloftevol. Zo konden de processen-verbaal met een Word Error Rate van 15% worden omgezet en lijkt ook het identificeren van soorten documenten goede resultaten op te leveren.

Rutger van Koert

Marten Düring, lid van de Scientific Advisory Committee TRIADO en senior research scientist bij het Luxembourg Center for Contemporary and Digital History (c2dh), vertelt vervolgens over het project IMPRESSO. Dit project richt zich op het ontwikkelen van een digitale toegang tot Zwitserse historische kranten. In het project wordt geëxperimenteerd met topic modelling en andere manieren om krantencorpora fijnmaziger te bevragen. Dit project startte in september 2017 en loopt tot augustus 2020. Tijdens de Netwerkdag Oorlogsbronnen zijn screendumps van de eerste versie van de gebruikersinterface gepresenteerd.

 
Marten During

De computer vindt en jij interpreteert

Tijdens sessie 2 ‘Everything you always wanted to know about your ancestors during WW2, but were afraid to ask’ vertellen Lizzy Jongma (ICT projectmanager NOB) en Hubert Berkhout (coördinator dienstverlening NIOD instituut voor oorlogs-, holocaust en genocidestudies) aan de hand van verschillende casussen over complexiteit van onderzoek naar personen in analoge en digitale bronnen. Hubert vertelt over de geschiedenis van het NIOD en de collecties. In het laatste deel van de bezetting werd een groot deel van de documentatie vanuit Nederland overgebracht naar Duitsland. Hier vonden RIOD-medewerkers na een spectaculaire en niet geheel legale tocht veel belangrijke bronnen terug. Gekleed in Brits uniform brachten de RIOD-medewerkers deze bronnen terug naar Nederland en legden hiermee een belangrijke basis voor de huidige NIOD-collectie.

Hubert Berkhout (NIOD)

Het grootste deel van de mensen die bij het NIOD komen met een zoekvraag hebben een persoons gerelateerde vraag: wat deed mijn familie(lid) tijdens de bezetting? Om deze vraag te beantwoorden zijn de cartotheken bij het NIOD cruciaal. Vanwege privacywetgeving zijn deze niet openbaar toegankelijk. De studiezaalmedewerker of collectie-specialist heeft dus (nog) een cruciale rol in het vinden van passend archiefmateriaal. Het streven bestaat wel om de cartotheken in de toekomst, wanneer mogelijk, openbaar aan te bieden.

Lizzy is projectleider van de (op dit moment niet openbare) personen-portal Oorlogslevens.nl en gaat in op hoe privacywetgeving een rol speelt in wat we weten van personen tijdens de bezetting. Voor overleden personen geldt geen privacywetgeving en dus kunnen we online veel over mensen vinden die de oorlog niet overleefd hebben. Maar we weten weinig tot niks over de mensen die nog leefden na de oorlog, en juist van die groep zou ze meer te weten willen komen. Lizzy eindigt met de oproep: ga digitaliseren en data produceren! Dan kan de computer het vinden en jijzelf het vervolgens interpreteren.

 

Netwerk Oorlogsbronnen bouwt samen met erfgoed- en herinneringsorganisaties aan één landelijke online toegang naar informatie over personen uit de Tweede Wereldoorlog in het koninkrijk der Nederlanden. Deze dienst biedt toegang tot primaire en secondaire bronnen.

Verder groeien

Tijdens sessie 3 ‘De (Her)inrichting van Herinneringscentra’ presenteren Kamp Westerberk, Kamp Vught en Herinneringscentrum Oranjehotel plannen voor (her)inrichting. Karen Laarveld (netwerkcoach Stichting Technasium), Christel Tijenk (coördinator educatie Herinneringscentrum Kamp Westerbork) en Christian Gerlich (technator Dr. Nassau College) vertellen over hun samenwerking. Zo bestaat de samenwerking tussen Kamp Westerbork en Technasium al acht jaar.

Door deze samenwerking worden Technasiumleerlingen uitgedaagd om na te denken over vijf verschillende keuzeonderwerpen. Vooral de lange verbindingsroute tussen het museum en het kamp vormt een prikkelende casus. Wanneer de leerlingen de route lopen zien ze meteen de noodzaak in: de looproute is saai! De opdracht voor het maken van een virtuele reconstructie van het kamp is inmiddels ook uitgevoerd aan de hand van de ontwerpen van de Technasiumleerlingen.

 
Karen Laarveld
Christel Tijenk

Omstanders en daders 

Nationaal Monument Kamp Vught vernieuwt door middel van een aantal projecten. Zo gaat de nieuwe vaste expositie zich richten op andere doelgroepen en thema’s. Niet alleen slachtoffers staan centraal, ook voor de rol van omstanders en daders komt meer aandacht. Hierbij wordt het verhaal van Kamp Vught vertelt via gebeurtenissen en persoonlijke verhalen. Ook worden scholieren en losse bezoekers in de nieuwe plannen beter gescheiden. Groepen kunnen bijvoorbeeld ontvangen worden in een nieuwe aanbouw. 

 

De gevangenen van het Oranjehotel

Riccardo Sietsma vertelt dat voor de inrichting van het Herinneringscentrum Oranjehotel inspiratie is geput uit twee musea: het Holocaust Museum in Berlijn en het 9/11 Memorial Museum in New York. Deze musea representeren twee uiterste: van somber en uitgekleed tot emotioneel beladen. Het Herinneringscentrum Oranjehotel zal hier ongeveer tussen in gaan zitten qua sfeer. De inrichting gaat hand in hand met de ontwikkeling van een database van personen die gevangen hebben gezeten in het Oranjehotel. De diversiteit onder de gevangenen staat hierbij centraal en de database staat aan de basis van zowel een digitaal monument als een website. Het interne onderzoek voor de database is onafhankelijk van de AVG uitgevoerd, terwijl de geplande publicatie ervan in het digitaal monument op de website hier wel van afhankelijk is. Het doel is om eerst veilig te uploaden en vanuit daar verder groeien.

 

Kleine verhalen van grote mensen

Na de sessie eindigt de dag plenair met twee Maliebaanmonologen van Theatergroep Aluin. De monologen zijn geïnspireerd op het boek Aan de Maliebaan van Ad van Liempt. Op de Utrechtse Maliebaan was het NSB-hoofdkwartier te vinden, naast tal van Duitse instanties, het paleis van de rooms-katholieke kerk en de uitvalsbasis van verschillende verzetsmensen. Het publiek wordt eerst toegesproken door Frits Elzas, een Joodse zakenman en ondervoorzitter van de Utrechtse Joodsche Raad. Hij vertelt achteraf over zijn twijfels: "Ik heb mijn handen vuil gemaakt voor een klein beetje uitstel, voor een paar mensen. (..) Het was het enige wat ik kon doen, had ik het niet moeten doen? Ik had het niet moeten doen".

Vervolgens spreekt Dr. Max de zaal toe zoals ze haar koeriersters toespreekt. Tijdens de Spoorwegstaking brengen zij onderduikgeld en salaris rond naar het stakende NS-personeel. Hierbij haalt ze de bekende quote van Belle van Zuylen aan: ‘Ik heb geen talent voor ongeschiktheid’. Dit motto vergelijkt Dr. Max met de verzetsgeest. Ze eindigt met dankwoorden aan de koeriersters: "Het land dankt u voor uw moed, dames".

Maliebaanmonologen (Theatergroep Aluin)

 

Heeft u bezwaar tegen de publicatie van een foto? Dan horen we het graag via info@oorlogsbronnen.nl.

Tijdens de Netwerkdag Oorlogsbronnen is kunst tentoon gesteld van Koen Schriever“Mijn schilderijen vinden hun oorsprong in koffers vol verzameld beeldmateriaal. Dit beeldmateriaal bevat vaak heftige beelden, beelden van gebeurtenissen met een grote impact. Zoals bijvoorbeeld massamoorden, genocides en oorlogen".