Back to top

In Amsterdam ontstaan vanaf het einde van 1940 knokploegen van Joodse en communistische hoofdstedelingen. Dit is een reactie op het anti-Joods geweld door de Weerafdeling (WA) van de NSB. Er zijn steeds meer botsingen, dit leidt geregeld tot grote onrust en rellen op straat. Op 11 februari 1941 loopt het uit de hand met de dood van de WA’er Hendrik Koot. De  Duitse bezetter besluit maatregelen te nemen.

Razzia

Op 22 en 23 februari 1941 vindt als vergelding de Razzia van Amsterdam plaats. Dit is de eerste razzia op Joden in Nederland. Er worden in totaal 427 Joodse mannen opgepakt tussen de 20 en 35 jaar. Ze worden op het Jonas Daniël Meijerplein en het Waterlooplein verzameld, mishandeld en vernederd. Vervolgens worden ze in gereedstaande Duitse legertrucks gedwongen.

De eerste razzia in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog op 22 en 23 februari 1941, is aanleiding voor de Februaristaking. Maar waarom vindt deze razzia plaats en wat gebeurt er met de ruim vierhonderd opgepakte Joodse mannen? 

De staking 

De Razzia van Amsterdam vormt voor de communisten van de illegale CPN de aanleiding om een staking uit te roepen. Al wekenlang bereiden zij een grote staking voor. Er zijn op 25 en 26 februari naar schatting zo’n tienduizend stakers in Amsterdam. De staking slaat ook over naar andere plaatsen en bedrijven, in onder andere Zaandam, Utrecht, Haarlem en Velsen. Op 26 februari wordt de staking neergeslagen, hierbij vallen in Amsterdam negen doden en tientallen gewonden. Ook worden er in de hoofdstad zo’n tweehonderd mensen gearresteerd.

Vanwege overvolle gevangenissen worden 150 arrestanten naar het Lloyd Hotel gebracht. In de kelder worden zij verhoord en soms ook ernstig mishandeld. Terwijl veel organisatoren van de Februaristaking voorlopig ontkomen wordt Piet Nak gearresteerd, gevangen gehouden en mishandeld tijdens verhoren in het Lloyd Hotel. Maar de Duitsers komen niet achter zijn rol. Op 17 maart worden, op vier na, alle stakers uit het Lloyd Hotel vrijgelaten. Ook Piet wordt vrijgelaten, hij overleeft de bezetting.

 

Slachtoffers

Voor sommige stakers loopt het minder goed af. Hermanus Coenradi, Joseph Eijl en Eduard Hellendoorn worden geëxecuteerd op 13 maart 1941. Zij zijn bekend geworden door Het lied der achttien doden van Jan Campert. Tijdens het proces tegen de verzetsgroep de Geuzen krijgen achttien Geuzen de doodstraf opgelegd. Omdat drie van hen minderjarig zijn, ontsnappen zij aan de doodstraf. In hun plaats worden de drie Februaristakers aan de vijftien Geuzen toegevoegd. De achttien mannen worden op de Waalsdorpervlakte geëxecuteerd.

Hermanus Mattheus Hendricus Coenradi, 1909 - 1941
Geboortedatum
1909-04-23
Overlijdensdatum
1941-03-13
https://oorlogsgravenstichting.nl/persoon/25808/hermanus-mattheus-hendricus-coenradi
Eduard Carel Frederik Hellendoorn, 1912 - 1941
Geboortedatum
1912-11-29
Overlijdensdatum
1941-03-13
https://oorlogsgravenstichting.nl/persoon/61315/eduard-carel-frederik-hellendoorn
Oorlogsgraven Stichting
Joseph Eijl, 1896 - 1941
Geboortedatum
1896-10-01
Overlijdensdatum
1941-03-13
https://oorlogsgravenstichting.nl/persoon/41735/joseph-eijl

Proces tegen Februaristakers

In het najaar van 1941 worden nog eens 22 communistische organisatoren, twintig mannen en twee vrouwen, berecht. Inmiddels is nazi Duitsland in oorlog met de Sovjet Unie en worden ook in bezet Nederland communisten in toenemende mate opgespoord en vervolgd. Het proces tegen de organisatoren vindt plaats tussen 8 en 18 september 1941 in Den Haag. Ze worden veroordeeld tot tuchthuisstraffen in Duitse gevangenissen. Twee van hen overleven dit niet. Adrianus van Waert overlijdt op 9 juni 1942 in de gevangenis in Rheinbach aan mishandeling en Joseph Jacques van Weezel overlijdt eind april 1945 tijdens of na een dodenmars vanuit Kamp Dachau. 

 

Overlever

Het grootste deel van de veroordeelde organisatoren overleeft het leed in de gevangenissen en kampen. Bijvoorbeeld de Joodse communist Rosa Boekdrukker. Rosa wordt in 1938 lid van de CPN en is na haar scheiding in 1939 een alleenstaande vrouw. Op 9 april 1941 wordt Rosa gearresteerd wegens betrokkenheid bij de Februaristaking. Tijdens het proces schrijft ze aan haar ouders, die in Palestina wonen, dat het zwart ziet van de mensen buiten de rechtbank. Het communistisch verzet heeft familieleden en vrienden van de aangeklaagden opgeroepen hun steun te betuigen.

NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies
Rosa Boekdrukker of Rosa Hiersch
Collectie
NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies
trefwoorden
portretten
beschrijving
Rosa Boekdrukker of Rosa Hiersch
https://beeldbankwo2.nl/nl/beelden/detail/b779110a-025a-11e7-904b-d89d6717b464/media/966f4f4a-b546-47d5-1192-b53e711635d3

Rosa wordt veroordeeld tot tien jaar tuchthuisstraf. Ze zit eerst in het vrouwentuchthuis Anrath, nabij het Duitse Krefeld. Bij het naderen van de geallieerden in september 1944 wordt ze getransporteerd naar Düsseldorf en daarna naar Ziegenhain. Op 29 maart 1945 naderen de Amerikanen en komt Rosa in Bergen-Belsen terecht. Nadat de Amerikanen ook Bergen-Belsen naderen wordt ze weer verplaatst, dit keer naar tuchthuis Fuhlsbüttel in Hamburg. Halverwege mei 1945 is Rosa eindelijk vrij.