Back to top

Op een grijze dag half november nemen zo’n honderdvijftig mensen de pont over het IJ naar Amsterdam Noord. Hier vindt in de inspirerende atmosfeer van de Tolhuistuin de Netwerkdag Oorlogsbronnen 2016 plaats. Het uitzicht is weids vanaf dit voormalige bedrijfsrestaurant van het Koninklijke/Shell Laboratorium Amsterdam. En dat past goed bij het thema van de bijeenkomst: bronnen zonder grenzen.

Er staat een presentatie over WO2-bronnen buiten de landsgrenzen op het programma. Daarnaast wordt er gesproken over een internationale onderzoeksinfrastructuur gericht op de holocaust (EHRI). Ook komt een buitenlandse toepassing van het semantisch koppelen van oorlogsbronnen aan de orde (WarSampo). Het belooft dus een interessante dag te worden. Tussendoor is er genoeg ruimte om elkaar te spreken. “Ik hoop dat u vandaag kennis opdoet en uitwisselt, bestaande kennissen spreekt en nieuwe kennissen maakt”, wenst NOB programmadirecteur Puck Huitsing de bezoekers toe.

Het eenzame document: Bronnen zonder collectiegrenzen

Aan de hand van de voorstelling van een eenzaam document licht programmamanager Edwin Klijn een aantal projecten van Netwerk Oorlogsbronnen toe. Denk daarbij aan een fysiek document, opgeborgen in een archiefdoos, weggestopt in een stelling. Onzichtbaar en onbegrepen door mensen en gescheiden van zijn soortgenoten in andere mappen en dozen. Het digitaliseren en koppelen van dit document aan andere zorgt voor zichtbaarheid en context. Het eenzame document krijgt vrienden en wordt begrepen.

Mogelijkheden in de digitale toegankelijkheid van collecties worden volop benut door Netwerk Oorlogsbronnen en partners. Zo is deze maand de WO2-thesaurus gepubliceerd in Linked Open Data. Ook zijn dit jaar bronnen uit de Oorlogsbronnen-Portal voorzien van geocodes en is er een succesvolle pilot gedaan met het automatisch ontsluiten van OCR-gescande hybride documenten. Momenteel wordt er in samenwerking met ruim tien partnerorganisaties gewerkt aan een personenportal, waarin de persoonsgegevens uit verschillende collecties aan elkaar worden gekoppeld. Klijn: “Al deze projecten zijn onderdeel van de bouw van een infrastructuur”.

Edwin Klijn [programmamanager Netwerk Oorlogsbronnen] (alle foto's door Anne Reitsma Fotografie)

Buitenlandse collecties: Bronnen zonder landsgrenzen

Een rijke presentatie van zoekspecialist Eric Hennekam biedt praktische tips bij het vinden van WO2-bronnen in internationale collecties. Van achter de computer kun je veel te weet komen! Bent u bijvoorbeeld bekend met de Amerikaanse website Fold3.com? Hennekam zweert erbij. Of collecties als die van Yad Vashem en Familysearch. Hij drukt iedereen op het hart een account op deze sites te nemen: “Het is over het algemeen gratis en je kunt dan veel meer bekijken. Schrijf je ook in op nieuwsbrieven. Dan blijf je automatisch op de hoogte van nieuwe collecties die digitaal beschikbaar komen”.  

Met een grote ijsschots achter zich op het scherm, waarvan alleen een topje boven het water uitsteekt, vertelt de zoekspecialist vervolgens over de geheimen van het deep of invisible web. Dat is het deel van het internet dat door zoekmachines niet gevonden wordt, maar je wel wil zien. Hennekam: “Google of een andere zoekmachine vindt maar zo'n tien procent van wat er is, het invisible web beslaat de rest, zo’n negentig procent”.

Eric Hennekam

Knock on your door, ring your bell

Hoe kom je bij die grote hoeveelheid niet direct zichtbare informatie? Een website is als een huis, met een naambordje en een bel. Als het raam open staat kun je naar binnen kijken. Als de gordijnen dicht zijn niet. Dat geldt ook voor een site. Als de ramen en gordijnen gesloten zijn kan een zoekmachine alleen de homepage zien. Dus moet je weten hoe je toch naar binnen kan kijken. Namelijk door op de deur van de site – de homepage – te kloppen. Hoe? Zoek via bijvoorbeeld Google op naam van de archiefvormer, wie zijn er betrokken bij een bepaald onderwerp? Of gebruik geografische aanduidingen.

Verplaats je tijdens je zoektocht in mensen, documenten, ambtenaren, websitebouwers, etc. Tenslotte tipt Hennekam zijn toehoorders nog gebruik te maken van de kennis van mensen. “De beste zoekmachine bent u zelf! Als ik soms niet weet waar bepaalde informatie te vinden is, gebruik ik twitter om het rechtstreeks aan een specialist te vragen. Soms krijg ik binnen een paar minuten een richtinggevend antwoord”, aldus Hennekam. 

Eric Hennekam

EHRI: Grenzeloos onderzoek naar holocaust bronnen

Digitalisering van gefragmenteerde en verspreide collecties biedt nieuwe onderzoeksmogelijkheden. En internationalisering van het holocaustonderzoek nieuwe mogelijkheden voor samenwerking tussen onderzoekers. De European Holocaust Research Infrastructure (EHRI) ondersteunt sinds 2010 de internationale gemeenschap van holocaustonderzoekers met haar programma. In een volle zaal luisteren zo’n honderd toehoorders naar de presentatie van projectdirecteur Conny Kristel, Veerle Vanden Daelen en Annelies van Nispen.

EHRI bestaat uit 23 partnerinstellingen afkomstig uit 17 landen. Kristel introduceert het programma: “EHRI is ook vooral een menselijke community en soms een sociale uitdaging”. In de huidige tweede termijn van het project ligt de focus op collecties in het oosten en zuidoosten van Europa. Vanden Daelen is verantwoordelijk voor het opsporen en identificeren van archieven in deze gebieden. Het bestaan hiervan is vaak niet bekend en de collecties zijn over het algemeen slecht beschreven. De Belgische laat aan de hand van een voorbeeld zien hoe complex haar opdracht is, met Duitstalige bronnen over Parijs, bewaard in Warschau en in het Pools ontsloten.  

De EHRI-portal is nu 1,5 jaar online en focust op ontsluiting op collectie- en niet documentniveau. Momenteel zijn er meer dan 1900 instellings-beschrijvingen en meer dan 200.000 archiefbeschrijvingen in portal geïntegreerd. De uitdaging in de toegankelijkheid ligt met name bij de metadata, die telkens in verschillende talen, schriftsystemen, kwaliteit en karakteristieken beschikbaar is. Annelies van Nispen werkt aan de toegang tot holocaust archieven en de digitale infrastructuur erachter. Planning is om, naast het blijven toevoegen van collecties, de komende jaren te investeren in het verrijken van metadata. Bijvoorbeeld d.m.v. vocabulaires als thesauri.   

Annelies van Nispen, Conny Kristel en Veerle Vanden Daelen (v.l.n.r.)

WarSampo: digitaal kent geen grenzen

In de vissenkom – een zaal die haar naam dankt aan de grote raampartij pal aan het water – licht de Finse Prof. Dr. Eero Hyvönen ’s middags zijn WarSampo-project toe. Dit samenwerkingsproject van de Universiteit van Aalto en een aantal Finse Bibliotheken, archieven en musea met WO2-collecties is een van de weinigen die daadwerkelijk collecties semantisch linkt. De Research Director heeft dan ook een vooral technisch geschoold publiek, dat vol verwachting met een aantekenblok klaar zit.

De Universiteit van Aalto heeft de afgelopen jaren met een kleine onderzoeksgroep enorme hoeveelheden data Linked Open beschikbaar en voor computers leesbaar weten te maken. En dat in ongestructureerde formaten en bij verschillende instellingen. En het is een groot succes. Want de publieksportal van dit project is in oktober formeel gelanceerd en heeft de afgelopen maand al 20.000 bezoekers getrokken.

WarSampo: bronnen in tijd gevisualiseerd

Professor Hyvönen werkt al decennia aan Linked Open Data en semantische infrastructuren. Hij start zijn presentatie dan ook met de twee problemen waar iedereen die geïnteresseerd is in het bestuderen van het verleden, op het internet tegenaan loopt. Namelijk (1) er is veel data, maar de data is heel divers en complex, en (2) culturele content wordt op verschillende plekken geproduceerd en blijft vaak in institutionele silo's hangen.

Hoe probeert Warsampo dit voor het publiek makkelijker te maken? De backbones van de WarSampo-portal zijn een tijdlijn en kaart die grote en kleine gebeurtenissen visualiseren. Denk aan een veldslag of juist het overlijden van een individu. Zo navigeren bezoekers door de Finse oorlogshandelingen. De portal geeft toegang tot de levens van 95.000 Finse soldaten. Dat wil zeggen de biografische gegevens, militaire eenheden, locaties waar de soldaat gevochten heeft of gesneuveld is, en in veel gevallen zelfs dagboekfragmenten van of over deze persoon. De portal wordt niet alleen geraadpleegd voor familieonderzoek. Het is eveneens een belangrijke big data bron met kwantitatieve gegevens over de Tweede Wereldoorlog in Finland.

Eero Hyvonen

Over het vormen van identiteit en de behoefte aan betrouwbare bronnen

Herman Pleij is emeritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde en bekend van zijn literatuur en televisieoptredens. Maar ook oorlogskind. En hoe die achtergrond een  kind, een man en een eigen identiteit vormt weet hij op een beeldende manier te vertellen. Kortom, het slotwoord van de Netwerkdag ‘Bronnen zonder grenzen’ komt van een meesterlijke spreker.

“Ik ben schuldig aan het eigenhandig creëren van mijn vroegste herinnering. Ik wist het nog heel goed, in april 1945 was ik net twee jaar. Ik zat op de arm van mijn vader, onder een bloeiende kastanjeboom voor ons huis, toen de vliegtuigen overkwamen. We zagen samen de dropping van de voedselpakketten op de hei tussen Hilversum en Bussum. En het aardige is dat ik me in de loop van de jaren steeds meer details kon herinneren. Zoals de aardbeienplantjes op de grond of de geit van de buren die stond te blaten.

Totdat mijn moeder op hoge leeftijd eens tegen mij zei: ‘Herman, dat verhaal is niet waar. Je gebruikt ingrediënten van filmpjes, foto’s en verhalen en maakt er een herinnering van. Je kon vanuit onze de tuin de hei helemaal niet zien. En de vliegtuigen ook niet want de grote boom schermde het zicht naar boven af. De foto op de arm van je vader is uit 1946.  Aardbeienplantjes hadden we pas in de jaren vijftig. Je bent in gedachten een intieme relatie met je vader aan het maken’.”

Zijn vader had Pleij niet veel gezien als kind. Het was een ‘wederopbouwer’. Een van de vele mannen die zich na de oorlog rot werkten voor een vereend Nederland en kansen voor de jonge generatie. Het is interessant hoe oorlog verwerkt wordt, merkt de spreker op. En de hulp van bronnen, naast iemands eigen gedachten, is daarbij essentieel.

Herman Pleij