Back to top

Donderdag 8 december organiseerde Netwerk Oorlogsbronnen (NOB) in samenwerking met de Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45 (SMH 40-45) een workshop over het creëren, beheren en gebruiken van een digitale collectie. De auteur van het rapport 'Men neme een collectie … en dan?' Ivo Zandhuis, behandelde met een select aantal deelnemers praktijkvoorbeelden die waren aangedragen. Plaats van dit delict was het prachtige Eemhuis in Amersfoort.

De ochtend begint met een disclaimer: Ivo is geen jurist dus er zullen geen complete projectadviezen worden uitgewerkt. Een tweede disclaimer is dat toegankelijk online betekent, altijd! Aan de hand van de site verdwenengebouwen.nl wordt duidelijk wat je met gedigitaliseerde bronnen kunt doen. Het koppelen van data biedt historische context. Daarnaast worden collecties zichtbaar en zie je waar bronnen zich bevinden.

De grondstoffen

Na een korte uitleg over de grondstoffenfabriek die zorgt voor content en context, komt de eerste casus aan bod. Het Indisch Herinneringscentrum (IHC) worstelt met de beperkte openbaarheid van repatriëringslijsten en het maken van een gestructureerde database. Over de beperkte openbaarheid kan je iets opnemen in een extra metadataveld. Bij het creëren van de database gaat het om twee stappen: 1) hoe maak je data, en 2) hoe maak je die data toegankelijk. De lijsten worden gedigitaliseerd en leveren een scan op, maar hoe kom je van een scan naar data? Via OCR’en of overtypen. Het advies luidt: gebruik OCR’en voor de presentatie en overtypen om een gestructureerde database te maken. Gebruik daarvoor bijvoorbeeld velehanden.nl. Voor de duurzaamheid is het van belang om een goede scan te maken en op te slaan als JPEG 2000. OCR resulteert in tekst die het best als ALTO (een XML-standaard) kan worden opgeslagen (zie 'Men neme een collectie... en dan' p. 62).

De Grondstoffenfabriek (Denkschets.nl)

Copyright

Copyright is een lastig onderwerp waarin de wetgever regelmatig iets wijzigt (zie 'Men neme een collectie... en dan' p. 21). Hoe voorkom je als museum copyright-schending claims bij het online plaatsen van een collectie? Er is sprake van een formeel juridische kant en de keus die je zelf maakt. Je kan iets over copyright opnemen in de metadata, waardoor je in staat bent materiaal op de website te filteren. Voor muziek kennen de meeste musea het abonnement dat ze afsluiten bij buma/stemra. Voor afbeeldingen biedt Pictoright eenzelfde oplossing. De SMH kan overwegen een gezamenlijk abonnement bij Pictoright af te nemen. Bij het opsporen van copyright is het verstandig om van groepen naar klein te werken: selecteer bijvoorbeeld foto’s van een bepaalde fotograaf. Als vrijwilligers 3D-objecten hebben gefotografeerd en hun naburige rechten hebben afgestaan kunnen die foto’s online worden gezet. Let op: foto's van kunstwerken en voorwerpen met een hoge originaliteits-waarde (zoals speelgoed) zijn niet beeldrechtenvrij. Om te bepalen of iets een kunstobject is raadpleeg Wikimedia (Amerikaans recht) en zie ook deze lijst van copyright regels per onderwerp. 

Samenwerken

Het plaatje ‘Digitaal erfgoed in drie lagen’ (Nationale strategie digitaal erfgoed, NDE maart 2015) gaat van houdbaar →bruikbaar→zichtbaar. Eén van de deelnemers mist de stap van content (houdbaar) naar het online zetten in de verbindingslaag (bruikbaar). Dit aanbieden van digitale data, waar beheer en hosting bij komt kijken, is een moeilijk te subsidiëren stap en voor kleine instellingen financieel erg lastig. De casus ‘efficiency door gezamenlijk collectiebeheer’ sluit hier goed op aan. Collectie Gelderland biedt voor de provincie een ‘stekker’ aan zodat je je data nog maar naar één punt hoeft te brengen. Per provincie zo’n centraal punt zou een oplossing kunnen zijn. Een andere efficiencyslag kan worden gemaakt door een ICT’er te delen. In Gelderland gebeurt dit al.

Drie lagen model Nationale Strategie Digitaal Erfgoed (NDE)

Waardecreatie

In een andere casus werd gevraagd naar het optimaliseren van de validatie van data en het verkrijgen van toegang tot data bij andere instellingen. Twee functies zijn hier van belang: 1) beheren en behouden, en 2) samenbrengen en verbinden. Voor beheer en behoud moet één systeem beschikbaar zijn waar iedereen zijn data aan kan bieden ongeacht welk systeem je zelf gebruikt. Je bent als instelling zelf verantwoordelijk voor de wijze waarop je je data aanbiedt. Het optimaliseren van de validiteit van data is mogelijk door data te koppelen en er met elkaar over te praten. Een mooi voorbeeld hiervan is de samenwerking tussen het Joods Cultureel Kwartier en HC Kamp Westerbork. Zij beheren een gezamenlijke database met basisinformatie over Nederlandse slachtoffers van de Holocaust. Vanuit deze centrale database wordt de informatie in de database van zowel het Joods Monument als Westerbork voorzien van aanvullende informatie en bronnen (zie 'Men neme een collectie... en dan' p. 41). Het initiatief van NOB om een personenportal WO2 te ontwikkelen bouwt voort op dit idee.

 
 
Ivo Zandhuis aan het woord