De 33-jarige Cornelis van den Oever woont in de De Waal Malifijtenstraat 155 in Katwijk, hij is stoker op de stoomtrawler KW2. De bemanning bestaat verder uit de broers Dirk en Huig van Duijn, Maarten Haasbroek, Cornelis van Duyvenvoorde, Pieter den Haas, stuurman Cornelis Guyt, Jan Haasnoot, Cornelis van Velzen, Maarten de Vreugd en stoker Kees van den Oever. De eigenaren van de boot, de gebroeders Taat uit Katwijk, hebben van de Duitse autoriteiten toestemming om tussen vijf uur 's middags en negen uur 's avonds de visnetten uit te zetten tot 60 km buiten de kust. Op 7 april 1942 wordt de KW2 op zee gekaapt door acht Engelandvaarders: Bob van Arem, Jaap Bakker, Lou de la Bretonnière, Ferry Meijnderts, Felix en Elly Nauta, Johannes Pieter Servaas en Joseph Zwalf. Die avond is Elly Nauta een paar keer van de vismarkt naar het schip gelopen, steeds met een andere man. Elly fungeert elke keer als ‘liefje’, zodat ze bij eventuele aanhouding door een Duitse patrouille een goed excuus hebben voor hun aanwezigheid op de kade. Elly en de mannen zijn aan boord van de KW2 geslopen en hebben zich verstopt onder de vloerplanken van de koelruimte. Op zee komen de verstekelingen uit hun schuilplaats. De bemanning wordt met revolvers onder schot gehouden, maar als Elly hen verzekert dat de achterblijvende gezinnen door het verzet goed zullen worden verzorgd, wordt geen weerstand geboden. Stuurman Guyt schreef later: 'Wat moesten wij doen? Aan de ene kant vrouw en kinderen achterlaten, en aan de andere kant onze vaderlandse plicht om die mensen naar de overkant te brengen. Wij hadden terug kunnen gaan, want ze waren veel te ziek.' De bemanning vaart het schip naar Great Yarmouth. Daar wordt iedereen ondervraagd. In Katwijk wordt het nieuws verspreid dat de KW2 op een mijn gelopen is. Er wordt zelfs een rouwdienst gehouden. Zes weken na hun vertrek komt via het Rode Kruis en Radio Oranje het bericht dat ze goed zijn aangekomen. De bemanning van de KW2 is met de groep Engelandvaarders door koningin Wilhelmina op de thee ontvangen. De Engelandvaarders kregen het Bronzen Kruis, de bemanning niet. De KW2 wordt naar Fleetwood gebracht en heeft tijdens de rest van de oorlog daar gevist. De echtgenote van Kees van den Oever, Johanna Klazina van den Oever-de Vreugd en zijn dochters hebben zes weken lang in de rouw gelopen. Ze is later met haar kinderen naar Smilde in Drenthe gegaan. Als Kees in augustus 1945 in Hansweert terugkeert met een schip vol met vis krijgt hij een rekening gepresenteerd van de verzekering, omdat zijn vrouw en kinderen ten onrechte een uitkering hadden gekregen. Van de belofte van de kapers, dat de gezinnen van de bemanningsleden goed verzorgd zouden worden, is dus niets terecht gekomen. Het gezin Van den Oever verneemt na de oorlog ook niets meer van de kapers. Na verhoor is Kees toegewezen aan de Koopvaardij.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders