Back to top

Zoekresultaat

Roermond, 'Monument voor Indische Burgerslachtoffers'
beschrijving
Het 'Monument voor Indische Burgerslachtoffers' in Roermond is opgericht ter nagedachtenis aan alle burgers die in de periode 1945-1962 zijn omgekomen in Nederlands-Oostindië en Nederlands Nieuw-Guinea. Onthulling Het monument is onthuld op 25 augustus 1990.
Vervaardiger, datering
Joop Utens (uitvoering), Dick van Wijk, Wijnand Thönissen (ontwerp)
trefwoorden
Gedenksteen
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/3318
Vught, Nationaal Monument Kamp Vught
beschrijving
Het Nationaal Monument Kamp Vught in Vught herinnert aan wat zich hier tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld. Tevens moet het kamp mensen bewust maken van het feit dat vergelijkbare systemen en middelen niet zomaar tot de geschiedenis behoren, maar nog steeds in onze wereld voorkomen. Kamp Vught neemt een speciale plaats in in de Nederlandse geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Het was een van de grote en belangrijke concentratiekampen in het terreursysteem van de Duitse bezetter. Het was ook het enige officiële SS-concentratiekamp in het bezette Noordwest-Europa. Meer dan 31.000 mensen hebben voor korte of langere tijd in kamp Vught gevangen gezeten. In de loop van 1942 begon men in de bossen bij Vught aan de bouw van een groot concentratiekamp. Het totale kampterrein was ongeveer 1 km lang en 300 meter breed. Rond het kamp werd een gracht gegraven met aan beide zijden 4 meter hoog prikkeldraad. Om de 100 meter stond een wachttoren. Vanuit deze 24 wachttorens konden bewakers de omgeving goed in de gaten houden. Ontsnappen was bijna onmogelijk. Op 15 januari 1943 arriveerden de eerste gevangenen. Zij werden spoedig gevolgd door duizenden joden. Voor hen was kamp Vught een doorgangskamp; de meesten werden gedeporteerd naar het Drentse Westerbork, en vandaar onherroepelijk naar de vernietigingskampen in Polen. De omstandigheden in het concentratiekamp Vught waren aanvankelijk erg slecht. In de eerste maanden van 1943 stierven meer dan 300 gevangenen van honger, uitputting en ziekte. Veel joodse kinderen werden hiervan het slachtoffer. Na verloop van tijd werden de omstandigheden iets beter, niet in de laatste plaats doordat er meer ruimte kwam doordat vrijwel alle joden waren gedeporteerd. Vught moest in Duitse ogen een 'modelkamp' zijn: afschrikwekkend, maar niet zó erg dat daardoor de Nederlandse bevolking massaal tegen de bezetter in opstand zou komen. Toen de geallieerden in aantocht waren, werden in de maanden juli/september 1944 op de fusilladeplaats in de bossen bij het kamp 329 verzetsmensen doodgeschoten. In totaal verloren 749 mensen in concentratiekamp Vught het leven. Op 5 en 6 september 1944 werd kamp Vught door de bezetter ontruimd. De vrouwen werden getransporteerd naar het concentratiekamp Ravensbrück, de mannen naar Sachsenhausen. In totaal zijn ruim 31.000 mensen de poort van het kamp gepasseerd. Pas anderhalve maand later, op 26 en 27 oktober 1944, werd Vught bevrijd. Veel viel er echter niet te bevrijden, het kamp was verlaten. Vrijwel direct na de bevrijding werden de gebouwen van het kamp gebruikt als interneringskamp voor duizenden NSB'ers en collaborateurs. Ook verbleven hier tot mei 1945 noodgedwongen 6000 Duitse burgers uit het grensgebied. Delen van het kamp werden in gebruik genomen door het Canadese leger. Het interneringskamp heeft tot 1949 bestaan. In 1951 werden de woonbarakken in gebruik genomen door duizenden Molukkers. Tot op de dag van vandaag bestaat op dit deel van het vroegere kamp een woonwijk (Lunetten). Sinds de oorlog zijn delen van het kamp in gebruik gebleven als kazerne. In de vroegere kampkeuken is het Geniemuseum gevestigd. Een deel van het terrein is in gebruik genomen als gevangenis (Nieuw Vosseveld). In 1986 werd in Vught de Stichting Nationaal Monument Kamp Vught opgericht, die zich ervoor sterk maakte een deel van het vroegere kampterrein tot Nationaal Monument te verklaren. Onthulling Nationaal Monument Kamp Vught is op 18 april 1990 opengesteld voor het publiek door Hare Majesteit Koningin Beatrix. De gedenkwand is onthuld op 10 oktober 2002. Op 24 oktober 2002 is het nieuwe herinneringscentrum, een herbouwde gevangenenbarak en het heringerichte terrein van Nationaal Monument Kamp Vught officieel in gebruik genomen. Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard heeft samen met de twaalfjarige Jade Kagie uit Vught de opening verricht. Zo werd gesymboliseerd dat het Nationaal Monument ook steeds vaker wordt bezocht door jongeren. Ook aanwezig waren onder anderen Minister van Staat Max van der Stoel, Herman van Veen, oud-gevangenen en genodigden. Door de uitbreiding en herinrichting kan Nationaal Kamp Vught zich beter toeleggen op de voorlichting aan jongeren en andere bezoekers over de geschiedenis en actuele betekenis van het voormalig SS-concentratiekamp Vught. Het grootste deel van de benodigde vier miljoen euro is bijeen gebracht door de overheid, het bedrijfsleven, fondsen, stichtingen en particuliere donateurs.
trefwoorden
Overig
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/878
Amsterdam, 'Monument voor Joodse Dove Oorlogslachtoffers'
beschrijving
Het 'Monument voor Joodse Dove Oorlogsslachtoffers' in Amsterdam is opgericht ter nagedachtenis aan alle dove Nederlandse Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog door vervolging om het leven zijn gekomen. Hoeveel dove Joden er toen precies zijn omgekomen is onduidelijk, omdat doofheid niet in het bevolkingsregister werd vermeld. Wel is bekend dat dove Joden vaak meteen door gingen naar de gaskamers. Initiatief De oprichting van het monument was een initiatief van de Stichting Doven Shoah. Deze stichting zet zich in om de geschiedenis van dove Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog onder de aandacht brengen. Onthulling Het monument is onthuld op 17 oktober 2010 door Anna Vos-van Dam en Hedy d'Ancona. Anna Vos-van Dam is de enige Nederlandse dove overlevende van Auschwitz. Bij de onthulling is een gebed uitgesproken door rabbijn R. Evers van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap.
Vervaardiger, datering
Truus Menger-Oversteegen 1923-2016 (beeld), Bart Koolen (gebarentekeningen)
trefwoorden
Beeld/Sculptuur
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/3545
Nationaal Comité 4 en 5 mei
Putten, Herdenkingshof
beschrijving
Het Herdenkingshof te Putten is opgericht ter nagedachtenis aan de razzia van 2 oktober 1944, waarbij 659 Puttense mannen vanuit de Oude Kerk werden weggevoerd naar concentratiekampen. Van hen hebben 552 mannen de Tweede Wereldoorlog niet overleefd. Op 17 september 1944 werden in Gelderland tienduizenden geallieerde parachutisten gedropt. Met dit grootscheeps bevrijdingsoffensief wilden de geallieerden vanuit België een doorstoot naar Duitsland forceren. Er werd een beroep gedaan op het verzet om de para's optimaal te steunen. Vanuit Londen kreeg de RVV tevens het verzoek om auto's met Duitse officieren te overvallen om zo documenten te bemachtigen. Dit verzoek werd door de landelijke sabotage-commandant van de RVV, de heer Thijssen, (die vanuit de omgeving van Barneveld opereerde) serieus genomen. In de nacht van 30 september 1944 pleegde een groep verzetsmensen bij Putten een overval op een auto van de Duitse Wehrmacht. Deze verzetsactie verliep echter niet volgens plan. Zowel een Duitse officier als een verzetsman kwam bij dit vuurgevecht om het leven. Een gewonde officier werd gevangengenomen en een ander vluchtte naar een nabijgelegen boerderij. Eén korporaal wist te ontsnappen en waarschuwde de Duitse commandant Fullriede. De gevolgen voor Putten waren verschrikkelijk. In reactie op deze verzetsdaad werd het dorp op last van generaal Friedrich Christiansen omsingeld. Hij had het bevel gegeven de daders van de aanslag op te sporen en dood te schieten. Bovendien werden alle Puttense mannen tussen 18 en 50 jaar van de vrouwen en kinderen gescheiden en opgesloten in een school en een eierhal. De volgende dag (2 oktober 1944) werden zij afgevoerd naar kamp Amersfoort. De vrouwen en kinderen werden geëvacueerd en het dorp werd platgebrand, met uitzondering van 'Deutschfreundiche Einwohner'. Van de 659 gearresteerde Puttense mannen zijn 552 om het leven gekomen. Ruim 200 van hen kwamen om in het concentratiekamp Neuengamme. Onthulling Het monument is onthuld op 1 oktober 1949 door Hare Majesteit Koningin Juliana. In 1992 is in de buurt van de Herdenkingshof een gedachtenisruimte geopend, waar het verhaal van de razzia in woord en beeld wordt weergegeven.
Vervaardiger, datering
Jan P.T. Bijhouwer (herdenkingshof), Mari S. Andriessen (beeld)
trefwoorden
Beeld/Sculptuur
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/1646
Nationaal Comité 4 en 5 mei
Amsterdam, 'De Dokwerker'
beschrijving
'De Dokwerker' in Amsterdam herinnert aan de Februaristaking in 1941. Deze eerste grootscheepse protestactie wordt jaarlijks herdacht in het besef dat bescherming van vrijheden en mensenrechten onontbeerlijk is, zeker in tijden wanneer er sprake is van uitingen van onverdraagzaamheid en discriminatie. In de periode voorafgaand aan de Februaridagen van 1941 werd er door de bezetter steeds meer druk uitgeoefend op het politieke en economische leven en kregen de anti-Joodse maatregelen een steeds grimmiger karakter. Geüniformeerde NSB'ers van de Weerbaarheidsafdeling (WA) gingen over tot het organiseren van provocaties in Joodse buurten. Eigenaars van hotels en cafés werden gedwongen plakkaten op te hangen met de tekst 'Joden niet gewenscht', er werden marktkramen vernield, ruiten van winkels ingegooid en Joden mishandeld. Op 11 februari 1941 kwam het op het Waterlooplein tot een ware veldslag, waarbij de WA'er Hendrik Koot zwaargewond raakte en enige dagen later aan zijn verwondingen overleed. Als reactie hierop werd de oude Joodse wijk een dag later door de bezetter afgesloten. Op 17 februari ontstond er veel ophef over het feit dat bij de Nederlandse Scheepbouw Maatschappij in Amsterdam-Noord door loting een aantal ongehuwde arbeiders voor dwangarbeid in Duitsland werden aangewezen. Alle arbeiders verlieten de werf en ook op andere werven legden de arbeiders het werk neer. Op 19 februari werd in de Van Woustraat 'IJssalon Koco' van de Duits-Joodse vluchtelingen Ernst Cahn en Alfred Kohn bestormd door manschappen van de Grüne Polizei. Toen de manschappen al schietend binnendrongen, werden zij opgewacht door een knokploeg die bij hen ammoniak in het gezicht spoten. Alle aanwezigen werden gearresteerd. Er volgden harde represailles. Op bevel van SS-chef Heinrich Himmler, rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart en SS-generaal Hanns Albin Rauter vond er in de Jodenbuurt een grootschalige razzia plaats. 427 Joodse mannen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar werden bij hun gezinnen weggehaald en naar het Jonas Daniël Meijerplein gebracht. Van daaruit werden zij op transport gezet naar de concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen. Slechts twee van hen zouden het overleven. De verontwaardiging bij de Amsterdammers was groot. In de avonduren van 24 februari 1941 werd op de Noordermarkt een korte bijeenkomst gehouden, waaraan veel ambtenaren deelnamen. De circa 250 aanwezigen werden toegesproken door onder meer de gemeentearbeider Dirk van Nimwegen. Nog dezelfde nacht werd door de illegale Communistische Partij Nederland (CPN) het manifest Staakt, staakt, staakt !!! opgesteld, dat in de vroege ochtenduren werd verspreid aan de poort van talrijke bedrijven. De oproep vond breed gehoor onder de Amsterdammers. Overal in de hoofdstad werd het werk neergelegd en ontstond een sfeer van spontane saamhorigheid. Het openbaar vervoer kwam tot stilstand en bij nagenoeg alle andere gemeentelijke diensten werd het werk neergelegd. Er werd gestaakt bij de scheepsbouw en metaalbedrijven in Noord, bij de confectiefabriek Hollandia-Kattenburg en bij grootwinkelbedrijven als de Bijenkorf. Een dag later breidde de staking zich uit tot de Zaanstreek, Kennemerland (Haarlem en Velsen), Hilversum, Utrecht en Weesp. De bezetter reageerde furieus. Op 26 februari nam generaal Friedrich Christiansen het gezag in de provincie Noord-Holland over. Op zijn bevel moest er bij onlusten en samenscholingen met scherp in de menigte worden geschoten. De stakers gingen weer aan het werk. In de weken die daarop volgden werden honderden stakers en vooral CPN'ers gearresteerd. Sommigen kwamen voor het vuurpeloton, anderen kregen langdurige gevangenisstraffen opgelegd. De Februaristaking van 1941 was de eerste, grote daad van verzet in Nederland tegen het antisemitisme en de terreur van de Duitse bezetter. Oprichting Kunstenaar Mari Andriessen maakte het beeld in opdracht van het Amsterdamse gemeentebestuur. Het beeld is in een Parijse gieterij gegoten. Aanvankelijk stond 'De Dokwerker' met zijn armen gestrekt naar het Waterlooplein. In 1970 is het beeld verplaatst richting de synagoge, vanwege werkzaamheden aan de metro. De keuze voor het Jonas Daniël Meijerplein heeft te maken met de razzia's van 1941, maar ook met de onzekerheid over hoe de jodenbuurt zou worden opgeknapt. Het monument is niet alleen de centrale plaats van de herdenking van de Februaristaking, het is ook een aantal keren het begin of eindpunt geweest van demonstraties tegen racisme. Onthulling Het monument is onthuld in december 1952 door Hare Majesteit Koningin Juliana.
Vervaardiger, datering
Mari S. Andriessen (1897-1979)
trefwoorden
Beeld/Sculptuur
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/1434
Nationaal Comité 4 en 5 mei
Zaandam, 'Februaristaking'
beschrijving
Het monument 'Februaristaking' herinnert de inwoners van Zaandam (gemeente Zaanstad) aan de algemene werkonderbreking van 25 februari 1941. In de periode voorafgaand aan de Februaridagen van 1941 werd er door de bezetter steeds meer druk uitgeoefend op het politieke en economische leven en kregen de anti-Joodse maatregelen een steeds grimmiger karakter. Geüniformeerde NSB'ers van de Weerbaarheidsafdeling (WA) gingen over tot het organiseren van provocaties in Joodse buurten. Eigenaars van hotels en cafés werden gedwongen plakkaten op te hangen met de tekst 'Joden niet gewenscht', er werden marktkramen vernield, ruiten van winkels ingegooid en Joden mishandeld. Op 11 februari 1941 kwam het op het Waterlooplein tot een ware veldslag, waarbij de WA'er Hendrik Koot zwaargewond raakte en enige dagen later aan zijn verwondingen overleed. Als reactie hierop werd de oude Joodse wijk een dag later door de bezetter afgesloten. Op 17 februari ontstond er veel ophef over het feit dat bij de Nederlandse Scheepbouw Maatschappij in Amsterdam-Noord door loting een aantal ongehuwde arbeiders voor dwangarbeid in Duitsland werden aangewezen. Alle arbeiders verlieten de werf en ook op andere werven legden de arbeiders het werk neer. Op 19 februari werd in de Van Woustraat 'IJssalon Koco' van de Duits-Joodse vluchtelingen Ernst Cahn en Alfred Kohn bestormd door manschappen van de Grüne Polizei. Toen de manschappen al schietend binnendrongen, werden zij opgewacht door een knokploeg die bij hen ammoniak in het gezicht spoten. Alle aanwezigen werden gearresteerd. Er volgden harde represailles. Op bevel van SS-chef Heinrich Himmler, rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart en SS-generaal Hanns Albin Rauter vond er in de Jodenbuurt een grootschalige razzia plaats. 427 Joodse mannen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar werden bij hun gezinnen weggehaald en naar het Jonas Daniël Meijerplein gebracht. Van daaruit werden zij op transport gezet naar de concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen. Slechts twee van hen zouden het overleven. De verontwaardiging bij de Amsterdammers was groot. In de avonduren van 24 februari 1941 werd op de Noordermarkt een korte bijeenkomst gehouden, waaraan veel ambtenaren deelnamen. De circa 250 aanwezigen werden toegesproken door onder meer de gemeentearbeider Dirk van Nimwegen. Nog dezelfde nacht werd door de illegale Communistische Partij Nederland (CPN) het manifest Staakt, staakt, staakt !!! opgesteld, dat in de vroege ochtenduren werd verspreid aan de poort van talrijke bedrijven. De oproep vond breed gehoor onder de Amsterdammers. Overal in de hoofdstad werd het werk neergelegd en ontstond een sfeer van spontane saamhorigheid. Het openbaar vervoer kwam tot stilstand en bij nagenoeg alle andere gemeentelijke diensten werd het werk neergelegd. Er werd gestaakt bij de scheepsbouw en metaalbedrijven in Noord, bij de confectiefabriek Hollandia-Kattenburg en bij grootwinkelbedrijven als de Bijenkorf. Een dag later breidde de staking zich uit tot de Zaanstreek, Kennemerland (Haarlem en Velsen), Hilversum, Utrecht en Weesp. De bezetter reageerde furieus. Op 26 februari nam generaal Friedrich Christiansen het gezag in de provincie Noord-Holland over. Op zijn bevel moest er bij onlusten en samenscholingen met scherp in de menigte worden geschoten. De stakers gingen weer aan het werk. In de weken die daarop volgden werden honderden stakers en vooral CPN'ers gearresteerd. Sommigen kwamen voor het vuurpeloton, anderen kregen langdurige gevangenisstraffen opgelegd. De Februaristaking van 1941 was de eerste, grote daad van verzet in Nederland tegen het antisemitisme en de terreur van de Duitse bezetter. Onthulling Het monument is onthuld op 24 februari 2001 door burgemeester Ruud Vreeman en ontwerpster en oud-verzetsstrijdster Truus Menger, ter gelegenheid van de 60ste herdenking van de Februaristaking.
Vervaardiger, datering
Truus Menger-Oversteegen (1923-2016)
trefwoorden
Beeld/Sculptuur
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/277
Nationaal Comité 4 en 5 mei
Haarlem, 'Treurende Vrouw'
beschrijving
Het monument 'Treurende Vrouw' in Haarlem is opgericht ter nagedachtenis aan de tien verzetsmensen die in 1944 bij de nieuwe Sint-Bavo zijn gefusilleerd. De namen van de tien slachtoffers luiden: W. de Boer, W. Böhler, C. Erends, G. Fambach, R. Loggers, F. Maaswinkel, K. Tempelman, Mr. C. Vlot, J. de Vries en J. Wüthrich. In oktober 1944 besloot het Haarlems verzet om Fake Krist te liquideren. Deze Haarlemse politieman was levensgevaarlijk voor een groot aantal mensen. Men wist dat hij lijsten op zak had met Haarlemmers die opgepakt moesten worden. De meesten zouden het er waarschijnlijk niet levend van afbrengen. Fake Krist was in de kost bij NSB-ers aan de Westergracht. Dagelijks vertrok hij vanuit zijn kostadres op een vast tijdstip per fiets naar het politiebureau. Besloten werd Krist neer te schieten vanuit de Bavoschool, tegenover de kerk. Een klus voor 'Zwarte Kees', één van de beste schutters in de verzets-knokploeg. Samen met twee anderen verschanste hij zich op 25 oktober heel vroeg in de ochtend in de school, in de gymzaal op de eerste etage. Hier bevond zich een raam op de hoek van de Leidsezijstraat. Het schoolhoofd had hem de sleutels gegeven. Toen Krist op de fiets kwam aangereden, richtte Zwarte Kees zijn karabijn en schoot. Het eerste schot schampte af op de koppel van Krist, maar de volgende twee schoten troffen hem dodelijk. De bezetter nam onmiddelijk wraak. Naast de school werden vier woningen ontruimd en in brand gestoken. De bewoners kregen nauwelijks tijd om hun woningen te verlaten. Bovendien haalde men tien arrestanten op uit de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Deze verzetsmensen werden als vergelding op 26 oktober 1944 in het openbaar aan de Westergracht gefusileerd. Oprichting De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van het Comité voor Verzetsmonument Westergracht. Onthulling Het monument is onthuld in 1949.
Vervaardiger, datering
Prof. Ludwig Oswald Wenckebach (1885-1962)
trefwoorden
Beeld/Sculptuur
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/492
Nationaal Comité 4 en 5 mei
Rotterdam, 'Ongebroken Verzet'
beschrijving
Het verzetsmonument 'Ongebroken Verzet' in Rotterdam is opgericht ter nagedachtenis aan alle verzetsmensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de strijd tegen de bezetter zijn gesneuveld. Oprichting Het gedenkteken is opgericht in opdracht van de Stichting Centraal Verzetsmonument Rotterdam Onthulling Het monument is onthuld op 4 mei 1965 door Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. .
Vervaardiger, datering
Hubert C.M. van Lith (09-01-1906)
trefwoorden
Beeld/Sculptuur
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/904
Beegden, monument bij de Sint-Martinuskerk
beschrijving
Het monument bij de Sint-Martinuskerk herinnert de inwoners van Beegden (gemeente Maasgouw) aan het offer dat de oorlogsslachtoffers brachten voor een leven in vrijheid. Onthulling Het monument is onthuld op 4 mei 1991 door het kerkbestuur.
Vervaardiger, datering
H. Clerx
trefwoorden
Kruis
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/10
Nationaal Comité 4 en 5 mei
Sneek, 'Kinderschoentjes'
beschrijving
De 'Kinderschoentjes' herinneren de inwoners van Sneek (gemeente Súdwest-Fryslân) aan het Canadese Perth Regiment dat na de oorlog werd ingekwartierd bij Sneker gezinnen, in afwachting van een boot die hen naar hun vaderland zou terugbrengen. Een van de regimentsleden was Norrys Chadwick, een Canadese soldaat die in Italië een paar kinderschoentjes had gevonden en dit als mascotte meenam naar Sneek. Hier was hij gast van de familie Hoogland aan de Parallelweg. De bevrijdingsactiviteiten van het Perth Regiment in Europa begonnen op 8 november 1943 in Italië (Napels). Via Frankrijk (Marseille) en België (Mons) stootte het door naar Nederland: naar Nijmegen, Arnhem, Doesburg en Harderwijk. In 1945 was het Perth Regiment betrokken bij de gevechten in Noordoost-Groningen. Het regiment leverde hevige strijd bij Holwierde en bevrijdde op 4 mei 1945 het Nansum, Biessum en Delfzijl. Het laatste gevecht van het Perth Regiment was bij het Eemskanaal in de nabijheid van Delfzijl. Met grote hartelijkheid boden de Snekers onderdak aan de militairen van het Perth Regiment, die volledig in de gemeenschap werden opgenomen. Het regiment arriveerde op 1 juni 1945 in de stad. Er werden allerlei activiteiten georganiseerd om de maandenlange wachttijd voor de Perth militairen zo aangenaam mogelijk te maken. Er werd een Contact Commissie Canada Sneek (CCCS) in het leven geroepen die allerlei activiteiten organiseerde, zoals zeilwedstrijden op het Sneekermeer, voetbal-, touwtrek- en schietwedstrijden, maar ook dansavonden. Op gezette tijden werden voor de Canadezen speciale kerkdiensten gehouden. Op initiatief van het Perth Regiment werden deze diensten omlijst door 'Church Parades', die altijd veel publiek trokken. Het verblijf van het Perth Regiment in Sneek duurde tot eind november 1945. De laatste Canadese strijders vertrokken in de nacht van 27 op 28 november. Toen het Perth Regiment in Italië was, vond Norrys Chadwick langs de kant van de weg een paar kinderschoentjes. In mei 1990 stuurde hij de mascotte naar de gemeente Sneek, met het onderstaande verhaal: MIJN MASCOTTE Als soldaat van het Perth Regiment waren we in opmars in Italië. We marcheerden aan beide kanten van de weg. Ik was aan de linkerzijde toen ik een paar kleine schoentjes ontdekte in een lager gelegen gedeelte van de weg. Ik glipte uit de rij en nadat ik de plaats goed had nagekeken op valstrikken, verborg ik de schoentjes snel in mijn uniform. Toen we eindelijk stopten om te rusten haalde ik de schoentjes tevoorschijn en vroeg me af wat ik ermee moest doen. Na ampel beraad besloot ik ze te houden als mijn mascotte, dus gingen ze weer terug in mijn bagage. Eens leende ik ze uit aan een van de jongens die verlof had en voelde me een beetje ongemakkelijk totdat ze weer veilig op de plaats waren waar ze hoorden. Ze bleven bij me als talisman gedurende de hevige gevechten op de Ariëlla Ridge, de Duivelskloof, zoals we het noemden, de Gustaf Line, Hitler Line en Liri Valley. Het was aan de noordzijde van de Foglia rivier toen ik er zeker van was dat de schoentjes mij geluk brachten. Mijn jeep werd geraakt door een granaat. Het was donker, ik zat onder het bloed en het gesuis in mijn oren was zo erg dat ik niets meer kon horen. Ik dacht dat ik dood was, totdat ik mezelf kneep. Britse soldaten kwamen naar me toe toen ze me uit een kapotte struik zagen klimmen en ik vroeg hun of ze mijn jeep ook hadden gezien. Ik kon hen niet verstaan, dus begonnen ze te wijzen. De jeep was een ravage, hij lag op zijn zij, de radiator was stuk, de band was kapotgescheurd en het leer was van het stuur, maar ongeschonden hingen daar nog steeds de schoentjes aan de choke. Wat een opluchting dat we beiden nog heel waren. Na een medisch onderzoek ging ik weer terug naar mijn eenheid, mijn schoentjes weer veilig opgeborgen in mijn bepakking. We bleven samen gedurende de andere gevechten bij Gothic Line, Montecchio, Point 204, Coriano Rodge, Rimine, Savio, Lamone Crossing, Fossio, Munnio, Ravenna, totdat we eindelijk Italië verlieten en landden in Marseille (Frankrijk). Ik verzekerde me ervan dat de schoentjes veilig in mijn uniform zaten om me geluk te brengen, wat de toekomst ook nog voor mij in petto zou hebben. We werden gelegerd ten noorden van de Belgische grens, voor drie weken rust. Ik werd aangesteld op een anti-tankgun waarin mijn schoentjes en ik in actie kwamen in Nijmegen, Driel, Arnhem, Oosterbeek, Harderwijk, Holwierde, Nansum en uiteindelijk Delfzijl. In Delfzijl hing ik de schoentjes aan de anti-tankgun voor het geval ik mijn bepakking zou kwijtraken in de hevige gevechten. Toen de oorlog voorbij was, werden we gelegerd in een klein stadje: Sneek. We herdoopten de stad tot Stradford. De familie waar ik verbleef, heette Hoogland. Ze woonden toen aan de Parallelweg 46. Jelle, Henny en de heer en mevrouw Hoogland. In Leeuwarden woonde een zuster van de heer Hoogland, mevrouw De Jong-Hoogland. Via via hoorde ik dat deze mevrouw schoentjes nodig had voor een van haar kinderen en ik besloot dat als ik de schoentjes niet meer nodig had, ze beter een paar kindervoetjes warm konden houden. Dus gingen ze naar mevrouw De Jong-Hoogland. Met het ms 'Queen Elizabeth' keerden we terug naar Stradford waar we op 16 januari 1946 arriveerden in ijzige kou en sneeuwbuien. Ik was de schoentjes eigenlijk al weer vergeten totdat ik in 1980 een pakket en een brief uit Holland ontving. Toen ik het pakket opende, zag ik tot mijn verrassing de schoentjes. In de brief bedankte mevrouw De Jong-Hoogland mij nogmaals voor de schoentjes. Helaas hadden ze geen van de kinderen gepast, dus had ze de schoentjes een plaatsje gegeven op de schoorsteenmantel. Naarmate mevrouw De Jong-Hoogland ouder werd, vond ze eigenlijk dat de schoentjes terug moesten naar de eigenaar. Daarna hebben de schoentjes een plaatsje gehad op mijn schoorsteenmantel. Nu de tijd verstrijkt, besef ik steeds meer het gezegde: 'Old soldiers never die, they just fade away' ('Oude soldaten sterven niet, ze vervagen gewoon'). Toch heb ik het gevoel dat de kleine schoentjes hun laatste 'rustplaats' moeten hebben in de Schutterskamer van het stadhuis in Sneek. Samen met mijn verhaal. Norrys Chadwick'.
trefwoorden
Overig
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/100
Amsterdam, plaquette op de gevel van de Noorderkerk
beschrijving
De plaquette op de gevel van de Noorderkerk in Amsterdam herinnert aan een bijeenkomst op 24 februari 1941, waarbij leden van de Nederlandse Communistische Partij opriepen tot een protestactie die heeft geleid tot de Februaristaking. Met het gedenkteken worden tevens alle Jordaanbewoners herdacht die door de Duitse bezetter zijn weggevoerd en omgebracht. In de periode voorafgaand aan de Februaridagen van 1941 werd er door de bezetter steeds meer druk uitgeoefend op het politieke en economische leven en kregen de anti-Joodse maatregelen een steeds grimmiger karakter. Geüniformeerde NSB'ers van de Weerbaarheidsafdeling (WA) gingen over tot het organiseren van provocaties in Joodse buurten. Eigenaars van hotels en cafés werden gedwongen plakkaten op te hangen met de tekst 'Joden niet gewenscht', er werden marktkramen vernield, ruiten van winkels ingegooid en Joden mishandeld. Op 11 februari 1941 kwam het op het Waterlooplein tot een ware veldslag, waarbij de WA'er Hendrik Koot zwaargewond raakte en enige dagen later aan zijn verwondingen overleed. Als reactie hierop werd de oude Joodse wijk een dag later door de bezetter afgesloten. Op 17 februari ontstond er veel ophef over het feit dat bij de Nederlandse Scheepbouw Maatschappij in Amsterdam-Noord door loting een aantal ongehuwde arbeiders voor dwangarbeid in Duitsland werden aangewezen. Alle arbeiders verlieten de werf en ook op andere werven legden de arbeiders het werk neer. Op 19 februari werd in de Van Woustraat 'IJssalon Koco' van de Duits-Joodse vluchtelingen Ernst Cahn en Alfred Kohn bestormd door manschappen van de Grüne Polizei. Toen de manschappen al schietend binnendrongen, werden zij opgewacht door een knokploeg die bij hen ammoniak in het gezicht spoten. Alle aanwezigen werden gearresteerd. Er volgden harde represailles. Op bevel van SS-chef Heinrich Himmler, rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart en SS-generaal Hanns Albin Rauter vond er in de Jodenbuurt een grootschalige razzia plaats. 427 Joodse mannen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar werden bij hun gezinnen weggehaald en naar het Jonas Daniël Meijerplein gebracht. Van daaruit werden zij op transport gezet naar de concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen. Slechts twee van hen zouden het overleven. De verontwaardiging bij de Amsterdammers was groot. In de avonduren van 24 februari 1941 werd op de Noordermarkt een korte bijeenkomst gehouden, waaraan veel ambtenaren deelnamen. De circa 250 aanwezigen werden toegesproken door onder meer de gemeentearbeider Dirk van Nimwegen. Nog dezelfde nacht werd door de illegale Communistische Partij Nederland (CPN) het manifest Staakt, staakt, staakt !!! opgesteld, dat in de vroege ochtenduren werd verspreid aan de poort van talrijke bedrijven. De oproep vond breed gehoor onder de Amsterdammers. Overal in de hoofdstad werd het werk neergelegd en ontstond een sfeer van spontane saamhorigheid. Het openbaar vervoer kwam tot stilstand en bij nagenoeg alle andere gemeentelijke diensten werd het werk neergelegd. Er werd gestaakt bij de scheepsbouw en metaalbedrijven in Noord, bij de confectiefabriek Hollandia-Kattenburg en bij grootwinkelbedrijven als de Bijenkorf. Een dag later breidde de staking zich uit tot de Zaanstreek, Kennemerland (Haarlem en Velsen), Hilversum, Utrecht en Weesp. De bezetter reageerde furieus. Op 26 februari nam generaal Friedrich Christiansen het gezag in de provincie Noord-Holland over. Op zijn bevel moest er bij onlusten en samenscholingen met scherp in de menigte worden geschoten. De stakers gingen weer aan het werk. In de weken die daarop volgden werden honderden stakers en vooral CPN'ers gearresteerd. Sommigen kwamen voor het vuurpeloton, anderen kregen langdurige gevangenisstraffen opgelegd. De Februaristaking van 1941 was de eerste, grote daad van verzet in Nederland tegen het antisemitisme en de terreur van de Duitse bezetter. Onthulling De gedenkplaat is onthuld op 25 februari 1976 door de toenmalige Amsterdamse wethouder Harry Verheij. Tijdens de bezetting maakte Verheij deel uit van de 'Tramgroep', een communistische verzetsgroep die medeorganisator was van de Februaristaking.
Vervaardiger, datering
Ezechiël J. Hoek
trefwoorden
Plaquette
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/101
Nationaal Comité 4 en 5 mei
Rosmalen, bevrijdingsmonument
beschrijving
Het bevrijdingsmonument herinnert de inwoners van Rosmalen (gemeente 's-Hertogenbosch) aan de bevrijding van hun dorp op 23 oktober 1944 door de 53ste Welsh Divisie en het Canadese Lake Superior Regiment. Ook worden met het gedenkteken de medeburgers herdacht die tijdens de bezetting door oorlogsgeweld zijn omgekomen. Onthulling Het monument is onthuld op 5 mei 1970 door burgemeester J.C. Molenaar en zijn echtgenote, ter gelegenheid van de 25ste herdenking van de bevrijding.
Vervaardiger, datering
Frans van der Burgt
trefwoorden
Zuil
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/1015
Nationaal Comité 4 en 5 mei
De Koog, Vrijheidsbeeld
beschrijving
Het Vrijheidsbeeld herinnert de inwoners van De Koog (gemeente Texel) aan de vriendschappelijke band die tijdens de Tweede Wereldoorlog is ontstaan tussen de Georgische gemeenschap en de Texelse bevolking. Vrede is een kostbaar goed dat gewaarborgd moet worden. Onthulling Het monument is onthuld op 5 mei 1981 door de oud-strijder Gia Djapavidtsje, samen met beeldhouwer Nodar Kvateladsje en twee kinderen van de Lubertischool.
Vervaardiger, datering
G. Djapavidtsje (ontwerper), Nodar Kvateladsje (beeldhouwer)
trefwoorden
Beeld/Sculptuur
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/1016
Den Hoorn, monument bij de Joost Dourleinkazerne
beschrijving
Het monument bij de Joost Dourleinkazerne in Den Hoorn (gemeente Texel) is opgericht ter nagedachtenis aan verschillende gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog. Het herdenkingskruis 'De Mok' is opgericht ter nagedachtenis aan de zeventig Georgiërs die in april 1945 op het terrein van 'De Mok' door de bezetter zijn gefusilleerd. Eén van de twee plaquettes is opgericht ter nagedachtenis aan tien Texelaars die op 6 april 1945 op het terrein van 'De Mok' door de bezetter zijn gefusilleerd. De andere plaquette is opgericht ter nagedachtenis aan de opstand van de Georgiërs op Texel in april 1945. In de nacht van 5 op 6 april 1945 barstte op Texel de strijd los tussen Georgische opstandelingen en de bezetter, de zogenaamde 'Russenoorlog'. De Georgiërs waren krijgsgevangenen van de Duitsers en ingeschakeld als bezettingstroepen op Texel. Op 6 februari 1945 werd op Texel het 822e Georgische Bataljon gelegerd, bestaande uit 800 Georgiërs en 400 Duitsers. Op 5 april kreeg de Georgische commandant, Sovjetkapitein Schalwa Loladze, opdracht om zich met zijn bataljon gereed te maken om de volgende dag om 07:00 uur te vertrekken. Zijn bataljon zou worden ingezet tegen de geallieerden in Oost-Nederland. Wilden zij zich nog rehabiliteren voor het feit dat ze in Duitse dienst waren getreden, dan moest dat snel gebeuren, aangezien de geallieerden al voor Berlijn en Bremen lagen, en het einde van de oorlog snel nabij kwam. Op 6 april 1945 om 01:00 uur ’s nachts precies, kwamen de Georgiërs tegen de Duitsers in opstand. Zij noemden deze operatie de 'Dag der geboorte'. Iedere Georgiër had een Duitser toegewezen gekregen die hij moest doden. In totaal werden die vroege morgen 450 Duitsers gedood. Daaraan kwam geen kogel te pas: de meesten werden in hun slaap gekeeld. Op de eerste dag van deze opstand pakte de bezetter in Den Burg veertien willekeurige Texelaars op als straf voor de Texelse steun aan het 822e Georgische Infanterie Bataljon. Zij werden op transport gesteld naar 'De Mok'. Vier van hen, onder wie Cor Kievits en Theo van Heerwaarden, sprongen op een onbewaakt moment van de rijdende auto, verscholen zich en overleefden de oorlog. De andere tien werden op 'De Mok' doodgeschoten en opzettelijk aan de laagwaterlijn begraven. Dankzij een oplettend bemanningslid van Teso werden hun lichamen op 22 mei 1945 teruggevonden. Kort daarop fusilleerde de bezetter op 'De Mok' werden ook zeventig Georgiërs die zich hadden overgegeven. De bijna zeven weken durende Russenoorlog kostte in totaal ruim tweeduizend mensen het leven. Aanvankelijk verliep de opstand gesmeerd, ware het niet dat twee Duitsers kans zagen te ontsnappen naar Den Helder. De Georgiërs slaagden er niet in om de twee Duitse batterijen in het zuiden van Texel te veroveren. Het vaste land was in een vroeg stadium reeds op de hoogte van de opstand. Er kwam snel een tegenoffensief op gang. Dezelfde dag werden 600 Duitse soldaten met zware mitrailleurs, mortieren, tanks en enkele stukken geschut via de Mok aangevoerd om de opstand neer te slaan. De gevechten duurden wekenlang, maar de Georgiërs waren aan de verliezende hand door de voortdurende aanvoering van nieuwe Duitse troepen van het vasteland. Na afloop van de opstand zochten de Duitsers het hele eiland af, op zoek naar Georgiërs. Enkele honderden van hen konden onderduiken bij de Texelse bevolking en overleefden de razzia's. Ondanks dat het Duitse opperbevel zich op 5 mei onvoorwaardelijk had overgegeven duurde de oorlog voor Texel nog tot 20 mei, toen Canadese militairen op Texel aankwamen. 117 Texelaars verloren het leven tijdens de opstand, 482 tot 565 Georgiërs, en ongeveer 600 Duitsers. Ook de materiële schade was groot, tientallen boerderijen gingen in vlammen op, met name in de Eierlandse polder. Oprichting Het herdenkingskruis werd in opdracht van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten een monument geplaatst. Het initiatief om de twee plaquettes op te richten bijna zestig jaar na deze tragedie, is genomen door het Korps Mariniers. Het idee ontstond tijdens de voltooide nieuwbouw in 2003 op het terrein van de Joost Dourleinkazerne en het Amfibisch Ondersteuningsbataljon. Vooral eerste officier majoor der mariniers Aad van Gils is met de totstandkoming van het gedenkteken bezig geweest. Hij heeft belangstelling voor historie en realiseerde zich dat 'De Mok' een belangrijke rol heeft gespeeld in de lokale oorlogsgeschiedenis. Het terrein van het voormalige vliegkamp was tijdens de bezetting een Duitse basis. De kosten van het gedenkteken kwamen voor rekening van het Korps Mariniers. Onthulling Het nieuwe uitgebreide en verbeterde monument is onthuld in 2007.
Vervaardiger, datering
Renske Winters
trefwoorden
Plaquette
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/1017
De Cocksdorp, monument 'Dwangarbeiders'
beschrijving
Het monument 'Dwangarbeiders' in De Cocksdorp (gemeente Texel) herinnert aan de verplichte tewerkstelling van circa 800 Texelse mannen en jongens in Assen in de periode van 10 november 1944 tot 1 april 1945. Bij de Historische Vereniging Texel is een lijst met namen van de gedeporteerde mannen in te zien die is opgesteld door Dirk Lemstra. Onthulling Het monument is onthuld op 12 september 1996, in aanwezigheid van de burgemeester van Assen, mevrouw D. van As-Kleijwegt, en de burgemeester van Texel, de heer W.L.F.C. van Rappard. De kastanjeboom van kwekerij Van den Oever uit Haaren in Noord-Brabant was toen zes jaar oud. Het Luchtvaartmuseum Texel draagt zorg voor het onderhoud van de boom.
trefwoorden
Boom
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/1018
Nationaal Comité 4 en 5 mei
Den Burg, Brits ereveld
beschrijving
Het Britse ereveld herinnert de inwoners van Den Burg (gemeente Texel) aan 167 geallieerde militairen van het Brits Gemenebest die tijdens de Tweede Wereldoorlog op Nederlands grondgebied zijn gesneuveld. Van de 167 militairen zijn er 123 geïdentificeerd. Oprichting Het kruis is in 1955 in opdracht van de Commonwealth War Graves Commission geplaatst. In Nederland bevinden zich in totaal zestien erevelden van het Britse Gemenebest.
Vervaardiger, datering
Sir Reginald Blomfield (ontwerp Offerkruis)
trefwoorden
Begraafplaats/Graf
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/1019
Amsterdam, monument bij het Muiderpoortstation
beschrijving
Het monument bij het Muiderpoortstation herinnert de inwoners van Amsterdam aan de ruim 11.000 joodse medeburgers die via dit station naar de vernietigingskampen in Polen en Duitsland werden gedeporteerd. Onthulling Het monument is onthuld op 3 oktober 2002 door burgemeester Job Cohen. Deze dag was het zestig jaar geleden dat het eerste jodentransport vanuit het Muiderpoortstation vertrok.
Vervaardiger, datering
Steffen Maas
trefwoorden
Gedenkbank
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/102
Den Burg, 'Het verhaal achter de grafsteen'
beschrijving
'Het verhaal achter de grafsteen' herinnert de inwoners van Den Burg (gemeente Texel) aan het Britse Gemenebest die tijdens de Tweede Wereldoorlog op of nabij Texel gesneuveld zijn. Zij liggen begraven op het Britse ereveld dat deel uitmaakt van de Algemene begraafplaats van Den Burg. Bram van Dijk heeft jarenlang onderzoek gedaan naar de achtergrond van deze gesneuvelde militairen. Het waren merendeels bemanningsleden van geallieerde bommenwerpers uit Engeland, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland, die op of nabij Texel werden neergeschoten of op het eiland aanspoelden. Van de in totaal 167 gesneuvelde militairen zijn 44 niet geïdentificeerd.
Vervaardiger, datering
Bram van Dijk (boek), Gemeente Texel (prieel)
trefwoorden
Kapel
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/1020
Nationaal Comité 4 en 5 mei
Den Burg, Levensboom
beschrijving
De Levensboom herinnert de inwoners van Den Burg (gemeente Texel) aan alle medeburgers die tijdens de bezettingsjaren door oorlogsgeweld zijn omgekomen. Oprichting Het kunstwerk is een geschenk van de Georgiërs die de opstand tegen de bezetter van 6 april-12 mei 1945 hebben overleefd. Onthulling Het monument is onthuld op 4 mei 1975 door burgemeester Sprenger.
Vervaardiger, datering
Georgi Otchiauri, Tia Draparidze, Zurab Sakvarelidze
trefwoorden
Beeld/Sculptuur
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/1021
Den Burg, gedenkraam in de R.K. kerk
beschrijving
Het gedenkraam in de R.K. kerk van Den Burg (gemeente Texel) is opgericht uit dankbaarheid aan Sint-Jozef voor de behouden terugkeer van de ongeveer 800 mannen en jongens die tussen de periode van 10-11 november 1944 en 14-30 maart 1945 door de bezetter werden gedeporteerd naar Assen. De eerste zondag na de wegvoering werd door pastoor J.Th.A.M. Gussenhoven de heilige Jozef in gebed aangeroepen. Gevraagd werd deze Texelaren weer spoedig bij hun familie te laten terugkeren. Een lijst met namen van de gedeporteerden, opgesteld door Dirk Lemstra, is in te zien bij de Historische Vereniging Texel. Oprichting Als gevolg van het bombardement tijdens de aprildagen van 1945 werd behalve schade aan verschillende kleinere ramen ook een groot driedelig raam geheel verwoest. Het geplaatste raam is een geschenk van de gedeporteerde mannen en jongens. Onthulling Op 24 juni 1947 is in de R.K. kerk een nieuw glas-in-loodraam aangebracht. De R.K. Parochiegemeenschap Texel draagt de zorg voor het onderhoud van het monument.
Vervaardiger, datering
H. Moerkerk (ontwerp), Firma Bogtmans (uitvoering)
trefwoorden
Glas-in-lood
http://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/1022