Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Oorlogsdagboek van D. Rooseboom, deel I, De jaren in Nederland tot 5 mei 1943 en Oorlogsdagboek van D. Rooseboom, deel II, in Duitschland als dwangarbeider en in Noord-Frankrijk als sergeant in het Amerikaansche leger

De auteur, die in Den Haag woont en bij Bouw- en Woningtoezicht werkt, geeft vanaf 1 oktober 1940 dagelijks een kort overzicht van de belangrijkste oorlogsgebeurtenissen in de wereld. Hij blijft zijn vrienden ontmoeten, voetballen en bridgen. Hij vertelt hoe in Nederland de maatregelen tegen de joden verscherpen. Ze moeten een ster dragen. De rantsoenen verminderen, er is slechts op beperkte tijden elektriciteit en de NSB krijgt steeds meer invloed. Maar vergaderingen van het NAF worden verstoord door gekuch en voetgeschuifel. De bombardementen veroorzaken in Nederland steeds meer slachtoffers. In Den Haag worden overal fietsen gestolen en is er brand in een Duitse hooiopslagplaats door sabotage. Het vuil blijft liggen op straat en november 1942 moet de kuststrook van Den Haag evacueren. Februari 1943 worden in Den Haag mannen van hun bed gelicht om naar Duitsland te gaan. Er zijn relletjes en in Den Haag wordt de gemeentelijke dienst "Frontzorg" opgericht om de achterblijvers te steunen. Op kantoor moet hij opgeven van welke politieke partij hij voor de oorlog lid is geweest, wat hij weigert. In april 1943 wordt de loyaliteitsverklaring door 12 procent van de studenten getekend. Hij vertelt dat hij uitstel van vertrek naar Duitsland krijgt, maar 3 mei 1943 vertrekt hij als dwangarbeider. Na een lange treinreis arriveert hij, vertrokken uit Voorburg, in Bretigheim, een vuil en haveloos kamp. Daar worden ze verdeeld in groepjes over verschillende steden. Hij komt terecht in een lager bij Reutlingen als draaier bij machinefabriek "Wafios", waar tankonderdelen gemaakt worden. Na korte noodhuisvesting in barakken en een hotelletje slaapt hij met 20 man op een slaapzaal met 1 kraan. Omdat hij Duits spreekt, wordt hij kamerleider. De werktijd is dagelijks van 6.30 tot 1 uur 's middags. Hij krijgt een voedsel- en rokerskaart en zijn loon is 6 mark per dag. Het oorlogsnieuws houdt hij uitgebreid bij. Ze lezen kranten, luisteren radio en er komt post. Hij mag hij 2 brieven per maand schrijven. Als de post slecht loopt, organiseert hij verbetering. Er gaan mensen met verlof. Hij brengt zijn vrije tijd door met tochtjes in de omgeving. Er is vaak luchtalarm. Mensen worden mishandeld en ontsnappen soms. In uitgeworpen vlugschriften staat dat fabrieken gebombardeerd worden. De werk- en woonomstandigheden verslechteren. Door de vrieskou is er geen water en de wc' s zien er vies uit. Eind april komen veel vliegtuigen over. Onder de verschillende nationaliteiten in de fabriek ontstaan spanningen. De Russen worden slecht behandeld. Er is zwarte handel. De invasie vordert langzaam en midden 1944 zijn er bombardementen. De stemming onder de Nederlanders blijft goed. Hij houdt het oprukken van de geallieerden bij, vanaf 6 september 1944 ook de toestand in Nederland. Ze moeten hun radio's inleveren en er komt bijna geen post meer. Duitse steden worden steeds vaker gebombardeerd. Er is vaak alarm, de verwarming doet het niet meer en ze moeten in de kantine eten. Er zijn verplaatsingen naar andere kampen. Hij krijgt extra eten en geld. Alle buitenlanders moeten met Kerstmis 1944 naar het Lager verhuizen en daardoor ontstaat verbroedering. Hij heeft nachtdienst. Ze stoken met in het bos gezaagd hout. Na bombardementen in Reutlingen moet hij helpen opruimen. In maart 1945 plunderen Russische soldaten voedsel en kleren en vergrijpen zich aan de vrouwen. Er zwerven werkloze buitenlanders door de stad. Midden april gaat hij ook zelf met ontslag en meldt zich bij politie als buitenlander. Met een groepje vertrekt hij via Straatsburg, dan per trein en auto verder via Parijs naar Nederland. Bij Charleville is hij tijdelijk in dienst van de Amerikanen. 18 Juni 1945 is hij in Den Haag terug en kan in juli weer bij zijn oude baas terecht.
Blijf tweewekelijks op de hoogte
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media