Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Egodocument Groenendaal, J.M.C.

Mej. Groenendaal woont in Roermond met haar vriendin A.G. Jongepier. Zij is schilderes van beroep en leest veel. Ze heeft Zweeds gestudeerd. Zij houdt van haar werk, haar huis, haar omgeving, Roermond. Het eerste, kleinste gedeelte van het dagboek beschrijft de oorlogsdagen van mei 1940 in het onmiddellijk bezette Roermond, het tweede begint met de septemberverwarring in 1944 en vervolgt de geschiedenis van Roermond tot de algemene evacuatie in de eerste maanden van 1945. Na de terugtocht der Duitsers in het begin van september komen nieuwe troepen de stad binnen; versterkingen worden aangelegd. Razzia's op mannen hebben van de tweede week van september af plaats, culminerende in een grote deportatie van 2700 man op 30 december. Sedert november heeft de stad te lijden onder beschietingen en bombardementen van wisselende intensiteit. Vele wijken moeten al evacueren en eind januari komt er bevel om de gehele stad te ontruimen. Mej. Groenendaal en de vriendin met wie zij samenwoont, rekken en saboteren, maar moeten 3 februari toch hun huis verlaten. Met de weduwe van een van hun vrienden en naar twee dochters brengen zij een nacht door in de kelders van de verzamelplaats, de Eiermijn en rijden de volgende dag op een boerenkar naar de volgende halte in het traject, Brüggen in Duitsland, waar zij met de andere evacué's een paar dagen naargeestig en onhygiënisch in een dakpannenfabriek wonen. Hier nemen zij een invalide vrouw, die zij kennen en die door twee verpleegsters in de steek is gelaten, in hun gezelschap op. Zij begeven zich op eigen gelegenheid naar Lüttelbracht, wonen daar twee dagen bij gastvrije particulieren, wier adres hun was opgegeven, maar gaan tenslotte met een der evacuatietreinen vanuit Brüggen in de richting Groningen en Friesland, officieel het doel van de reis. De stemming in de volle veewagens is zeer slecht; men rijdt met horten en stoten en bereikt na twee dagen Zwolle.Mej. Groenendaal en haar tochtgenoten scheiden zich daar, tenslotte met officiële goedkeuring, van het transport af en vinden huisvesting eerst bij kennissen in Zwolle, later in een leeg huis in die stad. In Zwolle lijdt zij hevig onder heimwee. De zieke vrouw reist onder de hoede van een verpleegster door naar Groningen. 14 april wordt Zwolle bevrijd. 29 mei neemt een auto mej. Groenendaal naar haar geliefde Roermond mee terug. Huis en bezittingen zijn voor een zeer groot deel gespaard. Mej. Groenendaal en haar vriendin herbergen gedurende de oorlog nu en dan onderduikers: een scholier, een student, een Amerikaanse piloot, een Russisch meisje uit Mariopol en tweemaal een illegaal werker.Zij bezoekt geregeld de kerk. Eind 1945 worden door de gebeurtenissen in Indonesië in haar vaderlandse gevoelens geschokt.
Blijf tweewekelijks op de hoogte
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media