Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Wilson

De collectie werd begin 1976 aan de toenmalige Sectie Krijgsgeschiedenis geschonken door de weduwe van Wilson, mevrouw R.A.J. Wilson-Du Gardein. Naast de in de inventaris beschreven archiefstukken bestaat de collectie uit boeken, brochures, tijdschriften en een achttal fotoalbums. Deze hebben ondermeer betrekking op excursies militaire aardrijkskunde uit de jaren dertig, het gevechtsterrein in Noord-Limburg en Oost-Brabant na de meidagen van 1940 en op Wilsons reizen door Nederlands-Indië. Alle foto's die genoemd worden in de inventaris, komen voor in deze albums. De rubrieken I t/m VII bestaan uit beschrijvingen van stukken die Wilson als militair heeft ontvangen en opgemaakt. Rubriek VIII bevat hoofdzakelijk uit privé-correspondentie. In rubriek IX bevinden zich stukken die Wilson heeft verzameld als bronmateriaal voor de militaire geschiedenis. Deze vormen een afzonderlijke rubriek omdat niet blijkt dat deze stukken hem uit hoofde van zijn functie werden toegezonden of door hem werden opgesteld. Dit is dan ook de reden waarom ze afzonderlijk werden gerubriceerd. Rubriek X bevat een afzonderlijke serie publicaties, die in 1976 als onderdeel van de collectie aan de sectie Krijgsgeschiedenis zijn geschonken. Zij zijn voor het merendeel door Wilson zelf geschreven. Rubriek XI bestaat uit biografische gegevens over Wilson die later aan de collectie werden toegevoegd.

De archiefstukken in de collectie werden in 1977 geordend en beschreven door drs. J.P.C.M. van Hoof. De toen gemaakte inventaris is opgenomen onder inv.nr. 89. De inventaris werd in 2009 aangepast en gedigitaliseerd door dr. F.T.J. Godin. De looptijd van de collectie omvat de jaren 1907-1970. De collectie is volledig openbaar.

Luitenant-generaal J. (Johannes) J.C.P. Wilson werd geboren te Hoorn op 18 juni 1893. Hij meldde zich op 19 september 1910 als cadet bij de Koninklijke Militaire Academie (KMA). Na deze met succes doorlopen te hebben werd hij aangesteld tot chef van het Verlichtingspark, een functie die hij van 1914 tot 1917 vervulde.

Zie J..J.C.P. Wilson, 'De Organisatie van het Nederlandschen Verlichtingsdienst', de Militaire Spectator 88 (1919), pp. 387-397; D. van den Berg, Geschiedenis van het Bataljon Mineurs en Sappeurs later Korps thans Regiment Genietroepen van 1852 tot in den tegenwoordige tijd (Breda 1929) 181 e.v..

In laatstgenoemd jaar volgde zijn benoeming tot leraar aan de KMA. Na zijn bevordering tot kapitein in mei 1922 begon hij in november van dat jaar met een driejarige cursus aan de Hogere Krijgsschool (HKS). In de periode 1930-1937 was hij bij deze instantie werkzaam als leraar strategie, krijgsgeschiedenis en militaire aardrijkskunde. Als zodanig verstrekte hij de hogere legerleiding meermalen adviezen inzake de verdediging van Nederland. Zo had hij een groot aandeel in de totstandkoming van de plannen rond de aanleg van de Peel-Raamstelling. In genoemde periode schreef hij diverse artikelen, met name in de Militaire Spectator, een orgaan waarvan hij van 1936 tot 1942 redactielid was. Verder verscheen er in 1934 het door hem geschreven leerboek Beginselen der Militaire Aardrijkskunde van Nederland. In oktober 1937 was Wilson, inmiddels bevorderd tot majoor, belast met de leiding over de herhalingsoefeningen van 3e Bataljon 27e Regiment Infanterie. In zijn functie van hoofd van de Afdeling Operatiën van de Generale Staf, later van het Algemeen Hoofdkwartier van het Veldleger maakte hij zeer bewust de spannende tijd mee die voorafging aan de Duitse inval voorafging en de meidagen van 1940.

De opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, generaal H.G. Winkelman, stuurde op 12 mei 1940 Wilson naar Rotterdam om namens hem de nodige maatregelen te nemen. Na de capitulatie was Wilson werkzaam bij de Krijgsgeschiedkundige Sectie van het Hoofdregelingsbureau, later Krijgsgeschiedkundig Instituut geheten. Na zijn terugkeer uit Duitse krijgsgevangenschap, welke duurde van mei 1942 tot mei 1945, nam hij eerst de functie van inspecteur der genie waar, terwijl hij in november 1945 benoemd werd tot plaatsvervangend kwartiermeester-generaal. Na diverse functies op interdepartementaal niveau vervuld te hebben ging hij in oktober 1951 met pensioen. Wilson was drager van het onderscheidingsteken voor langdurige Nederlandse dienst, dat werd toegekend in 1928. In 1935 werd hij door Hare Majesteit de Koningin (Wilhelmina) benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, daarnaast in 1949 ook benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Tevens was hij drager van het Oorlogsherinneringkruis met de gesp voor bijzondere krijgsverrichtingen 'Nederland Mei 1940'. In de jaren 1950-1955 schreef Wilson onder de titel 'Tien jaar geleden' een reeks artikelen over de Tweede Wereldoorlog, welke werden afgedrukt in de Nieuwe Rotterdamse Courant. Na te zijn bewerkt en aangevuld verschenen deze in 1956 in boekvorm. Dit werk, dat uit drie delen bestaat, was getiteld Van Warschau tot Hiroshima(Assen 1956-1957). Vier jaar later rolde zijn boek Vijf oorlogsjaren en hun twintigjarige voorgeschiedenis(Assen [1960]) van de pers.

Wilson overleed te Doorn op 29 december 1975.

De collectie dient in de studiezaal van het NIMH als volgt te worden aangevraagd: Collectie: Wilson Toegangsnummer: 446.

Bij het citeren van stukken in publicaties dient men de vindplaats ten minste eenmaal volledig en zonder afkortingen te vermelden. Vervolgens kan worden volstaan met een verkorte titel.

Volledig: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag, Wilson, Toegang 446, inventarisnummer. ...

Verkort: NIMH, Wilson, 446, inv. ..

Datum
1 januari 1907
Type
  • Archief
Collectie
  • Archieven NIMH
Datum
  • 1907-01-01
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media