Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Van Voorst tot Voorst (Commandant Veldleger 1937-1940)

Van Voorst tot Voorst (Commandant Veldleger 1937-1940)

De collectie dient in de studiezaal van het NIMH als volgt te worden aangevraagd: Collectie: Van Voorst tot Voorst Toegangsnummer: 489

Bij het citeren van stukken in publicaties dient men de vindplaats ten minste eenmaal volledig en zonder afkortingen te vermelden, vervolgens kan volstaan worden met een verkorte titel.

Volledig: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag, Van Voorst tot Voorst, Toegang 489, inventarisnummer. ...

Verkort: NIMH, Van Voorst tot Voorst, 489, inv. ...

Er zijn geen nadere gegevens bekend over de datum waarop het collectiemateriaal geschonken is aan de voormalige Sectie Krijgsgeschiedenis, nu Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). De stukken zijn afkomstig uit het privé-archief van Van Voorst en werden vermoedelijk kort voor, of na zijn dood in 1963 aan het instituut overgedragen. De kern van collectie bestaat uit beleidsstukken, zoals legerorders, memo's, aantekeningen en correspondentie uit de periode dat Van Voorst commandant van het veldleger was (1937-1940). Tevens bevindt zich in de collectie: twee circulaires uit 1934 en 1935 van zijn voorganger luitenant-generaal Jonkheer W. Roëll; kranten- en tijdschriftartikelen (zowel contemporain als later); drie dag / notitieboekjes van Van Voorst; persoonlijke correspondentie van na 1945 en diverse in memoria. De looptijd van de collectie omvat de jaren 1937-1960. De collectie is volledig openbaar.

Luitenant-generaal Baron J. (Jan) J. G. van Voorst tot Voorst werd geboren te Kampen op 29 december 1880. Hij groeide op te Den Haag waar hij particulier onderwijs genoot bij het instituut van dr. J.W. Tesch. In september 1896 deed hij toelatingsexamen voor de toenmalige Cadettenschool te Alkmaar, na deze opleiding te hebben afgerond, ving hij zijn opleiding aan bij de Koninklijke Militaire Academie (KMA) te Breda. Hiervoor legde het vergelijkend examen af dat bepaalde of de cadet tot de door hem zelf opgegeven wapenkeus (Infanterie, cavalerie, artillerie of genie) werd toegelaten. Hij koos voor het wapen der Infanterie, dit was niet direct voor de hand liggend, de Infanterie was immers het wapen waarbij het het zwaarst dienen was. Zijn besluit werd ingegeven door het feit dat de Infanterie destijds het hoofdwapen was, dit was dan ook de reden dat hij bij dit wapen officier wilde worden. In 1901 werd hij tweede luitenant van het IV regiment Infanterie te Haarlem. Vier jaar later volgde zijn detachering bij de staf der Infanterie waarbij hij werd toegevoegd aan de Inspecteur van het Wapen, dit stafbureau behandelde het voorbereidend militair onderricht. In 1907 werd hij toegelaten tot de Hogere Krijgsschool (HKS), in datzelfde jaar werd hij benoemd tot ordonnans-officier van H.M. koningin Wilhelmina waardoor hij zijn studie aan de HKS moest afbreken. Deze functie bracht hem vele opdrachten in het buitenland, daarnaast was hij betrokken bij vele officiële gebeurtenissen waarbij hij de koningin moest begeleiden of vertegenwoordigen. Later omschrijft hij deze periode als een van de belangwekkendste uit zijn militaire loopbaan.

'De generaal spreekt. J.J.G. Baron van Vorst tot Voorst en het Nederlandse leger van vóór 1940', Elseviers weekblad, 21 januari 1961, katern 2.

In 1913 werd hij eervol ontheven uit deze betrekking. Vervolgens zette hij zijn studie aan de HKS voort, maar moest dit voortijdig afbreken vanwege de mobilisatie. In de opeenvolgende jaren was hij als commandant van verschillende compagnieën (grenadiers, IV regiment Infanterie en een landstormcompagnie). Hij was ook lid van een speciale commissie die de stellingen van de Waterlinie moest verkennen en alle gegevens inventariseren die nodig waren bij een eventuele bezetting. In 1915 werd hij benoemd tot kapitein. Na de Eerste Wereldoorlog bezocht hij op uitnodiging van de militaire attaché der Verenigde Staten de belangrijkste delen van de nog vrijwel ongerepte Duitse en geallieerde stellingen in Noord Frankrijk en op uitnodiging van de Chef Generale Staf van Groot-Brittanië ook stellingen in Engeland. In 1926 was Van Voorst als militair deskundige en later als militair gedelegeerde betrokken bij de voorbereidende besprekingen van de Volkenbond over de ontwapenings-mogelijkheden. In 1927 werd hij hoofdinstructeur bij het 21e regiment Infanterie en in dat zelfde jaar overgeplaatst naar Regiment Jagers. Sinds 1930 was hij luitenant-kolonel hoofd van de afdeling Generale Staf van het Ministerie van Defensie. Van Voorst was ook actief als publicist. In 1932, toen hij inmiddels kolonel der grenadiers was geworden, schreef hij een artikel in de Militaire Spectatorover de Volkenbond en de verschillende fasen van de zeven jaar durende onderhandelingen met Duitsland.

'De ontwapeningsconferentie, voorbereiding, grondslagen, verwachtingen door J.J.G. Baron van Voorst tot Voorst Luitenant-Kolonel van den Generale Staf', Militaire Spectator 1932, 101 p. 39-87.

In 1934 werd hij benoemd tot generaal-majoor, commandant der IVe divisie. In 1937 volgde hij luitenant-generaal jonkheer W. Roëll op als commandant van het Veldleger, tevens werd hij commandant van de Vesting Holland en Gouverneur der Residentie.

Ceremonieële functie in zake belangrijke representatieve gebeurtenissen bv. Prinsjesdag.

Na de Duitse inval op 10 mei 1940 gaf hij als commandant van het gemobiliseerde veldleger leiding aan de gevechten bij de Grebbelinie en andere stellingen. Kort na de capitulatie van het Nederlandse leger op 15 mei 1940 werd hij als krijgsgevangene naar Duitsland gevoerd, waarvan hij in mei 1945 terug keerde. In 1947 werd hem eervol ontslag uit de militaire dienst verleend en hierbij nam hij ook afscheid als Gouverneur der Residentie. Hij bleef echter als voorzitter van diverse commissies actief, zoals de Commissie Verantwoording Krijgsgevangen en de commissie die de meritis voor dapperheids onderscheidingen moest vaststellen. Daarnaast bleef hij adjudant in buitengewone diens van H.M. de Koningin. In 1951 ging hij met pensioen.

Van Voorst was drager van de volgende decoraties: - Ordetekenen van Ridder 4e klasse der Orde van de Rooden Adelaar. - Ridder in de orde van de Kroon van Pruisen. - Ridder in de Souvereine Orde van Malta. - Ordeteken van Officier de l'Instruction Publique. - Ridder in Orde van het Legioen van Eer. - Ridder van de Dannebrog Orde. - Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. - Ordeteken van Officier in de Orde van Leopold II. - Onderscheidingsteken voor Langdurige Nederlandse Dienst als Officier met het cijfer XV. - Ordeteken van Officier in de Orde van Polonia. - Commandeur 2e Klasse in de Orde van het Zwaard van Zweden. - Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. - Ordeteken van Grootkruis in de Kroonorde van België. - Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw (bij bevordering). - Inhuldigingmedaile 1948. - Onderscheidingsteken van de Ridderschap van Gelderland

Van Voorst tot Voorst overleed te Vierakker op 11 november 1963.

Type
  • Archief
Thema
Collectie
  • Archieven NIMH
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media