Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden [001]

De Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden (29 mei 1940 - 14 april 1945)

In Fall Gelb, de Duitse codenaam voor de veldtocht tegen de Lage Landen en Luxemburg, was uitgewerkt dat Nederland, evenals België en Frankrijk, onder militair gezag gebracht zou worden. Meteen al op 10 mei 1940 liet Generaloberst Fedor von Bock, bevelhebber van de legergroep die de aanval uitvoerde, de bevolking weten dat Nederland en België onder "deutsche Militärverwaltung gestellt" waren

Heeresgruppen-Verordungsblatt für die besetzten Gebiete, 10 mei 1940; NIOD archief 556 map 48k.

. Gedurende enkele dagen fungeerde General der Infanterie Alexander von Falkenhausen als Militärbefehlshaber in den Niederlanden und Belgien. Aan dit militair bestuur kwam op 29 mei 1940 een eind met de benoeming van dr. Arthur Seyss-Inquart, die als Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete het hoogste burgerlijk ambt bekleedde. De hoogste militaire autoriteit werd opgedragen aan General der Flieger Friedrich Christian Christiansen die werd geïnstalleerd als Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden (WbN).

Friedrich Christian Christiansen, op 12 december 1879 geboren te Wyk op het eiland Föhr, had zich tijdens de Eerste Wereldoorlog als marinevliegenier wegens dapperheid onderscheiden

Tijdens vrijwel de gehele Eerste Wereldoorlog was Christiansen gestationeerd op Seeflugstation Flandern I te Zeebrugge, waar hij opklom tot commandant van de vliegbasis. In 1915 werd Christiansen gedecoreerd met het IJzeren Kruis 2e Klasse. In het voorjaar van 1916 ontving hij het Ritterkreuz mit Schwertern des Hausordens von Hohenzollern en het IJzeren Kruis 1e klasse. In juni 1917 kreeg hij de Reddingsmedaille met gespen en op zijn 38e verjaardag, 12 december, in dat zelfde jaar werd hem de hoogste militaire dapperheidsonderscheiding toegekend. Christiansen was één van de drie marinevliegeniers die deze Pour le Mérite ontvingen. Met negentien overwinningen in luchtgevechten was hij de succesvolste vliegenier van zijn eskader. Voor zijn onderscheidingen tijdens de Eerste Wereldoorlog zie De kapiteins Christiansen... blz. 149, 153, 157, 159 & Zuerl, Pour-le-Mérite-Flieger... blz. 544 & NIOD Collectie KA I-2813. Zie ook de website the aerodrome. Op 30 januari 1941 ontving Christiansen uit handen van Göring het Kriegsverdienstkreuz 1. und 2. Klasse mit Schwertern, NIOD Collectie KA I-2813.

.

Friedrich Christiansen als hooggedecoreerd Oberleutnant in het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog.

Als protegé van Reichsmarschall Hermann Göring maakte hij tijdens het interbellum snel carrière. Waarschijnlijk was het zijn beschermheer die hem voordroeg voor de functie van Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden. De gewezen zeeman en vliegenier-veteraan was niet de meest voor de hand liggende persoon voor het ambt, temeer daar hij nimmer tevoren een functie bij een Generale Staf had bekleed. Zelf was hij ook verrast door de benoeming, getuige zijn naoorlogse uitlating: "Ich bin gar kein Truppenführer, das habe ich nicht gelernt. Ich bin ein Seeman und ein Flieger"

NIOD Collectie I-283 stuk f2. Zie voor een beknopte schets van Christiansen's levensloop: In 't Veld, De SS... blz. 8. & De Jong, Het Koninkrijk... deel 4 blz. 111-114; deel 10b blz. 67 & Het proces Christiansen... blz. 9 & Hilten, Capitulatie... blz. 42-47 & NIOD Collecties doc. I-283, KA I-2813 en KB I-1384-5.

.

Zowel Christiansen als Seyss-Inquart waren rechtstreeks ondergeschikt aan de Führer und Oberster Befehlshaber der Wehrmacht Adolf Hitler en daarmee in de formele hiërarchie aan elkaar nevengeschikt

De Jong, Het Koninkrijk… deel 4 blz. 49-50.

. Hitlers bevelen bereikten Christiansen via het Oberkommando der Wehrmacht (OKW; zie organisatieschema A) terwijl Seyss-Inquart zijn instructies via de Rijkskanselarij ontving. In de loop van 1941 kwam de WbN onder tactisch commando van de Oberbefehlshaber West

Met enige onderbrekingen trad Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt tussen 25 oktober 1940 en 10 september 1944 op als Oberbefehlshaber West, Siegler, Dienststellen… blz. 16.

die het bevel voerde over alle landmachttroepen in Nederland, België en Frankrijk. Na januari 1944 werd een schakel toegevoegd aan de bevelsketen, toen Heeresgruppe B van Generalfeldmarschall Erwin Rommel belast werd met het afslaan van vijandelijke landingspogingen. Vanaf dat moment was de WbN ondergeschikt aan Heeresgruppe B

Bremmers, De commandobunker… blz. 26.

.

In twee decreten van de Führer, gedateerd 18 en 20 mei 1940, werden de competenties van de Reichskommissar en de Wehrmachtbefehlshaber omschreven

Afgedrukt in: Het proces Christiansen... blz. 228-230. Een analyse van beide decreten geeft De Jong, Het Koninkrijk... deel 4 blz. 110-111.

. Het decreet van 18 mei betrof de "Regierungsbefugnisse in den Niederlanden" en verleende Seyss-Inquart de "oberste Regierungsgewalt" op civiel gebied. Het decreet bekleedde Christiansen met de "militärischen Hoheitsrechte" maar stelde tegelijkertijd: "seine Forderungen werden im zivilen Bereich vom Reichskommissar durchgesetzt". Met andere woorden, Seyss-Inquart zou bij de uitvoering betrokken moeten worden zodra de aanwijzingen van de WbN het louter militaire aspect overschreden. Tegelijkertijd is deze toevoeging te lezen als een verholen verbod voor het militaire apparaat zich te mengen in politieke aangelegenheden

Lang, "Wehrmachtbefehlshaber und Machtstruktur..." blz. 178.

. Ook voor de inzet van politietroepen was de WbN afhankelijk van Seyss-Inquart. Volgens het decreet van 18 mei kon de WbN beschikken over de Duitse politie voor zover "die Aufgaben des Reichskommissars es zulassen".

Twee dagen later gaf Hitler een nadere invulling aan de "Befehlsbefugnisse in den Niederlanden". Dit decreet van 20 mei vormde een uitholling van de positie van de WbN. Weliswaar was hij gerechtigd bij een dreigende vijandelijke aanval "alle zur Abwehr erforderlichen Maßnahmen auch für den zivilen Bereich anzuordnen", maar slechts onder de restrictie zijn instructies "soweit möglich [...] über den Reichskommissar zu leiten". Voorts beperkte het decreet de militaire bevoegdheden van de WbN. Slechts in territoriaal opzicht werd hem de "militärische Befehlsgewalt" opgedragen. Wat de betekenis hiervan is, komt later ter sprake. De decreten van 18 en 20 mei waren zodanig opgesteld dat de afbakening van bevoegdheden tussen de militaire en civiele gezagsdrager diffuus bleef. Deze ondoorzichtige verhouding droeg ertoe bij dat Seyss-Inquart in de praktijk het primaat naar zich toe kon trekken

De politiek en intellectueel beter ontwikkelde Seyss-Inquart kon hier voordeel uit halen, mede doordat hij direct toegang had tot Hitler. Christiansen kon slechts via het politiek weinig invloedrijke OKW doordringen tot Berlijn. Bovendien was Christiansen als voormalig frontstrijder niet erg ingevoerd in stafwerkzaamheden. Zie In 't Veld, De SS... blz. 87-89 & Notities... no. 20 blz. 5 & Von Wühlisch, "Aufgaben..." blz. 231-233.

.

De militair Christiansen en de partijman Seyss-Inquart inspecteren leden van de Reichsarbeitsdienst, juli 1941.

Nog geen jaar nadat beide decreten waren uitgevaardigd, op 15 april 1941, stelde het OKW een algemene dienstaanwijzing op met nadere richtlijnen voor Wehrmachtbefehlshaber

"Allgemeine Dienstanweisung für Wehrmachtbefehlshaber", NIOD Collectie doc. II- 900 stuk 1.

. Dit document was een uitgebreide bewerking van de decreten die eerder voor Nederland en Noorwegen waren ontworpen

Lang, "Wehrmachtbefehlshaber und Machtstruktur…" blz. 186.

. Het onderving enige onvolkomenheden uit de Nederlandse en Noorse praktijk en diende als voorbeeld voor Wehrmachtbefehlshaber in andere bezette gebieden. De term "zivil Bereich" die nog voorkwam in het decreet van 18 mei, was vervangen door het begrip "politische Verwaltung" waarmee een duidelijke scheiding was aangebracht tussen het militair en politiek bestuur

De "politische Verwaltung" werd opgedragen aan een "besonderen politischen Beauftragten des Reiches". Dit kon bijvoorbeeld een Reichskommissar zijn. In de algemene dienstaanwijzing was expliciet gesteld dat Wehrmachtbefehlshaber de Reichskommissar moesten ondersteunen in diens "politischen und Verwaltungsaufgabe", NIOD Collectie doc. II-900 stuk 1 blz. 1-2.

. De algemene dienstaanwijzing van het OKW stond de Reichskommissare het recht toe te toetsen of bepaalde aanwijzingen van Wehrmachtbefehlshaber passend waren

"Da die Reichskommissare die volle Verantwortung für der zivilen Bereich haben, muss ihnen das Recht zugestanden werden, Forderungen der Wehrmachtbefehlshaber darauf zu prüfen, ob ihre Weitergabe und Ausführung auf Grund ihres allgemeinen Auftrage und nach ihrer Beurteilung der Lage angängig ist", NIOD Collectie doc. II-900 stuk 1 blz. 8.

. Dat het OKW hiermee een verzwakking van de positie van Wehrmachtbefehlshaber in de hand werkte, is voor de Nederlandse situatie niet meer van belang, aangezien algemene dienstaanwijzing niet gold voor reeds geïnstalleerde Wehrmachtbefehlshaber.

Aangezien de algemene dienstaanwijzing van het OKW niet alleen geschoeid was op de situatie in Nederland maar ook op die in Noorwegen, waar eveneens een Wehrmachtbefehlshaber en een Reichskommissar naast elkaar gesteld waren, is het interessant een vergelijking te maken tussen beide landen. Op 24 april 1940 had Hitler een decreet uitgevaardigd over de bestuursverhoudingen in Noorwegen. Het decreet dat Hitler op 18 mei 1940 voor Nederland opstelde, was vrijwel letterlijk overgenomen van dit Noorse model. Formeel was het bezettingsbestuur in Nederland dus een kopie van het nog geen maand tevoren in Noorwegen geïnstalleerde bewind

In 't Veld, De SS… blz. 74, 79 & Von Frijtag, Duitse strafrechtpleging… blz. 51 & Lang, "Wehrmachtbefehlshaber und Machtstruktur…" blz. 176-179.

. Zowel in Nederland als in Noorwegen was de benoeming van een Reichskommissar het gevolg van de beslissing van Hitler om een onvoorziene situatie tijdens en na de krijgshandelingen het hoofd te bieden

Vergelijk hiertoe Notities… no. 91 blz. 4 met Lang, "Wehrmachtbefehlshaber und Machtstruktur…" blz. 173

. Evenals in Nederland betekende het verschijnen van een Reichskommissar in Noorwegen dat het militaire apparaat aan invloed inboette. Het decreet van 24 april voor Noorwegen, en daarmee het vrijwel gelijkluidende kopie van 18 mei voor Nederland, impliceerde het primaat van de Reichskommissar. De formulering van het decreet verschafte de in Noorwegen aangestelde Reichskommissar Josef Terboven een nagenoeg onafhankelijke positie terwijl Generaloberst Nikolaus von Falkenhorst zich als Wehrmachtbefehlshaber zou moeten inspannen om de "über den Wehrmachtrahmen hinausgehende eigene Interessen in Norwegen gegen den Willen Terbovens durchzusetzen"

Lang, "Wehrmachtbefehlshaber und Machtstruktur…" blz. 178-179.

.

Evenals in Nederland waren in Noorwegen de bevoegdheden tussen de militaire en civiele autoriteiten echter onvolledig en onduidelijk uitgewerkt. In Nederland wist Seyss-Inquart deze situatie in zijn voordeel te beslissen. Zijn Noorse collega Terboven lukte het daarentegen niet om Von Falkenhorst naar het tweede plan te drukken. Op enkele belangrijke punten moest Terboven zelfs het onderspit delven. Aan de andere kant liepen Von Falkenhorst's pogingen om de positie van de Reichskommissar uit te hollen, op niets uit. De verhouding tussen de Reichskommissar en de Wehrmachtbefehlshaber in Noorwegen is te kenschetsen als een loopgravenstrijd zonder uiteindelijke overwinnaar

Paulsen, "Reichskommissar vs. Wehrmachtbefehlshaber" blz. 149, 159-160.

. Ook binnen zijn eigen organisatie had Von Falkenhorst te kampen met wrijvingen. Al tijdens de invasie van Noorwegen kwamen verschillen in inzicht tussen de verschillende Wehrmacht-onderdelen aan het licht

Lang, "Wehrmachtbefehlshaber und Machtstruktur…" blz. 171.

. In Nederland kreeg Christiansen evenzeer te maken met dergelijke animositeiten.

Het gezag van Christiansen heeft zich nooit tot geheel Nederland uitgestrekt. Zeeland aan weerszijden van de Westerschelde ressorteerde vanaf de zomer van 1942 onder de Militärbefehlshaber van België

De Jong, Het Koninkrijk… deel 5 blz. 957-958. Een nadere precisering geeft Van der Ham, Zeeland… blz. 27-30, die stelt dat de eilanden Walcheren en Noord- en Zuid-Beveland per 1 augustus 1942 aan de bevoegdheid van Christiansen werden onttrokken. Op bevel van Oberbefehlshaber West Feldmarschall Gerd von Rundstedt zijn deze eilanden ondergebracht bij het 15. Armee Oberkommando (15. AOK) dat verantwoordelijk was voor de beveiliging van Antwerpen en de verdediging van de Scheldeoevers. Dit correspondeert met de datering in Sakkers, Bunkers op Toorenvliedt… blz. 9, die stelt dat de eilanden Walcheren en Noord- en Zuid-Beveland per 31 juli 1942 als Küstenverteidigungsabschnitt A1 onder het commando van het 15. AOK kwamen. Bij Hilten, Capitulatie…blz. 56 ontbreekt een datering. In een eerder stadium stelde De Jong nog dat dit deel van Zeeland nooit onder gezag van de WbN is geweest, De Jong, Het Koninkrijk… deel 4 blz. 111. Bovendien stelt De Jong hier dat Ameland en Schiermonnikoog pas in de zomer van 1943 onder het gezag van de WbN kwamen.

, de eerder genoemde Von Falkenhausen.

Christiansen met duidelijk zichtbaar de Pour le Mérite om zijn hals.

Binnen zijn gezagsgebied was de WbN krachtens het decreet van 20 mei 1940

Zie noot 19

belast met de "militärische Sicherung des Landes im Innern und gegen überraschende Bedrohung von aussen. Er vertritt die Belange der Wehrmacht einheitlich gegenüber dem Reichskommissar". Deze afbakening maakte van de WbN een zuiver militair territoriale commandant die hoogstens tijdelijk operationele bevoegdheden bezat. Als territoriaal commandant was de WbN verantwoordelijk voor de verzorging, legering, beveiliging en het disciplinair optreden in het openbaar van alle in Nederland aanwezige troepen van landmacht, luchtmacht, marine en SS

Van Hilten, Capitulatie… blz. 45. Ook in Noorwegen was de Wehrmachtbefehlshaber slechts territoriaal commandant. Wel was Von Falkenhorst vanaf juli 1940 tegelijkertijd Armeeoberbefehlshaber, een status die Christiansen pas in mei 1942 verleend werd (zie noot 43). Lang, "Wehrmachtbefehlshaber und Machtstruktur…" blz. 175, 180, 182.

. Alleen bij een plotselinge vijandelijke aanval of een dreiging daartoe voerde de WbN het tactisch bevel over de Duitse legereenheden, en zelfs dan totdat de daartoe aangewezen militaire commandanten de zaken overnamen

In 't Veld, De SS… blz. 80, 1027 & Notities… no. 20 blz. 3. Voor een gedetailleerd overzicht van de militaire bevoegdheden van de WbN gezien vanuit Duits standpunt, zie het verzoekschrift om kwijtschelding van straf van 9 februari 1950, NIOD Collectie doc. I-283, map E-e5.

.

De WbN had dus slechts in territoriaal opzicht en bij een verrassingsaanval bevelsbevoegdheid over de bevelhebbers van land-, lucht-, en zeemacht. Voor het overige, tactisch en operationeel, stonden zij onder commando van de superieuren van hun eigen krijgsmachtonderdeel

Voor de landmacht was dit de Oberbefehlshaber West te Parijs, voor de luchtmacht de commandant van de Luftflotte 3 te Parijs, voor de marine de Admiral der Nordsee te Wilhelmshaven en voor eenheden van de Waffen-SS het SS-Führungshauptamt te Berlijn.

. Dit betekende dat de WbN geen zeggenschap had over zaken als militaire opleiding, disciplinaire maatregelen en persoonlijke beoordeling van officieren

Notities… no. 20 blz. 5 & De Jong, Het Koninkrijk… deel 4 blz. 116-117 & Hilten, Capitulatie… blz. 56 & Het proces Christiansen… blz. 232.

. Over de varende en vliegende operationele eenheden die in Nederland hun basis hadden, had de WbN in geen enkel geval zeggenschap

NIOD Collectie doc. I-283 stuk b27.

.

De Duitse krijgsmacht in Nederland had drie functies

De Jong, Het Koninkrijk… deel 4 blz. 115.

: deelnemen aan offensieve operaties tegen Engeland (Luftwaffe en Kriegsmarine), afslaan van vijandelijke landingspogingen (Heer, Luftwaffe en Kriegsmarine) en in noodsituaties bijstand verlenen om binnenlandse opstanden te onderdrukken. Bij een optreden tegen binnenlandse opstanden was de WbN gebonden aan allerlei restricties. Zo kon hij voor dit doel slechts een beroep doen op bepaalde opleidingsbataljons. Voor het inzetten van opleidingseenheden van de landmacht moest de WbN toestemming hebben van de commandant van het reserveleger. Van de marine-opleidingseenheden kon de WbN alleen beschikken over het Ausbildungsregiment "Hermann Göring". Tenslotte kon hij de SS-Ausbildungsdivision Demelhüber inzetten

Hilten, Capitulatie… blz. 44. In Noorwegen bestonden tussen Terboven en Von Falkenhorst vergaande afspraken over de taakverdeling bij het uitroepen van de uitzonderingstoestand, Lang, "Wehrmachtbefehlshaber und Machtstruktur…" blz. 186-193.

. Direct onder commando van de WbN stond een Landesschützenregiment, een beveiligingseenheid uitgerust met wapens die op het Nederlandse leger waren buitgemaakt

Hilten, Capitulatie… blz. 45 & De Jong, Het Koninkrijk… deel 4 blz. 369.

.

Daarnaast was de WbN belast met de militaire rechtspraak. Zijn jurisdictie beperkte zich overigens niet tot Duitse militairen, maar strekte zich ook uit tot Nederlandse burgers, voor zover het ging om delicten tegen de bezettingsmacht. Als WbN bekrachtigde of vernietigde Christiansen vonnissen in dergelijke zaken en had hij de mogelijkheid gratie te verlenen

De Jong, Het Koninkrijk… deel 4 blz. 111.

. Vanaf de lente van 1942, toen een aanvang werd gemaakt met de bouw van de Atlantikwall, werd de WbN ook verantwoordelijk voor de kustverdediging. Formeel werd een Stab Küstenverteidigung onder zijn gezag geplaatst, waar hij in de praktijk weinig zeggenschap over had. Als hoofd van de Stab Küstenverteidigung trad de commandant van de Duitse landmachttroepen op

De Jong, Het Koninkrijk… deel 5 blz. 957-958. Uitgebreide documentatie over de kustverdediging is te vinden in: NIOD Collectie doc II-396b.

. Waarschijnlijk in verband met de kustverdediging kreeg Christiansen de status van een legercommandant

Het OKW verleende hem bij beschikking van 17 mei 1942 de titel Armeeoberbefehlshaber XX, In 't Veld, De SS… blz. 770 n.4.

. Veel aan invloed won hij hierdoor niet want met name Luftwaffe en Kriegmarine voerden zijn orders niet, aarzelend of gedeeltelijk uit

NIOD Collectie doc. I-283 stuk b27.

.

Een batterijcommandant geeft Christiansen uitleg over de stellingen van de kustartillerie aan de Vlaamse kust, 20 november 1940.

Ook de ontbinding van de Nederlandse krijgsmacht viel onder de verantwoordelijkheid van de WbN. Het Departement van Defensie kreeg toestemming de lopende werkzaamheden af te ronden. Onder de naam "Afwikkelingsbureau van het departement van defensie" werd het onder gezag van de WbN geplaatst. Hiermee was defensie het enige departement dat binnen de invloedssfeer van de WbN viel. De overige departementen ressorteerden onder Rijkscommissaris Seyss-Inquart

Dalen Gilhuys, "Het afwikkelingsbureau…" blz. 280-283.

.

Vanwege de frontontwikkelingen in het najaar van 1944 kreeg Christiansen een neventaak als gevechtscommandant

Hilten, Capitulatie… blz. 84-85.

. Op 15 november 1944 werd hij benoemd tot bevelhebber van het 15e leger, terwijl zijn toenmalige chef-staf, General-Leutnant Heinz Hellmuth von Wühlisch aangesteld werd als WbN. In de praktijk trad Von Wühlisch in oostelijk Nederland op als Wehrmachtbefehlshaber, en Christiansen in het westen. Deze situatie duurde tot 5 februari 1945 toen Christiansen het operationeel bevel neerlegde en daags daarop vertrok naar Emmen waar hij zich weer volledig richtte op zijn taak als WbN

Hilten, Capitulatie… blz. 90. Christiansen droeg het bevel over het 25ste Leger (na een ingrijpende reorganisatie was het 15e Leger eind 1944 hernoemd) over aan General der Infanterie Günther Blumentritt.

. Von Wühlisch vertrok uit Nederland en zijn taak als chef-staf van de WbN werd overgenomen door Oberst Von Oertzen.

Aanvankelijk had Christiansen zich met zijn staf gevestigd in het gebouw van het voormalige Departement van Defensie aan het Plein 4 in Den Haag

Hilten, Capitulatie… blz. 45-46 & Schwabedissen, "Die deutsche Wehrmacht…" blz. 75.

. Vanwege de dreiging van een mogelijke geallieerde invasie bracht de WbN zijn staf in mei 1942 over naar Hilversum en omgeving. Voor privé-doeleinden had Christiansen enkele weken na zijn ambtsaanvaarding twee villa's in Wassenaar geconfisqueerd

Waarschijnlijk bleven beide monumentale panden tot juni 1944 bewoond, Notities… no. 115 blz. 3-4, 7, 10.

. Voor zijn gasten richtte hij villa "De Wiltzangk" in, dat eigendom was van één van de oprichters van Unilever. Zelf nam Christiansen het landgoed "Groot-Haesebroeck" als woonhuis in gebruik. Hier ontving hij Hermann Göring als deze Nederland bezocht. De persoonlijke adjudant van Christiansen, Major R. Klüter, nam zijn intrek in het nabijgelegen Golfhotel "De Wildhoeve".

In februari 1945 zetelde Christiansen's staf in Emmen maar twee maanden later dwong de geallieerde opmars hem zijn standplaats naar Delfzijl over te brengen. Op 14 april 1945 week Christiansen uit naar Emden, waar hij zijn staf ontbond. Hiermee kwam een eind aan de functie van Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden.

Na de ontbinding van zijn staf vertrok Christiansen op 1 mei 1945 naar zijn woning te Innien (Sleeswijk-Holstein) waar hij op 6 juli werd gearresteerd. Vervolgens bracht hij een half jaar door in een interneringskamp in Sleeswijk-Holstein totdat hij aan Nederland werd uitgeleverd om terecht te staan als oorlogsmisdadiger. Op 12 augustus 1948 werd de voormalig Wehrmachtbefehlshaber door het Bijzonder Gerechtshof te Arnhem veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf

Op 4 januari 1946 werd Christiansen uitgeleverd aan de Nederlandse regering waarna hij werd overgebracht naar een gevangenis in Minden. Vanaf 15 januari 1946 was hij gedetineerd in de strafgevangenis te Arnhem, Het proces Christiansen… blz. 9-11.

. Na ruim drie jaar werd wegens zijn hoge leeftijd de rest van de straf kwijtgescholden

De vrijlating van Christiansen op 19 december 1951 bracht de gemoederen in Nederland danig in beroering, zeker toen bekend werd dat zijn geboorteplaats Wyk de gelegenheid aangreep om de hoofdstraat weer naar hem te vernoemen. In de herfst van 1964 raakte bekend dat ook het ereburgerschap, dat Christiansen na de Eerste Wereldoorlog was verleend, werd hernieuwd, NIOD Collectie KB I-1384-5. Zie ook Keizer, Putten… blz. 100-106 & 299-303.

. De laatste twintig jaar van zijn leven bracht hij door in zijn geboorteplaats op het eiland Föhr waar hij op 3 december 1972 overleed.

Christiansen op 11 augustus 1948, één dag voor zijn berechting.

Informatie over taak en organisatie van de respectievelijke krijgsmachtonderdelen en de staf van de WbN is te vinden bij de beschrijvingen van de betreffende onderdelen van het archief.

De inventaris is in 2004 vervaardigd door de Centrale Archief en Selectiedienst. De inleiding is in 2005 vervaardigd door drs. R.C.C. Pottkamp.

Status: Bruikleencollectie Nationaal Archief
Over het archief: Het gezag van de Wehrmachtbefehlshaber werd uitgeoefend in de vorm van zogenoemde Kommandanturen. De in de meeste provinciehoofdsteden gevestigde Wehrmachtkommandantur was binnen dit kader het belangrijkst. Behalve de verantwoordelijkheid over das Heer, Luftwaffe en Kriegsmarine had de Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden ook een rechtsprekende functie (Marinegericht, Luftgaugericht, Heeresgericht). Deze rechtspraak beperkte zich niet alleen tot Duitse soldaten. Nederlandse burgers die delicten tegen de belangen van de Wehrmacht hadden gepleegd, werden eveneens door Duitse militaire rechtbanken berecht. De Wehrmachtbefehlshaber was voorts verantwoordelijk voor de verzorging van in Nederland gelegerde troepen (huisvesting, transport, gedeeltelijk bevoorrading). Hij had echter geen operationele bevoegdheden over de legeronderdelen. Wel was hij belast met de kustverdediging en behoorde het tot zijn taak militair op te treden bij een invasie of luchtlanding.
Verwante archieven: Voor processtukken van het Marinegericht zie ook Collectie Personalakten uit tuchthuizen en gevangenissen (214). Zie ook: archief Schiffahrtsbeauftragter Gerlach-Schiffartstelle Rotterdam (91 a).
Openbaarheid: Deze stukken zijn beperkt openbaar. Zij zijn slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, ligt een formulier bij de balie van de studiezaal van het NIOD.
Blijf tweewekelijks op de hoogte
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media