Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Nederlandsche Arbeidsdienst (Nederlandsche Opbouwdienst)

Status: Bruikleencollectie Nationaal Archief
Nederlandsche Arbeidsdienst (Nederlandsche Opbouwdienst)
Geschreven en getypte documenten, geen bijzondere handschriften
beheersgeschiedenis/overbrenging naar het NIOD

Een eerste toegang is in juli 1956 vervaardigd door mejuffrouw J. Buzeman, hist.dra. De dossiers van de Bureaus Ordedienst en Arbeidsdienst waren de enige, waarvan de oorspronkelijke ordening vaststond en deze is toen ook hersteld: de dossiers waren destijds op het departement genummerd afgelegd en werden door Buzeman in de juiste volgorde opgeborgen. Deze bureaus behoorden niet tot de eigenlijke OD en NAD, maar tot het Departement en vormden daar, zoals in een rapport wordt uitgedrukt, een eigen "departementje" met een aparte begroting. Ook nadat per 1 augustus 1942 het Bureau Arbeidsdienst was opgeheven, bleven er dossiers bestaan over de Arbeidsdienst, omdat deze daar formeel onder ressorteerde.

Van de overige onderdelen was de oorspronkelijke ordening niet meer met zekerheid vast te stellen wegens de vele omzwervingen, die het archief heeft doorgemaakt. Daarom is een eigen indeling gevolgd, zo veel mogelijk aansluitend bij de hiërarchische indeling van OD en NAD: Commandant, Chef Staf, Stafafdelingen, Administratie.

Over het archief: Naar voorbeeld van de Reichsarbeitsdienst werd in maart 1941 de Nederlandsche Arbeidsdienst opgericht. De Arbeidsdienst kwam voort uit de in de zomer van 1940 gestichte Opbouwdienst. In september 1944 werd de dienst opgeheven. De Dienststelle Generalarbeitsführer Bethmann oefende namens het Duitse gezag toezicht uit. Toen in september 1944 de Nederlandse commandant uit zijn functie werd ontheven, nam hij de feitelijke leiding in handen. Tegelijkertijd ging de Arbeidsdienst op in de Reichsarbeitsdienst.
Geschiedenis

Opbouwdienst De Nederlandse Arbeidsdienst kwam voort uit de Opbouwdienst die bij Verordening VO 71/40 werd opgericht. Rijkscommissaris Seyss-Inquart stelde op 27 juni 1940 de Opbouwdienst in met de bedoeling dat Nederlandse gedemobiliseerde militairen, onder leiding van Nederlandse officieren, de oorlogsschade in Nederland zouden herstellen, waarbij ze bovendien van werkloosheid werden gevrijwaard. De voormalig militairen werden ingezet voor ontginning, wegenaanleg en draineringswerkzaamheden. In oktober 1940 kregen alle manschappen die ouder waren dan 25 jaar en alle onderofficieren ouder dan 35 jaar ontslag. Ruim de helft van hen werd geplaatst bij de luchtbescherming en ettelijke honderden werden gedetacheerd bij brandweer en politie. De resterende 18.000 mannen zouden later de kern vormen van de Nederlandse Arbeidsdienst.

Arbeidsdienst De Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) werd door de Duitse bezetter opgericht op 23 mei 1941 en ressorteerde onder de secretaris-generaal van het Nederlandse Departement van Algemene Zaken. Aan hem was commandant majoor J.N. Breunese rechtstreeks ondergeschikt. Het doel van de NAD was "de Nederlandse jeugd te doordringen van de ethische waarde van de arbeid in het algemeen en haar in het bijzonder de vereiste waardering voor de handenarbeid bij te brengen". Om dit te verwezenlijken zou de Arbeidsdienst tot algemeen nut strekkende publieke werken verrichten. Breunese gaf aan de NAD het devies "Ick Dien".

In april 1942 werd formeel de arbeidsdienstplicht ingevoerd, hetgeen onder meer inhield dat 18- tot 24-jarigen die bij de overheid of het bijzonder onderwijs werkten, of die in het geheel niet of niet volledig in een beroep of een bedrijf werkzaam waren, voor arbeidsdienst konden worden opgeroepen. De duur van de arbeidsdienstplicht was 51/2 maand. Diegenen die zich daaraan trachtten te onttrekken, zouden door de politie alsnog naar een keuringslokaal of een werkkamp gebracht worden. Aan de betreffende bepalingen is echter slechts gedeeltelijk uitvoering gegeven, onder meer in verband met de beperkte opnamecapaciteit van de Arbeidsdienst.

In totaal hebben ongeveer 50.000 "arbeidsmannen" voor de NAD gewerkt die werden verspreid over ongeveer vijftig werkkampen waar zij vrije kost, inwoning en dienstkleding kregen. Gedurende de eerste jaren van zijn bestaan heeft de NAD zich, voor wat de arbeidsprojecten betreft, uitsluitend bezig gehouden met zuiver Nederlandse projecten, zoals ontginningswerk, aanleg van sloten en paden, medewerking aan droogleggingen en ruilverkaveling en incidentele oogsthulp, zoals bij het rooien van aardappelen. Hierbij werd onder meer samengewerkt met de Heidemaatschappij en de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Ook werd veel aandacht besteed aan exercitie (met de schop als hulpmiddel), lichamelijke oefening (sport), zang en vorming.

Politisering van de Arbeidsdienst De arbeidsplicht gold zowel voor jongens als meisjes maar in de praktijk traden meisjes alleen vrijwillig toe. Leden van de Arbeidsdienst voor Meisjes waren niet in werkkampen gehuisvest maar in gebouwen, veelal villa's. De meisjes verleenden huishoudelijke hulp bij gezinnen in de omgeving van hun tehuis en hielpen bij het oogsten. De Nederlandse bevolking wees het opvolgen van de oproep tot dienstneming in de Nederlandse Arbeidsdienst overigens in meerderheid af en beleefde de NAD doorgaans als een organisatie die collaboreerde met de bezetter. Velen gaven geen gehoor aan de oproep of gingen er zo gauw zij konden vandoor.

Gaandeweg raakte de NAD steeds politieker georiënteerd. Op 1 augustus 1941 nam majoor Breunese ontslag omdat hij zich verzette tegen de invoering van de Hitlergroet in de NAD-kampen. Zijn opvolger was luitenant-kolonel L.A.C. de Bock onder wiens leiding de ideologische tendens toenam. Nationaal-socialistische terminologie vond meer en meer ingang.

Niettemin lukte het de NSB niet om van de NAD een uitgesproken nationaal-socialistisch opvoedingsinstituut te maken. Weliswaar benoemde NSB-leider Mussert in februari 1943 voormalig hoofdredacteur van "Volk en Vaderland" Maarten Meuldijk tot Gemachtigde van de Leider voor de Arbeidsdienst, maar werkelijke invloed in de organisatie heeft de NSB zich niet weten te verwerven. De feitelijke controle op de NAD werd uitgeoefend vanuit Berlijn door de Reichsarbeitsdienst, in Nederland vertegenwoordigd door de Dienststelle Bethmann. Aanvankelijk was de bevoegdheid van Generalarbeitsführer Bethmann beperkt tot de Duitse mannen die voor de Reichsarbeitsdienst in Nederland werkten bij het aanleggen van wegen en de bouw van vestingen. Door het ter beschikking stellen van barakken en het werven van Nederlandse vrijwilligers, kreeg de Reichsarbeitsdienst echter een steeds grotere invloed.

Arbeidsdienst in het oosten Half maart 1942 meldden ruim driehonderd NAD'ers zich vrijwillig aan voor dienstverrichting achter het Oostfront. Gedurende zes weken kregen zij in kamp Eeze bij Steenwijk een speciale opleiding. De "Gruppe Niederlande der RAD" droeg het donkergroene uniform van de Reichsarbeitsdienst en op 5 mei werden de mannen door RAD-leider Konstatin Hierl beëdigd waarbij ze de eed aan Hitler aflegden. In de omgeving van Rostow moesten ze wegen aanleggen en vliegvelden bouwen. Op 30 oktober 1942 keerden de NAD-vrijwilligers terug naar Nederland.

In juli 1943 vertrok een tweede groep vrijwilligers naar het oosten. Vanuit werkkampen rondom Baarn en Amersfoort reisden deze zogeheten Oostafdelingen naar het district Bialystok in Polen, waar zij gelegerd werden in voormalige krijgsgevangenkampen. Ze droegen het Nederlandse NAD-uniform en hoefden geen eed op Hitler af te leggen. Drie maanden lang legden ze wegen en afwateringssystemen aan en hielpen bij de bosontginning.

Deining in de Arbeidsdienst Ondanks de politisering binnen de NAD heerste in de meeste werkkampen een anti-Duitse stemming. Zo zongen de werkmannen op 31 augustus 1943, de verjaardag van Koningin Wilhelmina, in tal van kampen het Wilhelmus. Een maand later, op de verjaardag van commandant De Bock op 14 september, werd in het stafkwartier van de NAD een heildronk op de koningin uitgebracht. De pogingen van Generalarbeitsführer Bethmann om dit de kop in te drukken, leidde tot een leegloop van de NAD. De situatie verslechterde toen in maart 1944 voor het eerst afdelingen gevorderd werden voor tewerkstelling op militaire objecten als vliegvelden en Wehrmacht-terreinen. Deze Nederlandse Hulpdienst bestond uit kader en manschappen van de NAD maar was ondergeschikt aan de Dienststelle Bethmann. Blijkens een circulaire van 9 oktober 1944 werden haar leden op die datum weer in de Arbeidsdienst opgenomen.

In de nasleep van Dolle Dinsdag werd op 6 september 1944 NAD-leider De Bock uit zijn functie ontheven door Bethmann. Enkele dagen later, op 10 september, werd de NAD ontbonden. De overgebleven leden van de NAD werden toen tewerkgesteld bij de aanleg van verschansingen in Drenthe, Groningen en Friesland. De toenemende hongersnood in het westen van Nederland bracht veel jongeren ertoe zich alsnog te melden voor vrijwillige dienst bij de NAD. In april 1945 werden de overgebleven NAD'ers onder bewaking van de Sicherheitsdienst en Wehrmacht bijeengebracht in Delfzijl. Rijnaken voerden hen naar Duitsland waar zij in Aurich de bevrijding beleefden.Literatuur en verwante collecties

periode van ontstaan

(1938) 1940-1945 (1976)

Openbaarheid: Deze stukken zijn beperkt openbaar. Zij zijn slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, ligt een formulier bij de balie van de studiezaal van het NIOD.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media