Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Nationaal-Socialistische Beweging [123]

beheersgeschiedenis/overbrenging naar het RIOD

Veel archiefmateriaal van de NSB is vernietigd in de periodes rond Dolle Dinsdag in september 1944 en de bevrijdingsdagen in mei 1945. Na de bevrijding namen de Politieke Opsporingsdiensten en later de Politieke Recherche Afdelingen de documenten van de NSB in beslag. Documenten die betekenis hadden voor het wetenschappelijk werk van het RIOD werden overgedragen aan het instituut. In de loop van 1946 en 1947 kwamen verschillende delen van het NSB-archief op het RIOD terecht. Het archief van de NSB, zoals aanwezig op het instituut, heeft een fragmentarisch karakter. De oorspronkelijke volgorde en samenhang is niet meer te reconstrueren. Ondanks de vernietigingen in 1944 en 1945 zijn in kring- en districtshuizen stukken aangetroffen over lokale aangelegenheden.

Status: Bruikleencollectie Nationaal Archief
Geschiedenis

van 4 naar 55.000 leden Aan het Utrechtse Domplein, in een zaal die voor twee gulden was gehuurd van de Christelijke Jongemannen Vereniging, richtten Anton Adriaan Mussert en Cornelis van Geelkerken de Nationaal-Socialistische Beweging op. Twaalf personen waren op 14 december 1931 aanwezig bij deze oprichtingsvergadering; vier van hen besloten direct lid te worden. Vanwege de anti-parlementaire standpunten noemde de NSB zich consequent geen politieke partij maar een beweging. Mussert stond een sterke krijgsmacht en een krachtig staatsbestuur voor ogen. Hij zag de parlementaire democratie hiervoor niet als aangewezen staatsvorm maar nam het leiderschapsbeginsel als uitgangspunt. Hij noemde zichzelf "Leider der NSB".

Nadat in januari 1933 de eerste "Landdag" was gehouden en het eigen weekblad Volk en Vaderland verscheen, kreeg de NSB meer sympathisanten. Gestuwd door de toenemende sociale onvrede over de grote werkloosheid en de economische crisis won de NSB steeds meer aanhang. Het grootste electorale succes boekte de beweging in de lente van 1935 toen de verkiezingen voor de Provinciale Staten bijna acht procent van de stemmen opleverden. Een jaar later bereikte de NSB met 55.000 leden haar grootste vooroorlogse omvang. Begin 1940 was dit aantal echter geslonken tot 30.000. Pas tijdens de Duitse bezetting kon weer een grote ledenwinst geboekt worden: in 1943 werd het honderdduizendste lid ingeschreven.

Op het politieke hoogtepunt van de NSB in 1935 bracht Mussert een bezoek aan Nederlands-Indië, waar hij onder meer het bergplaatsje Tretes bezocht.

De ledendaling in de tweede helft van de jaren dertig hield verband met de steeds radicalere opstelling van de NSB. Mussert steunde niet alleen de expansionistische politiek van Mussolini en Hitler maar voer ook een duidelijker antisemitische koers: in 1938 viel het besluit dat joden geen NSB-lid meer mochten zijn. Bovendien zetten de optochten die de NSB organiseerde steeds meer kwaad bloed. Eind 1932 waren de Weer-Afdelingen opgericht die naar Duits voorbeeld zorgden voor de bescherming van de leiders. De in zwarte uniformen geklede WA verstoorden de orde steeds vaker met rellen en vechtpartijen. Reacties van politiek en maatschappij bleven niet uit. Eind 1933 had de overheid al bepaald dat ambtenaren niet tot de NSB mochten toetreden; in 1935 werd een verbod van de WA van kracht. Ook vakbonden en kerken namen stelling tegen NSB. In sommige gevallen lieten zij hun aanhang weten dat een lidmaatschap van de NSB niet strookte met de eigen beginselen.

Niettemin betrad de NSB in 1937 met vier zetels voor het eerst de Tweede Kamer. Toch ging achter deze verkiezingswinst een achteruitgang schuil. Ten opzichte van de verkiezingen voor de Provinciale Staten twee jaar eerder was namelijk bijna de helft minder stemmen uitgebracht op de NSB: 4,2% van het electoraat had voor de beweging gestemd. Bij de statenverkiezingen van 1939 hield deze daling aan: maar 21 van de in 1935 verworven 44 zetels bleven behouden.

NSB tijdens de bezetting Kenmerkend waren de rituelen die de NSB omgaven. Niet alleen droegen leden veelvuldig een uniform, daarnaast begroetten zij elkaar met gestrekte rechterarm onder het uitroepen van de leuze "houzee". Onderling spraken leden elkaar aan met "kameraad" of "kameraadske". Aan het Duitse nationaal-socialisme ontleend was het gebruik van runentekens en zwart-rode vaandels en insignes. Jaarlijks vonden in Lunteren landdagen plaats waarbij Mussert zijn volgelingen toesprak.

De Duitse inval van 10 mei 1940 zag Mussert als een mogelijkheid om de heerschappij over Nederland in handen te krijgen. Hitler benoemde echter de Oostenrijker Seyss-Inquart tot Reichskommissar in den besetzten niederländischen Gebiete. Bij het tienjarig bestaan van de NSB in 1941 riep deze de NSB uit tot enige toegelaten politieke partij in Nederland. Ook werden gaandeweg meer NSB’ers benoemd tot burgemeester. In december 1942 verleende Hitler Mussert de titel "Leider van het Nederlandsche Volk". Dat deze titel in de praktijk geen inhoudelijke waarde bleek te hebben, weerspiegelde de Duitse onwil om Mussert de bestuurlijke zeggenschap toe te staan die hij ambieerde.

Mussert tijdens een parade op het Rokin te Amsterdam op 9 november 1940.

Op 14 december 1942 vierde de NSB in het Concertgebouw in Amsterdam het elfjarig bestaan. Tijdens deze bijeenkomst deelde Rijkscommissaris Seyss-Inquart mee dat Mussert door Hitler erkend werd als 'Leider van het Nederlandsche volk'.

Na euforie van de eerste bezettingsmaanden zorgden de tegenvallende vorderingen aan het front in 1941 voor de eerste scheuren binnen de NSB. In de loop van de bezetting kwam hier de angst bij voor aanslagen door het verzet. Als reactie mocht Mussert van de Duitsers in november 1943 de Landwacht oprichten die als een soort gewapende garde moest optreden maar gaandeweg onder controle van de Duitsers kwam te staan.

Door de snelle geallieerde opmars in de zomer van 1944 maakte zich paniek meester van de NSB-leden. Begin september deden wilde geruchten de ronde dat de geallieerden de landsgrenzen hadden overschreden en dat menig stad al bevrijd was. De spanning barstte op 5 september 1944 uit in een massale vlucht. Op deze Dolle Dinsdag trokken duizenden Duitsgezinden in grote haast oostwaarts over de grens. Hoewel spoedig bleek dat het front zich stabiliseerde, bleven veel NSB-gezinnen achter in Duitse opvangkampen.

Na de capitulatie op 5 mei 1945 werden tienduizenden NSB'ers, SS'ers en collaborateurs opgepakt door de Binnenlandse Strijdkrachten. Bestaande gevangenissen raakten al snel overvol zodat scholen, kazernes en fabriekshallen ingericht moesten worden om de zeker 120.000 arrestanten te huisvesten. De top van de NSB werd opgesloten in het voormalige Oranjehotel in Scheveningen. Rost van Tonningen pleegde daar zelfmoord; Mussert en radiopropagandist Max Blokzijl werden in 1946 geëxecuteerd. Plaatsvervangend leider Kees van Geelkerken hoorde in 1950 levenslang tegen zich eisen maar werd in 1959 als laatste geïnterneerde NSB'er vrijgelaten.

Over het archief: Sinds de oprichting in 1931 was Anton Mussert de leider van de NSB. Bij verkiezingen in 1935 behaalde de beweging acht procent van de stemmen en in 1937 was de NSB met vier zetels in de Tweede Kamer vertegenwoordigd. Tijdens de bezetting steeg het ledental aanzienlijk maar de Duitsers stonden een werkelijke politieke invloed niet toe. Vanwege de omhelzing van de nationaalsocialistische ideologie en de verregaande collaboratie met het Duitse bewind werd de NSB na de oorlog ontbonden. Tienduizenden leden werden gevangen gezet in interneringskampen en berecht.
Het archief bestaat uit een uitgebreide verzameling van archiefstukken van uiteenlopende afdelingen van de NSB, afkomstig uit alle windstreken van het land. In de collectie bevinden zich circulaires, correspondentie, richtlijnen, berichten en mededelingen, voorschriften, instructies, verslagen van vergaderingen, rapporten, besluiten, financiële stukken, redevoeringen, artikelen, teksten van radio-uitzendingen, organisatieschema's enzovoorts, over een periode van 1931 tot 1945.
periode van ontstaan

Het archief is gevormd in de periode 1931-1945.

Openbaarheid: Enkele inventarisnummers van dit archief zijn beperkt openbaar. Details staan vermeld in de rubriek "openbaarheid".
Blijf tweewekelijks op de hoogte
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media