Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Nationaal Steun Fonds

Openbaarheid: Volledig openbaar
Inleiding

De bankier van het verzet, het Nationaal Steun Fonds, heeft na een fusie met een steunorganisatie voor de achtergebleven familieleden van in Geallieerde dienst getreden koopvaardij-mensen en mariniers, de zgn. Zeemanspot, tijdens de laatste twee oorlogsjaren mede op grond van regeringsgaranties het verzet in het Westen van Nederland met ca. 84 miljoen gulden gefinancierd. Daarvan is 35 miljoen besteed aan de spoorwegstaking en 49 miljoen aan de ondersteuning van enkele tientallen illegale organisaties en van duizenden onderduikers en andere oorlogsslachtoffers. De geschiedenis van deze in bezet Europa unieke organisatie is in 1960 beschreven door mr. P. Sanders in monografie nr. 9 [1] en komt aan de orde in het werk van De Jong [2]. De persoon van de oprichter van het Nationaal Steun Fonds, Walraven van Hall, is door drs. E.G. Groeneveld beschreven in een te verschijnen deel van het Biografisch Woordenboek van Nederland. Ook de herinneringen van mr. G. van Hall bevatten belangwekkende gegevens over het Nationaal Steun Fonds [3]. Dat geldt ten slotte ook voor Doc.II-463A, dat onder meer een sleutel op schuilnamen, notities van Walraven van Hall en duplicaten van microfilms van de door Londen gegeven garanties bevat.

Walraven van Hall, de oprichter van het NSF.

Het archief is incompleet overgeleverd. Dankzij een reddingsactie heeft een medewerker van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie rond 1960 het materiaal, dat in een depot van Financien in een Zuid-Hollandse school opgeslagen lag, weten te behouden, althans naar schatting een kwart tot een derde van het oorspronkelijke archief. Zo ontbreken delen van de financiële verantwoording van een aantal districten en van de correspondentie met overheidsinstellingen en staatsbedrijven.

[1] P. Sanders, Het Nationaal Steun Fonds. Bijdrage tot de Geschiedenis van de Financiering van het Verzet, 1941-1945, 's-Gravenhage, Martinus Nijhoff 1960, Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie Monografieën Nr. 9.

[2] L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, dl. 7, 2e helft, p. 808-835, Staatsdrukkerij 's-Gravenhage.

[3] G. van Hall, Ervaringen van een Amsterdammer, Amsterdam-Brussel, Elsevier, 1976.

In tegenstelling tot de archieven van andere verzetsorganisaties is dit archief geen oorlogsarchief in de strikte zin van het woord. Het bevat merendeels naoorlogs materiaal, niet alleen over de naoorlogse taken van het Nationaal Steun Fonds, maar ook met betrekking tot de bezettingsperiode. Wat was toen immers de praktijk? De centrale leiding, de zgn. Top, besliste hoe het geld moest worden besteed. Voor de steunverlening aan personen werden richtlijnen uitgevaardigd en modelformulieren - de zg. schadeformulieren - gedrukt, die door de verzorgers van de ondersteunden werden ingevuld. De steun aan illegale organisaties geschiedde echter zonder tussenpersonen, dat wil zeggen de Top reikte de bedragen veelal persoonlijk aan de leiders daarvan uit. Wat deze met het geld deden onttrok zich aan de waarneming van de Top. Dat was een zaak van vertrouwen.

Omdat het Nationaal Steun Fonds de gelden goeddeels had besteed op grond van de Londense regeringsgaranties, werd het na de bevrijding geconstitueerde bestuur van de stichting Nationaal Steun Fonds geconfronteerd met de Comptabiliteitswet en dus met de noodzaak, om de besteding van de gelden achteraf te verantwoorden. Het leeuwedeel van de huidige collectie bestaat dan ook uit allerlei soorten verantwoordingsstukken die in 1945-1952 werden verzameld om aan het Ministerie van Financien verslag uit te kunnen brengen over de bezettingsperiode.

Na mei 1945 had het stichtingsbestuur ook andere taken. De ondersteuning van slachtoffers werd nog een kwartaal voortgezet, en datzelfde gold voor een aantal ex-illegale organisaties, zoals de Groote Adviescommissie der Illegaliteit en de Gemeenschap Oud-Illegale Werkers Nederland, waarvan de afwikkeling langere tijd werd gefinancierd. Ook werkte het Nationaal Steun Fonds via de daartoe benoemde commissies mee aan de uitvoering van onkostenregelingen voor Engelandvaarders en andere verzetsstrijders en aan het rechtherstel van tijdens de bezetting ontslagen ambtenaren. De laatste functie die het Nationaal Steun Fonds heeft uitgeoefend was die van centrale kartotheek van ondersteunde slachtoffers. Ook daarvan is een fragment bewaard gebleven. In de loop van 1953 heeft het Nationaal Steun Fonds deze activiteit gestaakt. Kort daarna keurde het parlement de ingediende financiële verslagen goed.

De stukken omvatten 248 mappen waaronder twee kaartenbakken.

1. de bescheiden met betrekking tot de centrale leiding van het Nationaal Steun Fonds (1943-1945) (inventarisnummers 1-23).

2. de bescheiden met betrekking tot de Zeemanspot (1941-1943) (inventarisnummers 24-45).

3. de bescheiden met betrekking tot de ondersteunde vakgroepen, districten, organisaties en personen (1942-1945) (inventarisnummers 46-122).

4. de bescheiden met betrekking tot het naoorlogse Bestuur van de stichting Nationaal Steun Fonds (1945-1953) (inventarisnummers 123-144).

5. de bescheiden met betrekking tot de Zeemanspot (1945-1953) (inventarisnummers 145-156).

6. de bescheiden met betrekking tot de ondersteunde vakgroepen, districten, organisaties en personen (1945-1953) (inventarisnummers 157-203).

7. de bescheiden met betrekking tot diverse adviescommissies, waarin het Nationaal Steun Fonds na de bevrijding zitting heeft gehad (inventarisnummers 204-244).

Terwille van een vergroting van de toegankelijkheid van het bovengenoemde verantwoordingsmateriaal is dit dus gesplitst in stukken die op de bezettingsjaren betrekking hebben en dat materiaal dat de na-oorlogse betalingen verantwoorden moest. Op deze stukken is bovendien een index op plaatsnaam gemaakt.

De toegang is in januari 1987 vervaardigd door J.Th.M. Houwink ten Cate.

Status: NIOD-KNAW collectie
Over het archief: Het Nationaal Steun Fonds financierde, mede door de geldelijke steun van de regering in Londen, de illegaliteit. De leiding werd gevormd door het driemanschap W. van Hall, Iman Jacob van den Bosch en A.J. Gelderblom.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media