Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Gijzelaarskampen [250j]

Geschiedenis

Haaren en Sint Michielsgestel Al vanaf de eerste maanden van de bezetting hielden de Duitsers een groep Nederlandse burgers in gijzeling. Hun arrestatie in juli en oktober 1940 was bedoeld om de autoriteiten aan te zetten tot een betere behandeling van de Duitse staatsburgers die sinds de meidagen in Nederlands-Indië geïnterneerd waren. Aanvankelijk werden de circa vierhonderd "Indische" gijzelaars vastgehouden in concentratiekamp Buchenwald maar medio november 1941 werden zij overgebracht naar het Grootseminarie in Haaren. In mei 1942 werden zij overgeplaatst naar het Kleinseminarie "Beekvliet" in Sint Michielsgestel om in oktober dat jaar te verhuizen naar de katholieke jongenskostschool "De Ruwenberg", eveneens in Sint Michielsgestel.

Een tweede groep gijzelaars werd gearresteerd in 1942 om de Nederlandse bevolking te weerhouden van grootscheeps verzet bij een geallieerde invasie. In twee golven werden ongeveer 1260 mensen gearresteerd. Zij die op 4 mei dat jaar waren opgepakt, werden ondergebracht in het Kleinseminarie "Beekvliet", waar de Indische gijzelaars zich niet veel later bij hen zouden voegen. Degenen die op 13 juli werden opgepakt belandden in het Haarense Grootseminarie. Aangezien hier echter steeds meer ruimtes in gebruik genomen werden als gevangenis van de Sicherheitsdienst, moesten de bewoners zich rond de jaarwisseling 1942-1943 voegen bij de gijzelaars in "Beekvliet".

Het gevolg van deze verhuizingen was dat vanaf 1943 alle gijzelaars in Sint Michielsgestel bijeen waren gebracht: de vierhonderd Indische gijzelaars in "De Ruwenberg" en de groep van 1260 "anti-verzet"-gijzelaars in "Beekvliet". Aan beide groepen werden om uiteenlopende redenen nog tientallen anderen toegevoegd

Onder meer vanwege de April-Mei-Stakingen, aanslagen en de weigering voor de Wehrmacht te werken; De Jong, Het Koninkrijk... blz. 182 noot 2.

, waardoor het totaal aantal gijzelaars uiteindelijk ongeveer 1.900 bedroeg.

Het Kleinseminarie Beekvliet te Sint Michielsgestel.

Het Grootseminarie in Haaren.

Kampleiding De gijzelaarskampen waren met prikkeldraad omheind en werden bewaakt door een compagnie van het Wachbataillon "Nord-West". Administratief vielen de kampen onder het gezag van de Befehlshaber der Sicherheitsdienst und des SD, Wilhelm Harster, die de praktische uitvoering had gedelegeerd aan H.F.W. Küthe, leider van de SD-Aussenstelle in Den Bosch. Commandant van het Grootseminarie in Haaren was Obersturmführer J.A. Wacker, die begin 1944 door Obersturmführer F.M.T. Beeck afgelost werd. Wacker voerde ook enige tijd het bevel over het Kleinseminarie "Beekvliet" totdat Obersturmführer A.K. Gemmeker de leiding overnam. Nadat deze medio oktober 1942 werd aangesteld als commandant van het Judendurchgangslager Westerbork nam Friedrich Schmidt de leiding over. Vanaf februari 1943 fungeerde Untersturmführer K. Fischer als kampcommandant van "Beekvliet".

Aan Nederlandse zijde was prof.dr.ir. J. Goudriaan kampoudste van de gijzelaars die in het Grootseminarie in Haaren gehuisvest waren. In het Kleinseminarie "Beekvliet" trad de kampoudste van de "Indische" gijzelaars, L.B. Mennes, op als kampleider. Toen deze groep in oktober 1942 naar "De Ruwenberg" verhuisde, werd de Delftse hoogleraar prof.dr.ir. W. Schermerhorn aangesteld als kampleider voor de achterblijvende "anti-verzet"-gijzelaars. Na zijn vrijlating in december 1943 werd hij opgevolgd door prof.dr. L.J. van Holk en jhr.dr. C.G.C. Quarles van Ufford.

Hitlers Herrengefängnis In vergelijking met andere gevangenen leidden de gijzelaars een relatief bevoorrecht bestaan. Weliswaar sliepen zij in gezamenlijke slaapzalen maar mishandelingen en urenlange appèls kwamen niet voor. Aan voedingsmiddelen was geen gebrek dankzij de pakketzendingen en vele geschenken van Nederlandse bedrijven. Hierdoor konden de gijzelaars beschikken over wijn, kaas, rookwaar en fruit. Ook was er ruimschoots gelegenheid voor godsdienstbeoefening, sport en spel en het houden van lezingen. Hoewel de omstandigheden in "Hitlers Herrengefängnis"

Jansen, "Hitlers Herrengefängnis..." blz. 149.

niet ongunstig waren, hadden de gijzelaars geenszins een onbekommerd leven. Niet alleen waren zij gescheiden van hun dierbaren, dagelijks leefden zij bovendien in het besef dat ze dienden als represaillegijzelaars. Als "anti-verzet"-gijzelaars hing voortdurend de dreiging in de lucht dat de Duitsers uit hun midden slachtoffers voor executie zouden kiezen. Eén van de gijzelaars omschreef de beklemmende situatie met de woorden: "we zitten in een pot en af en toe steken ze hun hand erin en dan hebben ze weer een kip of eend te pakken"

Vestdijk, "Sint Michielsgestel..." blz. 132.

.

Enkele gijzelaars in Haaren: Geyl, Constandse, Ros en Van der Goes van Naters.

Om over een waardevol drukmiddel te beschikken kozen de Duitsers ervoor maatschappelijk vooraanstaande Nederlanders in gijzeling te nemen, waaronder geestelijken, burgemeesters, musici en academici. Tot de aansprekende hoogleraren behoorden de historici Johan Huizinga en Pieter Geyl. Ook de auteur Simon Vestdijk en de latere minister-presidenten Wim Schermerhorn en Willem Drees bevonden zich onder de gijzelaars. Twee maal zijn uit hun midden slachtoffers gekozen als represaillemaatregel. Nadat begin augustus 1942 in Rotterdam een aanslag was gepleegd op een trein van de Wehrmacht werden op 15 augustus vijf gijzelaars in de bossen bij Goirle geëxecuteerd. Twee maanden later werden drie gijzelaars, samen met twaalf anderen, gefusilleerd bij Austerlitz als straf voor sabotageacties in het oosten van het land.

Deze meedogenloze vergeldingen pasten echter niet in het politieke streven van de bezetter om het Nederlandse volk via een omzichtige benadering op te nemen in het Duitse Rijk. Om de stemming in Nederland niet verder onder druk te zetten besloot Reichskommissar Seyss-Inquart tientallen gijzelaars rond kerst 1942 in vrijheid te stellen. In de loop van 1943 volgden nog enige honderden vrijlatingen zodat er bij de ontruiming van de Gestelse gijzelaarskampen op Dolle Dinsdag nog maar zo'n 270 gijzelaars over waren. Zij werden overgebracht naar Kamp Vught waar vrijwel allen na anderhalve week werden vrijgelaten

Tijdens het transport naar Vught wisten acht gijzelaars te ontsnappen. De overigen verlieten op 17 september het inmiddels ontruimde kamp Vught. De meesten mochten naar huis terug keren. Zeven van hen werden echter naar kamp Amersfoort overgebracht waar zij aan het eind van de maand werden vrijgelaten. Tien anderen werden naar de gevangenis in Scheveningen gebracht waar zij pas op 5 mei 1945 werden bevrijd; Jansen "Hitlers Herrengefängnis..." blz. 167.

.

Status: Bruikleencollectie Nationaal Archief
Over het archief: In drie gebouwencomplexen in Brabant werden honderden maatschappelijk vooraanstaande Nederlanders in gijzeling gehouden. De Duitsers hielden hen om twee redenen vast. De "Indische" gijzelaars dienden om de Nederlands-Indische regering ertoe te bewegen de leefomstandigheden van de daar geïnterneerde Duitsers te verbeteren. Een tweede groep gijzelaars moest de Nederlandse bevolking ervan weerhouden grootschalig verzet te plegen.
Openbaarheid: Enkele inventarisnummers van dit archief zijn beperkt openbaar. Details staan vermeld in de rubriek "openbaarheid".
De deelcollectie bestaat uit documenten (of kopieën daarvan) uit de periode dat de seminaries in Haaren en Sint Michelsgestel door de Duitsers als gijzelaarskamp in gebruik waren (1941-1944). Voorts behoren naoorlogse correspondentie, processen-verbaal en verslagen tot de deelcollectie. Tenslotte zijn plattegronden en foto's aanwezig.
periode van ontstaan

De deelcollectie is na 1945 aangelegd maar bevat hoofdzakelijk documenten uit de periode 1940-1945.

beheersgeschiedenis/overbrenging naar het RIOD

De deelcollectie is ontstaan door de activiteiten van de afdeling Onderzoek Gevangenissen en Concentratiekampen van het toenmalige RIOD. Tijdens haar onderzoekingen heeft het RIOD een grote hoeveelheid materiaal verzameld en ontvangen.

Blijf tweewekelijks op de hoogte
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media