Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Comité Jongenskampen Bangkong-Gedungjati

Literatuur en verwante archieven: Voor vervolgonderzoek raadplege men de volgende archieven en literatuur.
beheersgeschiedenis/overbrenging naar het NIOD

Het archief bevond zich bij dhr H.L.B. Mahieu, jarenlang voorzitter van het Comité Jongenskampen Bangkong-Gedungjati. Het grootste gedeelte van het archief is in 2006 naar het NIOD overgebracht. Al in 1997 is een gedeelte van het archief van het comité aan de Indische collectie van het NIOD toegevoegd. Deze stukken zijn overgezet naar het archiefgedeelte dat in 2006 is geschonken. Het betreft de Indische collectie 400, inventarisnummers 082.288 tot en met 082.293.

Comité Jongenskampen Bangkong-Gedungjati
De oprichters van het Comité Jongenskampen Bangkong-Gedungjati stelden zich bij de totstandkoming van het comité twee doelen: het eerste was de oprichting van een monument in Indonesië, het tweede het publiceren van een boek over jongenskampen. De stukken die bij de realisatie van deze doelen zijn bewaard zijn terug te vinden in het archief, het betreft hier met name bestuursstukken, correspondentie en financiële stukken. Daarnaast bestaat het archief uit historisch materiaal, zoals dagboeken en tekeningen, veelal opgetekend door jongens uit de jongenskampen.
periode van ontstaan

Het archief is gevormd in de periode 1985-2005. In deze periode zijn er ook stukken uit de kamptijd verzameld, en verhalen die zijn opgetekend na de oorlog. Het betreft hier zowel originelen als kopieën.

Openbaarheid: Enkele inventarisnummers van dit archief zijn beperkt openbaar. Details staan vermeld in de rubriek "openbaarheid".
Over het archief: Het Comité Jongenskampen Bangkong-Gedungjati is opgericht om twee doelen te verwezenlijken: het oprichten van een monument in Indonesië en het publiceren van een boek over jongenskampen. Het monument is in 1988 onthuld en in 1995 verschenen de boeken 'Mannen van 10 jaar en ouder' en 'Bangkong van dag tot dag'. Tegenwoordig richt het comité zich op het organiseren van reünies en het onderhouden van contacten tussen voormalig kampgenoten.
Geschiedenis

Tijdens de bezetting van Nederlands-Indië door de Japanners (1942-1945) werden vrijwel alle Nederlandse burgers geïnterneerd. In het begin van de bezetting werden de jongens onder de 18 jaar samen met de vrouwen ondergebracht in de kampen, de mannen tussen de 18 en 60 werden apart geïnterneerd. Een nieuw reglement van de Japanners veranderde deze situatie grondig. De keizerlijke verordening van 7 november 1943 schreef voor dat de jongens, mannen en vrouwen voortaan apart moesten worden onderbracht. Als gevolg van dit voorstel werd in de zomer van 1944 een aantal jongenskampen ingericht die in de loop van het najaar met jongens uit de vrouwenkampen gevuld werden. De leeftijd van deze jongens was erg laag: de Japanners hadden besloten dat alle jongens tussen de 10 en 18 jaar apart geïnterneerd moesten worden. Op 11 september 1944 arriveerden 240 jongens uit Gedangan in Bangkong. Op 12 september arriveerde nog eens een grote groep jongens uit het kamp Halmaheira. Ook uit Lampersari en Karangparas arriveerden de volgende dagen jongens. Er moest zeven dagen per week gewerkt worden op het patjolveld, met uitzondering van de zondagmiddag. Een patjolveld was een soort akker, waar met een speciaal werktuig, een patjol, groente werd verbouwd. Hiervan werd gezegd dat het voor de vrouwenkampen als voedsel zou dienen. Het kamp werd gedurende het najaar van 1944 geleidelijk ingericht; er werden opzichters aangesteld en er kwamen nonnen in het kamp voor de verzorging. Naast de jongens werden in het kamp ook zieke mannen opgesloten. De situatie tussen de jongens en de mannen was niet altijd even makkelijk.

Om een eind te maken aan het tekort aan hout in de kampen, richtten de Japanners een houthakkerskamp in bij een stationnetje aan de spoorlijn tussen Semarang en Soerakarta, genaamd Gedungjati. Uit de overlevering is er weinig bekend over dit kamp, maar het heeft, net als het kamp Bangkong, bestaan tot het eind van de oorlog. Pas op 24 augustus hadden de jongens in de kampen daadwerkelijk door dat de oorlog was afgelopen. Alhoewel dat op 15 augustus 1945 officieel gebeurd was, kwam het in de jongenskampen pas later door. Er waren wel geruchten, maar nog niets was zeker. Pas op 10 of 11 september werden de eerste geallieerden gesignaleerd in Bangkong en was de bevrijding compleet. De moeilijke periode van de Bersiap stond echter op de drempel.

Op 3 maart 1984 werd een reünie georganiseerd voor oud-kampgenoten van het jongenskamp Bangkong-Gedungjati. Dit was geïnitieerd door Harry Spier, één van de jongens uit het kamp. Hij deed een oproep op de radio om zijn oude makkers weer te zien, maar ook veel oud-kampgenoten reageerden op de oproep. Er was dus een behoefte aan een reünie, die in Amerongen werd gehouden. In de jaren daarna zagen de jongens elkaar regelmatig om herinneringen op te halen. Voor de aanvang van de reünie in 1986 werden twee ideeën geopperd door dhr. Mahieu om de herinnering aan het jongenskamp meer vorm te geven. Het eerste was dat er een boek zou worden samengesteld over de in Bangkong-Gedungjati opgedane ervaringen. Het tweede was dat er een monument zou worden geplaatst op het ereveld Kalibanteng in Semarang. Op beide ideeën werd positief gereageerd.

Om deze ideeën te realiseren werd er in 1986 een comité opgericht dat bestond uit Harry Spier, Adrian Venema en Henk Mahieu. Later werd Goof Huyser toegevoegd als vierde lid en Hans Wiesner als vijfde. Het monument werd een beeld van een patjoljongen, gemaakt door de kunstenaar Anton Beysens. Daarbij werd gekozen voor plaatsing van het origineel op het ereveld Kalibanteng in Semarang, en een kopie op het terrein van het Koninklijk tehuis voor oud-militairen 'Bronbeek' in Arnhem. Om dit alles te financieren werden er miniatuurbeeldjes gemaakt, die werden verkocht als herinnering aan de jongenskampen. De onthulling van het monument in Indonesië vond plaats op 22 september 1988 in aanwezigheid van oud-kampgenoten en Nederlandse en Indonesische autoriteiten. De onthulling te 'Bronbeek' vond plaats op 10 november 1988 door prins Bernhard. Sinds de oprichting te 'Bronbeek' wordt er een gezamenlijke herdenking gehouden door de comité's van de jongenskampen Bangkong-Gedungjati, Baros-6 en Ambarawa. Alle comité's hebben op het monument hun eigen plaquette.

Voor het boek over de jongenskampen werd de historicus en oud-kampgenoot Hans Zwitser gevraagd. Om het boek te realiseren heeft het comité vele getuigenissen, belevenissen, dagboeken, foto's en andersoortig materiaal over de jongenskampen verzameld. Met behulp van dit materiaal is in 1995 het boek 'Mannen van 10 jaar en ouder' van Hans Zwitser gepubliceerd. Door de jaren heen heeft het comité zich altijd bezig gehouden met vele herdenkingen en reünies en de contacten tussen de oud-kampgenoten versterkt. Tot vandaag de dag wordt er door de 'jongens' elk jaar nog stilgestaan bij hun tijd in de jongenskampen Bangkong-Gedungjati.

Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media