Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Onderzoek - R. Fiebig

Geschiedenis

Toen Richard Fiebig, bedrijfsleider van een ijzergieterij in het westen van Duitsland, in de zomer van 1940 in opdracht van Reichsminister Todt naar Nederland ging, werd hem de titel Beauftrager für Bewaffnung und Munition gegeven. Zijn functie had weinig vaste vorm tussen de grote bureaus van de Rüstungsinspektion, de Abteilung Gewerbliche Wirtschaft en de Zentralauftragsstelle, zijn taak was voornamelijk van incidenteel karakter: bemiddelen waar zich technische vraagstukken voordeden bij het onderbrengen van Duitse orders.

Vier jaar later vervulde hij een tiental verschillende functies, verving de meestal afwezige Fischböck en was door zijn voorzitterschap van de Rüstungs- und Beschaffungskommission al sinds het voorjaar van 1944 de machtigste man in Nederland op het gebied van de industriële productie en de arbeidsinzet.

Deze snelle opgang van een eenzaam, veelal nauwelijks gekende, outsider tot de voornaamste figuur op economisch terrein werd veroorzaakt door een tweetal factoren.

De voornaamste daarvan was de toenemende macht van Fiebigs' chef, Reichsminister Speer. Begin 1942 aangesteld tot opvolger van Dr. Todt schiep deze nog in datzelfde jaar zijn Ausschusse en Ringe-werkcommissies van bedrijfsleiders en technici

Ausschusse behandelden een bepaald eindproduct bv. De Hauptausschuss Munition, Ringe een grondstof, bv. Hauptring Guss.

welker voornaamste taak de opvoering van de oorlogsproductie zou zijn, een taak die zij met aanzienlijke resultaten vervulden.

In de "Zentrale Planung" kwam tegelijkertijd een top-orgaan voor de industriele productie tot stand, waarin Speer de beslissende stem had. Het Rustungsamt van het Oberkommando der Wehrmacht werd in mei 1942 aan zijn ministerie toegevoegd. Alleen t.a.v. de arbeidsinzet moest Speer Sauckel als zelfstandige Generalbevollmächtigte naast zich dulden, hetgeen tot bittere gevechten leidde, vooral over de vraag Auftragsverlagerung naar of arbeidsinzet uit de bezette gebieden. Omdat Sauckel los stond van de Zentrale Planung moesten hierbij voortdurend Führentscheide worden uitgelokt totdat de strijd tenslotte in de loop van 1943 vrijwel geheel ten voordele van Speer werd beslecht, echter niet dan nadat er door het optreden van Sauckel onberekenbare schade aan de Duitse bewapeningscapaciteit was toegebracht.

De snelle ontwikkeling van Speer's positie moest natuurlijk ook zijn weerslag hebben op Fiebigs plaats in het bezettingsapparaat. Fiebig zelf droeg echter ook het nodige bij tot versterking van zijn invloed. Hij was een bijzonder energieke persoonlijkheid. Zijn persoonlijke bijdrage tot zijn "Aufstieg" begon reeds in 1941 toen hij de Duitse technici in Nederland ging organiseren. Tot medio 1942 bleef het echter bij een registratie, zonder dat er veel gebeurde. Een werkelijke organisatie vond pas plaats toen men hem medio 1942 nodig had voor de Prüfungskommissionen, die de bedrijven werden ingestuurd om deze met het oog op rationalisatie (door sluiting van bedrijven) en arbeidsinzet te onderzoeken. Hoe dit zij, in de zomer van 1942 werden alle Duitse technici in Nederland "erfasst" en in september konden zij op de Nederlandse bedrijven worden afgestuurd. Deze organisatie van technici geschiedde nu naar Duits voorbeeld in de Nationalsozialistischer Bund der Techniker, een "angeschlossener Verband" van de NSDAP. Hierdoor kreeg Fiebig op stel en sprong een zeer hoge partijfunctie: Leiter des Hauptamtes Technik im Arbeitsbereich der NSDAP, d.w.z. slechts één trede onder een Gauleiter. Deze sprong was zelfs zo groot, dat Fiebig de functie voorlopig slechts "kommissarisch" kon vervullen en vooralsnog geen overeenkomstige partijrang kreeg. Later werd hij tot Bereichsleiter benoemd. Dit Duitse apparaat van mensen, die in Nederland thuis waren, gaf Fiebig in de verdere oorlogsjaren de mogelijkheid allerlei onderzoekingen en controles ter plaatse, die om een of andere reden gewenst waren, aan zich te trekken. Ook Schmidt moet de opbouw van dit nieuwe apparaat met vreugde begroet hebben: hij kreeg er een zekere invloed op economisch terrein door, die hij zeker heeft kunnen waarderen.

De organisatie van de Duitse technici geschiedde dus in het kader van het Arbeitsbereich: in elk der tien Kreise van de NSDAP kwam er een Kreisamt für Technik met een Pg.-Techniker als Kreisamtsleiter. Fiebig's bureau in Den Haag werd uitgebreid met Ing. W. Schmitz, die secretaris van de nieuwe organisatie werd en later nog tal van andere functies ging vervullen. In tegenstelling tot Fiebig was Schmitz geen man van de praktijk. Voor 1933 werkloos, was hij nadien "politischer Leiter der NSDAP" geworden, laatstelijk Leiter van een Kreisamt der NSV in het Ruhrgebied. Van hem is kennelijk het breedsprakig en onoverzichtelijk partijproza afkomstig, dat de meeste van Fiebig's circulaires goeddeels onleesbaar maakt. Fiebig hield dit politieke kader echter niet langer vast dan strikt noodzakelijk was. Zodra de organisatie der Kreisämter voltooid was, benoemde hij de tien Kreisamtsleiter tevens tot Aussenstellenleiter des Beauftragten des Reichsministers für Bewaffnung und Munition en de partijtitulatuur werd nog slechts bij uitzondering gebruikt.

Schmitz begon verder direct met de opbouw van een nog groter apparaat. Fiebig liet hem benoemen tot Sparstoff-Kommissar (zelf werd Fiebig voorzitter van een Sparstoff-Ausschuss), die zich bediende van een nieuwe Nederlandse overheidsdienst, de Rijksdienst voor Grondstoffenbesparing. In alle belangrijke metaalbedrijven werd nu een "Umstellungs-bevollmachtigte" aangewezen, gewoonlijk een bedrijfsingenieur, die verantwoordelijk zou zijn voor de "rationellste Materialeinsatz". Op papier was het allemaal prachtig in orde. In werkelijkheid betekende dit hele apparaat eigenlijk niets. De Umstellungbevollmächtigen kregen regelmatig circulaires, o.a. Materialeinsatzlisten voor allerlei producten, die de nieuwe Rijksdienst in het Nederlands had vertaald, maar meestal werden de omschreven producten juist niet in Nederland gemaakt. Technisch overleg en voorlichting vonden wel plaats, maar werden georganiseerd door de Nederlandse Bedrijfsgroep Metaalindustrie.

Een soortgelijk apparaat werd geschapen door Schmitz te benoemen tot Bezirksarbeitseinsatzingenieur, en in de bedrijven enige honderden "Arbeitseinsatzingenieure" aan te stellen, die ook weer niet veel meer deden dan de circulaires van Schmitz uit de bus te halen. Maar naast dit papieren apparaat verkreeg Fiebig ook een zeer concrete invloedssfeer ten aanzien van voor de Nederlandse economie beslissende vragen. De voornaamste daarvan was zijn benoeming tot Vorsitzer der Rüstungs- und Beschaffungskommission, die begin 1943 werd ingesteld overeenkomstig het voorbeeld van de Rüstungskommissione, die sedert oktober 1942 in elke Duitse Wehrkreis optraden als coördinerend lichaam van de Rüstungsinspektion, arbeidsbureau, distributiebureau etcetera. In de Rüstungs- und Beschaffungskommission Niederlande namen behalve Fiebig als voorzitter zitting de Rüstungsinspekteur, de Leiter der Hauptabteilung soziale Verwaltung, de Leiter der Abteilung gewerbliche Wirtschaft en de Leiter der Zentralauftragsstelle. Evenals zijn collega's in Duitsland kreeg Fiebig daarbij een beslissende steun. Zakelijk betekende dit, dat Fiebig de belangen van de bewapeningsindustrie kon doen prevaleren boven die van de arbeidsinzet naar Duitsland, hetgeen vooral na de zomer van 1943 - de voornaamste strijd moest Speer zelf in Duitsland tegen Sauckel uitvechten - effect begon te krijgen. Overigens vielen de belangrijkste beslissingen niet in de vergaderingen van de Rüstungs- und Beschaffungskommission maar daarbuiten in het overleg in kleinere kring en vooral in de besprekingen met Berlijn. In dezelfde tijd werden ook Fiebig's bevoegdheden op het terrein van de industriële productie zelf aanzienlijk uitgebreid.

Hij werd benoemd tot Rüstungsobmann Niederlande

Door de Reichsminister für Bewaffnung und Munition; als Rüstungsobmann vertegenwoordigde hij het Rüstungslieferungsamt van diens ministerie, als Beauftragter het Technische Amt.

en trad in deze functie als leider op van de door de Ausschüsse en Ringe in Nederland benoemde Länderbeauftragten. De benoeming van deze functionarissen vond zo plaats, dat zij in de Zentralauftragsstelle hun centrale punt vonden: of de Länderbeauftragte zelf of zijn Geschäftsführer was gewoonlijk tevens Referent bij de Zentralauftragsstelle, die voortaan werd aangeduid als Dienststelle des Rüstungsobmannes. Van de Duitse Ausschuss leidde nu via Länderbeauftragte en Zentralauftragstelle de weg voor "verlagerte Aufträge" naar de Nederlandse industrie.

De verhouding van Fiebig tot het Rijkscommissariaat was aanvankelijk niet erg duidelijk. Hoewel Seyss-Inquart in het algemeen streng de hand hield aan de regel, dat alle vertegenwoordigers van Duitse bureaus en ministeries in het Rijkscommissariaat moesten worden ondergebracht, is dat met Fiebig als Beauftragter van het Reichsministerium für Bewaffnung und Munition en later ook als Rüstungsobmann nooit gebeurd. De redenen daarvoor zijn niet geheel duidelijk, misschien moeten zij gezocht worden in de nauwe band tussen Dr. Todt's ministerie en de Wehrmacht. De Rüstungs- und Beschaffungskommission was een instelling van de Rijkscommissaris en werd ook tot het Rijkscommissariaat gerekend, al had zij daarin geen duidelijke positie. Begin 1944 kreeg Fiebig zelf echter een andere functie in het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft: hij werd Leiter van een nieuw opgerichte Hauptabteilung Technik, die een aantal tot nu toe zelfstandige Referate etc. verenigde nl. de Abteilung Siedlung und Bauten, de Bevollmächtigte für die Bauwirtschaft, de Sparstoffkommissar, de Landstrassen- en de Wasserstrassenbevollmächtigter. Tenslotte werd Fiebig in augustus 1944 benoemd tot "ständiger Vertreter" van Fischböck voor de Hauptabteilungen Wirtschaft en soziale Verwaltung. Daarmede was de ontwikkeling voltooid: toen de resten van deze Hauptabteilungen, de Rüstungsinspektion en Fiebig's eigen secretariaat in oktober naar Beilen verhuisden, werd het geheel de "Stab Fiebig" genoemd en niemand twijfelde er aan of hij was in Nederland de machtigste man op economisch gebied. (Volledigheidshalve zij nog vermeld, dat Fiebig nog een andere functie in Nederland had, nl. die van Gebietsplaner des Generalbevollmächtigten für Wasser und Energie, in welke functie hij de Kupferaktion liet uitvoeren).

In de laatste maanden van de oorlog vervulde hij ook nog een functie in Duitsland. Blijkbaar onder de indruk van Fiebig's capaciteiten als improviserend organisator van de Räumungsaktion in september en oktober 1944, benoemde Speer hem tot Leiter van de Ausschuss Schienenfahrzeuge, tevens was hij speciaal belast met de reparatie van de door de geallieerde vliegtuigen stukgeschoten materieel. Dit was een taak naar Fiebig's aard. Hij wist inderdaad vrijwel tot het laatst door duizenden reparaties per maand het verkeer op gang te houden.

Na de bevrijding is Fiebig in 1947 door de Engelsen uitgeleverd. Hij is door het Bijzonder Gerechtshof te 's Gravenhage tot 12 jaar gevangenisstraf veroordeeld, welk vonnis door de Bijzondere Raad van Cassatie is vernietigd, met verwijzing naar de Bijzondere Strafkamer van de Rechtbank te Amsterdam

Zie het dossier Doc I Fiebig.

. Een aldaar opnieuw geopend onderzoek is nooit beëindigd en Fiebig werd in 1951 uit de voorlopige hechtenis ontslagen.

Openbaarheid: Volledig openbaar
Het archief bevat het onderzoeksmateriaal dat J.P. Meihuizen heeft verzameld. Het bestaat uit correspondentie met betrokkenen en originele stukken. Meest in het oog springend is het dagboek van Fiebig.
#guid:
beheersgeschiedenis/overbrenging naar het NIOD

Het onderzoeksarchief is op 20 juni 2019 door onderzoeker dr. J.P. Meihuizen overgedragen aan het NIOD.

Over het archief: Richard Fiebig kwam in de zomer van 1940 in opdracht van Reichsminister Todt naar Nederland waar hij de titel Beauftrager für Bewaffnung und Munition kreeg. In het voorjaar van 1944 was hij uitgegroeid tot de machtigste man in Nederland op het gebied van de industriële productie en de arbeidsinzet.
periode van ontstaan

Het archief is gevormd in de periode [1883] 1981-2005.

Status: NIOD-KNAW collectie - private schenking
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media