Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Alle bronnen

Historisch overzicht van de gemeente Boxmeer : De plaats Boxmeer heeft op staatkundig terrein lange tijd zijn eigen weg kunnen gaan. Al in het midden van de 13e eeuw stond er een versterkt huis aan een dode zijtak van de Maas, genaamd het Meer. Hier resideerde op primitieve manier heer Jan de Boc, mogelijk afstammend van de graven van Gelre, de heren van Gennep of die van Straelen. Veel is er niet over hem bekend. In enkele oorkonden wordt hij slechts genoemd. Hij slaagde erin het gebied rondom het kasteel met het bijbehorend dorp, zijn Petruskerkje van rond het jaar 1100 en een hele lange peelstrook los te maken van het territorium van het Land van Cuijk. Het was de woelige tijd van de slag bij Woeringen (1288) en de wrijvingen tussen het machtige Brabant en het opkomende Gelre. Aanwijzingen voor de gebruiker : Verwijzing naar archiefstukken uit dit archief geschiedt door (volledig): Brabants Historisch Informatie Centrum, toegangsnummer 1424 Gemeentebestuur Boxmeer, 1942 - 1970 , inv.nr. ... (verkort): BHIC, 1424 Gemeentebestuur Boxmeer , inv.nr. ... Verantwoording van de inventarisatie : Deze inventarisatie omvat de archiefbescheiden uit de periode 1942-1970. Voor het beginjaar is 1942 gekozen. Op 1 mei 1942 ontstaat door de gemeentelijke herindeling een nieuwe gemeente Boxmeer. Deze omvat naast de kern Boxmeer ook een groot deel van de voormalige gemeenten Beugen en Rijkevoort alsmede Sambeek. Het eindpunt is vastgesteld op 1970. Deze keuze is in de jaren negentig gemaakt vanwege de verkorting van de overbrengingstermijn tot 20 jaar. Dit is geregeld is in de nieuwe Archiefwet en is pas in 1995 van kracht geworden. De vernietigbare bescheiden zijn uit het archief gehaald conform de Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende stukken in gemeente-archieven van 24 augustus 1983 / 7 november 1983 en gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant van 20 december 1983 nr. 247. De omvang van de inventaris bedraagt na schoning 48 m. Boxmeer, november 2005. Hierna komt de omvang qua inwonertal en oppervlakte van de gemeente Boxmeer aan de orde. Op 31 december 1941 bedraagt het inwonertal 4.107. Bij de herindeling op 1 mei 1942 heeft de voormalige gemeente Beugen 1.423 en Sambeek c.a. 1.104 inwoners. De oppervlakte van kerkdorp Beugen bedraagt op dat moment 10,26 km2 en van Sambeek 8,98 km2. Per 1 januari 1951 bedraagt de totale oppervlakte van Boxmeer 30,40 km2, per 1 januari 1962 en 1967 30,39 km2 en op 1 januari 1969 31,33 km2. Bij de algemene Volkstellingen en statistieken bedraagt het inwonertal 7.161, op 31 mei 1947, 9.047, op 31 mei 1960 en 10.850 op 31 december 1969. Dit geeft een beeld van de ontwikkeling van de omvang van Boxmeer over de periode 1942-1970. Vanaf maart 1945 zetelde de gemeentelijke organisatie in het pand van de familie Lion aan de Steenstraat 156. Deze Joodse familie heeft het pand in 1942 verlaten. Per 23 februari 1953 gaat de gemeente dit huren van bakker B.H.F. Kersten. Er bestaan dan al plannen voor nieuwbouw, maar de uitvoering hiervan stagneert door financierings-moeilijkheden. Eind vijftiger jaren als de plannen heel concreet zijn geworden, komt het tot nieuwbouw. Op 5 augustus 1959 volgt de eerste steenlegging voor het nieuwe gemeentehuis aan het Raadhuisplein. De officiële opening vindt plaats op 11 juni 1960. Hierin is een speciale archiefruimte opgenomen met brandvrije archiefdeuren. Eindelijk kunnen de archiefbescheiden bewaard worden in een moderne geconditioneerde bewaarplaats. Hiervoor waren deze omstandigheden verre van optimaal. Dit kwam door de variatie en tijdelijkheid van lokaties waar de gemeentelijke organisatie zich vestigde. Over de gemeentehuizen in het archiefblok 1942-1970 is het volgende te vermelden. Uit de woningkaart van het pand gelegen Zandpaadje / Het Zand 17 blijkt dat tot 1 maart 1941 het pand Steenstraat 60 als gemeentehuis werd gebruikt. Per 1 mei 1942 werd dit voormalige gemeentehuis verhuurd aan de commissie voor Bouw-, Woning- en Welstandstoezicht. Tijdens een gedeelte van de oorlog, namelijk van 1 maart 1941 tot februari 1945 werd het Zandhuis, gelegen aan Het Zand 17 / Zandpaadje, gebruikt als gemeentehuis. Dit pand was geen eigendom van de gemeente. Gedurende de evacuatie, begin november 1944 tot medio februari 1945, is er in Rijkevoort een hulpsecretarie ingericht. Dit is gebleken uit de notulen van het college van burgemeester en wethouders, het register van ingekomen en verzonden stukken en de persoonsdossiers van die periode. In de vergadering van 15 januari 1945 wordt besloten om aan de erven A. Verbruggen een huurvergoeding te betalen voor de hulpsecretarie te Rijkevoort. Deze was gevestigd in het Parochiehuis en stond voor de kerk. Het begin van deze inventaris valt midden in de oorlogstijd. Boxmeer was direct oorlogsterrein toen de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen. Via Boxmeer, Sambeek en Beugen zijn de vijandelijke troepen dagenlang verder Brabant ingetrokken. Na de inval volgde een periode van ruim 4 jaar bezetting. Tot aan de bevrijding vielen tijdens de talloze luchtgevechten slechts enkele bommen en vliegtuigen, die betrekkelijk weinig schade aanrichten, maar wel ervoor zorgden dat de bewoners naar de kelders moesten vluchten. Het leek erop dat de bevrijding in het najaar van 1944 zonder nadeel en verschrikking voor deze regio zou verlopen. De vijand was geleidelijk verdwenen en de Engelsen arriveerden. Toch kwam er nog heftige Duitse tegenstand. Na een periode van onderduiken in de kelders werd begin november het bevel tot verplichte evacuatie gegeven. Deze evacuatie duurde vier lange maanden. Het februari-offensief bracht de inmiddels onbewoonde Maasdorpen geweldige troepenmassa's. Bovendien werden de huizen op grote schaal geplunderd en vele panden ging door ruw omgaan met vuur in vlammen op. Niet lang hierna, toen het Reichswald en het verdere Nederrijnse gebied tegenover Oost-Brabant was gezuiverd, konden de geëvacueerden weer veilig terug naar hun zwaar geteisterde dorpen. Vele jaren na de oorlog hadden de inwoners een grote klus aan het herstellen van de oorlogsschade. Jan de Boc en hierna zijn zoon Jan gaven als telgen van het geslacht Boc op het eind van de 14e eeuw hun naam door aan het plaatsje Meer. Dit ging zich voortaan, ter onderscheiding van andere "Meren", Bocsmeer noemen. Het schepencollege dat ongeveer in diezelfde tijd vorm kreeg, ging zegelen met een bokje als afbeelding. Het oudst bekende zegel uit het jaar 1377 treffen we aan in het archief van het huis Odenkirchen. De zich intussen gevormd hebbende heerlijkheid Boxmeer met het peelgehuchtje Oelbroeck voerde als wapen de leeuw. Eeuwenlang vormde Boxmeer een eigen heerlijkheid, als een soort van kruimelstaat in de 17e en 18e eeuw gehandhaafd tussen de invloedssferen van de Republiek en de Spaans/Oostenrijkse Nederlanden. Bij de komst van de Fransen in de Nederlanden, in 1795, is de vrije heerlijkheid Boxmeer stilletjes verdwenen. Daarna is Boxmeer opgenomen in de provincie Noord-Brabant. Toen zetelde hier de municipaliteit van de mairie Boxmeer. Het raadhuis lag aan de Markt vlak tegenover de Petrustoren. Boxmeer had ook een kantongerecht waar de familie Verheijen van Estveld kantonrechter was. De administratie op het raadhuisje werd op den duur iets omvangrijker. Daarom werd in 1872 overgaan tot de bouw van een nieuw raadhuis op dezelfde plek. Geschiedenis van het archief : Onder welke omstandigheden de archiefbescheiden in het archief zijn bewaard is niet helemaal te achterhalen. Alleen een brief van Gedeputeerde Staten d.d. 26 november 1952 gaat hierover. Het college van burgemeester en wethouders wordt hierin gewezen op de verplichting van de zorg voor de gemeente-archieven. Uit een rapport van de Provinciale Inspecteur blijkt dat het grootste deel van de gemeentelijke archieven, brand- en vochtgevaarlijk, buiten een gemeentelijke archiefbewaarplaats bewaard wordt, hetgeen in strijd is met de Archiefwet en de aanwijzingen betreffende bouw, verandering en inrichting van archiefbewaarplaatsen. Het college van Gedeputeerde Staten kan zich met deze wijze van opberging niet verenigen. De voormalige secretarie van Sambeek bevat een geschikte en brandvrije bewaarplaats. Indien het vernielde slot van de branddeur hersteld is, voldoet deze aan alle eisen. Voorgesteld wordt dan ook om de bescheiden, die de gemeente niet voor haar dagelijkse dienstverrichtingen direct nodig heeft, in Sambeek te bergen. Dit advies heeft het college van burgemeester en wethouders vervolgens opgevolgd. Na de oorlog, in de vijftiger/zestiger jaren, is de ontwikkeling van de industrie in Boxmeer van hogerhand gestimuleerd. Van oudsher kende het Land van Cuijk een agrarische structuur. Door economische ontwikkelingsplannen vestigen zich hier vele bedrijven. De ontsluiting van Boxmeer via wegen, spoorwegen en waterwegen verbeterde. Boxmeer werd steeds veelzijdiger. Er werd een nieuw ziekenhuis, het Maasziekenhuis, aan de Loerangelsestraat gebouwd. Het onderwijs ontwikkelde zich positief. Men kon in Boxmeer onderwijs genieten bij een ambachtsschool, een rijkswerkplaats, een U.L.O.-school en het St. Chrysostomuscollege met de H.B.S. In de periode na de oorlog heeft de gemeente stimuleringsmaatregelen genomen om het woningaanbod uit te breiden. In de zestiger jaren start de ontwikkeling van de welzijnsinstellingen op het gebied van jeugdwerk en bejaarden.

Collectie
  • Archieven BHIC
Type
  • Archief
Identificatienummer van Brabants Historisch Informatie Centrum
  • 1424
Trefwoorden
  • Algemeen bestuur en Politiek
Disclaimer over kwetsend taalgebruik

Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer

Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Vijzelstraat 32
1017 HL Amsterdam

info@oorlogsbronnen.nlPers en media
Deze website is bekroond met:Deze website is bekroond met 3 DIA awardsDeze website is bekroond met 4 Lovie awards