Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Familie Van de Mortel - De La Court

Van de Mortel, generatie 10, inventarisnrs 101 - 132
Van de Mortel en De la Court, genealogie, heraldiek en documentatie, inventarisnrs 2048 - 2214
Van de Mortel, generatie 9, voornamelijk over Johan B.H., inventarisnrs 33 - 88
Van de Mortel en de Kesschietre van Havre, generatie 8, inventarisnrs 24 - 32
Het archief en de inventarisatie : Het archief Het archief van de familie Van de Mortel-De la Court is op 23 juni 1969 door Jan Hein L. van de Mortel in bruikleen afgestaan aan het Rijksarchief in Noord-Brabant. Proces-verbaal, Rijksarchief in Noord-Brabant, 23 juni 1969. In augustus 1970 werd hier nog aan toegevoegd het archief van het landgoed Baast. Idem, 5 augustus 1970. Het Rijksarchief in Noord-Brabant was reeds in het bezit van een aantal stukken die aan Paulus E.A. de la Court hadden toebehoord. Deze archivalia zijn in 1945 door Jan B.V.M.J. van de Mortel geschonken aan het Rijksarchief in Noord-Brabant. Staat van Aanwinsten, Rijksarchief in Noord-Brabant, 1948, nummer 28. Zij zijn in 1948 geordend door C. Lohmann als de Collectie De la Court. Deze stukken zijn in de inventaris gemerkt met een asterisk. In 1980 zijn nog drie mappen in bruikleen afgestaan aan het Rijksarchief door J.B.C.M. van de Mortel. A.Z. correspondentie Rijksarchief in Noord-Brabant, 1980 nummer 180. Deze stukken zijn opgenomen in de derde afdeling van de inventaris, namelijk Papieren van Genealogische en Heraldische aard. Een groot deel van het archief werd voorheen bewaard op het Huis te Baast in archiefkasten en is tijdens de bevrijding in 1944 door de geallieerden enigzins beschadigd: "Slechts geringe schade liep het huis op door de bescherming van grote eiken, zo behalve een 20 tal ruiten, granaatsplinters in de gang, archiefkasten en salon". Inventarisnummer 1443.
De stukken van persoonlijke aard zijn ondergebracht in de eerste afdeling. Deze is als volgt ingedeeld: eerst de stukken van de familie van de Mortel, daarna die van de familie De la Court beide met aanverwante families. Op bladzijde 7, 59 en 60 bevinden zich de genealogische overzichten aan de hand waarvan de indeling in generaties tot stand gekomen is. Per generatie worden na de hoofdtak (respektievelijk Van de Mortel, De la Court) de aanverwante families behandeld. Hierbij zijn ook de stukken van oudere generaties van die betreffende verwante familie geplaatst. Dat het gedeelte Van de Mortel begint bij generatie VII duidt er dus op dat van de generaties I tot en met VI (volgens het overzicht op bladzijde 7) geen stukken bewaard gebleven zijn in het archief. Ter verduidelijking zijn bij elke nieuwe generatie de personen met hun gegevens in cursief gedrukt. De tweede afdeling bevat de stukken betreffende het landgoed Baast, de heerlijkheid Onsenoort en Nieuwkuijk en overige bezittingen, alfabetisch geografisch ingedeeld. De derde afdeling, 'papieren van genealogische en heraldische aard', is ingedeeld op dezelfde manier als de eerste afdeling. Aan de inventaris is een alfabetisch-lexicografische index op persoonsnamen toegevoegd. Een index op plaatsnamen is niet opgenomen, daar in het zakelijk gedeelte onder iedere plaatsnaam verwezen wordt naar andere inventarisnummers waar die plaatsnaam in voorkomt.
Van de Mortel en De la Court, administratie goederen, inventarisnrs 1139 - 1158
Historisch overzicht : De geslachten Van de Mortel en De la Court Over de geslachten Van de Mortel en De la Court is reeds geschreven in diverse publikaties. A.F. van Beurden: "Het geslacht Van de Mortel", in Taxandria II (1895), passim; J.J.H.M. Verzijl: "Bijdragen tot de genealogie der familie Van de Mortel", in Taxandria XLV (1938), pag. 153 e.v.; dr. B. de Roy van Zuidewijn: "Genealogie Van de Mortel", in Nederlands Patriciaat XXIII (1937), pag. 152 e.v; "Genealogie Michiels van Kessenich", in Nederlands Adelsboek LVI (1963), pag. 86. Dit overzicht bevat slechts gegevens die van belang zijn voor het raadplegen van de inventaris van het familiearchief Van de Mortel- De la Court. In 1896 werd in 's-Hertogenbosch het huwelijk gesloten tussen jonkvrouwe Cecilia de la Court, dochter van jonkheer Josephus de la Court, heer van Onsenoort en Nieuwkuijk, en Joannes van de Mortel. Dit huwelijk vormde de basis voor de latere vereniging van de archieven van de families Van de Mortel en De la Court. Beide geslachten stammen uit de Belgische provincie Limburg. Zie het genealogisch overzicht Van de Mortel onder Bijlagen.BHIC
De heerlijkheid Onsenoort en Nieuwkuijk De heerlijkheid Onsenoort en Nieuwkuijk is slechts voor korte tijd in het bezit geweest van de familie De la Court. Het zou te ver voeren hier uitgebreid op de geschiedenis van deze heerlijkheden in te gaan. Zie voor een overzicht van de geschiedenis: "Onsenoort en Nieuwkuijk", door W.J.F. Juten in Taxandria, VII, 1900, blz. 277, passim. De heerlijkheid kwam in het bezit van de familie De la Court door het huwelijk in 1833 van Leopoldus de la Court en Julia Halfwassenaer van Onsenoort. Julia Halfwassenaer kreeg de bezitting na de dood van haar broer Franciscus in 1853. Inventarisnummer 923. Haar grootvader, Bernardus was in 1771 gehuwd met Petronella van Engelen. Zie het genealogisch overzicht Van Engelen onder Bijlagen. BHIC In 1808 werd hij door koning Lodewijk Napoleon tot ridder der Unie benoemd onder de naam Halfwassenaer van Onsenoort. Inventarisnummer 870. Bernardus erfde de heerlijkheid van zijn vader Joannes, zoon van Adam en Sophia van der Linden, die in 1743 de heerlijkheid gekocht had van Philips Hoeuft. Inventarisnummer 1455.
Van de Mortel en De la Court, overige onroerende goederen, inventarisnrs 1599 - 2047
Jan B.V.M.J. van de Mortel, generatie 12, inventarisnrs 176 - 339
Michiels van Kessenich, generatie 12, inventarisnrs 340 - 346
Van de Mortel, generatie 13, inventarisnrs 347 - 359
Het huis wordt thans omschreven als: "Een eenvoudig landhuis met laagzadeldak tussen sluitgevels aan de korte zijden en torentje op het dak, geheel verbouwd en vergroot in 1854". Voorlopige lijst der Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst, uitgave: Rijkscommissie voor de Monumentenzorg, deel X, blz. 28. Het huis te Baest wordt sedert 1967 opnieuw gerestaureerd.
Aan het eind van de 16de eeuw kwam het landgoed in het bezit van de bisschop van 's-Hertogenbosch. dr. M.A. Erens: "Tongerloo en 's-Hertogenbosch, de dotatie der nieuwe bisdommen in Brabant", Tongerloo 1925, blz. 41. Het landhuis was destijds "omringd door aangename dreven, visrijke vijvers en fraai houtgewas". A. van der Aa: "Aardrijkskundig Woordenboek van Nederland", Gorinchem, 1839-1851, deel II, blz. 26. Na de verovering van 's-Hertogenbosch in 1629 door Frederik Hendrik nam de wereldlijke overheid kerk- en kloostergoederen in beslag waarvan velen vervolgens verkocht werden aan particulieren. Zo kwamen in 1660 mr. Johan Gans, pensionaris van 's-Hertogenbosch, en Peter Schuyl, rentmeester van de geestelijke goederen, in het bezit van het landgoed Baast. Inventarisnummer 1159. In 1774 verkochten Jan Hendrik van der Does en zijn echtgenote Margeretha Bosschart voor schepenen van 's-Hertogenbosch het landgoed aan Johan van Bommel. Het landgoed werd omschreven als: "De Heerenhuysinge genaamt den Spijcker met zijne hove en gronden met de twee considerabele groote daarbij gehoorende hoeven lands van ouds genaamt de Baaster- of Bisschopshoeven, waarvan de voorste gebruyckt wordt bij Joseph Dirk Merks en de agterste bij Jan van Antwerpen". R.A. Noord-Brabant, Rechterlijk Archief 's-Hertogenbosch, inventarisnummer 1759, folio 58, verso.
Wat betreft de beschrijving van de stukken het volgende. De datum van een afschrift of uittreksel wordt alleen dan vermeld als deze afwijkt van de datum van het origineel. Namen van notarissen voor wie akten zijn gepasseerd werden niet opgenomen, wel die van schepenen. Zegelaanduidingen, voor zover van toepassing, zijn opgenomen in een N.B. onder het betreffende inventarisnummer. De asterisk achter een aantal inventarisnummers bij het gedeelte De la Court duidt erop dat deze stukken eigendom zijn van het Rijksarchief in Noord-Brabant, dit in tegenstelling tot de overige stukken die in bruikleen zijn gegeven (zie bladzijde VI van deze inventaris). De onderstreepte nummers in de rubriek J.B.V.M.J. van de Mortel zijn tot het jaar 2000 niet openbaar, tenzij met toestemming van de eigenaar Jan Hein L. van de Mortel. Tot slot wil ik P. Hendriks danken voor het typewerk en C. Philipsen voor de vervaardiging van de index. J. Andrik, 1982
Van de Mortel, generatie 11, inventarisnrs 140 - 175
Voor de inventarisnummers met een openbaarheidsbeperking geldt dat inzage alleen mogelijk is na verkregen toestemming van de eigenaar van het archief.
Van Rijckevorsel, generatie 9, inventarisnrs 89 - 97
Landgoed Baast, inventarisnrs 1159 - 1451
De la Court, generaties 2 t/m 5, inventarisnrs 360 - 786, 2237-2239
Van Meeuwen, generatie 9, inventarisnrs 98 - 100
Tensini en Van der Cruyssen, generatie 6, inventarisnrs 1 - 4
Het landgoed Baast Het landgoed Baast is gelegen in Oost-, West- en Middelbeers, Diessen en Oirschot. De eerste vermeldingen van het landgoed staan in verband met de abdij van Tongerloo, die in 1207 het patronaat van de Andreaskerk in Oostelbeers verkreeg. L. Schutjes: "Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch", Sint Michielsgestel 1870-1881, deel V, blz. 403. In de jaren daarop volgend breidde deze abdij haar grondgebied uit in de streek rond Oostel-beers. De oudst bekende vermelding van het landgoed Baast dateert uit 1317. Inventarisnummer 1444. De naam Baast ziet men ook wel vermeld als huis of landerijen "te Baast", landhuis "de Baast" en "Baasterhoeve". Een van de hoeven, die in een verkoopakte van 1774 van het landgoed met naam genoemd wordt, droeg de naam van de Baasterhoeve of Bisschopshoeve. Inventarisnummer 1159. Het landhuis zelf werd toen "Den Spijcker" genoemd. Sinds enige jaren spreekt men van het landgoed Baest, het Huis te Baest en de boerderijen worden genoemd de Baesterhoeven.
Mahie, generatie 10, inventarisnrs 133 - 139
De inventarisatie Een oude orde was in het archief van de familie Van de Mortel - De la Court niet aanwezig. Wel heeft J.B.V.M.J. van de Mortel een zekere ordening aangebracht. Naast een onderzoek naar de geschiedenis van zijn geslacht heeft hij het archief ook gebruikt voor zijn dissertatie "De positie van de landdrost van 1807 tot 1810". Nadat C. Lohmann in 1948 de stukken betreffende Paulus E.A. de la Court had geïnventariseerd, zijn er van onderdelen van het familiearchief nog twee inventarissen vervaardigd door J.H.S.M. de Beer en P. Kroes tijdens hun stage aan het Rijksarchief in Noord-Brabant in 1969-1970. P. Kroes heeft na haar opleiding aan de Rijksarchiefschool de inventarisatie van dit archief voortgezet. Ook vervaardigde zij in deze inventaris voorkomende genealogische overzichten en stambomen en verschafte zij gegevens voor deze inleiding. De genoemde drie deelinventarissen hebben naar schatting betrekking op een derde gedeelte van het archief. Bij het archief bevonden zich een aantal stukken (circa 400 waarvan het merendeel charters) verzameld door J.B.V.M.J. van de Mortel. Deze stukken zijn niet opgenomen in deze inventaris, maar zijn apart geplaatst en vormen nu de collectie Van de Mortel. Deze collectie is nog niet geïnventariseerd. De ordening die J.B.V.M.J. van de Mortel had aangebracht was niet bruikbaar voor het samenstellen van deze inventaris. Voor de indeling van de stukken is gekozen voor het schema stukken van persoonlijke aard - stukken van zakelijke aard met een aparte afdeling voor Papieren van Genealogische en Heraldische aard.
Onsenoort en Nieuwkuijk, heerlijkheid, inventarisnrs 1452 - 1598
De la Court, generaties 6 t/m 8, inventarisnrs 787 - 1138, 2236
Zoals reeds vermeld erfde Willem de la Court het landgoed Baast van zijn vader. Zijn broer Joseph erfde na de dood van zijn moeder, Julia Halfwassenaer, de heerlijkheid Onsenoort en Nieuwkuijk in 1892. Inventarisnummer 819. Deze Joseph was de eerste De la Court op wiens naam de heerlijkheid kwam, maar ook de laatste. In 1903 was hij genoodzaakt de heerlijkheid te verkopen om een dreigend faillissement te voorkomen. Inventarisnummer 1491.
Aanwijzingen voor de gebruiker : Verwijzing naar archiefstukken uit dit archief geschiedt door (volledig): Brabants Historisch Informatie Centrum, toegangsnummer 305 Familie Van de Mortel - De La Court, 1384 - 1978, inv.nr. ... (verkort): BHIC, 305 Van de Mortel - De la Court, inv.nr. ...
Van de Mortel, Ransecremer, Keyten en Scheffers, generatie 7, inventarisnrs 5 - 23
Jan van de Mortel was een zoon van Joannes van de Mortel en Cecilia de la Court. Hij trouwde in 1922 te Roermond met jonkvrouw Elisabeth Michiels van Kessenich. Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren: in 1924 Sabine en in 1926 Jan Hein. Het huwelijk werd in 1946 ontbonden. Jan van de Mortel studeerde rechten in Utrecht en Nijmegen. In 1929 werd hij benoemd tot burgemeester van Noordwijk. Deze funktie bekleedde hij tot 1946 met een onderbreking van twee jaar gedurende de oorlog. Tijdens deze twee jaar schreef hij de dissertatie "De positie van den landdrost van 1807 tot 1810" waarop hij in 1945 promoveerde. Inventarisnummer 207-209. In 1946 werd hij benoemd tot Consul Generaal der Nederlanden te Chicago en van 1958 tot 1962 bekleedde hij deze funktie te Antwerpen. Hij was ridder IIe klasse van het Malthezer Kruis van Verdienste, Commandeur in de Orde van Leopold II van België, ridder in het Legioen van Eer, officier in de orde Oranje-Nassau en commandeur in de Orde van de Kroon van België. Jan van de Mortel en zijn vrouw onderhielden een nauw kontakt zowel met het Nederlandse als het Belgische Hof. In de inventaris zijn genealogische overzichten opgenomen van de familie Van de Mortel (blz. 7), de familie De la Court (blz. 59 en 60) en van de aanverwante families Halfwassenaer (blz. 122), Van Bommel (blz. 85), Vercamp (blz. 93), Van Kessel (blz. 105 en 106) en Van Engelen (blz. 131). Tevens is onder inventarisnummer 2056 een kwartierstaat opgenomen van de familie Van de Mortel. De genealogische overzichten en de kwartierstaat werden vervaardigd door mevrouw P. Kroes. (Zie de bijlagen in deze inleiding. BHIC)
Hubertus van de Mortel, die getrouwd was met Johanna Ingels, kleindochter van de componist Jan Pieterszoon Sweelinck, vestigde zich in Amsterdam rond 1700. Zijn kleinzoon Franciscus trouwde in 1749 met Johanna Ransecremer uit 's-Hertogenbosch. Vanaf deze generatie Van de Mortel zijn er archiefbescheiden bewaard gebleven in het archief. Josephus, Franciscus jongste zoon, vestigde zich na zijn huwelijk met Maria Portmans in Boxmeer. Hun oudste zoon Joannes was achtereenvolgens rechter bij de rechtbank te 's-Hertogenbosch, raadsheer en later president van het Provinciaal Gerechtshof in Noord-Brabant. Hij was getrouwd met Johanna van Rijckevorsel en woonde op de "Gele Hoeve" te Rosmalen. Hun oudste zoon Victor vestigde zich als notaris te 's-Hertogenbosch en huwde in 1835 Catharina de Mahie. Victor was de vader van de eerder genoemde Joannes van de Mortel die trouwde met Cecilia de la Court. In het midden van de 18de eeuw vestigde de familie De la Court zich in Nederland, eerst in Gemert en later in 's-Hertogenbosch. In 1753 werd Peter de la Court benoemd tot sekretaris, later tot drossaard en schout van Gemert. Zijn zoon Paulus de la Court, in 1760 te Gemert geboren, vestigde zich in 1787 als advokaat in 's-Hertogenbosch. De start van een veelzijdig politiek leven kwam voor hem na de bezetting van Staats-Brabant door de Fransen. Voor een totaal overzicht van de openbare funkties van Paulus E.A. de la Court zie inv.nrs. 410-570. BHIC
Familie Van de Mortel - De La Court, 1384 - 1978
De weduwe van Johan van Bommel, Maria Agnes Vercamp, liet het landgoed na aan vier van haar vijf kinderen, Elisabeth, Petrus, Gerardus en Maria, die het landgoed in 1818 verdeelden. R.A. Noord-Brabant, Notariële Archieven, inventarisnummer 3541. Maria van Bommel was gehuwd met Paulus de la Court. Op deze wijze kwam een vierde gedeelte van het landgoed in handen van de familie De la Court. Het duurde tot 1848 voordat het landgoed weer aan één eigenaar kwam. In 1825 kochten de kinderen van Paulus de la Court van genoemde Elisabeth en Gerardus van Bommel de helft van het oorspronkelijk landgoed. Het laatste kwart volgde via de nalatenschap van Petrus van Bommel in 1825. Idem, inventarisnummer 3548. Paulus de la Court had vier kinderen, Cornelia, Josephus, Johanna en Leopoldus. Cornelia en Josephus stierven kinderloos in respektievelijk 1831 en 1842. Na het overlijden in 1847 van Johanna deed haar man Louis Prosper Meunier afstand van zijn rechten op het landgoed ten gunste van zijn schoonvader Paulus. Idem, inventarisnummer 3927. Na het overlijden van Paulus in 1848 werd Leopoldus dan ook eigenaar van het hele landgoed. Zijn zoon Willem volgde hem op. In 1913 moest hij enige percelen land afstaan voor de aanleg van het Wilhelminakanaal, waardoor het landgoed in tweeën gedeeld werd. In hetzelfde jaar overleed hij en liet het landgoed na aan Arnold en Emanuel de zonen van zijn overleden broer Joseph. Tussen deze twee broers zou een boedelscheiding plaats vinden, maar tijdens de onderhandelingen in 1917 stierf Emanuel. Arnoldus overleed in 1932; evenals Emanuel was hij kinderloos. Het landgoed verviel toen aan zijn neef Jan B.V.M.J. van de Mortel. Diens zoon Jan Hein van de Mortel is nu eigenaar van het landgoed Baast.
In 1795 was hij Secretaris-Griffier van de Opperadministratie van de Provisionele Representanten van Bataafs Brabant. In 1796 werd hij gekozen tot lid van de Nationale Vergadering. Van 1798 tot 1799 en van 1801 tot 1802 was hij lid van het Departementaal Bestuur van de Dommel en van 1802 tot 1807 lid van het Departementaal Bestuur van Brabant. Tot aan de inlijving in 1810 van Brabant bij het Franse Keizerrijk en de vorming van het Departement des Bouches du Rhin vervulde hij de funktie van landdrost van Brabant. In 1810 werd hij Receveur-Général van het genoemde departement, in 1814 wijzigde de naam van dit ambt in dat van Ontvanger-Generaal in de Provincie Noord-Brabant. In 1823 werd hij Administrateur van 's-Rijksschatkist in Noord-Brabant tot 1829, terwijl hij van 1830 tot 1840 tenslotte lid was van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Inventarisnummer 410. Paulus was gehuwd met Maria Johanna van Bommel. Zie het genealogisch overzicht Van Bommel onder Bijlagen. BHIC In 1823 werden hij en zijn nakomelingen verheven in de adelstand met het predikaat jonkheer, jonkvrouw. Inventarisnummer 394. Leopoldus de la Court was evenals zijn vader Administrateur van 's-Rijksschatkist in Noord-Brabant. Hij huwde Julia Halfwassenaer van Onsenoort. Zie het genealogisch overzicht Halfwassenaer van Onsenoort onder Bijlagen. BHIC Hun oudste zoon Joseph was de vader van genoemde Cecilia de la Court en van Arnold en Emanuel de la Court, die beiden ongehuwd stierven. Arnold liet zijn bezittingen na aan de universele erfgenaam Jan van de Mortel.
Datum
1 januari 1384 - 1 januari 1978
Type
  • Archief
Collectie
  • Archieven BHIC
Datum
  • 1384-01-01
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media