Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Nederlandse Hervormde Gemeente Vught

- Hanneke Das-Horsmeier, "Een avondmaalsbeker uit 1643 te Vught, geschonken door de Haarlemmer Pieter Olycan", verschenen in Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 1983, 's-Gravenhage.
Voorwoord : De archiefstukken tot vijftig jaar geleden zijn in principe niet openbaar volgens de richtlijnen van de Commissie tot registratie van de protestantse kerkelijke en semi-kerkelijke archieven, waarin o.a. de Nederlandse Hervormde Kerk participeert. Ook enkele stukken buiten de genoemde vijftig-jaarsperiode zijn niet openbaar; per geval kan overleg worden gepleegd met de archiefbeheerder.
Zo zijn er tientallen invalshoeken te bedenken om de geschiedenis van de Hervormde Gemeente Vught te beschrijven: de sociale zorg in de loop der eeuwen, het jeugdwerk, de gebeurtenissen en houding tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog, of het beheer van de bezittingen, variërend van beleggingen tot het onderhoud van graven, en van giften uytgerykt voor Brandhout tot stemmen van het orgel. Voor de grote lijnen liggen vooral de notulen voor de hand, maar voor details zijn soms verrassende gegevens op te diepen uit de bijlagen bij de rekeningen van de drie archieven (bij elkaar ruim anderhalve meter). De geschiedenis van het kerkgebouw is een ander verhaal.
Met name foto's kunnen als aanvulling op geschreven bronnen zeer verhelderend en onderbouwend werken. Hoe zag het oude orgel eruit? Op welke manier werd avondmaal gevierd? Wat moet men zich bij het (afgebroken) S.E.G.O.B.A.-huis voorstellen?
Verantwoording van de werkwijze bij het ordenen van de archieven : In 1979 werd herdacht dat in 1629 de eerste reformatorische kerkdienst in de Lambertuskerk was gehouden. Het gedenkboekje Rondom de Vughtse Lambertus dat toen uitkwam, was voornamelijk gebaseerd op de lokale, kerkelijke notulen vanaf 1778, op gegevens uit de toen juist geïnventariseerde archieven van de Duitse Orde te Vught en op enkele artikelen. Van een geordend kerkarchief waaruit geput had kunnen worden, was geen sprake. Vanaf ca. 1980 belastte ondergetekende zich op verzoek van de Kerkvoogdij met de inventarisatie van het archief en tevens met de dagelijkse beheerswerkzaamheden. Met soms lange pauzes-vooral in verband met vele andere werkzaamheden op lokaal-historisch terrein-kon de inventaris dit jaar worden afgerond.
In 1629 was er nog geen sprake van een eigen Vughtse predikant. De eerste reformato-rische kerkdienst in de Lambertuskerk werd op last van de Staten-Generaal begin november 1629 gehouden door een gastpredikant, Ds. Spiljardus. Stadsarchief 's-Hertogenbosch, archief Hervormde Gemeente 's-Hertogenbosch, inv.nr. 27, nr.11. Hij werd geconvoijeert met 30 ruijteren en 120 voetknechten. Doch heeft Spiljardus met een bijle de kercke moeten openen. In 1633 werd de eerste predikant voor Vught, Jacobus Focanus, beroepen. Stadsarchief 's-Hertogenbosch, archief Hervormde Gemeente 's-Hertogenbosch, inv.nr. I-1, fol. 150 (notulen kerkeraad 1629-1636). De eerste kerkeraad werd pas in 1778 geïnstalleerd; de notulen van de vergaderingen vangen in dat jaar aan (inv. nr. 1).
Mogelijk zijn er nog vroegere kerkgebouwtjes geweest, maar dat is tot op heden niet aangetoond. Over o.a. de veronderstelling van vroege, houten kerkjes: W.H.Th. Knippenberg, "De twee oudste kerken van Vught, prov. Noord-Brabant" in Berichten voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, jg. 14, 1964.
- Hanneke Das-Horsmeier, over het raadhuis in de Lambertuskerk van Pinksteren 1721 tot Pinksteren 1770 in "Raadhuizen van Vught en Cromvoirt tot 1900" in Vught Vanouds, Vughtse Historische Reeks, Vught 1995, pgs. 33-53.
Bij de gebruikte benamingen en beschrijvingen in deze archiefinventaris werd uitgegaan van de Lexicon van Nederlandse archieftermen. Genoemd lexicon is een uitgave van de Vereniging van archivarissen in Nederland, verbeterde herdruk 1991, 's-Gravenhage. Dat betekent onder andere dat bij de beschrijving van de uiterlijke vorm de grens tussen een omslag en een pak werd gelegd bij 2 centimeter. Het woord "kerkeraad" wordt voor de eeuwen, die in deze inventaris worden behandeld, volgens de oude spelling-dus zonder n-geschreven. Het archief van de Protestantse Kerkengemeenschap zal een kerkenraad krijgen.
- Hanneke Das-Horsmeier, Orgels van 1788 tot heden in de Hervormde kerk te Vught, stencil t.g.v. NCRV-Kerkepad 1982.
Bij gecombineerde stukken zoals stukken betreffende reparatie aan zowel de kerk als aan de pastorie, wordt óf verwezen, óf er is een kopie gemaakt. Ook was het soms puzzelen waar stukken betreffende subsidie-aanvragen (bijvoorbeeld voor kerkrestauratie) het beste konden worden opgeborgen. Enerzijds is de rubriek "Kapitaal" een goede plaats, anderzijds moet correspondentie daarover in de rubriek "Onderhoud en restauraties" niet uit elkaar gehaald worden. De onderzoeker zal af en toe moeten "pendelen"! De materiële verzorging van de archivalia vroeg veel aandacht.
De contacten tussen de protestanten en de R.K. parochies zijn in de loop der eeuwen aanzienlijk verbeterd. Zie hiervoor onder andere in het archief van de Kerkeraad de stukken over de samenwerking binnen het Beraad van Kerken. Daar zijn ook de archivalia over het ontwikkelingsproces "Samen-op-Weg" te vinden, dat uiteindelijk heeft geleid tot de Protestantse Kerkengemeenschap Vught per 1 januari 1992. Een andere vorm van samenwerking is die met psychiatrisch ziekenhuis "Voorburg". Vanaf 1886 is de predikant van Vught gedurende ruim een eeuw tevens (in een apart dienstverband) geestelijk verzorger geweest voor de "Protestantsche Verpleegden".
- Hanneke Das-Horsmeier, "Een Bossche avondmaalsbeker uit 1670 van de Hervormde Gemeente te Vught (N.Br.) en het wapen van Vught" in Brabants Heem, 1983/3, en (samen met Jos Koldeweij) in Brabants Heem, 1985/1: "De Bossche avondmaalsbeker in Vught van Thomas van Well", met een verrassende bijstelling van het zilverjaar naar 1652/53.
Tussen 1987 en 1990 zijn de belangrijkste archivalia uit de zeventiende en achttiende eeuw- met name de kerkrekeningen en notulenboeken- door het restauratie-atelier "De Tiendschuur" te Tilburg gerestaureerd. Ook een grote Statenbijbel uit 1729, aanwezig in de kerk, werd toen behandeld. In 1995 en 1996 volgde een aantal antieke bijbels en psalmboeken, die in de bibliotheek bij de archieven is opgeborgen. Ten slotte werd in 1998 het vigerende Huwelijksregister (een gewoon schoolschrift!) gerestaureerd en ten dele van een witte, leren band voorzien.
Archief college van diakenen
De foto- en diacollectie beslaat eveneens één meter. Er zijn foto's van onder andere in- en exterieur van de kerk, luchtfoto's, predikanten en pastorien, kosters en kosterijen, momenten uit het gemeenteleven, de grote kerkrestauratie 1956-1958, een apart album over de afbraak van het S.E.G.O.B.A.-huis (1979), speciale evenementen als het 350-jarig bestaan van de Hervormde Gemeente (1979) en Kerkepad (1982), grafzerken en begraafplaatsen, en foto's van het avondmaalszilver.
Nederlandse Hervormde Gemeente Vught, 1656-1991
In de overige dozen zitten onder andere psalm- en gezangboeken uit de twintigste eeuw, de kerkorde 1949/1951, synodale uitgaven over uiteenlopende onderwerpen, enkele delen van de Vughtse Historische Reeks, een boek over kerkzegels (1996), Onvoltooid Verleden, Honderd jaar landelijk kerkenwerk, Zoetermeer 1999, en studiemateriaal en -boeken ten behoeve van de inventarisatie. Voorts bevatten de dozen veel artikelen over de Lambertuskerk die in boeken of tijdschriften zijn verschenen.
Bibliotheek, documentatie-, foto- en diacollectie zijn, zoals eerder gezegd, buiten deze inventaris gehouden en aan het vigerende archief van de Protestantse Kerkengemeenschap toegevoegd. Toch enkele opmerkingen daarover. De bibliotheek met documentatiecollectie beslaat momenteel één meter in acht archiefdozen, waarvan vijf dozen met oude Statenbijbels (1696-1848), al dan niet met Psalmen geheel op Musijck-Noten, Evangelische Gezangen, gebeden en formulieren. Twee bijbels behoorden toe aan het protestantse kerkje van het Fort Isabella, twee aan de familie Van Beresteijn en drie aan de "kostersdynastie" Dannis. De boeken werden in 1996 alle gerestaureerd.
Archief van de kerkeraad
De meeste spoed hadden maatregelen inzake de archivalia die in de kluis van de Lambertuskerk lagen: het vochtigheidspercentage bleek daar 85%-en dus verontrustend hoog-te zijn. De burgerlijke Gemeente Vught bood begin 1981 de Hervormde Gemeente Vught "logeergelegenheid" voor de archivalia in de gemeentelijke archiefbewaarplaats aan. De archivalia werden op veel verschillende locaties, in grote wanorde en zonder enige materiële bescherming aangetroffen. In de kerkkluis stonden twee grote kisten ongeordend papier. Op de planken lagen onduidelijke pakjes die onder andere kerkrekeningen vanaf 1656 (de oudste stukken van deze inventaris) bleken te bevatten. Op open (!) planken in het "Noordkoor" Omstreeks 1979 werd besloten aan het noordelijk transept de roepnaam "Noordkoor" te geven, nadat het in de twintigste eeuw als "consistoriekamer" en/of "bibliotheek" was aangeduid. "Noordkoor" is ontleend aan Het Schetsenboek van Hendrik Verhees, 's-Hertogenbosch 1975, pg.20, waarin Verhees op een plattegrond van de kerk d.d. 1 okt. 1787 bij de beide transepten de namen Noort Choor en Zuijd Choor had geschreven. De benaming "Zuidkoor" kwam naderhand ook in zwang. lag een deel van het diakonaal archief, en ook bij (oud-)ambtsdragers en andere medewerkers lag thuis nog veel materiaal. De contacten over het centraliseren van die bescheiden zijn uiterst moeizaam -en over een lange reeks van jaren- verlopen.
De R.K. geestelijkheid moest in 1629 haar kerken ter beschikking stellen van de "Ware Religie". In Vught ging het om de St. Lambertuskerk, de oude St. Pieterskerk op het tegenwoordige Maurickplein, en de Cromvoirtse kapel. Gevolg daarvan is onder andere dat veel gegevens over de St. Pieters- of Strooije kerk terug te vinden zijn in de archieven van de Vughtse Hervormde Gemeente, vooral bij de rekeningen van de kerkmeesters vanaf 1656. De benamingen "Nederlandse Hervormde Kerk" en "Hervormde Gemeente van.." zijn natuurlijk niet voor de gehéle periode die deze inventaris beslaat, juist. Tot 1816 luidde één van de namen van de protestantse kerk: (Nederlandsche of Nederduitsche) Gereformeerde Kerk, al hadden de staatsstukken vanaf omstreeks 1770 het al over de Hervormde kerk of het Hervormd kerkgenootschap. De benaming "Nederlandsche Hervormde Kerk" stamt uit de kerkorde van 1816, gegeven door Koning Willem I en door de kerk aanvaard. De kerken die zich bij de Afscheiding (1834) en Doleantie (1886) van de Nederlandsche Hervormde Kerk hebben losgemaakt, zijn zich opnieuw Gereformeerd gaan noemen. (Ontleend aan een artikel van J.J. Herst, "Gereformeerd en Hervormd" in Gens Nostra, juli/aug. 1991). "Samen-op-Weg" is in deze inventaris niet aan de orde, behoudens de aanloop daartoe. In 1825 werd de St. Pieterskerk bij Koninklijk Besluit aan de Vughtse rooms-katholieken teruggegeven (inv.nr. 815).
Kleine reparaties aan gekreukelde en gescheurde archivalia konden ter plekke door de archiefbeheerder worden hersteld, waarbij onder andere gebruik werd gemaakt van Filmoplast P. Zorg vroegen ook veel stukken uit de twintigste eeuw (met name de jaren zestig en zeventig) waarbij gebruik gemaakt was van thermisch papier: dat heeft als eigenschap dat de tekst in de loop van de jaren wegvloeit. Voor zover nog aanwezig werden deze teksten gekopieerd en vrijwel onleesbare teksten bijgewerkt.
Evenals de kerk werd de toren, die tijdens de oorlog nogal wat schade had opgelopen, in de jaren vijftig opnieuw gerestaureerd. Sindsdien heeft de toren een carillon met eerst 35, later 47 klokken, waaronder drie grote luiklokken. Ten slotte zij opgemerkt dat veel onderzoek- en documentatiemateriaal over kerk en gemeenteleven is te vinden in de particuliere "Collectie Hanneke Das" onder "Lambertuskerk", op hetzelfde "logeeradres" als het kerkarchief. Een eenvoudige, lexicografische opzet maakt het zoeken hopelijk gemakkelijk. Een inhoudsopgave is als bijlage II aan deze inventaris toegevoegd.
Tussen 1270 en 1334 kwam de kerk in handen van de Duitse Orde, een in 1190 gestichte geestelijke ridderorde. Ton Kappelhof, "Vught in de Middeleeuwen (900-1300). Het raadsel van de twee kerken" in Vught Vanouds, Vughtse Historische reeks, Vught 1995. Ton Kappelhof, Inleiding op Inventaris van de archieven van de Duitse Orde te Vught 1334-1795, Rijksarchief in Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch (RANB) 1978. In deze periode moet de kerk verbouwd zijn tot een grotere, eveneens tufstenen, romaanse kerk. De vloer van het koor werd verhoogd en uit die tijd dateren onder meer het in november 1821 afgebroken schip Zie Collectie Hanneke Das bij Lambertuskerk/Bouwgeschiedenis/afbraak schip, 1821. een kapiteelzuiltje en de triomfboog met twee schelpvormige nissen. In die nissen of concha's-eigenlijk de zitplaatsen voor degenen die de evangelie- en epistellezingen verzorgden-zijn nog fragmenten van beschilderingen te zien, waaronder het Lam Gods.
- Paul Denekamp en Herman Noordegraaf, Vanwege de gerechtigheid. Leven en strijd van "rooie dominee" en politicus Nico van der Veen (1916-1962), Gorinchem 2002.
Sindsdien hebben er nog diverse malen grote of kleine restauraties van de kerk plaats- gevonden, onder andere in 1759, 1783, 1822 en 1956-1958. 1759: RANB, Archieven Duitse Orde Vught, inv.nr. 166, 1783: RANB, Vught R 100, fol. 14v en v.v., 1822: Archieven Herv. Gem. Vught (HGV), archief Kerkeraad, ingekomen en uitgegane bescheiden 1819-1823, ongefolieerd (inv.nr. 16), 1956-1958: o.a. Archieven HGV, o.a. inv.nrs. 823-828. De 40 meter hoge St. Lambertustoren, eigendom van de Gemeente Vught, is een mooi voorbeeld van zogenaamde Kempische gothiek, en dateert pas uit de zestiende eeuw: 1521 is één van de jaren die in de archieven van de Duitse Orde wordt genoemd als jaar van afbouwen van de toren. RANB, Archieven Duitse Orde Vught, inv.nr. 239 (1521). In november 1821 werd het schip van de kerk afgebroken en de toren kwam dus los te staan. De toren werd gerestaureerd en kreeg twee luiklokken. Deze werden tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter gevorderd.
Achteraf kan worden gesteld dat er in totaal ca. 27 meter rijp en groen materiaal is doorgenomen om te ordenen, te beschrijven, te repareren, te vernietigen of over te brengen naar de PKV-archieven. De omvang van de HGV-archieven kon uiteindelijk worden teruggebracht tot ca. 14 meter, met dien verstande dat onder andere de drie vigerende registers betreffende doop (vanaf 1835), lidmaten (vanaf 1890) en huwelijksbevestigingen (vanaf 1939) niet zijn meegerekend. Deze kregen in het Kerkeraadsarchief van de HGV-archieven "blinde" nummers en zijn vervolgens toegevoegd aan de archieven van de PKV. Voor met name stamboomonderzoekers kunnen de registers van Doop, Lidmaatschap en Huwelijksinzegeningen interessant zijn. Zij zijn echter nog niet toegankelijk gemaakt. Een tijdrovend project voor de toekomst! Ook de ingekomen attestaties, die soms verrassende gegevens bevatten, zouden in dat project moeten worden betrokken. Ook zijn de fotocollectie, wat documentatiemateriaal en een bescheiden bibliotheek (bij elkaar ca. 2 meter) niet meegerekend, maar in het dynamische archief ondergebracht.
In een enkel geval werden verwante onderwerpen samengevoegd in verzamelnummers. Zo ontstond een duidelijker overzicht en werd bovendien een nodeloze hoeveelheid inventarisnummers vermeden. Twee voorbeelden: in het Kerkvoogdij-archief werden stukken over contacten met gebruikers van kerkelijk terrein in één nummer-maar met een index-ondergebracht; in het Diakonie-archief werden veel stukken betreffende sociale zorg (in de breedste zin van het woord) samengevoegd. Dat laatste had als bijkomend voordeel dat privacy beter is gewaarborgd.
Als naslagwerk was ook het boek Onderzoek in protestantse kerkelijke archieven in Nederland ('s-Gravenhage 1994) van J.G.J. van Booma waardevol. Van de in 1995 door de Commissie tot registratie van de protestantse kerkelijke en semi-kerkelijke archieven (CPA) opgestelde vernietigingslijsten werd dankbaar gebruik gemaakt. Bijlagen behorende bij de cursus Bewerking kerkelijke archieven, pgs. 19 t/m 24, uitgave van de Commissie tot registratie van de protestantse kerkelijke en semi- kerkelijke archieven (CPA), 's-Gravenhage 1995. Bewaard werden echter díe stukken die op het eerste gezicht onbelangrijk leken en weg zouden mogen, maar die interessante of curieuze gegevens bevatten. Zo stonden op een vervallen verzekeringspolis onbekende gegevens over het avondmaalszilver, en bevatten veel nota's een schat aan nergens anders te vinden gegevens. Bovendien veranderen de opvattingen over selectie nogal eens, zodat beter te veel dan te weinig kan worden bewaard.
Eén van de belegeringen van Den Bosch in 1601 door Maurits, graaf van Nassau, had rampzalige gevolgen voor de kerk: de kerk brandde af en het koor stortte in. Als jaar waarin de kerk afbrandde, wordt 1601 genoemd, zowel in Gemeentearchief Vught (in beheer bij Streekarchief "Langs Aa en Dommel" te 's-Hertogenbosch), inv.nr. 62, als in het "Dagboek van Petrus van Vladeracken" dat in 1901 in Ned. vertaling werd uitgegeven in Handelingen Prov. Genootschap N.Br. 1903-1909, pgs. 209 en v.v. L.H.C. Schutjes noemt echter in de Geschiedenis van het Bisdom 's-Hertogenbosch, deel V, St. Michielsgestel 1876, op pg. 848 het jaar 1603, maar geeft voor dat jaar geen onderbouwing. Het volledige bestek van de restauratie (1615-1618) van het Hoogh Choor ende Cruijs-Choor is in de archieven van de Duitse Orde Vught bewaard gebleven. Daar werd ook een contract uit 1618 aangetroffen voor het vervaardigen van de preekstoel. Bestek 1615: RANB, Archieven Duitse Orde Vught, inv.nr. 146. Preekstoel 1618: RANB, Archieven Duitse Orde Vught, inv.nr. 150. Zie ook artikel H. Das, "De preekstoel in de Hervormde kerk te Vught" in Hervormd Vught d.d. 5 februari 1982, en documentatie- collectie H.Das/Lambertuskerk/preekstoel 1618.
Dat de voltooiing van de inventaris zo lang op zich heeft laten wachten, bood achteraf het voordeel dat er een verantwoord punt van scheiding tussen de oude en de dynamische archieven kon worden gekozen. De cesuur werd zoveel mogelijk bepaald op 1 januari 1992. In de archivistiek betekent het koppelteken gevolgd door een jaartal: inclusief het laatstvermelde jaar. Zo betekent bijvoorbeeld 1656-1991: 1656 tot en met 1991. Dat was het tijdstip waarop Samen-op-Weg begon, een samenwerkingsverband op federatieve basis tussen de Hervormde Gemeente Vught en de Gereformeerde Kerk van 's-Hertogenbosch: de gereformeerde inwoners van Vught maken tegenwoordig deel uit van de Vughtse Samen-op-Weggemeente. Vanaf 1 januari 1992 werd gekozen voor de naam Protestantse Kerkengemeenschap Vught (PKV), met als "roepnaam" Lambertusgemeente. Het vervolg op deze HGV-inventaris zal dus ooit de PKV-inventaris zijn.
- Over Ds. M.C. van Wijhe, predikant in Vught 1932-1946, verschenen van de hand van Herman Noordegraaf enkele artikelen. Het meest uitgebreid is het artikel "M.C. van Wijhe. Een rode dominee in Vught" in de Vughtse Historische Reeks, Vught Vanouds, Vught 1995, pgs. 153-171.
- P.C. Bloys van Treslong Prins, Genealogische en Heraldische gedenkwaardig- heden in en uit de kerken der provincie Noord-Brabant, deel II, Utrecht 1924, pgs. 232-237.
De grenzen tussen de drie archieven zijn vaak moeilijk te trekken. Het onderhoud van het Martinigraf aan de Martinilaan bijvoorbeeld werd indertijd opgedragen aan de Diakonie, maar de Kerkvoogdij behartigde de zaken altijd. Vaak bleken adressanten ook niet te weten tot welk van de drie colleges zij zich met bepaalde kwesties moesten richten, zodat stukken in het "verkeerde" archief terecht kwamen. Of de post ging gewoon naar de dominee!
In niet geringe mate heeft dat mede bijgedragen aan de lange duur van het inventarisatie-proces. Nadat ten slotte al het aanwezige en later ingeleverde materiaal was doorgewerkt, bleken er enkele betreurenswaardige hiaten te zijn. Diverse archivalia waren in 1969 aan het Rijksarchief in Noord-Brabant tot weder-opzeggens in bewaring gegeven, waaronder vier notulenboeken vanaf 1778, cijnsboeken en charters van de Heerlijkheid Geffen, en doop- en trouwregisters. Bij onderzoek bleken die registers te zijn ondergebracht in de eigen DTB-collectie van het Rijksarchief Het Doopregister 1789-1807, en de Trouwregisters 1689-1744, 1745-1788 en 1788-1935 hadden in RANB, DTB Vught, respectievelijk de nummers 7a, 7b, 7c en 7d gekregen. en de Geffense archivalia in het archief van de Heerlijkheid Geffen. In 1988 werd de inbewaringgeving beëindigd met dien verstande dat de Geffense archivalia aan het Rijks-archief werden geschonken. De rest is terug in Vught en kreeg nummers in de archief-inventaris van de Hervormde Gemeente Vught.
Zeer veel dank ben ik verschuldigd aan Jan van Haastrecht en Arjan van 't Riet, archivarissen aanvankelijk in dienst van de Nederlandse Hervormde Kerk te 's-Gravenhage/Leidschendam, tegenwoordig van de Samen-op-Wegkerken te Utrecht. Zonder hun adviezen en bemoedigende aandacht had deze inventaris niet tot stand kunnen komen. Hanneke Das-Horsmeier Archiefbeheerder van de Protestantse Kerkengemeenschap Vught Vught, september 2002
- Over de grafkelder van de familie Martini (Martinilaan): J. Belogne, "Een vervormd gedenkteken te Vught" in De Brabantse Leeuw, maart/april 1979, pgs. 60-66. Voorts veel materiaal in documentatiecollectie H.Das/mappen Martini en in gemeentearchief Vught.
- Hanneke Das-Horsmeier, "De kosterij in het Zuidkoor van de Hervormde kerk te Vught 1823-1955" in Hervormd Vught d.d. 13 februari 1987.
Archief van het college van kerkvoogden (kerkmeesters)
Om in deze warwinkel de weg te kunnen vinden werd daarom over het algemeen gekozen voor het praktische uitgangspunt: "Waar kan ik het beste zoeken?" Maar het blíjft lastig! Zo heeft de diakonie in het begin van de negentiende eeuw veel kerkvoogdijkosten, zoals betalingen voor beroepingswerk, het salaris voor de predikant en de vergoedingen aan de organist, op zich genomen. Het ligt niet voor de hand daarnaar in het diakonie-archief te zoeken. Ook in de rekeningen van het "Kerkefonds" van de Kerkeraad (1805-1826) staan inkomsten en uitgaven die men niet daar, maar in het archief van de Kerkvoogdij zou verwachten.
Een oorspronkelijke ordening viel, zoals uit het voorgaande duidelijk mag zijn, niet te ontdekken. Daarom kon het archiefschema van meet af aan worden opgezet volgens de in 1980 uitgegeven Richtlijnen inzake de zorg voor de archieven der Nederlandse Hervormde Kerk. De landelijke archiefdienst is, wat de lokale archieven betreft, teruggekomen van een ordening via codering. Reden is dat het merendeel van deze statische en dynamische archieven geïnventariseerd en beheerd wordt door niet-vakkrachten, waarbij bovendien regelmatig sprake is van wisselen-van-de-wacht. Een zo eenvoudig mogelijk inventarisatiesysteem blijkt dan in de praktijk de voorkeur te verdienen.
De Lambertuskerk is het oudste monument van Vught, tevens Rijksmonument. De kerk werd-zoals indertijd veel Brabantse kerken-toegewijd aan St. Lambertus, bisschop van Maastricht (ca. 635-ca. 705). Tijdens de grote restauratie in het midden van de twintigste eeuw werden op 65 cm beneden het tegenwoordige vloerniveau sporen van een klein, tufstenen preromaans kerkje met een uitgesleten (!) dorpel teruggevonden (ca. 1000). Na de grote restauratie 1956-1958 schreef kerkvoogd M. Scholten van Aschat over dit drempeltje, het torentje op de viering en andere vondsten een aantal artikelen: -"Bijdrage tot de geschiedenis van de Hervormde of St. Lambertskerk te Vught" in De Kleine Meijerij, maart, juni en okt. 1957. -"De Hervormde of St.- Lambertskerk met haar toren te Vught" in Brabantia, mei 1958.
Enige literatuur en documentatie betreffende de Lambertuskerk, voor zover niet eerder in de annotatie genoemd : - Over de rouwborden: F. de Bekker, "Uit Vughts Verleden. Parochie St. Lambertus" in het Vughtse weekblad De Aankondiger d.d. 23-2-1929. Voorts veel informatie over de rouwborden en over het Mausoleum Van Beresteijn (bos van Maurick) in documentatiecollectie H. Das/mappen Van Beresteijn.
- Hanneke Das-Horsmeier: artikelen over de zilveren avondmaalsschotel 1727/28 onder andere in Brabants Heem, 1983/4 en 1986/3, respectievelijk "Hulp gevraagd bij de vertaling en verklaring van "Ex imperialibus"" en "De imperiaal in de 18de eeuw: Geldstuk of rekenmunt?".
Uit diezelfde tijd dateert de oudste van elf grafzerken uit de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw. Hanneke Das-Horsmeier, Beknopte beschrijving van de grafzerken in de Hervormde kerk te Vught, stencils t.g.v. NCRV-Kerkepad 1982. Vier zerken behoren toe aan priesters van de Duitse Orde, van wie één zich in 1671 in de intussen protestantse kerk liet begraven. Voor uitvoeriger gegevens: zie Collectie Hanneke Das bij Lambertuskerk/Grafzerken. Voorts de fotocollectie van de Prot. Kerkengemeenschap Vught. Met nog twee fragmenten zijn deze bij de laatste grote restauratie naar de viering (kruising van hoogkoor, schip en dwarsbeuken) overgebracht. De laatste begrafenis in de kerk vond plaats in 1827. Hanneke Das-Horsmeier, Begraven in Vught, Vught 1985, met name pgs. 13-15. Aan de zuidzijde van de toren ligt een grafzerk (1790), die als enige herinnert aan het oude St. Lambertskerkhof rondom de kerk. Eveneens buiten bevinden zich zeven zwaar beschadigde, zandstenen kruiswegstaties in de muur van het koor; ze dateren uit de eerste helft van de zestiende eeuw. J.H.A. Engelbrecht, "Zeven reliëfs aan de Hervormde kerk te Vught" in Bulletin van de Kon. Ned. Oudheidkundige Bond, nov. 1971, jg. 70, afl. 4. Zie ook inv.nr. 831.
Geschiedenis van de hervormde gemeente Vught en de st. Lambertuskerk in vogelvlucht : In het voorjaar van 1629 nam prins Frederik Hendrik zijn intrek op kasteel Maurick. Veel werd ontleend aan Hanneke Das-Horsmeier, Rondom de Vughtse Lambertus, gedenkboekje 1629-1979, Vught 1979. Zie ook H. Das, "De ruzie om de kerken van St. Lambert en St. Pieter in Vught rond 1809" in Brabants Heem, 40ste jg. 1988, nr. 2. Van daaruit leidde hij de Staatse troepen bij het beleg van 's-Hertogenbosch, Spaans-gezinde vestingstad en bolwerk van de R.K. kerk. Op 14 september moest "Klein Rome" zich overgeven. Voor de gehele Meierij van 's-Hertogenbosch was dat het begin van ingrijpende veranderingen op politiek en kerkelijk terrein. Het grootste deel van het tegenwoordige Noord-Brabant kwam als generaliteitsland onder het gezag van de Staten-Generaal; de bevoorrechte godsdienst werd die van de protestantse kerk. Deze situatie werd in 1648 bij de Vrede van Munster officieel bekrachtigd.
In 1979 werd in verband met de tentoonstelling "Rondom de Vughtse Lambertus" (ter gelegenheid van het 350-jarig bestaan van de Hervormde Gemeente) een begin gemaakt met het opzetten van een fotocollectie: er bleek namelijk slechts een enkele foto aanwezig te zijn. Onder anderen werd contact opgenomen met (al dan niet verhuisde) oudere Vughtenaren, onder wie uiteraard veel gemeenteleden. Op die manier werd bijvoorbeeld een album met schitterende foto's van de grote kerkrestauratie 1956-1958 verkregen. Ook nazaten van oud-predikanten werden benaderd. Een dergelijk contact leverde waardevolle opnamen op van Ds. Wissing (predikant 1917-1929) en van de in 1924 afgebroken pastorie. Ook via bezoekers aan het archief werden de afgelopen jaren unieke opnamen verkregen. Voorts zijn sinds 1979 gebeurtenissen, voorwerpen en situaties zoveel mogelijk gefotografeerd. Het verdient echter aanbeveling als fotografische vastlegging van de geschiedenis-meer dan tot nu toe het geval is geweest-systematische aandacht van de bestuurlijke organen van de kerkelijke gemeente zou krijgen. Bovendien is het archief vervolgens de centrale plaats waar de foto's thuis horen: zoektochten achteraf zijn tijdrovend, áls het al lukt om opnamen nog te pakken te krijgen. Ten slotte is dit ook de plaats voor hartelijke dank aan diverse instanties en personen.
Zoals al eerder vermeld, bood de burgerlijke Gemeente Vught voor de archivalia "logeergelegenheid" aan in de gemeentelijke archiefbewaarplaats. Het beheer over de archieven berust bij de archiefbeheerder van de Hervormde Gemeente Vught, die vlakbij de kluis de beschikking kreeg over werkruimte en tevens van allerlei faciliteiten gebruik mocht maken. Speciale dank ook aan de gemeentelijke systeembeheerders voor alle malen dat zij de warboel op mijn computerscherm wisten te ontrafelen!
Het merendeel van de archivalia zit in standaardformaat archiefdozen. Voorts zijn er acht extra grote platte dozen aangeschaft voor de inventarisnummers 691, 723-740, 947-1051, 1154-1266 en 1504-1516. De inventarisnummers 229, 854, 879 en 905 zitten in een rol. De ingekomen en uitgegane bescheiden van de drie archieven (Kerkeraad, Diakonie en Kerkvoogdij) lagen vanaf ca. 1860 grotendeels los en door elkaar. Er was weinig tot niets geordend, lang niet alles was gedateerd en evenmin waren afzenders of geadresseerden altijd duidelijk. De gewoonte van de laatste decennia om achternamen en functies weg te laten, maakte het werk er niet gemakkelijker op. Kortom: het vinden van een goede plaats voor de correspondentie heeft erg veel tijd en hoofdbrekens gekost.
In de vijftiende eeuw werd de romaanse kerk vervangen door een kruiskerk met gothische vormen. Door allerlei rampen (de Poolse oorlog met financiële verliezen voor de Duitse Orde, de pest, de St. Elisabethsvloed) stagneerde de bouw. De transepten dateren uit die tijd, maar werden in de negentiende eeuw verlaagd tot de tegenwoordige hoogte. Op de kruising of viering van het kerkdak werd in 1479 een klein torentje gebouwd; het klokje daarin werd het "arbeidersklokje" genoemd en bepaalde het ritme van leven en werken in Vught.
- T.L. Korporaal, Als een lelie onder de doornen. Beschrijving van de kerkzegels van de Nederlandse Hervormde Kerk, Zoetermeer 1996, pgs. 322-323.
Datum
1 januari 1656 - 1 januari 1991
Type
  • Archief
Collectie
  • Archieven BHIC
Datum
  • 1656-01-01
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media