Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Getuigen Verhalen, Oorlogsliefdekind, soldatenkinderen, interview 13

Website Hellwig Productions Audiovisuals; URI=http://hellwig.home.xs4all.nl/
Website Oorlogsliefdekind; URI=http://www.oorlogsliefdekind.nl/
Project ’Oorlogsliefdekind' in EASY; URI=http://www.persistent-identifier.nl/?identifier=urn:nbn:nl:ui:13-l6g-fc7
Projectwebsite ’Oorlogsliefdekind’ op Getuigenverhalen.nl; URI=http://getuigenverhalen.nl/projecten/oorlogsliefdekind
Volgens geïnterviewde 13, Kind_IND_13, heet hun vader E. van H. of G. (maar het kan ook zijn dat hun moeder het zich fout heeft herinnerd of dat dit slechts de fonetische weergave is). Kind_IND_13 is geboren op 5 februari 1948 in Semarang op H.weg nr. X. Het tweede kind H. is geboren op 18 augustus 1949, eveneens op de H.weg. Hun moeder (TFI, geboren 24 febr. 1924 uit niet onbemiddelde Chinese ouders) woonde in de Japanse tijd met haar ouders in Ungaran, ten zuiden van Semarang. Haar ouders waren tabaksverkopers. Vanwege de onveilige situatie op het platteland verhuisde het gezin naar Semarang. Als later het huis in Ungaran verwoest blijkt te zijn, blijft het gezin in Semarang wonen. Moeder bezoekt de middelbare school (H.I.S.). Moeders ouders gaan uit elkaar en TFI blijft bij haar moeder wonen. Kind_IND_13 en H. kennen hun Nederlandse soldatenvader alleen uit verhalen. Hij was lang voor Indonesische begrippen, hun oma zei dat er een speciale stoel voor hem in huis was. Hij zou in de ‘Tweede Brigade’ hebben gezeten, misschien als chauffeur. Hij zou ooit iemand aangereden hebben en daarvoor een tijdje in de gevangenis hebben doorgebracht. Vader en moeder hebben waarschijnlijk een relatie gehad van 1946 tot 1949 en in die periode ook samen gewoond in het huis aan de H.weg, met Oma. Het buurhuis zou een bordeel geweest zijn (dripin). Na een miskraam hebben zij twee kinderen gekregen: Kind_IND_13 en daarna H. H. zat nog in de buik toen hun vader hen verliet. Vermoedelijk is dat rond het voorjaar van 1949 geweest. Zij denken dat er de eerste tijd nog wel een briefwisseling is geweest, maar dat dat verzandde. Na het vertrek van vader is het gezin in Senjoyo terechtgekomen, volgens hen een soort opvanghuis voor armen van de gemeente Semarang. Moeder verdiende de kost als naaister in een fabriek, en kookte eten voor anderen. De kinderen gingen naar school, H. ging bij de zusters van Gedangan op school (waar ook een weeshuis aan verbonden was, zie andere interviews), mede met financiele ondersteuning van een rijkere nicht. Kind_IND_13 en H. voelden zich minder ten opzichte van andere kinderen, omdat ze geen vader hadden. Daarmee werden ze gepest. Afkomst is voor Indonesiërs belangrijk, volgens hen. Hun moeder heeft ongeveer tien, vijftien jaar later een andere man gekregen, waarmee ze nog een kind kreeg. Deze man was goed voor hen en behandelde Kind_IND_13 en H. als zijn eigen kinderen. Maar ze hebben wel altijd de liefde en zorg van hun eigen vader gemist. Ze werden ook altijd ‘Hollander' genoemd, maar dat deerde hen niet. Ze hebben ook voordelen ondervonden, vinden hun eigen uiterlijk knapper door hun Nederlandse afkomst. Hun roodachtige huid en puntige neus zijn daarvan een voorbeeld. In de Suharto-tijd werd hun Chinese afkomst eerder als probleem ervaren. Hun kinderen noemen zichzelf wel grappend ‘oorlogsslachtoffers’ en zijn bij voetbal voor het Nederlands elftal. Ze hebben wel overwogen te zoeken naar hun vader, maar weten niet hoe. Ze willen hem en zijn eventuele nieuwe familie ook niet in verlegenheid brengen door opeens van zich te laten horen. Ze hebben wel een naam, soldatennummer, brigade-eenheid (Tweede Brigade) en ook een oud adres. Dat heeft hun moeder hen ooit gegeven, en Kind_IND_13 heeft het in een Bijbel overgeschreven, zodat hij het niet als los papiertje kwijt kon raken. In zijn handschrift staat het als volgt genoteerd: XXXX Projectbeschrijving ‘Oorlogsliefdekind’: Tijdens de dekolonisatie-oorlog met Indonesië onderhielden Nederlandse militairen contacten met de lokale bevolking, en dus ook met Indonesische meisjes. Regelmatig werden, vaak onbedoeld, uit deze verhoudingen kinderen geboren. Na de onafhankelijkheidsoverdracht in 1949 keerden de troepen terug naar huis. Een onbekend aantal Nederlands-Indonesische kinderen bleef achter bij hun moeder in het nieuwe Indonesië. Voor het project Oorlogsliefdekind zijn 18 Oral History interviews met vaders, moeders en de betreffende kinderen gedeponeerd bij DANS. De datasets van deze geïnterviewden bestaan uit audiovisuele interview opnames, de bijbehorende transcripties en eventueel aanvullende data zoals brieven, persoonlijke en officiële documenten, foto's en persoonlijk filmmateriaal van de geïnterviewde. Zie voor meer informatie de link naar de volledige projectbeschrijving met alle bijbehorende interviews verderop op deze pagina. English summary: Oorlogsliefdekind (Warlovechild) is a crossmedia project that consists of oral history interviews, a website in Dutch, Indonesian and English (www.oorlogsliefdekind.nl & www.warlovechild.org) and several media productions in cooperation with the Dutch broadcasters NPS, VPRO and the Digital Channel. A documentary Tuan Papa is produced for broadcast on Dutch and Indonesian television.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media