
Waterschap De Aa, 1922-1955
Archief van waterschap de Aa beneden Helmond, vanaf 1926 Het stroomgebied van de Aa, 1922-1955 INLEIDING Rivier de Aa (Noot 1) Oorsprong Het waterschap hield zich van oorsprong vooral bezig met de rivier de Aa en haar zijrivieren. De Aa is een regenrivier en vindt haar oorsprong in de hooggelegen gronden nabij Meijel in Limburg. De rivier wordt gevormd door het afvloeiende regenwater dat via watertjes en slootjes bijeen komt. De ouderdom van de rivier de Aa is moeilijk te bepalen. Uit geologische gegevens kan een voorzichtige conclusie worden getrokken dat zij ontstaan is circa 10.000 jaar geleden na de laatste ijstijd. Het Aa-dal is evenals het Dommeldal gelegen in de zogenaamde ‘Centrale Slenk’. De centrale slenk is een verzakt gedeelte tussen twee breukranden, de breuk van Sterksel en de Peelrandbreuk. Door de van oorsprong meanderende rivier de Aa met haar zijbeken wordt het overtollige Peelwater afgevoerd. Watermolens Al eeuwenoud zijn de klachten over het beperkte vermogen van de Aa om in het natte seizoen het afstromende regenwater af te voeren. De lagere meer stroomopwaarts gelegen gronden ondervonden hierdoor wateroverlast. Dit werd nog erger toen het menselijk vernuft de stuwkracht van het water als drijfkracht voor watermolens ging benutten. De oudste schriftelijke vermelding van een watermolen binnen het waterschapsgebied dateert uit rond 1300 (Noot 2); het gaat dan om de watermolen bij Schepstal op de Bakelse Aa, die waarschijnlijk al langer bestond.
- Archieven Brabants Historisch Informatie Centrum
- Archief
- 5197
- Verkeer en Waterstaat
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer



