Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Coevorden, monument aan de Robertweg

Het monument aan de Robertweg in Coevorden is opgericht ter nagedachtenis aan zeven medeburgers die zijn omgekomen bij het bombardement van 21 februari 1944 op Coevorden. De namen van de zeven slachtoffers luiden: Harm Baas, Jacob Drent, Hendrik Lok, Wiecher Pool, Gerrit Reins, Willem ten Vlieghuis en Klaas van der Weide. Om een invasie voor te bereiden, breidden de geallieerden in 1944 de bombardementen op vijandelijke fabrieken en woonsteden in Duitsland uit. Door slechte weersomstandigheden konden bepaalde doelen soms niet gelokaliseerd worden. Dan moesten de vliegtuigen de reservedoelen vinden om te voorkomen dat hun bommenlast werd teruggebracht naar het punt van vertrek. Om deze reden waren de bommenwerpers type B17 van de 8ste United States Army AirForce genoodzaakt op terugvlucht van een niet uit te voeren opdracht in Duitsland hun bommenlast op een reservedoel te werpen. Dit reservedoel werd in militair jargon met de letter 'O' aangeduid, dat wilde zeggen 'Target of Oppurtunity', ofwel 'gelegenheidsdoel'. Aangezien er bij de bombardementsvluchten radiostilte tussen de vliegers moest zijn, gaf de vluchtleider het te bombarderen punt aan met een 'Target-Marker'. Dit was het witte signaal dat de mensen op de grond zagen als de vliegtuigen overkwamen. Het bombardement van maandag 21 februari 1944 werd uitgevoerd door de Amerikaanse First Bomb Division, onder operationnumber '228'. In het officiële rapport van wachtmeester J. Prins van de Marechaussee staat dat een onderzoek is ingesteld. Daarbij is gebleken dat vijftig á zestig brisantbommen, afkomstig uit Engelse vliegtuigen zijn afgeworpen. Het was toen gebruikelijk om alles Engels te noemen, want de bezetter maakte antipropaganda met de leuze 'Van de vrienden moet je het maar hebben!'. Naspeuringswerk van de heer H. Hoiting leverde een bommenaantal van 140 stuks op, inclusief een onbekend aantal 'blindgangers'. Omstreeks 14.45 uur kwamen die maandagmiddag de bommen naar beneden. De aardappelmeelfabriek had slechts één voltreffer, aan de voorzijde. Het grootste gedeelte van de fabriek is blijven staan. Bij deze fabriek waren drie doden te betreuren: stoker-machinist Harm Baas, smid-bankwerker Jacob Drent en fabrieksarbeider Gerrit Reins. Twee voltreffers werden geregistreerd op de Houtgasgeneratorfabriek, welke daardoor geheel verwoest werd. Hier vielen ook drie doden: fabrieksarbeider Wiecher Pool, fabrieksarbeider Hendrik Lok en fabrieksarbeider Klaas van der Weide. In de bebouwde kom van Coevorden liepen vele woningen glasschade op. In de garage van Juurlink, de Drentsch Overijsselsche Houthandel en de timmerwerkplaats van de aannemer Noord bevonden zich ondanks de ravage geen slachtoffers. Bij de handelsmaatschappij 'De twee Provinciën' werd de boekhouder Willem ten Vlieghuis dodelijk getroffen. In totaal waren er zeven doden en twaalf gewonden. De heer H.J. Hilbink werkte toen op de Strocartonfabriek. Hilbink: 'Voor de middag was het bewolkt. We hoorden de vliegtuigen wel overkomen, maar zagen de Tommies niet. Met honderden gingen ze over. Tegen twaalf uur 's middags klaarde het op. Op het moment van het bombardement stonden we bijna allemaal buiten, want als dat niet het geval was geweest waren er zeker meer slachtoffers gevallen. Gelukkig waren de Duitsers die de leiding hadden niet zo streng. We stonden even uit te rusten en een sigaretje te roken, toen die vliegtuigen er aankwamen. Ze vlogen niet zo hoog. De formatie bestond denk ik uit 70, 80 vliegtuigen. Het voorste vliegtuig gaf een rooksein en toen begon het. Boven Duitsland zagen we de bommen al naar beneden komen. Ik vermoed dat die voor de spoorlijn bedoeld zijn geweest. We hadden nog geen bombardement meegemaakt en de anderen begonnen direct te schreeuwen: "Kruip tegen de muren, kruip tegen de muren." Het is maar goed dat ik dat gedaan heb, want door de luchtdruk vloog er even later iemand bovenop mij. Plotseling was er een oorverdovend lawaai, het duurde misschien een minuut, maar het was wel een heel lange minuut. Er zijn heel wat bommen in de haven terecht gekomen. Ja, dat was een angstige situatie. De fabriek kreeg drie, vier voltreffers (in het procesverbaal van de marechaussee wordt gesproken van twee voltreffers). Het was één grote puinhoop. Er waren verschillende kraters met een meter of zes doorsnede. Mijn vader werkte bij Bartelds en die kwam me tegemoet, bijzonder opgelucht dat ik nog leefde. We zijn toen teruggegaan. Bij de turfbult hoorden we iemand kreunen. Dat bleek Scheerhoorn te zijn. We hebben hem eronder vandaan gehaald. Hij lag voorover met het hoofd op zijn arm. De Vries was er ook en die heeft hem wat cognac gegeven uit zo'n klein flesje. Die man schudde wat met zijn hoofd en toen was hij weer bij. Er waren toen al veel mensen op af gekomen. Iedereen moest zijn Ausweiss tonen. Ik ben daarna naar huis gegaan, maar op dat moment wisten we al dat er slachtoffers waren. Nu, zoveel jaren later, als ik er toevallig langs kom, denk ik aan wat er toen gebeurd is.' Oprichting De oprichting was een initiatief van de heer Berend van der Weide (kleinzoon van Wiecher Pool). De realisatie en de onthulling van de gedenkplaat zijn tot stand gekomen door de vele giften van de nabestaanden van de slachtoffers, de gemeente Coevorden en de bedrijven Triton Karton b.v. en Ramix b.v. Onthulling Het monument is onthuld op 21 februari 1994 door Rieks Pool (oudste zoon van Wiecher Pool) en Harry Baas (kleinzoon van Harm Baas).
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media