Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Amsterdam, monument voor Jan de Jongh

Het monument voor Jan de Jongh herinnert de inwoners van Amsterdam aan een lid van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten die op 7 mei 1945 (twee dagen na de bevrijding) op de hoek van de Prins Hendrikkade en het Damrak door de bezetter is doodgeschoten. In de meidagen van 1940 vocht Jan de Jongh in het 1e Regiment Huzaren Motorrijders tegen de Duitse luchtlandingstroepen bij Valkenburg. Samen met andere bataljons versloeg het regiment de Duitsers, maar moest zich overgeven vanwege het feit dat de strijd elders verloren werd. Na de Nederlandse overgave kwam De Jongh bij de marechaussee in Maastricht terecht, waar hij voor de illegaliteit ging werken. In 1944 werd hij overgeplaatst naar Amsterdam, waar hij zijn werkzaamheden voortzette. Hij gebruikte zijn functie als dekmantel om voor de ondergrondse activiteiten te verrichten. De garage in de Tweede Jacob van Campenstraat, waar De Jongh chef-werkplaats was, werd gebruikt als illegale bergplaats van wapens en ander materiaal. Toen op 5 mei 1945 de Duitse capitulatie een feit was, gebruikte De Jongh zijn uniform om met zijn gezin door de afzettingen heen te komen en het bevrijdingsvuurwerk in Alkmaar te bezichtigen. De bezetter was echter nog niet geheel verdreven. Op 7 mei 1945 wachtten duizenden mensen op de Dam op de intocht van de Canadese bevrijders. In het gebouw van de Groote Club op de hoek van de Kalverstraat en de Dam zat de Kriegsmarine. Het gebouw was afgezet met prikkeldraad, en op de stoep stonden vele woedende burgers. In de Paleisstraat hadden enkele leden van de Binnenlandse Strijdkrachten twee Duitse mariniers aangehouden. Een van hen weigerde zijn wapen af te geven en loste een schot. Hierop gingen de ramen en balkondeuren van de Groote Club open en verschenen er Duitse soldaten op het dak. Vanaf het gebouw werd er met machinegeweren geschoten op de menigte op de Dam, de Paleisstraat en de Nieuwezijds Voorburgwal. Een uur lang werd er met tussenpozen geschoten door de Duitse soldaten en circa honderd leden van de Binnenlandse Strijdkrachten. Majoor B.S. Overhoff realiseerde zich dat een gewapend treffen tussen de gecapituleerde Duitse troepen en de BS zich als een olievlek over de stad zou uitbreiden, en dat alleen met de hulp van een Duitse officier getracht kon worden erger te voorkomen. Op het moment dat de eerste schoten werden gelost stond Overhoff met zijn motor met zijspan in de Warmoesstraat. Hij gaf zijn bestuurder, Jan de Jongh, opdracht hem naar het Museumplein te rijden, alwaar de Ortskommandantur van de Duisters was gevestigd. Hier kreeg majoor Overhoff Hauptmann Bergmann zo ver met hen mee te gaan naar de Dam. De drie mannen forceerden de prikkeldraadversperring voor de Groote Club en binnen aangekomen wist de Hauptmann het vuur tot zwijgen te brengen. De gevechten op de Dam hebben aan 19 mensen het leven gekost en er raakten 117 mensen gewond. Inmiddels waren er ook vuurgevechten in en om het Centraal Station uitgebroken, vanwaar Duitse militairen werden afgevoerd. Het station was voor de helft door de BS bezet, en voor de andere helft door de Duitsers. Wachtmeester Jan de Jongh reed met witte vlag majoor Overhoff en Hauptmann Bergmann over het verlaten Damrak richting het CS. Vlak voor het Victoria Hotel werd Jan de Jongh vanuit een hotelraam dodelijk getroffen. De motor kwam tot stilstand tegen de gevel van het hotel. Majoor Overhoff wist met medewerking van Hauptmann Bergmann het oproer in en om het Centraal Station te stoppen. Jan de Jongh is op 14 mei 1945 met militaire eer begraven op begraafplaats Zorgvlied. In 1977 werd duidelijk dat de verzetsactiviteiten van De Jongh van een veel grotere omvang waren dan eerder aangenomen. P. Staudemayer, medewerker van de KRO, vond in 1977 een geheim defensiedossier waaruit bleek dat Jan de Jongh zich had beziggehouden met onderduikers, gevaarlijke sabotages, het oppikken van gedropte materialen, het opblazen van het bevolkingsregister en vervalsing van persoonbewijzen. Onthulling De plaquette voor Jan de Jongh is onthuld in 1946, op de plaats waar zijn motor na het fatale schot tegen de pui van het Victoria Hotel tot stilstand kwam.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media