Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Amsterdam, Nationaal Monument op de Dam

Het Nationaal Monument op de Dam te Amsterdam is opgericht ter nagedachtenis aan alle Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog door oorlogshandelingen zijn omgekomen. De jaarlijkse herdenking bij het monument ter gelegenheid van de Dodenherdenking is tevens een moment van bezinning op de actuele gevaren voor vrijheid en voor mensenrechten die soms te gemakkelijk als vanzelfsprekende verworvenheden worden gezien. Oprichting In 1946 is op initiatief van de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en de vice-voorzitter van de Raad van State de Nationale Monumenten Commissie voor Oorlogsgedenktekens opgericht. Deze commissie moest de regering adviseren over gedenktekens die niet van lokale, maar van nationale betekenis waren. De commissie stelde de regering voor een paar bijzondere monumenten op te richten: onder meer een monument voor de Koopvaardij, een legermonument bij de Grebbeberg en een monument voor de erebegraafplaats in Bloemendaal. Ook moest er volgens de commissie een centraal, nationaal monument in de hoofdstad komen. Zij achtte de Dam de meest geschikte locatie. De regering stemde hiermee in. De verwezenlijking van het plan werd toevertrouwd aan een werkcomité dat op 29 maart 1947 in Amsterdam werd geïnstalleerd. Voorzitter was burgemeester mr. A. d'Ailly. Vlak na de bevrijding was voor het Paleis op de Dam ook al een Vrijheidsboom geplaatst en stond in het Damplantsoen een grote Phoenix opgesteld. In afwachting van een definitief plan werd op het Damterrein een bakstenen, gebogen muur opgericht (een ontwerp van ir. A.J. van der Steur en ir. A. Komter). In de nissen van dit voorlopige monument stonden urnen met aarde die afkomstig was van fusillade- en erebegraafplaatsen. Elke provincie had een urn gebracht. Drie jaar later kwam er ook aarde uit het voormalige Nederlands-Indië. Het plan was de aarde bij de fundering van het definitieve monument te storten. Op die manier zou het een nationaal monument worden. In 1948 heeft het werkcomité de beeldhouwer John Raedecker en de architect J.J.P. Oud een voorlopige opdracht verstrekt. Op 27 september 1950 was het ontwerp gereed: een zuil met beelden en een gebogen muur waarin de urnen met aarde waren geplaatst. Op 4 december 1950 bracht de Centrale Commissie voor Oorlogs- of Vredesgedenktekens een negatief advies uit aan de minister. De commissie vond het bezwaarlijk dat het monument zich uitstrekte over het gehele vlak binnen de rijwegen van de Dam. Bovendien had de commissie ernstige bedenkingen tegen 'de gespletenheid, de tweeledigheid van het centrale deel, de obelisk-urnenmuur'. De ambtenaren van het ministerie zagen echter weinig heil in het opvolgen van het advies: 'Indien U.E. het ontwerp zou afkeuren, zou het comité een ander moeten belasten met de opdracht. Dat betekent: verlies van veel tijd en van veel geld, en een enorme opschudding in het hele land.' Minister Rutten besloot naar zijn ambtenaren te luisteren. Op 27 februari 1951 keurde de ministerraad na een brief van Rutten het ontwerp toch goed. Raedecker en Oud kregen hun definitieve opdracht in de herfst van 1952. Toen zijn gevorderde leeftijd en een longziekte Raedecker parten ging spelen, nam zijn zoon veel werk van hem over. Vier maanden voor de onthulling overleed Raedecker. Onthulling Het monument is onthuld op 4 mei 1956 door Hare Majesteit Koningin Juliana. Het gedenkteken is in eerste instantie bekostigd door particulieren. Uit allerlei fondsen werden de benodigde aanvullingen ingezameld. Tijdens de onthulling benadrukte de voorzitter van de Nationale Monumenten Commissie voor Oorlogsgedenktekens, jhr. dr. M.L. van Holthe tot Echten, de nationale betekenis van het monument: 'Een teken voor het Nederlandse volk, een teken van trouw en belofte, waarvoor eenieder zich frank en vrij mag oprichten, trouw aan de geest die onze doden en ook ons hebben geleid. Het monument is tevens een belofte: een belofte om niet te vergeten wat ons in die bange tijd heeft bijeengebracht en om onwrikbaar vast te houden aan de waarden die ons volksbestaan een eigen stempel geven, aan de waarden ook die het leven adelen en het heffen boven stof en aards bestaan. Ten slotte ook een belofte om te blijven streven naar de vrede onder de mensen en de volkeren'. Rijksmonument Het Nationaal Monument op de Dam is in 2007 voorgedragen voor plaatsing op de Rijksmonumentenlijst. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed heeft het monument op 14 augustus 2009 definitief toegevoegd aan de Rijksmonumentenlijst.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media