Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Hoog Soeren, monument in het Kruisjesdal

Het monument in het Kruisjesdal te Hoog Soeren (gemeente Apeldoorn) is opgericht ter nagedachtenis aan de zestien verzetsmensen die hier vier dagen voor de bevrijding van Apeldoorn door de bezetter zijn gefusilleerd. De namen van de zestien slachtoffers luiden: A. Arendsen, B. Arendsen, H.C.A. Beenen, J. Boltje, D. Gosker, J.R. Gosker, G.A.H. Hilberink, A.J. Huidekoper, B.J.A. Huygen, H. Klein, J.C. Miebies, R. Mulder, J. Scherpenzeel, A. van Velsen, J.R. Voordewind en N.J. Van Zand. In januari 1945 vaardigde de chef van de Sicherheitspolizei en Sicherheitsdienst in Nederland, de heer K.G.E. Schöngarth, de order uit om bij een 'Alarmstufe drohender Ortskamf' verzetsmensen die als 'Todeskandidaten' werden beschouwd, te executeren. Enkele maanden later, in maart en april, werd de alarmfase afgekondigd. In een laatste poging de oprukkende Canadese en Britse troepen hun bruggenhoofden te ontnemen, hield de bezetter een aantal razzia's op de Veluwe. Vroeg in de ochtend van zondag 1 april (eerste paasdag), sloeg de Sicherheitsdienst toe in en rond Apeldoorn en Harderwijk. Ook de volgende dagen werden arrestaties verricht. Na de oorlog verklaarde Sturmscharführer Roald Ohmstedt: 'Kort voor de geallieerden Apeldoorn bezetten, kregen wij opdracht van Zwolle om belangrijke personen die achter het front een gewichtige positie zouden innemen, vast te nemen.' Om half zes 's ochtends stopten twee zwarte personenauto's voor het huis van Jan Scherpenzeel, een kolenhandelaar die onderduikers geholpen had. 'Ik kon de SD'ers niet goed herkennen, maar ik zag hun petten en lange, leren jassen,' vertelde Gerard Scherpenzeel, die naast zijn broer woonde. Op hetzelfde tijdstip werd door een SD-commando het centrum van Harderwijk afgezet. De bezetter drong schietend het huis van houthandelaar Arendsen binnen. Zijn naam was door de SD aangetroffen op een lijst van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, de militaire verzetsorganisatie die met de geallieerden meevocht. Arendsen had beloofd zijn loodsen ter beschikking te stellen voor de manschappen. De nog in bed liggende bewoners dachten dat het kabaal afkomstig was van de bevrijders. Arendsen en zijn zoon Alef, die niets met de BS van doen had, werden meegenomen. Er werden nog meer mensen opgepakt, onder anderen de eigenaar van een hoenderfarm die onderduikers in zijn kippenhokken had verborgen, een evacué uit Arnhem die een verzetskranten bij zich had en een wetenschapper die de spertijd had overtreden. Alle gevangenen werden overgebracht naar de Willem III-kazerne te Apeldoorn. Op 12 april 1945 werd vanuit Zwolle het bevel gegeven de arrestanten wegens 'terrorisme en verboden wapenbezit' te executeren. Diezelfde dag werden zes gevangenen in twee personenauto's gepropt en naar de Soerense bossen gevoerd. Bij het Kruisjesdal (een laagte tussen twee heuvels, waar een zandpad de bossen in voert), kregen de gevangenen een schop in de hand gedrukt. Vervolgens werden zij voor een greppel gezet en van dichtbij doodgeschoten. De SD'ers, die onder leiding stonden van Ohmstedt, keerden terug naar de kazerne en haalden nog eens zes gevangenen op, onder wie Rein Mulder, die slechts vijf uren eerder was opgepakt. De verzetsman (schuilnaam Roelf) had de argwaan van de Duitse geheime politie gewekt toen hij hard fietsend met een koffer op zijn bagagedrager door het centrum van Apeldoorn reed. Toen in zijn koffer vijf machinepistolen werden aangetroffen, werd hij door de SD'ers naar de kazerne overgebracht en samen met vijf anderen in het Kruisjesdal gefusilleerd. De volgende dag viel de SD op nog een aantal adressen in Apeldoorn binnen. Ze waren op zoek naar Roel Voordewind, een voormalige beroepsmilitair die met Mulder naar de IJsselbrug in Deventer was geweest. Voordewind was echter in allerijl ondergedoken toen hij hoorde dat zijn commandant was opgepakt. De bezetter nam zijn vader en broer mee naar het hoofdkwartier van de SD. De Willem III-kazerne werd op dat moment ontruimd, omdat de Canadezen in aantocht waren. In de loop van de dag besloot de bezetter zich terug te trekken richting Amersfoort. Enkele SD'ers bleven achter en executeerden nog vier gevangenen in het Kruisjesdal, onder wie de broer van Roel Voordewind. Vader Voordewind keerde naar huis terug. Over wat zich op het hoofdkwartier heeft afgespeeld, heeft hij nooit gesproken. Zijn dochter: 'Hij was helemaal veranderd door die nacht. Mijn vader was 60 jaar, maar ineens was hij 80 jaar geworden.' Vier dagen later was Apeldoorn bevrijd. De zestien mannen werden als vermist opgegeven. Zes weken later hoorde de vrouw van Rein Mulder dat haar man was gevonden. De gefusilleerde verzetsmannen waren opgegraven nadat een wandelaar een hand uit de aarde had zien steken en de politie had gealarmeerd. Onthulling De beige gedenksteen is kort na de bevrijding in 1945 door mensen van de Kroondomeinen geplaatst. Op 13 april 1970 werd de steen met zestien namen onthuld op initiatief van de Reünistenvereniging Oud-Illegale Werkers Apeldoorn.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media