Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Wellerlooi, verzetsmonument

Het verzetsmonument in Wellerlooi (gemeente Bergen) is opgericht ter nagedachtenis aan de zeven verzetsmensen die op 2 mei 1943 in natuurgebied 'De Hamert' door de bezetter zijn gefusilleerd en begraven. De namen van de zeven slachtoffers luiden: J.L. Boogerd, M.A.M. Bouman, L.TH. Brouwer, P.L. Ruyters, R. Savelsberg, M. Tempelaars en S. Toussaint. In 1943 werd door 'Wehrmachtsbefehlshaber' generaal F. Christiansen aangekondigd dat 300.000 Nederlandse militairen alsnog in krijgsgevangenschap zouden worden afgevoerd. Als protest tegen deze maatregel brak spontaan overal in Nederland de April-Meistaking uit. Nog voordat de officiële bekendmaking in de avondbladen van donderdag 29 april 1943 verscheen, werd dit nieuws met hoge snelheid verspreid door heel Nederland. Diezelfde middag besloten verschillende personen van particuliere en overheidsbedrijven en instellingen in Twente te gaan staken. Ook in de Limburgse mijnstreek werd het in de loop van die middag onrustig. Omdat de staking steeds omvangrijker werd, werden in de Limburgse mijnbedrijven enkele honderden functionarissen opgepakt. Vervolgens werd met goedkeuring van dr. Seyss-Inquart het 'Polizei-Standgericht' ingevoerd. In de nacht van 1 op 2 mei 1943 werden in Maastricht de eerste doodvonnissen uitgesproken. Het betrof de mijnwerkers Servaas Toussaint (Amstenrade), Meindert Tempelaars (Heerlen) en Reinier Savelsberg (Heerlen). Als aanklager fungeerde het hoofd van de Sicherheitspolizei Ströbl. Een andere belangrijke stakingshaard ontstond in de kringen van ambtenaren van de Centrale Controledienst (CCD), een landbouw-inspectieorgaan. Verzetsman Martinus Bouman (schuilnaam Bob) uit Roermond was de hoofdcontroleur van de CCD in Limburg. Hij vervaardigde stakingsoproepen en liet onder het CCD-personeel een solidariteitsverklaring ter ondertekening circuleren. Waarschijnlijk hierdoor kwam de Sicherheitspolizei hem op het spoor. Met de collega's Pieter Ruyters (adjunct-hoofdcontroleur uit Heer) en Leendert Brouwer (districtleider in Maastricht) moest Bouman op zondagmiddag 2 mei voor het Polizei-Standgericht verschijnen. Ook zij werden ter dood veroordeeld wegens deelname aan of aansporing tot staking. Aanklager was het lid van de Sicherheitspolizei Richard Nitsch. Het laatste slachtoffer van het Polizei-Standgericht was Han Boogerd uit Roermond. Het voltallige personeel van Electro Chemische Industrie (ECT) had gestaakt, waarop alle 22 personeelsleden door de bezetter naar Maastricht werden gebracht. Louter om te intimideren had men Boogerd eruit gepikt en ter dood veroordeeld. Nadat 'Generalkommissar für das Sicherheitswesen' en 'Höherer SS- und Polizeiführer' Rauter de doodvonnissen had bekrachtigd, werden de zeven stakers in een legerbus naar de Wellsche Heide gebracht en in de bossen aan de rand van een militair oefenterrein van de bezetter door een 15 man tellend vuurpeloton van de Ordnungspolizei geëxecuteerd. De slachtoffers werden ter plaatse in een gemeenschappelijk graf begraven. In totaal zijn ten gevolge van de April-Meistaking 80 Nederlanders gefusilleerd. Nog eens 95 anderen werden op straat doodgeschoten. Aanleiding voor de oprichting van het monument was de ontdekking van het massagraf op 'De Hamert'. Op zondag 30 juni 1946 kreeg de wachtmeester van de Rijkspolitie te Well een telefonische mededeling van de waarnemend commandant van politie in Venlo. Deze vertelde dat de SS'er Richard Nitsch hem op de hoogte had gebracht van een massagraf dat zich zou bevinden in de bossen van de voormalige schietplaats op 'De Hamert'. Maandag 1 juli ging men onder leiding van de burgemeester van Bergen op de aangewezen plaats graven. Aanvankelijk vond men niets: 'De Heer Burgemeester liet daarop op enkele andere plaatsen in de nabijheid graven, waarna tenslotte op aanwijzing van voornoemden Burgemeester, werd gegraven op de plaats waar wel een graf aanwezig bleek te zijn en wel het gezochte graf.' Een dag later werden de zeven slachtoffers geïdentificeerd. Onthulling Op 25 april 1950 heeft Hare Majesteit Koningin Juliana tijdens een bezoek aan kasteel Well bij het monument een krans neergelegd. Na deze plechtigheid is het monument verplaatst naar de fusilladeplaats in natuurgebied 'De Hamert'. Op 4 mei 1951 werd hier voor de eerste keer de dodenherdenking gehouden.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media