Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Achlum, plaquette in de N.H. kerk

De plaquette in de N.H. kerk in Achlum (gemeente Franekeradeel) is opgericht ter nagedachtenis aan vier dorpsgenoten die tijdens de bezetting werden gearresteerd en niet uit Duitsland terugkeerden. De namen van de vier slachtoffers luiden: Gerrit Abma, Monze de Boer, Atze van der Pol en Jan van der Pol. Jan Atzes van der Pol werd geboren op 18 januari 1918 in Achlum. Hij was een inwonend landarbeider bij de familie Schrale te Slootdorp in de Wieringermeerpolder. Tijdens het ploegen op het land van de buurman Van der Bout werd Van der Pol in augustus 1944 door een passerende patrouille van de bezetter gevangengenomen. Hij werd naar de grenswacht in Van Ewijcksluis bij Den Helder gebracht, vanwaar hij na enkele dagen op transport werd gesteld naar kamp Amersfoort. Op weg hierheen heeft Van der Pol een briefje uit de trein gegooid, dat na enige tijd bij zijn ouders werd bezorgd. Nu wisten ze waar hun zoon was gebleven. Vanuit het doorgangskamp Amersfoort werd hij naar het concentratiekamp Neuengamme vervoerd, waar hij op 14 februari 1945 stierf. Atze Jorkes van der Pol werd geboren op 15 januari 1922 in Achlum. Op 22-jarige leeftijd werkte hij als landarbeider bij boer Anema te Achlum. Hij sliep om veiligheidsredenen niet bij zijn ouders, maar had 's nachts onderdak bij zijn broer Jorke aan de Bolswardervaart onder Achlum. Op zondagavond 30 april 1944 liep Van der Pol in spertijd van het huis van zijn vriendin in Hitzum naar zijn slaapadres, toen hij onderweg werd aangehouden door politieman Maus uit Wommels en de Achlumer veldwachter Bijlsma. Na de papiercontrole mocht Van der Pol weer gaan. Maus vertelde later aan Bijlsma dat Van der Pol eigenlijk al als dwangarbeider in Duitsland had moeten werken en dat hij de volgende dag opgehaald zou worden. Bijlsma gaf dit door aan Van der Pol, met het verzoek er met niemand over te praten. De volgende avond ging Van der Pol eerder dan gewoonlijk naar zijn broer, omdat hij, zo vertelde hij, zich niet lekker voelde. Later die avond kwamen Maus en Bijlsma bij de familie Van der Pol om Atze op te halen. Toen vader Van der Pol opendeed, stond alleen Bijlsma voor de deur. Maus had zich verdekt opgesteld. Op de vraag of Atze thuis was, kreeg Bijlsma een ontkennend antwoord. 'Die is 's nachts altijd bij Jorke,' vertrouwde de vader Bijlsma toe, wetende dat de plaatselijke politieman altijd alle moeite deed om onderduikers uit de handen van de bezetter te houden. Toen kwam Maus uit het donker tevoorschijn en dwong Van der Pol het adres van Jorke te noemen. Atze werd opgehaald en moest geboeid naar Franeker lopen. De volgende dag werd hij naar het Huis van Bewaring in Leeuwarden gebracht en vier dagen later naar kamp Amersfoort. Een maand later zat hij in een strafkamp bij Duisburg. Op 14 oktober 1944 werd om zeven uur in de ochtend de stad door de geallieerden gebombardeerd. Toen Atze bij de schuilkelder aankwam, was deze reeds vol. Hij probeerde dekking te vinden tegen de muur van de kelder, maar een voltreffer maakte een einde aan zijn leven. Hij werd begraven op Friedhof Hamborn bij Duisburg. Gerrit Abma werd geboren op 6 september 1922 in Lollum. Hij was bakkersknecht in Wirdum toen hij zich moest melden voor de arbeidsinzet. Om hieraan te ontkomen dook hij onder bij zijn zus en zwager in Achlum. Hij ging werken bij bakkerij Rienks in Arum. Uit veiligheidsoverwegingen verplaatste Abma zich altijd langs binnenwegen van dorp naar dorp. Eind augustus 1944 nam hij de grote weg naar Achlum, omdat hij verlaat was. Een patrouille van de bezetter arresteerde hem en bracht hem naar Harlingen. De volgende dag werd hij naar de Leeuwarder gevangenis vervoerd en via Amersfoort kwam hij terecht in Neuengamme. Daar stierf hij op 14 februari 1945. Monze de Boer werd geboren op 2 mei 1912 in Kimswerd. Tijdens de bezetting woonde en werkte de familie De Boer op het Panwerk onder Achlum. Begin december 1943 werd door de Leeuwarder Sicherheitsdienst een razzia in de fabriek uitgevoerd, waarbij de broers Albert en Monze de Boer werden opgepakt. Broer Auke wist door de landerijen te ontsnappen. Na twee dagen gevangenschap in het gemeentehuis van Wûnseradiel in Witmarsum werden de broers overgebracht naar het Huis van Bewaring in Leeuwarden. Drie weken later volgde het transport naar Amersfoort. Vanuit dit doorgangskamp werden de broer via Neuengamme en Sachsenhausen naar het strafkamp in Oberhausen vervoerd, waar ze drie weken doorbrachten. Toen werden ze op transport gesteld naar Husum. Hier verloren Albert en Monze elkaar uit het oog, omdat Monze, die aan ondervoeding leed, op ziekentransport ging. De familie De Boer heeft nooit meer iets van hem vernomen. Volgens de officiële opgave stierf hij op 20 maart 1945 in het Kommando Dessauer van het concentratiekamp Neuengamme. De datum en het jaar op de gedenksteen zijn dus niet juist. Albert ging van Husum weer terug naar Neuengamme, waar hij werd bevrijd. Op 31 mei 1945 keerde hij terug in Achlum.
Type
  • Monument
Plaats
Collectie
  • Oorlogsmonumenten
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media
Deze website is bekroond met:Deze website is bekroond met 3 DIA awards