Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Groningen, gedenkraam in het Academiegebouw

Het gedenkraam in het Academiegebouw te Groningen is opgericht ter nagedachtenis aan de studente en verzetsvrouw Anda Kerkhoven die op 19 maart 1945 aan de Oosterbroekweg bij Haren werd doodgeschoten door Nederlandse handlangers van de Sicherheitsdienst. Anda (Mélisande Tatiana Marie) Kerkhoven werd geboren op 10 april 1919 in het Franse Saint Cloud als de derde dochter in het gezin van acht kinderen van Adriaan Kerkhoven en Constance Bosscha. Deze zeer welgestelde familie heeft haar sporen in de Nederlandse literatuur achtergelaten. Anda is grotendeels in het voormalige Nederlands-Indië opgegroeid, op de thee- en rubberonderneming 'Panoembangan' van haar vader. In het afgelegen en woeste gebied op West-Java ontwikkelde Anda een grote liefde voor de natuur. Haar invoelingsvermogen met alle levende wezens deed haar tot het vegetarisme overgaan. Ook kwam zij in conflict met haar vader, die een fervent jager was. Nadat zij haar schoolopleiding aan het Christelijk Lyceum in Bandoeng had voltooid, ging ze medicijnen studeren aan de Medische Hogeschool in Batavia. Omdat zij hier geen dispensatie kon krijgen voor de vivisectiepractica, vertrok Anda in 1938 naar Nederland om haar studie aan de Rijksuniversiteit Groningen (die wel dispensatie verleende) voort te zetten. Gedreven door idealisme schreef Anda in november 1938 haar eerste ingezonden artikel in het studentenblad Der Clercke Cronike over de 'morele waarde der wetenschap en de plaats van de mens'. Uit deze eerste bijdrage bleek dat Anda, anders dan veel medestudenten, de gebeurtenissen in Duitsland nauwlettend volgde. Zij noemde 'de Jodenvervolging (in Duitsland) die door de meerderheid van de bevolking wordt goedgekeurd' een gevolg van 'massakrankzinnigheid'. Haar artikel eindigde zij met een zin die haar latere handelen zou bepalen: 'Wat niet mag, mag niet, welke de prijs ook zij!' Vlak voor het uitbreken van de oorlog schreef Anda haar laatste artikel in het blad dat eindigde met een bijna profetische zin: 'Wie zijn leven kan wagen voor de militaire verdediging, kan het ook wagen voor de pacifistische.' Begin 1945 sloot Anda zich aan bij de verzetsgroep 'De Groot'. Het socialistische en pacifistische karakter van deze beweging sloot aan bij haar eigen overtuigingen. De groep hield zich vooral bezig met vervalsingen van bonkaarten en identiteitspapieren voor onderduikers. Anda droeg onder andere zorg voor de distributie van deze vervalste papieren. Tevens schreef ze illegale vlugschriften over naastenliefde en moreel juist handelen, die zij zelf vermenigvuldigde en via de brievenbussen verspreidde. Een bewaard gebleven brief getuigt van haar liefde voor de natuur, maar meer nog van haar persoonlijke verantwoordelijkheidsgevoel voor alle levende wezens: 'Graag zou ik eindeloos vertoeven in het paradijs van ongerepte natuur, maar ik kan en mag de slachtoffers daarginds niet aan hun lot overlaten. Dan ga ik weer naar de stad en protesteer tegen de armoede, de onderdrukking en de kleinzielige onderlinge afgunst en agressie.' Nadat de verzetsleiders Dinie Aikema en Gerrit Boekhoven waren gearresteerd, is vrijwel de hele groep 'De Groot' opgerold. Op 27 december 1944 arresteerde de Sicherheitsdienst Anda Kerkhoven in het huis van de familie Hendriks. Anda werd in het Scholtenhuis te Groningen aan zware martelingen onderworpen, maar bleef zwijgen. Op 19 maart 1945 werd zij samen met Dinie Aikema op de landelijke Oosterbroekweg bij Harenermolen doodgeschoten en aldaar begraven. Op 22 juni 1945 werden haar opgegraven stoffelijke resten ter aarde besteld op de Noorderbegraafplaats. In 1967 werd zij herbegraven op de erebegraafplaats Loenen.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media