Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Delfzijl, 'Joods monument'

Het 'Joods monument' in Delfzijl is opgericht ter nagedachtenis aan 126 joodse medeburgers die door de bezetter zijn gedeporteerd en omgebracht. Het gedenkteken dient niet alleen aan de tragedie van toen te herinneren, maar moet tevens een signaalfunctie vervullen voor heden en toekomst. Op 11 maart 1942 werden 136 joden gedwongen Delfzijl per trein te verlaten. Na een verblijf in Amsterdam werden zij via het doorgangskamp Westerbork op transport gezet naar de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor. Van hen keerden slechts twaalf terug. Twee joodse onderduikers (de gebroeders Sleutelberg) werden vlak voor het eind van de oorlog in Farsum doodgeschoten. Oprichting In 1981 ontstond bij het Comité Nationale en Plaatselijke Manifestaties te Delfzijl het idee om een monument op te richten ter nagedachtenis aan de joodse burgers van Delfzijl. De aanleiding hiertoe vormde onder meer dat het in 1982 veertig jaar geleden was dat de joodse burgers van Delfzijl werden weggevoerd. In het najaar van 1981 werd het college van B & W van Delfzijl benaderd met het verzoek het monument op te richten. Op 24 november 1981 heeft het college besloten aan dit verzoek medewerking te verlenen, onder voorbehoud dat een definitief besluit zou worden genomen nadat een ontwerp van een kunstenaar zou zijn voorgelegd. Vervolgens is in opdracht van het comité door de glaskunstenaar Willem Heesen te Acquoy een ontwerp gemaakt. Dit ontwerp werd door de gemeente goedgekeurd. De kosten van het ontwerp en de uitvoering van het monument werden door het comité gedragen, de kosten voor het aanbrengen van de glazen bol door de gemeente. Onthulling Het monument is onthuld op 4 mei 1982 door mevrouw G. van Dam-Sleutelberg, de zuster van twee joodse Delfzijlse burgers die vlak voor de bevrijding door de bezetter gefusilleerd werden. Er werd een toespraak gehouden door de heer Jaap Bottema (auteur van Zij waren onder ons ) en burgemeester I.W. Opstelten. 'Het is laat, maar niet te laat,' sprak de heer Bottema, doelend op het gedenkteken dat pas na veertig jaar ter nagedachtenis aan de joodse burgers geplaatst werd. Een vertegenwoordigster van de Raad van Kerken, mevrouw Horlings, las een gedicht van Mies Bouhuys voor, dat betrekking heeft op de verschrikkingen die de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn aangedaan.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media