Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Dishoek, 'Monument voor Britse Commando's'

Het 'Monument voor Britse Commando's' in Dishoek (gemeente Veere) is opgericht ter nagedachtenis aan 34 leden van het 47e Royal Marine Commando die tussen 1 en 8 november 1944 zijn gesneuveld bij de verovering van batterij W11 en W 4 tussen Dishoek en Vlissingen. De namen van de 34 slachtoffers luiden: R.H.R. Brehme, J. Buchanan, A.S. Davies, J.E. Day, M. Derrick, A. Duke, E.J. Evans, J. Fawcett, D. Fee, J. Flannagan, W.R.D. Fletcher, M.H. Grimsdell, N.A.W. Hayward, R.L. Hubbard, E.G. Lawton, A. Longden, D.F. McGregor, J. Muir, F. Nicholl, K.G. Patey, H. Payne, R.A. Pettit, H.H. Plank, J.E. Puddick, R.F. Rackham, C.S. Ripiner, W.J.C. Spear, M.G.H. Style, K.T. Teed, A.G.M. Thatcher, A. Turner, J. Unsworth, R.E. Webb en G.M. Wilson. Om de haven van Antwerpen optimaal te kunnen gebruiken, was een vrije doorvaart van de Westerschelde essentieel voor de geallieerden. Maar Zuid-Beveland en Walcheren waren nog steeds bezet, waardoor de bezetter alle bewegingen op de Westerschelde controleerde. De planningsstaf van het hoofdkwartier van Cresars First Canadian Army (Simons en admiraal Ramsay) beschouwde Walcheren als de grootste hindernis bij het openen van de Schelde. De Zeeuwse kust was een sterk uitgebouwd onderdeel van de Atlantikwall. Deze diende de westkust van het Duitse Rijk te vrijwaren van een geallieerde invasie. Op Walcheren bevonden zich zo'n veertig batterijen artillerie, die meestal in betonnen kazematten werden opgesteld. De batterijen werden door een netwerk van kleine bunkers, loopgraven, mortierposities, mitrailleursnesten en versperringen van prikkeldraad omgeven. Daarnaast waren er langs de hele kust mijnenvelden gelegd en hindernissen opgeworpen. De kracht van deze verdedigingsmuur maakte een aanval vanuit zee bijna onmogelijk. De enige verbinding over het land was de Sloedam, een lange toegangsweg vanaf Zuid-Beveland. Omdat deze dam erg belangrijk was, waren door de bezetter aan beide uiteinden sterke verdedigingen opgeworpen. Het hele gebied rond de Sloedam werd door de bezetter als 'Stützpunkt Scharnhorst' aangeduid, genoemd naar Pruisische militair Gerhard Johann David von Scharnhorst. Het 'Stutzpunkt' werd bevolkt door militairen van de 70ste infanteriedivisie. Om de bezetter tot overgave te dwingen, werd door de geallieerden besloten Walcheren middels luchtaanvallen onder water te zetten, gevolgd door een amfibieaanval. Op 2 oktober 1944 werden de bewoners van Zeeland via de BBC en Radio Oranje gewaarschuwd dat er een zware strijd op komst was op de eilanden 'gelegen in de monding van de rivier de Schelde'. Diezelfde waarschuwing was ook te lezen op de pamfletten, die in grote getale op 2 en 3 oktober boven Zeeland werden afgeworpen. De bewoners werden opgeroepen om onmiddellijk te evacueren: 'gaat weg zonder uitstel' en 'verlaat de eilanden'. In de middag van de derde oktober vond het vernietigende bombardement op Westkapelle plaats. De dijk werd over een lengte van 120 meter totaal weggevaagd. Het oude dorp werd vrijwel geheel verwoest, waarbij zo'n 160 mensen om het leven kwamen. Op 7 oktober volgde de vernieling van de Nolledijk bij Vlissingen, waar een gat van 20 meter ontstond. Ook de zeedijk bij Rammekens werd die dag gebombardeerd, waardoor een gigantische gat in de 400 meter lange dijk was ontstaan. Tenslotte moest de zeewering tussen Vrouwenpolder en Veere er op 11 oktober aan geloven. Door deze enorme gaten stroomde het laaggelegen eiland langzaam vol. Alleen de hooggelegen delen van Walcheren, zoals de duinen en de stads- en dorpscentra bleven droog. De daaropvolgende amfibieaanval verliep via drie lijnen: landing in Vlissingen (vanuit Breskens), landing bij Westkapelle (vanuit Oostende) en een aanval op de Sloedam vanuit Zuid-Beveland. Engelsen en Schotten van de Lowland Division landden in Vlissingen bij de Oranjemolen. Na een hevige strijd was de Duitse opperbevelhebber generaal Reinhardt gedwongen zich op 3 november 1944 over te geven. Ondertussen had ook de landing bij Westkapelle plaatsgevonden. Achtereenvolgens werden Westkapelle, Domburg, Grijpskerke en Aagtekerke (op 1 november) en vervolgens Zoutelande, Biggekerke en Meliskerke (op 2 november) bevrijd. Via Ritthem en Souburg (4 november) rukten de bevrijders op naar de geïsoleerde Zeeuwse hoofdstad, die volgepakt zat met vluchtelingen. Middelburg werd op 6 november 1944 bevrijd. Het 47e Royal Marine Commando onder bevel van Luitenant-Kolonel C. Farndale Philips was op 1 november 1944 even na het middaguur onder hevig vuur ten zuiden van het Westkappelse dijksgat aan land gekomen en bleef die dag in reserve. Het was de bedoeling dat het 47e Commando op 2 november nog vóór Zoutelande het 48e Commando zou aflossen en de opmars over zou nemen. Het 48e wist echter vrij gemakkelijk tot in Zoutelande door te dringen, zodat het 47e Commando het pas voorbij Zoutelande overnam. De opmars verliep vrij voorspoedig totdat ter hoogte van Klein-Valkenisse machinegeweer- en mortiervuur hen een halt toeriep. De voorste troepen leden verliezen en raakten gedesorganiseerd zodat een andere troep orde op zaken moest stellen. Vanaf hier werd de aanval voorbereid op de middelzware kustbatterij W-11 bij Dishoek. De aanval werd om 17.00 uur ingezet, maar liep al spoedig vast in de hardnekkige verdediging van de bezetter. Bij de Duitse tegenaanvallen leden de Britten zware verliezen. Vier van de vijf troepcommandanten waren uitgevallen. Bevelhebber Philips: 'Toen het donker werd, realiseerde ik me dat de aanval was mislukt, en ik had geen reserves achter de hand. Mijn grootste zorg was om controle te krijgen op de gevechtssituatie en in welke toestand de mannen waren, en waar de vijand was'. Brigadier Leicester drong aan op een hernieuwde aanval die nacht, maar Philips wachtte tot de volgende ochtend. De nieuwe aanval op 3 november met ondersteuning van 'A' Troop van het 48e Commando, verliep traag maar was succesvol. Rond 11.30 uur was de batterij ingenomen. Vrij snel werd opgerukt naar de laatste batterij bij Zwanenburg: W-4, de commandopost van de Marineflakableitung 810. Deze werd ingenomen en in de loop van de middag werd contact gemaakt met No.4 Commando ten zuiden van het dijksgat bij de Nolle in Vlissingen. Het was een kostbare operatie geweest voor het 47e Royal Marine Commando: van de 414 ingezette manschappen waren 103 commando's gewond of gedood. Onthulling Het monument is onthuld op 1 november 1995 door burgemeester A.C. de Bruijn.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media