Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Amsterdam, gedenkraam in de Sint Ritakerk

Het gedenkraam in de Sint Ritakerk herinnert aan de bombardementen van 17 juli 1943 op de kerk, bedoeld voor de nabijgelegen Fokker-fabrieken in Amsterdam-Noord. Op 17 juli 1943 vond een bombardement van de geallieerden plaats, gericht op de Fokker-fabriek aan de Papaverweg in Amsterdam-Noord. De fabriek was gevorderd door de bezetter en produceerde voor de Duitse oorlogsmachinerie. De Duitsers hadden de gebouwen van de fabriek gecamoufleerd, waardoor deze moeilijk te onderscheiden waren van de omliggende woonwijken. Voor de Amerikaanse Bomb Group 385 en 386 was het de eerste operatie boven Noordwest Europa. Toen de 41 bommenwerpers boven IJmuiden vlogen, werd duidelijk dat de weersomstandigheden ongunstig waren. De formatie kreeg hierop opdracht de aanval af te breken. Er onstond echter verwarring onder de -nog onervaren- bemanning. Twintig bommenwerpers keerden terug, maar de rest vloog door richting de Fokker-fabriek. Het bombardement verliep rampzalig; ruim 200 brisantbommen kwamen terecht op woonwijken in Amsterdam-Noord. Ook de Sint Ritakerk werd geraakt. Geen enkele bom trof de fabriek. De Sint Ritaparochie vierde in juli 1943 haar 25-jarig bestaan. Op 17 juli werd in het kader hiervan een speciale hoogmis voor de kinderen gehouden. Tijdens het lezen van het laatste evangelie klonk het luchtalarm. Uit voorzorg werden de kinderen binnen gehouden. De misdienaartjes Theodorus de Nijs en Johannes Moolenschot, beide 13 jaar, probeerden via de zijkant de kerk te verlaten uit nieuwsgierigheid naar de reden van de sirenes. Pastoor Wouters ving hen echter op en wees hen naar het midden van de kerk. Vlak daarna werd dat deel van de kerk getroffen door een bom, met een grote explosie tot gevolg. De twee jonge misdienaartjes overleefden het niet. Ook negen andere kerkgangers kwamen hierbij om het leven: Hendrikus Baas (60 jaar), Petrus Breuker (29 jaar), Theresia Breuker (15 jaar), Nicolaas Broeke (18 jaar), Antonia Hulst-van Alphen (61 jaar), Lambertus de Jong (54 jaar), Johanna Kokkelkoren-De Wit (44 jaar), Theodorus Krijnen (16 jaar) en Bernardus Lintveld (79 jaar). De overige 500 aanwezige jonge kinderen bleven ongedeerd. Ook het nabijgelegen Sint Rosa-klooster werd getroffen. Een groot aantal zusters raakten gewond, zeven van hen kwamen bij de bominslag om het leven. Op 25 juli werd wederom een aanval op de Fokker-fabriek uitgevoerd, ditmaal door tien Britse Mitchell bommenwerpers. Deze aanval was succesvol, de Fokker-fabriek werd geheel vernietigd. Op 28 juli vloog een groep van twaalf vliegtuigen van het Vrije Franse eskader richting Amsterdam-Noord. Het nieuws van de geslaagde aanval op de fabriek had de geallieerde strijdkrachten nog niet bereikt. 48 bommen werden afgeworpen, waarvan er geen de overblijfselen van de Fokker-fabriek raakte. Voor de tweede maal werden de woonwijken in Amsterdam-Noord getroffen. Bij de drie bombardementen kwamen in totaal 206 burgers om het leven. 93 van hen vonden hun laatste rustplaats op de Noorderbegraafplaats in Amsterdam-Noord.
Blijf tweewekelijks op de hoogte
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media