Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Valkenburg, 'Provinciaal Verzetsmonument'

Het 'Provinciaal Verzetsmonument' in Valkenburg (gemeente Valkenburg aan de Geul) is opgericht ter nagedachtenis aan alle Limburgse verzetsmensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de strijd tegen de bezetter zijn omgekomen. De namen van de negen slachtoffers, genoemd op de carillonklokken, luiden: Sjeng Coenen, Joep Francotte, Johan Guelen, Jan Hendrikx, Cornelis Krans, Jo Lokerman, Leo Moonen, Kapelaan Naus en Harry Tobben. 'Op woensdag 6 september 1944, des ochtends te ongeveer 9.00 à 10.00 uur, was ik op het gemeentehuis van Valkenburg. In die dagen was ik loco-burgemeester. Daar vernam ik, dat op den Cauberg twee lijken lagen van aldaar door de Duitschers neergeschoten jongemannen, waarschijnlijk behoorende tot een Nederlandse verzetsbeweging, daar er een papier bij lag, waarop geschreven was: Terroristen.' Zo begint een verklaring van Emile Caselli, afgelegd op 11 april 1945 over de executie van Sjeng Coenen uit Simpelveld en Joep Francotte uit Vaals, leden van de Knokploeg Zuid-Limburg. Op dinsdag 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) haalden Coenen en Francotte in Geulle twee auto's op die nodig waren voor een overval op het kamp Vught (het enige officiële SS-Concentratiekamp in het bezette Noordwest-Europa). Zij reden naar de boerderij van Horsmans in Ulestraten, waar tevens wapens waren verborgen. Toen Horsmans 's middags het bericht kreeg dat bij hem Duitse militairen zouden worden ingekwartierd, lichtte de boer via zijn illegale directe telefoonlijn de KP-centrale in Ulestraten hierover in. Een halfuur later kwamen Coenen, Francotte, Dick Meulenkamp en nog enkele andere KP'ers de boer assistentie verlenen. De auto's en wapens werden onmiddellijk van het erf verwijderd en in het bos verstopt. Tegen negen uur in de avond keerden Coenen, Francotte en Meulenkamp terug naar de boerderij, waar inmiddels tientallen Duitse soldaten waren gearriveerd. Het drietal gedroeg zich in de ogen van de bezetter nogal vreemd. Toen zij hun legitimatiebewijs moesten laten zien, maakte Coenen er zo'n theater van, dat Meulenkamp kans zag te vluchten. Coenen werd gefouilleerd. Toen er een pistool werd gevonden, ontstond onder de militairen grote opschudding. Vervolgens werden Coenen en Francotte door vier militairen naar een hotel in Valkenburg gebracht. Na een kort verhoor schreeuwde een dronken SS-officier dat de 'Schweinhunde umgelegt' moesten worden. Maar de militairen konden het onderling niet eens worden. Even later hoorde de eigenaar van hotel Excelsior een wagen stoppen en dan een schreeuw: 'Hände hoch. Gegen die Mauer!' Twee burgers kwamen binnen, gevolgd door drie Duitsers. De commandant van de hier ingekwartierde troepen liet alle burgers uit de zaal verwijderen. Na een stemming was een meerderheid van de 18 aanwezige militairen voor de doodstraf. Om elf uur werden de twee KP'ers door zes militairen naar hotel Continental gebracht, waar de Ortskommandant zetelde. Ook hier vond weer een bespreking plaats. Het was ongeveer twaalf uur toen dezelfde militairen weer met Coenen en Francotte vertrokken. Daarna heeft niemand hen meer levend gezien. Als de militairen tegen vier uur in de morgen terugkeren en de eigenaar van hotel Continental hun vraagt wat er met de twee mannen is gebeurd, antwoordden zij: 'Die sind erledigt.' Een van de Duitse officieren vertelde aan een van de hotelgasten: 'U mag het aan iedereen hier in Valkenburg vertellen, ik heb hen laten neerschieten. Ich habe sie erschiessen lassen.' Coenen en Francotte waren op bevel van majoor Bernhardt op de Cauberg doodgeschoten. De volgende dag ontdekte een passant de lijken langs de weg. De twee slachtoffers waren met hun polsen aan elkaar gebonden, hun schedels waren ingeslagen en ze hadden ernstige verwondingen aan hun gezicht. Een nekschot had een einde aan hun leven gemaakt. Loco-burgemeester Emile Caselli probeerde bij de Ortskommandant toestemming te krijgen de lijken van de straat te halen. Na drie pogingen stemde de Duitser toe: 'Machen Sie damit was Sie wollen, dass sind ja Terroristen.' Op 7 september 1945 werden de stoffelijke resten van Sjeng Coenen en Joep Francotte in nissen op de begraafplaats bijgezet. Op 1 november 1944 werd door aalmoezenier Harry Huybers en een delegatie Stoottroepen op de fusilladeplaats een houten kruis gezet. Bij dit eenvoudige gedenkteken kwamen de oud-verzetsmensen op 5 september 1945 voor het eerst bijeen om hun omgekomen kameraden te herdenken. Twee jaar later werd het houten kruis op de Cauberg vervangen door een gedenksteen. In september 1947 werden op deze plaats naast de gevallen KP'ers, ook alle andere in het Zuidlimburgse verzet gesneuvelden herdacht. Deze plechtige herdenking werd in de daarop volgende jaren een traditie. Zij kreeg een nog diepere inhoud toen het voormalige verzet uit Midden- en Noord-Limburg er zich in 1956 bij aansloot. Van dat jaar af vindt telkens op de zondag die het dichts bij 5 september ligt, bij de gedenksteen een herdenkingsplechtigheid plaats voor de ruim 300 Limburgse verzetsmensen die in de strijd tegen de bezetter zijn gesneuveld. Oprichting Het was de toenmalige Commissaris van de Koningin in de provincie Limburg, dr. mr. F. Houben, die met het voorstel kwam de namen van alle omgekomen Limburgse verzetsmensen in een kapel vast te leggen en die kapel te bouwen tegen de helling van de Cauberg. 'Daarbij werd uitdrukkelijk bepaald dat het niet de bedoeling was de jaarlijkse herdenking voortaan in deze kapel te houden. Zij zou vooral gebouwd worden om het de nabestaanden van de gevallenen mogelijk te maken bij bepaalde gelegenheden hun dierbaren, van wie er velen niet meer zijn teruggevonden, terwijl anderen in het buitenland begraven liggen, in alle stilte te gedenken.' Onthulling De kapel is onthuld op 18 mei 1958 door de Commissaris van de Koningin in de provincie Limburg, dr. F.J.M.A.H. Houben. De bisschop van Roermond, mgr. dr. A. Hanssen, heeft het monument ingezegend. Het vredescarillon is op 6 september 1959 in werking gesteld door de Commissaris van de Koningin in de provincie Limburg, dr. F.J.M.A.H. Houben. Sindsdien zijn de klanken van het klokkenspel zes maal daags te horen, waarmee de aandacht op het monument wordt gevestigd. Dankzij de financiële steun van de provincie, negen Limburgse gemeenten en een aantal ondernemingen en particulieren, is dit carillon aan het monument toegevoegd.
Blijf tweewekelijks op de hoogte
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media