Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Zwammerdam, verzetsmonument

Het verzetsmonument in Zwammerdam (gemeente Alphen aan den Rijn) is opgericht ter nagedachtenis aan vier plaatselijke verzetslieden die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter zijn gefusilleerd. De namen van de vier slachtoffers luiden: Nicolaas Doelman, Pieter Doelman, Dirk van Ommering en Dedelef Gustaaf Pronk. Met twee grafzerken worden negen Nederlandse militairen herdacht. Vijf militairen uit Zwammerdam kwamen om tijdens de Tweede Wereldoorlog, te weten: Herman Uithol, Jacob A. van Termeij, Machiel H. v.d. Poll, Willem Hijkoop en Gijsbert Graafland. Vier militairen sneuvelden in het voormalige Nederlands-Indië, te weten: Willem van Eck, Willem van Lienden, Jan Spaan en Govert Adriaan Verweij. In de Landelijke Knokploegen waren tijdens de bezetting enkele Alphenaren werkzaam die deel uitmaakten van de groep Bertus of Westlandse Bertus. Dit was de illegale naam van de heer L.M. Valstar uit Naaldwijk. In en buiten de Rijnstreek pleegde deze verzetsgroep overvallen op distributiekantoren, raadhuizen en opslagplaatsen van zwarthandelaren. Tot deze verzetsgroep behoorde ook Pieter Doelman. Hij werkte mee aan circa vijftien overvallen, de vernieling van belangrijke installaties van de Wehrmacht en de bevrijding van verschillende vrienden uit gevangenissen. Onder zijn leiding werden wapendroppings uitgevoerd in de weilanden achter de boerderij van zijn vader aan de Lage Zijde. Begin maart 1945 werd Doelman er via de radio van op de hoogte gebracht dat er diezelfde nacht tussen 2.00 en 4.00 uur boven het afwerpterrein aan de Wetering een vliegtuig zou komen. De ploeg werd gewaarschuwd met de mededeling: "Halftwee present zijn op de boerderij!" Die nacht werd om 12.30 uur één van de verzetsmannen wakker. Hij hoorde een vliegtuig cirkelen in de omgeving van Zwammerdam. In allerijl spoedde hij zich naar de boerderij van Doelman. Het boerengezin had het vliegtuig ook gehoord dat laag over het afwerpterrein vloog. Aangezien het toestel te vroeg was gearriveerd, waren niet alle leden van de dropploeg paraat. Desondanks besloot men om de polder in te gaan en de piloot te seinen, zodat het vliegtuig niet zou vertrekken. Pieter Doelman rende voorop en gaf met zijn seinlamp een teken om de piloot te laten weten dat ze in aantocht waren. De piloot begreep dit echter niet en dropte, hoewel er maar één sein was gegeven in plaats van de voorgeschreven vier, de lading op de plaats waar hij zich bevond. Zo’n 24 containers kwamen terecht in de omgeving van de boerderij. Hierdoor verkeerden de aangestormde verzetsmannen in direct levensgevaar. Niet alleen bestond de mogelijkheid dat zij de zware bussen op hun hoofd zouden krijgen, bovendien was de kans groot dat de operatie ontdekt zou worden. Sommige parachutes bleven in de bomen hangen, terwijl de bezetter regelmatig aan de overkant van de Rijn patrouilleerde. Een dorpsgenoot kwam de ploeg waarschuwen dat er een parachute dicht bij de boerderij van Van Niekerk was terechtgekomen. Eerst werden de gekleurde parachutes weggehaald. Vervolgens werd het materiaal in schouwen geladen en via de Wetering naar de Ziende gevaren. Hier lag een bok klaar, waarin de goederen werden opgeborgen. De onderneming verliep voorspoedig. In de ochtend was er op de boerderij van Doelman niets meer te vinden. Maar helaas bleek één container in de Rijn terechtgekomen te zijn. Dit is de verzetsgroep fataal geworden, want een pro-Duitse dorpsgenoot lichtte de bezetter in. Naar aanleiding van deze melding deed de bezetter op dinsdag 6 maart 1945 een inval op de boerderij van de familie Doelman. Het hele gezin werd gearresteerd. Diezelfde dag werden Dirk van Ommering en Dedelef Gustaaf Pronk ook opgepakt, toen zij na aflossing van hun wacht bij de boerderij van Doelman de bezetter tegenkwamen. De arrestanten werden overgebracht naar een huisje in de Vinkebuurt. Hier werden zij aan een zwaar verhoor onderworpen. Nog diezelfde nacht werden zij, lopend op hun klompen, naar het Plein gevoerd en in een vrachtauto geladen die het viertal naar het Huis van Bewaring in Scheveningen bracht. Pieter Doelman, Dirk van Ommeringen en Deef Pronk werden op 12 maart overgebracht naar Rotterdam. Diezelfde morgen werden de drie verzetsmannen samen met vele anderen op het Hofplein gefusilleerd. Vader Doelman werd vrijgelaten. Maar nadat op zijn boerderij verborgen wapens waren gevonden, werd hij alsnog opgepakt en op 3 april 1945 in Rotterdam gefusilleerd. De jongens werden op donderdag 22 maart en vader Doelman op woensdag 11 april begraven op de begraafplaats 'Crooswijk' te Rotterdam. In 1946 namen nabestaanden van de oorlogsslachtoffers het initiatief om herdenkingsstenen en een monument te plaatsen op de Algemene begraafplaats. De gemeenteraad van Zwammerdam nam op 13 juni 1946 het besluit om een wijziging aan te brengen in het gravenplan: 'De bestemming van vak drie (kelders) wordt zoodanig gewijzigd, dat ruimte voor maximaal vier kelders overblijft, terwijl het middenstuk wordt bestemd voor een door 'de illegaliteit' op de richten gedenkteeken.' Namens de verzetsstrijders vroeg Gert Vesseur op 10 augustus 1946 een vergunning aan tot het plaatsen van een zuil. Twee dagen later werd het verzoek door gemeente-secretaris Hoogteiling ingewilligd. Oprichting De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van het voormalige plaatselijke verzet. Onthulling Het monument is onthuld in 1946.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media